| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet geluidhinder (WGH)
BESLUIT
AANWIJZING TOEZICHTHOUDENDE AMBTENAREN WET
GELUIDHINDER
Tekst zoals deze geldt op
17 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De
Staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 148, eerste lid, van de Wet
geluidhinder (Stb. 1979, 99);
Besluit:
Artikel 1
Met het toezicht op de naleving van de Wet geluidhinder zijn belast
a. de hoofdinspecteur van de volksgezondheid, belast met het
toezicht op de hygiëne van het milieu, en de aan hem toegevoegde
ambtenaren;
b. de regionale inspecteurs van de volksgezondheid, belast met
het toezicht op de hygiëne van het milieu, en de onder hun bevelen
werkzame inspecteurs, technisch-hygiënische en milieu-hygiënische
medewerkers.
Artikel 2
Met het toezicht op de naleving van hoofdstuk II van de Wet
geluidhinder zijn mede belast de districtshoofden van de
Arbeidsinspektie, voor zover dit mede betrekking heeft op het voorkomen
of beperken van schadelijk of hinderlijk geluid op de arbeidsplaats.
Artikel 3
Met het toezicht op de naleving van hoofdstuk IV van de Wet
geluidhinder zijn mede belast de Inspecteur-Generaal der Mijnen en de
ambtenaren van het Staatstoezicht der Mijnen in de rang van inspecteur
der Mijnen, mijntechnisch hoofdambtenaar of mijntechnisch ambtenaar,
voor zover het betrekking heeft op onder de Mijnwet 1903 (Stb.
1904, 73) vallende inrichtingen.
Artikel 4
Het in dit besluit bedoelde toezicht heeft geen betrekking op
toestellen of inrichtingen als bedoeld in hoofdstuk IV van de Wet
geluidhinder, die in gebruik zijn bij de krijgsmacht.
Artikel 5
Dit besluit wordt met de toelichting geplaatst in de
Nederlandse Staatscourant en treedt in werking met ingang van de dag na die der plaatsing.
Leidschendam, 3 november 1982.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,
J.J. Lambers-Hacquebard.
|
|
|