| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet geluidhinder (WGH)
BESLUIT
OMGEVINGSLAWAAI
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 6 juli 2004, houdende regels met betrekking tot de
weergave en de beheersing van omgevingslawaai alsmede inwerkingtreding
van de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet geluidhinder, de
Wet luchtvaart en de Spoorwegwet in verband met de implementatie van de
richtlijn omgevingslawaai (Besluit omgevingslawaai)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 december 2003, kenmerk
MJZ2003128216, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en
Waterstaat;
Gelet op Richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de
beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189) en de artikelen 115, 118,
vierde lid, 118a, derde lid, 122, vierde lid, en 123b, tweede lid, van
de Wet geluidhinder en artikel 8.30a, eerste lid, van de Wet luchtvaart;
De Raad van State gehoord (advies van 5 april 2004,
nr.
W08.04.0002/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 juli 2004,
kenmerk MJZ2004067160, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van
Verkeer en Waterstaat;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Wet geluidhinder;
b. concentratiegebied voor horeca-inrichtingen: een gebied
waarvoor een gemeentelijke verordening geldt met zodanige
geluidsnormen voor horeca-inrichtingen dat de geluidsbelasting Lden
op omliggende woningen 55 dB of meer kan bedragen of de
geluidsbelasting Lnight op omliggende woningen 50 dB of meer;
c. concentratiegebied voor detailhandel en ambachtsbedrijven: een
gebied waarvoor een gemeentelijke verordening geldt met zodanige
geluidsnormen voor detailhandel en ambachtsbedrijven dat de
geluidsbelasting Lden op omliggende woningen 55 dB of meer kan
bedragen of de geluidsbelasting Lnight op omliggende woningen 50 dB
of meer;
d. richtlijn omgevingslawaai: richtlijn nr. 2002/49/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002
inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L
189);
e. belangrijke weg: krachtens artikel 117, eerste of derde lid,
van de wet gepubliceerd deel van een rijksweg of een provinciale
weg;
f. belangrijke hoofdspoorweg: krachtens artikel 117, tweede of
vierde lid, van de wet gepubliceerd deel van een hoofdspoorweg;
g. agglomeratie: krachtens artikel 117a van de wet als zodanig
aangewezen gebied;
h. geluidsbelastingkaart: geluidsbelastingkaart als bedoeld in
artikel 118 van de wet;
i. geluidsbelastingkaart voor een belangrijke weg of een
belangrijke hoofdspoorweg: geluidsbelastingkaart als bedoeld in
artikel 118, eerste lid, van de wet;
j. geluidsbelastingkaart voor een gemeente: geluidsbelastingkaart
als bedoeld in artikel 118, tweede lid, van de wet;
k. actieplan: actieplan als bedoeld in artikel 122 van de wet;
l. actieplan voor een belangrijke weg of een belangrijke
hoofdspoorweg: actieplan als bedoeld in artikel 122, eerste lid, van
de wet;
m. actieplan voor een gemeente: actieplan als bedoeld in artikel
122, tweede lid, van de wet.
Artikel 1a
Dit besluit berust op de artikelen 115, 118, vierde lid, 118a, derde
lid, 122, vierde lid, en 123b, tweede lid, van de Wet geluidhinder en
artikel 8a.45, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart.
Artikel 2
Inrichtingen als bedoeld in artikel 115 van de wet,
begripsomschrijving van «verzameling van inrichtingen», onder b, zijn
inrichtingen gelegen in concentratiegebieden voor horeca-inrichtingen of
detailhandel en ambachtsbedrijven.
Artikel 3
Andere geluidsgevoelige gebouwen als bedoeld in artikel 8a.45, eerste
lid, van de Wet luchtvaart zijn: andere geluidsgevoelige gebouwen als
bedoeld in artikel 1 van de wet.
Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]
Artikel 5
Stille gebieden als bedoeld in artikel 115 van de wet zijn:
a. de krachtens artikel 1.2, tweede lid, onder b, van de Wet
milieubeheer bij provinciale milieuverordening aangewezen gebieden;
b. de krachtens artikel 4.9, derde lid, onder c, van de Wet
milieubeheer in de provinciale milieubeleidsplannen aangeduide
gebieden waarin de kwaliteit van het milieu in verband met geluid
bijzondere bescherming behoeft;
c. de door de tot een agglomeratie behorende gemeenten bij
verordening als zodanig aangewezen gebieden.
Hoofdstuk 2. Geluidsbelastingkaarten
§ 1. Algemeen
Artikel 6
1.Een geluidsbelastingkaart bestaat ten minste uit tabellen en uit
een of meer geografische kaarten.
2.De tabellen worden ingedeeld in de volgende
geluidsbelastingklassen:
a. voor geluidsbelasting Lden : 55–59, 60–64, 65–69, 70–74,
en groter dan of gelijk aan 75 dB;
b. voor geluidsbelasting Lnight: 50–54, 55–59, 60–64, 65–69,
en groter dan of gelijk aan 70 dB.
§ 2. Geluidsbelastingkaarten voor een belangrijke weg of een
belangrijke hoofdspoorweg
Artikel 7
1. In de tabellen van een geluidsbelastingkaart voor een
belangrijke weg of een belangrijke hoofdspoorweg worden per
geluidsbelastingklasse en per gemeente ten minste aangegeven:
a. het aantal woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen dat is blootgesteld aan een
geluidsbelasting die groter is dan of gelijk is aan:
i. 55, 60, 65, 70 en 75 dB Lden;
ii. 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
b. het aantal bewoners van de onder a bedoelde woningen;
c. indien beschikbaar, een opgave van het aantal woningen dat
uit hoofde van de wet, de Woningwet of de Wet luchtvaart is
voorzien van extra geluidwering;
d. een opgave van de totale oppervlakte in km² die is
blootgesteld aan een geluidsbelasting Lden die hoger is dan 55,
65, respectievelijk 75 dB.
2. De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, zijn
exclusief de aantallen binnen agglomeraties en worden afgerond op
honderdtallen.
3. Indien het betrokken bestuursorgaan een geluidsbelastingkaart
vaststelt voor meer dan één belangrijke weg onderscheidenlijk voor
meer dan één belangrijke hoofdspoorweg, mogen de in het eerste lid
bedoelde gegevens worden aangegeven voor de gezamenlijke wegen
onderscheidenlijk hoofdspoorwegen.
Artikel 8
1.Op de geografische kaart of kaarten van een geluidsbelastingkaart
voor een belangrijke weg of een belangrijke hoofdspoorweg worden ten
minste aangegeven:
a. de ligging van de betrokken weg of hoofdspoorweg;
b. de geluidsbelasting vanwege de betrokken weg of
hoofdspoorweg, aangegeven door middel van:
i. contouren van 55, 60, 65, 70 en 75 dB Lden;
ii. contouren van 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
c. de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen die zijn gelegen binnen de onder b
bedoelde contouren;
d. de grenzen van stille gebieden, voorzover gelegen binnen een
afstand van 2,5 km tot de betrokken weg of hoofdspoorweg;
e. de gemeentegrenzen binnen de onder b bedoelde contouren;
f. de grenzen van agglomeraties binnen de onder b bedoelde
contouren.
2.De afstand, bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt gemeten
vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook
onderscheidenlijk vanuit de buitenste spoorstaaf.
§ 3. Geluidsbelastingkaarten voor een gemeente
Artikel 9
Burgemeester en wethouders van een tot een agglomeratie behorende
gemeente stellen voor elk van de in artikel 118, tweede lid, van de wet
genoemde categorieën van geluidsbronnen een of meer afzonderlijke
geluidsbelastingkaarten vast.
Artikel 10
1. In de tabellen van een geluidsbelastingkaart voor een gemeente
worden per geluidsbelastingklasse ten minste aangegeven:
a. het aantal woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen dat is blootgesteld aan een
geluidsbelasting die groter is dan of gelijk is aan:
i. 55, 60, 65, 70 en 75 dB Lden;
ii. 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
b. het aantal bewoners van de onder a bedoelde woningen;
c. indien beschikbaar, een opgave van het aantal woningen dat
uit hoofde van de wet, de Woningwet of de Wet luchtvaart is
voorzien van extra geluidwering.
2. De aantallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, worden
afgerond op honderdtallen.
Artikel 11
Op de geografische kaart of kaarten van een geluidsbelastingkaart
voor een gemeente worden aangegeven:
a. de grenzen van de gemeente;
b. de grenzen van de stille gebieden binnen de gemeente.
Artikel 12
1.Op de geografische kaart of kaarten van een geluidsbelastingkaart
voor een gemeente worden voorts aangegeven:
a. wegen;
b. spoorwegen die niet deel uitmaken van een weg.
2.Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde geluidsbronnen
worden aangegeven:
a. de ligging van de betrokken geluidsbronnen;
b. de geluidsbelasting vanwege de betrokken categorie van
geluidsbronnen, aangegeven door middel van:
i. contouren van 55, 60, 65, 70 en 75 dB Lden;
ii. contouren van 50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
voor zover deze contouren zijn gelegen binnen de gemeente;
c. de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen die zijn gelegen binnen de onder b
bedoelde contouren.
Artikel 13
1. Op de geografische kaart of kaarten van een
geluidsbelastingkaart voor een gemeente worden voorts aangegeven
luchthavens, voor zover de geluidsbelasting vanwege de luchthaven
binnen de gemeente overeenkomt met 55 dB Lden of meer dan wel 50 dB
Lnight of meer.
2. Ten aanzien van een zodanige luchthaven wordt aangegeven:
a. de ligging van de luchthaven;
b. een met het oog op de geluidsbelasting vastgesteld
beperkingengebied als bedoeld in hoofdstuk 8 of artikel 10.17 van
de Wet luchtvaart;
c. de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de
luchthaven, aangegeven door middel van:
i. contouren die overeenkomen met een geluidsbelasting van
55, 60, 65, 70 en 75 dB Lden;
ii. contouren die overeenkomen met een geluidsbelasting van
50, 55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
voorzover deze contouren zijn gelegen buiten de luchthaven;
d. de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige bestemmingen die zijn gelegen binnen de onder c
bedoelde contouren.
Artikel 14
1.Op de geografische kaart of kaarten van een geluidsbelastingkaart
voor een gemeente wordt voorts aangegeven de luchthaven Schiphol, voor
zover een of meer van de in het tweede lid, onder c, bedoelde punten
zijn gelegen binnen de gemeente.
2.Ten aanzien van de luchthaven Schiphol wordt aangegeven:
a. de ligging van de luchthaven;
b. de waarde of waarden van de ten hoogste toelaatbare
geluidsbelasting;
c. de punten buiten de luchthaven waar de ten hoogste
toelaatbare geluidsbelasting vanwege de luchthaven is bepaald;
d. de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen die de ten hoogste toelaatbare
geluidsbelasting vanwege de luchthaven ondervinden.
Artikel 15
1.Op de geografische kaart of kaarten van een geluidsbelastingkaart
voor een gemeente worden voorts aangegeven de inrichtingen waarop de
artikelen 16 en 17 geen betrekking hebben en waarvoor ingevolge de Wet
milieubeheer een ten hoogste toegelaten geluidsbelasting geldt die
overeenkomt met 55 dB Lden of meer dan wel 50 dB Lnight of meer.
2.Ten aanzien van zodanige inrichtingen worden aangegeven:
a. de ligging van de inrichting;
b. de waarde van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting;
c. de punten buiten de inrichting waar de ten hoogste
toelaatbare geluidsbelasting vanwege de inrichting is bepaald;
d. de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen die de ten hoogste toelaatbare
geluidsbelasting vanwege de inrichting ondervinden.
Artikel 16
1.Op de geografische kaart of kaarten van een geluidsbelastingkaart
voor een gemeente worden voorts aangegeven de industrieterreinen die
zijn gezoneerd krachtens de wet, voor zover de ten hoogste toelaatbare
geluidsbelasting vanwege de gezamenlijke inrichtingen op het
industrieterrein overeenkomt met 55 dB Lden of meer dan wel 50 dB
Lnight of meer.
2.Ten aanzien van zodanige industrieterreinen worden aangegeven:
a. de grenzen van het industrieterrein;
b. de zone rond het industrieterrein, vastgesteld overeenkomstig de
wet;
c. de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de
gezamenlijke inrichtingen op het industrieterrein, aangegeven door
middel van:
i. contouren die overeenkomen met een geluidsbelasting van 55,
60, 65, 70 en 75 dB Lden;
ii. contouren die overeenkomen met een geluidsbelasting van 50,
55, 60, 65 en 70 dB Lnight;
voorzover deze contouren zijn gelegen buiten het industrieterrein;
d. de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen die zijn gelegen binnen de onder c bedoelde
contouren.
Artikel 17
1.Op de geografische kaart of kaarten van een geluidsbelastingkaart
voor een gemeente worden voorts aangegeven de concentratiegebieden
voor horeca-inrichtingen onderscheidenlijk voor detailhandel en
ambachtsbedrijven.
2.Ten aanzien van zodanige concentratiegebieden worden aangegeven:
a. de grenzen van het concentratiegebied;
b. de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege de
betrokken inrichtingen, uitgedrukt in Lden en Lnight;
c. de woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en
geluidsgevoelige terreinen die zijn gelegen binnen het
concentratiegebied.
§ 4. Nadere regels
Artikel 18
Bij ministeriële regeling kan voor de toepassing van dit hoofdstuk
worden bepaald dat het aantal bewoners van woningen wordt bepaald op
basis van een bij die ministeriële regeling vastgesteld gemiddeld
aantal bewoners per woning.
Artikel 19
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de legenda bij de geografische kaarten.
Artikel 20
Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot de opstelling
van geluidsbelastingkaarten nadere regels worden gesteld ter uitvoering
van door de Commissie van de Europese Gemeenschappen opgestelde
richtsnoeren als bedoeld in bijlage IV, onderdeel 9, bij de richtlijn
omgevingslawaai.
Hoofdstuk 3. Verstrekken van gegevens
Artikel 21
1.Aan een verzoek om verstrekking van inlichtingen en gegevens als
bedoeld in artikel 118a, eerste of tweede lid, of 123b, eerste lid,
van de wet wordt voldaan binnen 3 maanden na de dag waarop het verzoek
is ontvangen, dan wel, indien de inlichtingen en gegevens nog niet
beschikbaar zijn, onverwijld nadat zij beschikbaar zijn gekomen.
2.Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke inlichtingen en
gegevens desverzocht in elk geval worden verstrekt.
Hoofdstuk 4. Actieplannen
§ 1. Algemeen
Artikel 22
1.Een actieplan bevat ten minste:
a. een beschrijving van de betrokken categorieën van
geluidsbronnen;
b. een vermelding van de bevoegde instantie;
c. een beschrijving van het wettelijke kader met betrekking tot
geluidsbelasting;
d. een samenvatting van de gegevens die zijn vervat in de
geluidsbelastingkaart of geluidsbelastingkaarten waarop het
actieplan berust;
e. een beschrijving van de wijze waarop aan eenieder de
gelegenheid is geboden om zienswijzen over het ontwerp van het
actieplan naar voren te brengen;
f. een inhoudelijke reactie op de onder e bedoelde zienswijzen;
g. een overzicht van belangrijke infrastructurele werken die
zijn voorgenomen in de planperiode;
h. een overzicht van bestaande en in voorbereiding of
uitvoering zijnde bron- en overdrachtsmaatregelen met betrekking
tot de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen;
i. een overzicht en een beoordeling van het aantal bewoners van
woningen dat door geluid ten gevolge van de betrokken geluidsbron
of geluidsbronnen wordt gehinderd of ernstig gehinderd dan wel van
wie daardoor de slaap wordt verstoord;
j. een schatting van het effect van de voorgenomen maatregelen
op het aantal van de onder i bedoelde bewoners van woningen;
k. voor zover beschikbaar en openbaar, financiële informatie
met betrekking tot de voorgenomen maatregelen;
l. een evaluatie van de uitvoering en de resultaten van het
vorige actieplan.
2.Een actieplan bevat voorts een beknopte samenvatting van de in
het eerste lid bedoelde aspecten.
3.Een actieplan voor een gemeente bevat voorts:
a. een beschrijving van de gemeente;
b. een inhoudelijke reactie op de wensen en zienswijze over het
ontwerp van het actieplan die door de gemeenteraad ter kennis van
burgemeester en wethouders zijn gebracht.
Artikel 23
1. Een actieplan bevat een beschrijving van het beleid voor de
eerstkomende vijf jaren en, voor zover dit redelijkerwijs is aan te
geven, voor de vijf jaren daarna, om de geluidsbelasting vanwege de
betrokken geluidsbron of geluidsbronnen te beperken.
2. In de beschrijving van het beleid wordt in elk geval aandacht
besteed aan de situaties waarin de ten hoogste toelaatbare
geluidsbelasting ingevolge de wet, de Wet luchtvaart dan wel de Wet
milieubeheer, vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen,
wordt overschreden.
3. Afzonderlijk wordt aandacht besteed aan de situaties waarin
tevens de waarde wordt overschreden die ingevolge de wet bij de
vaststelling van de hogere waarde niet te boven mag worden gegaan.
4. Voorts wordt in elk geval het beleid ter bescherming van stille
gebieden beschreven.
Artikel 24
1.In een actieplan wordt een plandrempel aangegeven, zijnde een
daarbij aangegeven geluidsbelasting Lden en geluidsbelasting Lnight,
vanwege de betrokken geluidsbron of geluidsbronnen, van de gevel van
woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen dan wel aan de grens van
geluidsgevoelige terreinen.
2.De plandrempel kan voor verschillende categorieën van gevallen
verschillend worden vastgesteld.
3.In het actieplan wordt in elk geval aangegeven welke maatregelen
worden overwogen of in uitvoering zijn om te voorkomen of ongedaan te
maken dat de plandrempel wordt overschreden.
4.Het actieplan geeft tevens de planning en de te verwachten
effecten van de maatregelen aan.
§ 2. Nadere regels
Artikel 25
Het percentage bewoners van woningen per geluidsbelastingklasse dat
door een of meer geluidsbronnen wordt gehinderd of ernstig gehinderd dan
wel van wie daardoor de slaap wordt verstoord, wordt bepaald aan de hand
van de in een ministeriële regeling opgenomen dosis-effectrelaties.
Artikel 26
Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot actieplannen
nadere regels worden gesteld ter uitvoering van door de Commissie van de
Europese Gemeenschappen opgestelde richtsnoeren als bedoeld in bijlage
V, onderdeel 4, bij de richtlijn omgevingslawaai.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 27
Dit besluit en de Wet van 30 juni 2004 tot wijziging van de Wet
geluidhinder, de Wet luchtvaart en de Spoorwegwet in verband met de
implementatie van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de
beheersing van omgevingslawaai, PbEG L 189 (geluidbelastingkaarten en
actieplannen) treden in werking met ingang van 18 juli 2004.
Artikel 28
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit omgevingslawaai.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 6 juli 2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
Uitgegeven de vijftiende juli 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|