In deze regeling wordt verstaan onder:
geluidsbron: geluidafstralend toestel, apparaat, gebouw of
activiteit, dan wel een combinatie hiervan, binnen een inrichting of
industrieterrein;
immissiepunt: plaats waarop het langtijdgemiddeld
beoordelingsniveau wordt bepaald;
immissierelevante bronsterkte: geluidvermogensniveau van een
denkbeeldige bron, gelegen in het centrum van de werkelijke geluidsbron,
die in de richting van het immissiepunt dezelfde geluiddrukniveaus
veroorzaakt als de werkelijke geluidsbron;
representatieve bedrijfssituatie: toestand waarbij de voor de
geluidproductie relevante omstandigheden kenmerkend zijn voor een
bedrijfsvoering bij volledige capaciteit in het te beschouwen gedeelte
van het etmaal;
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: equivalente geluidsniveau
als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
Bij de bepaling van het
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op een immissiepunt buiten een
woning, gebouw of ander object ten behoeve van de vaststelling van de
geluidsbelasting vanwege een industrieterrein of een gedeelte daarvan
wordt rekening gehouden met:
a. de over de betreffende periode energetisch gemiddelde
immissierelevante bronsterkte bij een representatieve
bedrijfssituatie;
b. de verzwakking van het geluid ten gevolge van geometrische
uitbreiding van het geluidsveld;
c. meteorologische invloeden;
d. de verzwakking van het geluid door absorptie van de
geluidsenergie in de atmosfeer;
e. de invloed van de bodem op de geluidsoverdracht;
f. reflectie van het geluid;
g. afscherming van het geluid;
h. de invloed van de vegetatie op de geluidsoverdracht;
i. de invloed van bebouwing in de overdrachtsweg.
2. Bij de bepaling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau
op een immissiepunt buiten een woning of ander geluidsgevoelig gebouw
ten behoeve van de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een
industrieterrein of een gedeelte daarvan wordt slechts rekening gehouden
met het op het immissiepunt invallend geluid.
3. Indien de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een
industrieterrein plaats vindt ten behoeve van de vaststelling of
wijziging van een geluidszone rond dat terrein, bevindt het immissiepunt
zich op een hoogte van vijf meter boven het maaiveld.
4. Indien de vaststelling van de geluidsbelasting vanwege een
industrieterrein plaats vindt ten behoeve van de vaststelling van de
geluidsbelasting van de gevel van woningen, gebouwen of andere objecten,
bevindt het immissiepunt zich op het punt van de gevel, waar de hoogste
geluidsbelasting optreedt.
Artikel 3
Bepaling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau vanwege een
industrieterrein of een gedeelte daarvan vindt plaats volgens een van de
methoden van de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (ISBN
90 422 02327), onder de in genoemde handleiding bepaalde voorwaarden.
Artikel 4
1. Van de in artikel 3 bedoelde methoden kan, na overleg met
betrokkenen, geheel of gedeeltelijk worden afgeweken, indien:
a. aannemelijk wordt gemaakt dat die werkwijze:
1e. e. een belangrijke tijdsbesparing of kostenbesparing oplevert
en in de betreffende situatie nagenoeg even nauwkeurig is als een
van de methoden van de in artikel 3 bedoelde handleiding, of
2e. e. in de betreffende situatie belangrijk nauwkeuriger is dan
een van de methoden van de in artikel 3 bedoelde handleiding, of
3e. e. voldoende nauwkeurig is en geen van de methoden van de in
artikel 3 bedoelde handleiding in de betreffende situatie leidt tot
een voldoende representatief langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en
b. de alternatieve methode zodanig is gedocumenteerd dat
herhalingsmetingen of herhalingsberekeningen kunnen worden uitgevoerd
en de resultaten daarvan kunnen worden gereproduceerd.
2. Voor akoestisch onderzoek als bedoeld in de artikelen 43, 62
en 71 van de Wet geluidhinder worden onder betrokkenen, als bedoeld in
het eerste lid, in ieder geval begrepen:
a. indien burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn:
gedeputeerde staten, de Kamer van Koophandel of het bedrijfschap en
indien sprake is van een gemeentegrens overschrijdende geluidszone het
gemeentebestuur van betreffende gemeente;
b. indien gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn: het
gemeentebestuur, de Kamer van Koophandel of het bedrijfschap en indien
sprake is van een grens overschrijdende geluidszone het
gemeentebestuur van betreffende gemeente.
Artikel 5
De resultaten van het akoestisch onderzoek, ter bepaling van het
langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, bedoeld in artikel 2, worden
vastgelegd in een akoestisch rapport, waarin inzichtelijk is gemaakt,
welke meet- of rekenmethode is toegepast, welke invoergegevens zijn
gebruikt en op welke wijze de resultaten zijn verkregen.
Voor een akoestisch onderzoek als
bedoeld in artikel 43 van de Wet geluidhinder wordt een van de in de
artikelen 3 of 4 bedoelde methoden toegepast vanaf het tijdstip van
inwerkingtreding van deze regeling.
2. Voor een akoestisch onderzoek als bedoeld in artikel 62 of 71
van de Wet geluidhinder wordt een van de in de artikelen 3 of 4 bedoelde
methoden toegepast vanaf het tijdstip dat het bevoegd gezag zulks, na
overleg met betrokkenen heeft besloten.
3. Onder betrokkenen als bedoeld in het tweede lid, worden in
ieder geval begrepen:
a. indien burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn:
gedeputeerde staten, de Kamer van Koophandel of het bedrijfschap en
indien sprake is van een gemeentegrens overschrijdende geluidszone het
gemeentebestuur van de betreffende gemeente;
b. indien gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn: het
gemeentebestuur, de Kamer van Koophandel of het bedrijfschap en indien
sprake is van een gemeentegrens overschrijdende geluidszone het
gemeentebestuur van betreffende gemeente.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 8
Deze regeling kan worden aangehaald als: Meet- en rekenvoorschrift
industrielawaai.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
`s-Gravenhage, 31 mei 2001.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.P. Pronk.