| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet geluidhinder (WGH)
BESLUIT
SANERINGSMAATREGELEN INDUSTRIETERREINEN 1994
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 14 december 1994, houdende vaststelling
van een Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen 1994
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer van 7 juli 1994, nr. MJZ07794033, Centrale Directie
Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op de artikelen 68, derde lid, 71, vierde
lid, en 174 van de Wet geluidhinder;
De Raad van State gehoord (advies van 23
september 1994, nr. W08.94.0437);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 8 december
1994 nr. MJZ 08d94037, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling
Wetgeving;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Wet geluidhinder;
b. akoestisch onderzoek: onderzoek als bedoeld in artikel 62 van
de wet;
c. saneringsprogramma: programma van maatregelen als bedoeld in
artikel 62, tweede lid, van de wet.
Artikel 2
1.Een saneringsprogramma kan uitsluitend een of meer maatregelen
bevatten die strekken tot:
a. vermindering van de geluidproduktie van de op het
industrieterrein aanwezige geluidsbronnen;
b. vermindering van de geluidsoverdracht vanuit de op het
industrieterrein aanwezige geluidsbronnen naar de betrokken
woningen;
c. aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan de betrokken
woningen;
d. verplaatsing van één of meer van de aanwezige
geluidsbronnen op het industrieterrein naar een ander
industrieterrein of
e. onttrekking aan de bestemming van één of meer van de
betrokken woningen.
2.Maatregelen als bedoeld in het eerste lid, onder b en c, komen
slechts in aanmerking voor opneming in het saneringsprogramma, voor
zover de toepassing van maatregelen als bedoeld in het eerste lid,
onder a, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende
bezwaren ontmoet van financiële aard.
3.Maatregelen als bedoeld in het eerste lid, onder d en e, komen
slechts in aanmerking voor opneming in het saneringsprogramma, voor
zover de toepassing van maatregelen als bedoeld in het eerste lid,
onder a, b, of c, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel
overwegende bezwaren ontmoet van stedebouwkundige, verkeerskundige,
landschappelijke of financiële aard.
Artikel 2a
Gedeputeerde staten kunnen bij het opstellen van een
saneringsprogramma uitgaan van een geluidsbelasting, vanwege het
industrieterrein, die het gevolg is van de te verwachten ontwikkelingen,
indien een maatregel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d,
wordt genomen in het kader van een herstructurering van een
industrieterrein.
Artikel 3
1.Maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, kunnen slechts
in een saneringsprogramma worden opgenomen, voor zover de redelijke
verwachting bestaat dat zij uiterlijk in het kalenderjaar 2002 zijn
uitgevoerd.
2.Indien artikel 2a van toepassing is, kunnen in afwijking van het
eerste lid, maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, in een
saneringsprogramma worden opgenomen, voor zover de redelijke
verwachting bestaat dat zij uiterlijk in het kalenderjaar 2009 zijn
uitgevoerd.
3.Onze Minister kan op een met redenen omkleed verzoek van
gedeputeerde staten toestaan, dat de in een saneringsprogramma
opgenomen maatregelen na 31 december 2002 worden uitgevoerd.
Artikel 4
1.Op de voorbereiding van het door gedeputeerde staten op te
stellen saneringsprogramma is afdeling 3.4 van de Algemene wet
bestuursrecht van toepassing.
2.Ingeval Onze Minister overeenkomstig artikel 170, derde lid, van
de wet een saneringsprogramma opstelt is het eerste lid van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 5
1. Het saneringsprogramma bevat ten minste:
a. een beschrijving van de wijze waarop aan de voorschriften
inzake geluidhinder, die zijn verbonden aan de vergunning, wordt
voldaan met betrekking tot op het industrieterrein gelegen:
1°. inrichtingen die zijn aangewezen krachtens artikel 41
van de wet, en
2°. andere inrichtingen dan die bedoeld onder 1°,
waarvoor krachtens artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e,
van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de
Kernenergiewet een vergunning is verleend;
b. een opsomming van de woningen die ten tijde van de
vaststelling van de zone een hogere geluidsbelasting, vanwege het
industrieterrein, ondervonden dan 55 dB(A);
c. een beschrijving van de mogelijk te treffen maatregelen als
bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, d en e, onder
vermelding van het effect daarvan op de geluidsbelasting, vanwege
het industrieterrein, van de mogelijk aan te brengen fasering in
de uitvoering van deze maatregelen, van de geschatte kosten die
aan deze maatregelen zijn verbonden, alsmede van de
geluidsbelasting die de onder b bedoelde woningen blijven
ondervinden vanwege het industrieterrein indien deze maatregelen
zijn uitgevoerd;
d. de keuze die gemaakt is uit de onder c bedoelde maatregelen,
onder overeenkomstige vermelding van de onder c bedoelde gegevens;
e. een onderbouwing van de geluidsbelasting die het gevolg is
van te verwachten ontwikkelingen ingeval van maatregelen als
bedoeld in artikel 2a;
f. een verklaring dat maatregelen als bedoeld in artikel 111,
eerste lid, van de wet, zullen worden getroffen, indien de
geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen meer bedraagt
dan 40 dB(A).
2. Een saneringsprogramma bevat voorts één of meer kaarten, met
bijbehorende verklaring, waarbij in elk geval de begrenzing van het
industrieterrein en de rond dat terrein vastgestelde zone met een
duidelijke lijn op de kaarten wordt aangegeven.
Deze kaart of kaarten worden ingericht met inachtneming van de
volgende voorschriften:
a. de kaarten worden getekend op een duidelijke ondergrond;
b. de begrenzing van het gebied waarop het plan betrekking
heeft, wordt met een duidelijke lijn op de kaarten aangegeven;
c. de kaarten worden vervaardigd op een schaal van ten minste 1
op 10 000, tenzij de omvang van het gebied of de aard van het plan
een andere schaal noodzakelijk maakt;
d. uit de kaarten moet blijken de aansluiting van het in het
plan begrepen gebied aan het daaromheen gelegen gebied;
e. indien een bestemmingsplan uit meerdere kaarten bestaat,
moet uit een overzichtskaart de aansluiting van de kaarten
onderling en de aansluiting aan het daaromheen gelegen gebied
blijken;
f. op de kaarten worden de schaal en de noordpijl aangegeven;
g. op de kaarten worden de bestaande gebouwen en de namen van
de belangrijkste wegen, straten en waterwegen aangegeven.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld met
betrekking tot de vormgeving en inrichting van het saneringsprogramma
en tot de gegevens die het saneringsprogramma dienen te vergezellen.
Artikel 6 [Vervallen per 01-04-2008]
Artikel 7 [Vervallen per 01-04-2008]
Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2008]
Artikel 9 [Vervallen per 01-04-2008]
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit saneringsmaatregelen
industrieterreinen 1994.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 14 december 1994
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
Margaretha de Boer
Uitgegeven de negenentwintigste december 1994
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|