Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)

 

UITVOERINGSREGELING  WEB  2007

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 8 november 2008, nr. BVE/Stelsel/73928, houdende uitvoeringsregels voor het bekostigen van het middelbaar beroepsonderwijs en de educatie (Uitvoeringsregeling WEB 2007)

     De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
     Gelet op de artikelen 12.3.8, tweede lid, en 12.3.9, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en de artikelen 2.3.2, tweede lid, 2.4.1, tweede lid, en 6.1.1 van het Uitvoeringsbesluit WEB;

     Besluit:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving, minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

b. wet: Wet educatie en beroepsonderwijs,

c. besluit: Uitvoeringsbesluit WEB.

Hoofdstuk 2. Voorschriften beroepsopleidingen instituten voor doven en hogeschool Haarlem

§ 1. Voorschriften beroepsopleidingen Instituten voor doven

Artikel 2.1.1. Voorschriften bekostiging beroepsopleidingen Instituten voor doven

1. In overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de rijksbegroting die is vastgesteld voor het desbetreffende begrotingsjaar, stelt de minister jaarlijks de omvang van het beschikbare budget voor de exploitatiekosten respectievelijk voor de huisvestingskosten voor het Christelijk Instituut voor Doven ‘Effatha’ en het Instituut voor Doven ‘Sint-Michielsgestel’ vast, ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet.

Deze budgetten worden jaarlijks toegevoegd aan de landelijk beschikbare budgetten voor de exploitatiekosten respectievelijk de huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.1.3 van het besluit.

2. De artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.7 en artikel 2.4.1 van het besluit zijn van toepassing ten aanzien van de in het eerste lid genoemde instituten.

3. De minister verhoogt de uitkomst van de berekening, bedoeld in het tweede lid, tot de hoogte van het totaal van de rijksbijdragen voor 1999, berekend op grond van de artikelen 9, 14b en 14i van de Overgangsregeling bekostiging beroepsonderwijs WEB tot 2000, zoals die luidde op 31 december 1999 en de Regeling bekostiging huisvesting BVE-sector, zoals die luidde op 31 december 1999.

4. Artikel 2.6.1 van het besluit is van toepassing.

Artikel 2.1.2. Begroting, verslaglegging, informatie en toezicht

1. Het bepaalde bij of krachtens paragraaf 1 van titel 5 van hoofdstuk 2 van de wet is van overeenkomstige toepassing op de instituten, bedoeld in artikel 2.1.1.

2. Het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 5 van het besluit, alsmede de Bijlagen 1, 1c en 4 behorende bij het besluit, is van overeenkomstige toepassing op de instituten, bedoeld in artikel 2.1.1.

Artikel 2.1.3. Voorschriften WEB die van toepassing zijn op de Instituten voor doven

De instituten, bedoeld in artikel 2.1.1, nemen voor de beroepsopleidingen verzorgd aan die instituten in acht hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald ten aanzien van:

a. de taken van de instellingen ten aanzien van het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.3.5 van de wet;

b. de kwaliteitszorg, bedoeld in artikel 1.3.6 van de wet;

c. de contractactiviteiten, bedoeld in artikel 1.7.1 van de wet;

d. het persoonsgebonden nummer, bedoeld in de artikelen 2.3.6a tot en met 2.3.6d van de wet;

e. het jaarverslag, bedoeld in artikel 2.5.4 van de wet;

f. de voorschriften betreffende het personeel van de instellingen, bedoeld in de titels 1 en 2 van hoofdstuk 4 van de wet;

g. de voorschriften betreffende ontneming van rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod, bedoeld in artikel 6.1.4 van de wet, ten aanzien van de ontneming van het recht op examinering van een beroepsopleiding, bedoeld in artikel 6.1.5b van de wet en ten aanzien van onthouding van rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijs uit oogpunt van kwaliteit of niet naleving wettelijke voorschriften, bedoeld in artikel 6.1.6 van de wet;

h. de voorschriften betreffende de beëindiging van registratie van beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.4 van de wet;

i. het onderwijs en de examens betreffende het beroepsonderwijs, bedoeld in hoofdstuk 7 van de wet, met dien verstande dat bij de toepassing van:

1. artikel 7.2.8 van de wet het bevoegd gezag van een instituut tevens met het oog op de handicap van de deelnemer nadere regels kan vaststellen ten aanzien van de beroepspraktijkvorming;

2. het eerste lid van artikel 7.4.2 van de wet het bevoegd gezag van een instituut er tevens zorg voor draagt dat bij het afleggen van het examen rekening wordt gehouden met de aard van de handicap van de deelnemer;

j. de rechtsbescherming van de deelnemer, bedoeld in titel 5 van hoofdstuk 7 van de wet;

k. de inschrijving, de vooropleidingseisen en de voorschriften inzake voortijdig schoolverlaten van hoofdstuk 8 van de wet, met dien verstande dat bij de toepassing van artikel 8.1.3, derde lid, van de wet tevens de wederzijdse rechten en verplichtingen van het instituut en de deelnemer die voortvloeien uit de specifieke handicap van de deelnemer, worden opgenomen;

l. de opneming in het Centraal register;

m. de voorschriften inzake bestuur en bestuursoverdracht, bedoeld in paragraaf 1 van titel 1 van hoofdstuk 9 van de wet, en

n. de hoofdstukken 10 en 11 van de wet.

§ 2. Voorschriften beroepsopleidingen verbonden aan hogeschool Haarlem dan wel diens rechtsopvolgers

Artikel 2.2.1. Voorschriften bekostiging beroepsopleidingen verbonden aan hogeschool Haarlem dan wel diens rechtsopvolgers

1. In overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van de rijksbegroting die is vastgesteld voor het desbetreffende begrotingsjaar, stelt de minister jaarlijks de omvang van het beschikbare budget voor de exploitatiekosten respectievelijk voor de huisvestingskosten ten behoeve van het verzorgen van beroepsopleidingen als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet, verbonden aan de Hogeschool Haarlem, dan wel diens rechtsopvolgers voor wat betreft de opleidingen in de beroepsopleidende leerweg, vast. Deze budgetten worden jaarlijks toegevoegd aan de landelijk beschikbare budgetten voor de exploitatiekosten respectievelijk de huisvestingskosten voor het beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 2.1.3 van het besluit.

2. De artikelen 12.4.1 en 12.4.2 van de wet en de artikelen 2.2.1 tot en met 2.2.7 en 2.4.1 van het besluit zijn van toepassing ten aanzien van de hogeschool, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.2.2. Begroting, verslaglegging, informatie en toezicht

1. Het bepaalde bij of krachtens paragraaf 1 van titel 5 van hoofdstuk 2 van de wet is van overeenkomstige toepassing op de hogeschool, bedoeld in artikel 2.2.1.

2. Het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 5 van het besluit, alsmede de Bijlagen 1, 1c en 4 behorende bij het besluit is van overeenkomstige toepassing op de hogeschool, bedoeld in artikel 2.2.1.

Artikel 2.2.3. Voorschriften WEB die van toepassing zijn op hogeschool Haarlem dan wel diens rechtsopvolgers

De hogeschool, bedoeld in artikel 2.2.1, neemt voor de beroepsopleidingen verzorgd door die hogeschool, in acht hetgeen bij of krachtens de wet is bepaald ten aanzien van:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WEB | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x