Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op het voortgezet onderwijs (WVO)

 

STAATSEXAMENBESLUIT  VO ¹

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 28 juli 2000, houdende vaststelling van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000 en wijziging van onder meer het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. in hoofdzaak wegens invoering van profielen voor het vwo en havo (tweede profielenbesluit)

1. Redactie: ingevolge artikel II, onderdeel Q, van het Besluit van 17 mei 2011, Stb. 2011, 277, is het Besluit staatsexamens VWO-HAVO-MAVO 2000 met ingang van 1 augustus 2011 voorzien van een nieuwe citeertitel, luidende: Staatsexamenbesluit VO.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J. Adelmund, van 14 maart 2000, nr. WJZ/2000/7644 (3714), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
     Gelet op de artikelen 29, 30 en 60 van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 7.4.11, derde en vijfde lid, tweede volzin, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
     Gezien het advies van de Onderwijsraad van 14 december 1999, kenmerk 990679/486;
     De Raad van State gehoord (advies van 4 mei 2000, nr. W05.00.0109/III);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, K.Y.I.J.Adelmund, van 20 juli 2000, nr. WJZ/2000/19926(3714), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

basisberoepsgerichte leerweg: de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet;

centraal examen: het centraal examen, bedoeld in artikel 4, derde lid;

college-examen: het college-examen, bedoeld in artikel 4, tweede lid;

College voor examens: College voor examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor examens;

deeleindexamen: het deeleindexamen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Eindexamenbesluit VO;

deelstaatsexamen: het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken;

gemengde leerweg: de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet;

havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de wet;

inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht;

instelling voor educatie en beroepsonderwijs: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft door die instelling verzorgde opleidingen vavo;

kaderberoepsgerichte leerweg: de kaderberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet;

kandidaat: degene die zich op grond van artikel 3 heeft aangemeld voor toelating tot het afleggen van het staatsexamen of deelstaatsexamen;

maatschappelijke stage: maatschappelijke stage als bedoeld in artikel 6f van de Wet op het voortgezet onderwijs;

mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, als bedoeld in artikel 9 van de wet;

Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

opleiding vavo: een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover leidend tot het diploma vwo, het diploma havo of het diploma vmbo theoretische leerweg;

profiel: een in artikel 12 van de wet genoemd profiel;

profielwerkstuk: het in artikel 4, derde lid, van het Eindexamenbesluit VO bedoelde profielwerkstuk;

rekentoets: rekentoets als bedoeld in artikel 60, zesde lid, van de wet;

school: een school voor vwo, een school voor havo of een school voor vmbo, tenzij anders blijkt;

sector: een sector als bedoeld in artikel 10, derde lid, van de wet;

sectorwerkstuk: het sectorwerkstuk, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van het Eindexamenbesluit VO;

staatsexamen: het staatsexamen ter verkrijging van het diploma vwo, het diploma havo of het vmbo, met dien verstande dat het staatsexamen vmbo voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg enkel in de algemene vakken wordt afgenomen;

theoretische leerweg: de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet;

toets: een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten, of een praktische opdracht;

vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 21 van de wet;

vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de wet;

wet: Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel 2. Verschuldigd bedrag en voorgeschreven legitimatie voor toelating tot afleggen (deel)staatsexamen

1. Voor toelating tot het afleggen van het staatsexamen is een bedrag van € 567 verschuldigd.

2. Voor toelating tot het afleggen van deelstaatsexamens is € 56 verschuldigd voor de rekentoets, of voor een vak ten aanzien waarvan alleen het centraal examen of alleen het college-examen wordt afgelegd, en € 113 voor de rekentoets, of voor een vak ten aanzien waarvan zowel het college-examen als het centraal examen wordt afgelegd, met dien verstande dat per kalenderjaar in totaal niet meer is verschuldigd dan € 567.

3. Het verschuldigde bedrag wordt voldaan op de wijze en voor de datum, bepaald door het College voor examens.

4. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op kandidaten die afkomstig zijn van een school voor speciaal voortgezet onderwijs.

5. Ten aanzien van kandidaten afkomstig van een school ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 29, lid 1a, van de wet, of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs ten aanzien waarvan toepassing is gegeven aan artikel 6a.2.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, is het bedrag, bedoeld in het eerste en tweede lid, verschuldigd door het bevoegd gezag van die school of instelling.

6. Zij die aan een staatsexamen of deelstaatsexamen deelnemen, zijn verplicht zich te legitimeren op verzoek van hen die deze examens afnemen of daarop toezicht houden.

7. De in dit artikel bedoelde bedragen kunnen bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.

Artikel 2a. Toelating tot staatsexamen beroepsgerichte leerwegen en gemengde leerweg vmbo

Tot het staatsexamen vmbo in de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg, wordt uitsluitend toegelaten:

a. de kandidaat die ten tijde van de aanmelding voor het staatsexamen is ingeschreven als deelnemer aan een beroepsopleiding als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, eerder is afgewezen voor het eindexamen vmbo in een in de aanhef genoemde leerweg, en een cijferlijst overlegt waaruit blijkt dat voor elk van de beroepsgerichte vakken waarin eindexamen is afgelegd, het eindcijfer 6 of meer is behaald;

b. de kandidaat die is ingeschreven aan een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en die met toepassing van artikel 30 van de Wet op het voortgezet onderwijs het eindexamen vmbo in een in de aanhef genoemde leerweg heeft afgelegd, indien de leerling daarvoor is afgewezen en een cijferlijst overlegt waaruit blijkt dat voor elk van de beroepsgerichte vakken waarin eindexamen is afgelegd, het eindcijfer 6 of meer is behaald.

Artikel 3. Aanmelding voor toelating tot (deel)staatsexamen

1. Het College voor examens stelt de aanmeldingsprocedure vast. Onze Minister maakt de aanmeldingsprocedure tijdig bekend, voert die uit en bevestigt schriftelijk de aanmelding aan de kandidaat. Indien de kandidaat minderjarig is, wordt de aanmelding medeondertekend door diens wettelijke vertegenwoordigers.

2. De aanmelding kan strekken tot:

a. het verkrijgen van toelating tot het afleggen van het examen ten overstaan van het College voor examens, of

b. het overleggen aan het College voor examens van de in artikel 25, derde lid, bedoelde bewijsstukken ter verkrijging van het staatsexamendiploma, al dan niet in combinatie met het afleggen van het examen in een of meer vakken of rekentoets ten overstaan van het College voor examens.

3. Uit de aanmelding voor het staatsexamen blijkt tevens of sprake is van een of meer vrijstellingen of ontheffingen als bedoeld in de artikelen 10 en 11.

Artikel 4

1. Het staatsexamen en het deelstaatsexamen kan voor ieder vak bestaan uit een college-examen, uit een centraal examen of uit beide.

2. Het college-examen vwo en havo omvat mede een profielwerkstuk.

3. Het profielwerkstuk heeft betrekking op één of meer vakken van het staatsexamen. Ten minste één van deze vakken heeft een omvang van 400 uur of meer voor vwo en 320 uur voor havo.

4. Het college-examen vmbo voor zover het betreft de theoretisch leerweg en de gemengde leerweg omvat mede een sectorwerkstuk.

5. Het centraal examen kent in elk kalenderjaar een eerste, tweede en derde tijdvak of een nader, door het College voor examens, te bepalen tijdstip.

6. Voor de aanvang van het derde tijdvak zendt Onze Minister aan de inspectie een opgave met de kandidaten, de in het eerste of tweede tijdvak door die kandidaten behaalde cijfers, voor zover van toepassing de alsnog behaalde cijfers voor het college-examen, en een overzicht van het vak of de vakken of rekentoets waarin elke kandidaat zal worden geëxamineerd.

Artikel 5 [Vervallen per 01-10-2009]

Artikel 6. Onregelmatigheden

1. Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig onderdeel van het staatsexamen of deelstaatsexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, kan het College voor examens maatregelen nemen.

2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WVO | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x