21
november 2005 voorschakelapparaten in de handel te brengen die niet
voldoen aan de in de bijlagen I, II en IV bij de richtlijn gestelde
eisen met betrekking tot het maximale ingangsvermogen van de schakeling
tussen het voorschakelapparaat en de lamp;
c. voorschakelapparaten in de handel te brengen die niet zijn
voorzien van een CE-markering die voldoet aan de in artikel 4 gestelde
eisen.
2. Het is de fabrikant van voorschakelapparaten, zijn
gemachtigde, gevestigd in de EER-gebieden, en degene die de
desbetreffende apparatuur in die gebieden in de handel brengt verboden
voorschakelapparaten in de handel te brengen waarop markeringen zijn
aangebracht die derden kunnen misleiden omtrent de betekenis en de
grafische vorm van de CE-markering.
Artikel 4
1. De fabrikant van voorschakelapparaten en zijn gemachtigde,
gevestigd in de EER-gebieden, voldoet aan de hem toebedeelde
verplichtingen van module A, de criteria en de algemene richtsnoeren
van de bijlage bij besluit 93/465/EEG, met dien verstande dat:
a. de in punt 2 van module A bedoelde periode drie jaar is;
b. de technische documentatie als bedoeld in het vierde lid die is
samengesteld in overeenstemming met andere communautaire regelgeving,
kan worden gebruikt, voor zover deze aan de eisen van dat lid voldoet.
2. Indien de fabrikant van voorschakelapparaten en zijn
gemachtigde niet in de EER-gebieden gevestigd zijn, gelden de
verplichtingen van punt 2 van module A van de bijlage bij besluit
93/465/EEG voor degene die voorschakelapparaten in de EER-gebieden in de
handel brengt.
3. De fabrikant van voorschakelapparaten is verantwoordelijk voor
de meting van het opgenomen vermogen, bedoeld in artikel 3, eerste lid,
onderdelen a en b, overeenkomstig de procedures van de geharmoniseerde
norm EN 50294 van december 1998 of de normen waarin deze in Nederland
dan wel in een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat
die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte is omgezet en waarvan de referentienummers in de desbetreffende
staat zijn bekendgemaakt, en voor de overeenstemming van de apparaten
met de eisen van genoemde onderdelen van artikel 3, eerste lid.
4. De technische documentatie, bedoeld in punt 3 van module A van
de bijlage bij besluit 93/465/EEG, bevat de volgende gegevens:
a. naam en adres van de fabrikant;
b. een algemene beschrijving van het model die voldoende is om het
op eenduidige wijze te identificeren;
c. informatie, zo nodig met tekeningen, over de voornaamste
ontwerpkenmerken van het model, met name in verband met aspecten die
belangrijk zijn voor het elektriciteitsverbruik;
d. de gebruiksaanwijzing;
e. verslagen van de overeenkomstig de eisen van het derde lid
uitgevoerde proeven ter bepaling van het opgenomen vermogen;
f. gegevens over de overeenstemming van de resultaten van de in
onderdeel e bedoelde proeven met de in bijlage I bij de richtlijn
neergelegde eisen inzake energieverbruik.
5. Zodra aan de op grond van dit artikel op de fabrikant van
voorschakelapparaten of zijn gemachtigde, gevestigd in de EER-gebieden,
rustende verplichting is voldaan door een van hen, is de verplichting
van de ander opgeheven.
Artikel 5
1. De fabrikant van voorschakelapparaten of zijn gemachtigde,
gevestigd in de EER-gebieden, brengt de CE-markering zichtbaar,
leesbaar en onuitwisbaar aan:
a. op de voorschakelapparaten en op de verpakking daarvan, indien
de voorschakelapparaten als afzonderlijk onderdeel in de handel worden
gebracht;
b. op de verlichtingsapparatuur en op de verpakking daarvan, indien
de voorschakelapparaten ingebouwd in verlichtingsapparatuur in de
handel worden gebracht.
2. Zodra aan de op grond van dit artikel op de fabrikant van
voorschakelapparaten of zijn gemachtigde, gevestigd in de EER-gebieden,
rustende verplichting is voldaan door een van beiden, is de verplichting
van de ander opgeheven.
Artikel 6
Voorschakelapparaten die van een CE-markering zijn voorzien worden
vermoed te voldoen aan de bij dit besluit gestelde eisen.
Artikel 7
1. Indien Onze Minister van oordeel is dat een CE-markering ten
onrechte op een voorschakelapparaat is aangebracht, neemt hij de
nodige maatregelen om dat apparaat uit de handel te nemen.
2. De fabrikant van voorschakelapparaten, zijn gemachtigde,
gevestigd in de EER-gebieden, en degene die de desbetreffende apparatuur
in die gebieden in de handel brengt verleent alle noodzakelijke
medewerking aan maatregelen als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 8
1. Voor zover in dit besluit wordt verwezen naar besluiten van
organen van de Europese Gemeenschappen of een daarbij behorende
bijlage treedt voor de toepassing van de desbetreffende bepaling een
wijziging van het besluit van een orgaan van de Europese
Gemeenschappen of van een daarbij behorende bijlage in werking met
ingang van de dag waarop aan het betrokken wijzigingsbesluit uiterlijk
uitvoering moet zijn gegeven.
2. Onze Minister doet mededeling van een wijziging als bedoeld in
het eerste lid in de Staatscourant.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van 21 mei 2002.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit energierendementseisen
voorschakelapparaten voor fluorescentielampen.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 26 september 2001
BEATRIX
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de achttiende oktober 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals