1. De Bank bepaalt volgens welk rapportageprofiel, dan wel in
voorkomende gevallen rapportageprofielen, aangewezen rapporteurs
dienen te rapporteren. Voor wat betreft de inhoud van de
rapportageprofielen wordt verwezen naar de rapportageformulieren en
toelichtingen, die door de Bank aan de rapporteur ter beschikking
worden gesteld.
2. De volgende rapportageprofielen worden onderscheiden:
BFI = profiel Bijzondere Financiële Instellingen;
BFS = profiel Bijzondere Financiële Instellingen, SPV’s;
BIC = profiel Beleggingsinstellingen Compleet, met deelnemingen
BIV = profiel Beleggingsinstellingen Volledig, zonder deelnemingen
BWB = profiel Bewaarbedrijven;
CLM = profiel Banken en Clearingmembers;
CSD = profiel Centrale Effecten Depotinstelling;
GTK = profiel Geldtransactiekantoren
MFI = profiel overige Monetaire Financiële Instellingen;
NFV = profiel Niet-Financiële Vennootschappen;
OFI = profiel Overige Financiële Instellingen;
OVH = profiel Overheidsinstellingen;
PNM = profiel Pensioenfondsen Maandvariant;
PNK = profiel Pensioenfondsen Kwartaalvariant;
SLB = profiel Syndicaatsleningen Buitenland;
SLN = profiel Syndicaatsleningen Nederland;
VRM = profiel Verzekeringsinstellingen Maandvariant;
VRK = profiel Verzekeringsinstellingen Kwartaalvariant;
ZVK = profiel Zorgverzekeringsinstellingen.
3. Rapporteurs met de volgende rapportageprofielen dienen naast
maandrapportages ook jaarrapportages bij de Bank aan te leveren: BFI,
BFS, BIC, NFV, OFI, PNM, PNK, VRM en VRK.
4. Rapporteurs met het rapportageprofiel GTK dienen
kwartaalrapportages bij de Bank aan te leveren.
5. Rapporteurs met het rapportageprofiel ZVK dienen
kwartaalrapportages en jaarrapportages bij de Bank aan te leveren.
6. Rapportages dienen correct en volledig te zijn en tijdig aan de
Bank te worden verstrekt.