|
De
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op artikel 2.7 van de Wet educatie en
beroepsonderwijs en artikel 3 van de Wet Fonds economische
structuurversterking;
Overwegende dat voor de periode 2006 tot en met
2010 op grond van de Wet Fonds economische structuurversterking middelen
zijn toegevoegd aan de begroting van het ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap voor ICES (Interdepartementale Commissie
Economische Structuurversterking) projecten op het terrein van
kennisinfrastructuur;
Overwegende dat in het strategisch document
technocentra 2006 tot en met 2010 afspraken zijn gemaakt over de
toekomstige positie van technocentra in relatie tot het Platform Bèta
Techniek;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene Bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en
voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de
landbouw en de natuurlijke omgeving, de Minister van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit;
b. Awb: de Algemene wet bestuursrecht;
c. CFI: het agentschap van het ministerie van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschap dat in opdracht van de Minister uitvoerende taken op
grond van deze regeling verricht;
d. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onder
b, artikel 1.4.1, of artikel 1.4a.1 van de Wet educatie en
beroepsonderwijs, of een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van
die wet en een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in
artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek, of een school als bedoeld in artikel 1
van de Wet op het voortgezet onderwijs;
e. onderneming: een bedrijf in stand gehouden door een
privaatrechtelijke rechtspersoon, niet zijnde een instelling, of een
natuurlijke persoon, die een bedrijf zelfstandig uitoefent in de zin
van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968;
f. Platform Bèta Techniek: de Stichting Platform Bèta Techniek
gevestigd te Den Haag die in opdracht van de minister uitvoerende
taken op grond van deze regeling verricht, waaronder het adviseren
aan de minister over onder meer de toekenning van basissubsidie en
speerpuntsubsidie;
g. subsidie: de basissubsidie en de speerpuntsubsidie, bedoeld in
artikel 3;
h. technocentrum: een privaatrechtelijke rechtspersoon die door
de Minister bij de Kaderregeling Technocentra 2003 als technocentrum
is aangewezen, voor zover die rechtspersoon blijft voldoen aan de
door de Minister bij die regeling in artikel 3, eerste lid, onder b
tot en met e, gestelde voorwaarden en de aanwijzing als
technocentrum niet bij beschikking is ingetrokken.
Artikel 2. Doel van de regeling
Op grond van deze regeling wordt subsidie verleend aan een
technocentrum:
a. ter versterking en vernieuwing van de kennisinfrastructuur in
de regio en;
b. ter verbetering van de aansluiting tussen het technisch
beroepsonderwijs en het bedrijfsleven.
Artikel 3. Soorten subsidies
1. Op grond van deze regeling kan de Minister op aanvraag van een
technocentrum aanspraak op twee soorten subsidies verlenen te weten
een basissubsidie, of een speerpuntsubsidie.
2. Een basissubsidie is de in artikel 7, eerste lid, bedoelde
subsidie.
3. Een speerpuntsubsidie is de in artikel 7, tweede tot en met
vierde lid, bedoelde subsidie.
Artikel 4. Subsidieplafond
1. Het jaarlijkse subsidieplafond bedraagt:
a. voor de basissubsidie € 7.000.000.
b. voor de speerpuntsubsidie € 1.700.000.
2. Indien het subsidieplafond in enig jaar niet wordt bereikt, kan
de Minister besluiten dat het plafond voor de speerpuntsubsidie in het
daaropvolgende jaar wordt verhoogd met het in dat jaar niet verleende
bedrag aan subsidie.
3. In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt het
subsidieplafond van de speerpuntsubsidie voor het jaar 2009: €
2.888.632.
4. In afwijking van het eerste lid, onder b, bedraagt het
subsidieplafond van de speerpuntsubsidie voor het jaar 2010: €
2.698.368.
Artikel 5. Begrotingsvoorbehoud
De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel
4:34, eerste lid, van de Awb, dat de begrotingswetgever voldoende gelden
ter beschikking stelt.
Artikel 6. Vergoeding kosten
1. Een bedrag van € 150.000 wordt jaarlijks ter beschikking
gesteld aan Stichting Technomatch te Drachten ten behoeve van de
professionalisering van de technocentra. De Stichting Technomatch
verantwoordt dit bedrag als afzonderlijke post in de jaarrekening,
bedoeld in artikel 23.
2. Een bedrag van € 150.000 wordt jaarlijks aan het Platform
Bèta Techniek ter beschikking gesteld voor de uitvoering van de in
deze regeling vermelde activiteiten. Het Platform Bèta Techniek
verantwoordt dit bedrag afzonderlijk in het financieel verslag,
bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling stimulering
Bèta/techniek.
Paragraaf 2. Subsidieaanvraag
Artikel 7. Basissubsidie en speerpuntsubsidie
1. Binnen het kader van de bevordering van samenwerking tussen het
technocentrum en het Platform Bèta Techniek te Den Haag kan op
aanvraag aan een technocentrum een basissubsidie worden verleend ter
ondersteuning van de basisactiviteiten van dit technocentrum voor
zover en indien die basisactiviteiten plaats vinden ter:
a. bevordering van de circulatie en de toepassing van kennis
tussen instellingen, tussen instellingen en ondernemingen of
tussen instellingen, ondernemingen en derden;
b. gezamenlijke benutting door verschillende instellingen van
hoogwaardige en moderne apparatuur ten behoeve van technisch
beroepsonderwijs;
c. bevordering van een goede aansluiting van technisch
beroepsonderwijs op de opleidingsbehoeften van de arbeidsmarkt.
2. Speerpuntsubsidie kan op aanvraag aan een technocentrum worden
verleend mits aan het technocentrum basissubsidie is verleend voor
hetzelfde boekjaar als waarvoor de speerpuntsubsidie wordt
aangevraagd.
3. Speerpuntsubsidie kan worden verleend voor projecten indien het
doel van die projecten is:
a. het realiseren van een van de in het eerste lid, onder a tot
en met c, genoemde doelen en
b. de bevordering van de regionale structuur voor scholing naar
een hoger opleidingsniveau, of
c. de aanpak van specifieke arbeidsmarktknelpunten en ambities
in de technische sector.
4. Het bestuur van het Platform Bèta Techniek adviseert de
Minister over de te kiezen inhoudelijke thema’s voor de
speerpuntsubsidie. Indien het advies, bedoeld in de vorige volzin,
daartoe aanleiding geeft stelt de Minister de thema’s vast.
5. Speerpuntsubsidie wordt uitsluitend verleend voor projecten
waarbij het technocentrum samenwerkt met ondernemingen en met
instellingen.
6. De speerpuntsubsidie bedraagt maximaal 40% van de begrote kosten
van het speerpuntproject.
Artikel 8. Aanvraag subsidie
1. De aanvraag voor een subsidie wordt ingediend bij het Platform
Beta Techniek.
2. Bij de aanvraag voor de subsidie worden een activiteitenplan en
een begroting gevoegd.
3. Het activiteitenplan bevat:
a. een overzicht van de basisactiviteiten waarvoor subsidie
wordt aangevraagd;
b. de met die activiteiten nagestreefde doelstellingen;
c. voor een speerpuntsubsidie tevens de duur van het project en
een afschrift van de met derden gesloten overeenkomst of
overeenkomsten ter verkrijging van de co-financiering bedoeld in
het zevende lid.
4. Het activiteitenplan bevat tevens een analyse van de knelpunten
en mogelijkheden in de regio in relatie tot de doelstellingen bedoeld
in artikel 7, eerste en derde lid, onder a tot en met c, en de
doelstelling van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
5. In het activiteitenplan wordt voldoende onderbouwd dat de
activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd een effectieve
bijdrage zullen leveren aan de oplossing van de in de regio
gesignaleerde knelpunten en aan de benutting van de in de regio
gesignaleerde mogelijkheden.
6. De begroting bevat:
a. een overzicht van de voor het boekjaar geraamde inkomsten en
uitgaven van de aanvrager, voor zover deze betrekking hebben op de
activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd;
b. een toelichting op iedere begrotingspost afzonderlijk;
c. een vergelijking met de begroting van het lopende boekjaar
en de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van het jaar,
voorafgaande aan het lopende boekjaar, tenzij voor de activiteiten
waarop de aanvraag betrekking heeft nog niet eerder subsidie werd
verleend.
7. De financiering van de activiteiten van het speerpuntproject
voldoet aan de voorwaarde, dat tenminste 25% van de begrote kosten
wordt gefinancierd door ondernemingen.
8. De begroting voor de aanvraag van een speerpuntsubsidie omvat
tevens een per co-financier uitgesplitst overzicht van de begrote
co-financiering per activiteit.
Artikel 9. Aanvraagdatum
1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid dient een technocentrum
de subsidieaanvragen in voor 15 oktober van het jaar voorafgaand aan
het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
2. De subsidieaanvraag voor het jaar 2006 wordt:
a. voor de basissubsidie door een technocentrum ingediend voor
15 maart 2006,
b. voor speerpuntsubsidie door een technocentrum ingediend voor
1 april 2006.
3. De laatste subsidieaanvragen op grond van deze regeling kunnen
worden ingediend voor 15 oktober 2009, voor het boekjaar 2010.
Paragraaf 3. Besluit op aanvraag
Artikel 10. Subsidieperiode
1. Basissubsidie wordt verleend voor een periode van één
boekjaar.
2. Speerpuntsubsidie wordt verleend voor de duur van een project,
met dien verstande dat een project voor speerpuntsubsidie eindigt
uiterlijk 31 december 2010.
Artikel 11. Subsidiebedrag
1. Het bedrag voor de basissubsidie is een vast bedrag van €
500.000 per technocentrum per jaar.
2. Het bedrag voor de speerpuntsubsidie is maximaal € 350.000 per
speerpuntproject.
3. De speerpuntsubsidie wordt in één keer bij wijze van voorschot
in het jaar van toekenning van de subsidie betaald.
Artikel 12. Beslistermijn
1. De Minister beslist uiterlijk op 31 januari van het jaar waarop
de subsidieaanvraag betrekking heeft.
2. Indien de Minister niet tijdig kan beslissen, deelt hij de
aanvrager mee binnen welke termijn het besluit wel tegemoet kan worden
gezien.
3. De Minister beslist niet over de aanvraag dan nadat hierover
advies is uitgebracht door het bestuur van het Platform Bèta
Techniek.
Artikel 13. Beoordelingscriterium
1. Het bestuur van het Platform Bèta Techniek baseert zich bij
zijn advies, bedoeld in artikel 12, vierde lid, op het als bijlage A
bij deze regeling bijgevoegde reglement.
2. Beoordelingscriteria voor de verlening van de speerpuntsubsidie
zijn:
a. de mate waarin de activiteiten waarvoor subsidie wordt
aangevraagd bijdragen aan de in artikel 7, derde lid, bedoelde
doelstellingen en
b. de mate waarin de aanvraag voldoet aan het gestelde in
bijlage A bij deze regeling.
3. Het Platform Bèta Techniek stelt een expertgroep in die bestaat
uit drie onafhankelijke deskundigen met deskundigheid op het terrein
van de arbeidsmarkt, het beroepsonderwijs en aansluitingsvraagstukken
tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt.
4. Alvorens het advies, bedoeld in het eerste lid, uit te brengen
aan de Minister draagt het Platform Bèta Techniek er zorg dat het
advies wordt getoetst door de expertgroep. De expertgroep toetst het
advies op kwaliteit en onafhankelijkheid.
Paragraaf 4. Overige subsidieverplichtingen
Artikel 14. Besteden overeenkomstig bestemming
Het technocentrum draagt er zorg voor dat de basissubsidie
uitsluitend wordt aangewend voor de in artikel 7, eerste lid onder a tot
en met c, omschreven doelen en, dat de speerpuntsubsidie wordt aangewend
voor de in artikel 7, derde lid onder a tot en met c, omschreven doelen.
Artikel 15. Samenwerking
Bij het aangaan van de in artikel 7, vijfde lid, bedoelde
samenwerking, selecteert het technocentrum de instelling en de
onderneming met wie hij de samenwerking aangaat op objectief
controleerbare gronden.
Artikel 16. Transparante bedrijfsvoering
1. Het technocentrum draagt zorg voor een transparante, ordelijke
en controleerbare bedrijfsvoering.
2. De administratie voldoet aan de vereisten van artikel 4:69 van
de Awb.
Artikel 17. Marktconforme tarieven
Voor specifieke diensten en producten, niet behorend tot de taken van
het technocentrum, genoemd in artikel 7, eerste lid, brengt het
technocentrum marktconforme tarieven in rekening.
Artikel 18. Jaarverslag en openbaarmaking
1. Het technocentrum stelt voor 1 juli van het jaar volgend op het
jaar waarin hem subsidie is toegekend, een jaarverslag op waarin hij
de uitvoering van zijn activiteiten in het voorgaande jaar omschrijft
en analyseert. Deze analyse heeft mede betrekking op de vraag of de
met de uitgevoerde activiteiten beoogde doelen zijn bereikt. De
factoren die een rol hebben gespeeld in het al dan niet bereiken van
de beoogde doelen, maken onderdeel uit van deze analyse.
2. Het technocentrum maakt het in het eerste lid bedoelde
jaarverslag openbaar en draagt er zorg voor dat dit voor een ieder op
gelijke voorwaarden beschikbaar is. Toezending van het jaarverslag
geschiedt in ieder geval aan die instellingen, ondernemingen en
publiekrechtelijke rechtspersonen in de regio die een relevante
bijdrage kunnen leveren aan het bereiken van de met de activiteiten
beoogde doelen.
Artikel 19. Inlichtingen
Het technocentrum werkt mee aan de door de Minister uit te voeren
monitoring, evaluatie en informatievoorziening aan de Minister met het
oog op het verkrijgen van inzicht in de werking en de effectiviteit van
deze regeling. Het technocentrum verschaft daartoe, op verzoek van de
Minister, alle voor de toepassing van deze regeling relevante gegevens.
Artikel 20. Toestemming
Een technocentrum behoeft toestemming van de Minister voor:
a. splitsing van het technocentrum,
b. samenvoeging van het technocentrum met een ander
technocentrum,
c. verandering van rechtspersoonlijkheid van het technocentrum,
en,
d. de rechtshandelingen, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid,
onderdelen a, b en j, van de Awb.
Artikel 21. Sancties
Indien de Minister van oordeel is dat het technocentrum niet meer
voldoet aan enige voorwaarde in deze regeling, dan wel een onevenredig
deel van de voorgenomen activiteiten niet realiseert, treedt hij in
overleg met het bevoegd gezag van het technocentrum. Na dat overleg kan
de minister nadere voorwaarden verbinden aan de voortzetting van de
subsidie dan wel de subsidie verlagen of geheel beëindigen.
Paragraaf 5. Subsidievaststelling en jaarrekening
Artikel 22. Subsidievaststelling
1. Uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar waarvoor de
subsidie is toegekend dient het technocentrum een aanvraag tot
vaststelling van de basissubsidie in. Bij deze aanvraag worden het
jaarverslag, bedoeld in artikel 18, en de jaarrekening, bedoeld in
artikel 23, gevoegd.
2. Uiterlijk zes maanden na afloop van het speerpuntproject dient
het technocentrum een aanvraag tot vaststelling van de
speerpuntsubsidie in. Bij deze aanvraag worden het jaarverslag,
bedoeld in artikel 18, en de jaarrekening, bedoeld in artikel 23,
gevoegd.
3. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend bij CFI.
4. De basissubsidie wordt vastgesteld overeenkomstig het bedrag van
de subsidieverlening, tenzij uit de jaarrekening blijkt dat de
subsidie niet of niet volledig is besteed, dan wel niet is besteed in
overeenstemming met het doel en de bepalingen van de regeling.
5. De speerpuntsubsidie wordt vastgesteld op basis van de
werkelijke kosten van het speerpuntproject.
6. De subsidie kan niet worden vastgesteld op een hoger bedrag dan
de verleende subsidie.
Artikel 23. Jaarrekening
1. Het technocentrum stelt jaarlijks, als onderdeel van het
jaarverslag, een jaarrekening vast waarin voor de basissubsidie over
het afgelopen boekjaar verantwoording wordt afgelegd. Voor de
speerpuntsubsidie wordt na afloop van het speerpuntproject in een
aparte bijlage bij de jaarrekening verantwoording afgelegd over het
gehele project. Hiervoor kan CFI aanvullende richtlijnen geven.
2. Uit de jaarrekening dient te blijken dat sprake is van een
rechtmatige en doelmatige aanwending van de subsidie. In de
jaarrekening zijn de cijfers van de begroting mede opgenomen.
3. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de
getrouwheid, afgegeven door een door het technocentrum aangewezen
accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt het
bevoegd gezag dat aan de Minister op diens verzoek inzicht wordt
geboden in de controlerapporten van de accountant.
4. De voorschriften van de Regeling Financieel jaarverslag
(jaarrekening) voor instellingen/organen in de BVE-sector met ingang
van het verslagjaar 2002 zijn van toepassing op de jaarrekening van
het technocentrum.
5. De accountant die door de Minister is belast met het onderzoek
van de ministeriële jaarrekening wordt met het oog op het verrichten
van dat onderzoek toegang verleend tot ieder technocentrum. Aan de
accountant wordt desgevraagd inzage gegeven in de boeken en bescheiden
en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van
zijn taak nodig oordeelt.
6. Het eventueel niet bestede deel van de basissubsidie wordt door
het technocentrum aan het einde van het boekjaar herkenbaar opgenomen
in de jaarrekening als ‘bestemmingsreserve/publiek’ onder de post
eigen vermogen. Ook de eventuele tekorten worden in deze post
verwerkt. Het nog niet bestede deel van de speerpuntsubsidie wordt
door het technocentrum aan het einde van het boekjaar herkenbaar in de
jaarrekening opgenomen onder de post ‘overlopende passiva’.
7. Bij beëindiging van de subsidie van het technocentrum, dan wel
aan het einde van de subsidieperiode, worden de onder artikel 23,
zesde lid, bedoelde overschotten terugbetaald aan de Minister.
8. De Minister stelt regels vast voor de inrichting en de
uitvoering van de controle door de accountant van de jaarrekening en
de administratie van het technocentrum. De controle richt zich op de
rechtmatigheid van de verkrijging en van de besteding van de subsidie.
Paragraaf 6. Slotbepalingen
Artikel 24. Inwerkingtreding
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst
en werkt terug tot en met 1 januari 2006.
2. Met ingang van de datum, bedoeld in het eerste lid, wordt de
Kaderregeling Technocentra 2003 ingetrokken, met dien verstande dat:
a. een technocentrum blijft voldoen aan de voorwaarden van
artikel 3, eerste lid onder b tot en met e en tweede lid, van de
Kaderregeling Technocentra 2003;
b. de vaststelling van de subsidie, verleend voor het jaar
2005, geschiedt overeenkomstig de voorschriften van de
Kaderregeling Technocentra 2003,
c. de artikelen 15 en 17 vervallen met ingang van 1 januari
2007.
Artikel 25. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling Technocentra 2006
tot en met 2010.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
M. Rutte.
Bijlage A
Reglement
0. Preambule
De Technocentra en het Platform Bèta Techniek hebben in het
schouwingsbestek de voortzetting en aanpassing van de Kaderregeling
Technocentra geoperationaliseerd. Uitgangspunt van de schouw is dat er
sprake is van een proces met twee uitkomsten:
– onderbouwing voor de advisering van Platform Bèta Techniek
aan de overheid.
– Kennisbasis voor en afspraken over de samenwerking tussen
Platform Bèta Techniek en het Technocentrum.
Beide partijen hechten eraan om te leren van de ervaringen die worden
opgedaan. Het schouwingsbestek levert voor beide partijen
aanknopingspunten op om de advisering aan de overheid en een kennisbasis
voor Technocentra en Platform Bèta Techniek vorm en inhoud te geven.
A. Stappenplan aanvraagprocedures technocentra
– De Technocentra dienen de subsidieaanvragen in bij het Platform
Bèta Techniek vóór 15 oktober van het jaar voorafgaand aan het
boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
– De subsidieaanvraag voor de basissubsidie voor het jaar 2006
kunnen door een technocentrum voor 15 maart 2006 worden ingediend, en
de subsidieaanvraag voor de speerpuntensubsidie voor het jaar 2006
kunnen door een Technocentrum voor 1 april 2006 worden ingediend.
– Het Platform Bèta Techniek organiseert een toets op de
technische/financiële voorwaarden die verbonden zijn aan plannen van
de technocentra en die zijn vastgelegd in de Kaderregeling.
– Het Platform Bèta Techniek draagt zorg voor een transparante
rapportage van de technisch/financiële toets.
– Het Platform Bèta Techniek organiseert een
Schouwingsbijeenkomst met elk technocentrum. Deze bijeenkomst heeft
als onderwerp de doelmatigheid van de plannen van de Technocentra.
Belangrijkste criteria bij de schouw zijn de consistentie en kwaliteit
van de afwegingen die het Technocentrum maakt en richt zich op de
hoofdkeuzes die de Technocentra maken. Vanuit de regio-analyse van het
technocentrum en het nationale actieprogramma bèta techniek vindt in
de schouw de dialoog plaats over:
• de door het Technocentrum gekozen prioriteiten;
• concrete ambities/doelen op basis van deze prioriteiten;
• de programma’s en activiteiten van het Technocentrum om
zicht te krijgen op de resultaten/effecten.
– Het Platform Bèta Techniek draagt zorg voor een transparante
rapportage van de conclusies van de schouwingsbijeenkomst.
– Op basis van de beide rapportages stelt het Platform Bèta
techniek een conceptadvies op. Voor de speerpuntplannen bevat deze
advisering ook een ranking van de voorstellen. Criterium is dat de
speerpuntplannen aansluiten bij de geformuleerde doelen uit de
Kaderregeling. In samenwerking tussen het Platform Bèta Techniek en
de Technocentra is voor de speerpuntplannen een aantal uitgangspunten
geformuleerd, waarin aan bovengenoemd criterium vorm wordt gegeven. Op
basis van het voldoen van het speerpuntplan aan bovengenoemd criterium
en het voldoen aan onderstaande uitgangspunten worden kwantificeerbare
scores toegekend, waarop de ranking zal worden gebaseerd. Met de
Technocentra zal daarover overleg worden gevoerd. De uitgangspunten
zijn:
• speerpunten betreffen specifieke knelpunten en/of ambities
voor de versterking van de kennisinfrastructuur in de regio;
• speerpuntplannen betreffen keuzen die voortkomen uit
regionale analyses en ambities;
• speerpuntplannen kunnen ook keuzen bevatten die zijn geënt
op de landelijke programma’s zoals ontwikkeld en uitgevoerd door
het Platform Bèta Techniek;
• speerpuntplannen betreffen vernieuwingen in de
kennisinfrastructuur. Zij hebben landelijk voldoende
onderscheidend vermogen op dit punt;
• speerpunten maken investeringen mogelijk in up to date
onderwijsvoorzieningen in het technisch beroepsonderwijs;
• speerpuntplannen kennen een hecht draagvlak (ook middels
financiële participatie van onderwijs en bedrijfsleven).
– Het conceptadvies wordt in opdracht van het Platform Bèta
Techniek door een expertgroep getoetst op kwaliteit en
onafhankelijkheid. De expertgroep bestaat uit drie onafhankelijke
personen (met expertise van de arbeidsmarkt, het beroepsonderwijs en
aansluitingsvraagstukken tussen onderwijs en arbeidsmarkt) en wordt
secretarieel ondersteund door het bureau van PBT.
– Mocht de expertgroep dit in bepaalde gevallen wenselijk vinden
dan bestaat er de mogelijkheid dat er een gesprek plaatsvindt met het
betreffende Technocentrum over de conclusies die getrokken zijn in het
kader van de technisch/financiële toets en/of het schouwingsproces.
Bij dit gesprek zal ook het Platform Bèta Techniek aanwezig zijn.
– Het Bestuur van Platform Bèta Techniek brengt advies uit aan
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
– Bovenstaande stappen worden doorlopen in een periode van
maximaal 2 maanden. Afwijkingen van deze doorlooptijd dienen zo
spoedig mogelijk kenbaar gemaakt te worden aan het Ministerie en aan
de technocentra.
– In algemene zin maakt het Platform Bèta Techniek de voortgang
van de samenwerking met de Technocentra via www.platformbetatechniek.nl
bekend.
– Wijziging van dit reglement wordt uiterlijk 3 maanden voor de
datum van indiening van aanvragen bekend gemaakt via de hiervoor
vermelde internetsite.
B. Speerpuntthema’s
– Conform art. 6.4 adviseert het bestuur van het Platform de
minister over de te kiezen inhoudelijke thema’s voor de
speerpuntsubsidie. De expertgroep en de Technocentra worden op dit punt
door het Platform om hun mening gevraagd.
|