| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet
gemeenschappelijke regelingen (Wgr)
GEMEENSCHAPPELIJKE
REGELING SCHADESCHAP LUCHTHAVEN SCHIPHOL
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Verkeer en Waterstaat, Provinciale Staten van de provincie
Noord-Holland, het algemeen bestuur van het waterschap
Groot-Haarlemmermeer, de raden van de gemeenten Aalsmeer, Akersloot,
Amstelveen, Alkemade, Amsterdam - alsmede de raden van de stadsdelen
Osdorp, Buitenveldert, Geuzenveld-Slotermeer, Slotervaart/Overtoomseveld,
Watergraafsmeer, Zuid en Zuid-Oost - Beverwijk, Haarlem, Haarlemmermeer,
Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemskerk, Jacobswoude, Liemeer, Ouder
Amstel, Sassenheim, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Warmond, Zaanstad;
Gelet op de artikelen 94 en 95 van de Wet
gemeenschappelijke regelingen;
Besluit:
Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
a. de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
b. het Schap: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 3;
c. de Minister: de Minister van Verkeer en Waterstaat;
d. de provincie: de provincie Noord-Holland;
e. het waterschap: het waterschap Groot-Haarlemmermeer;
f. de deelnemers: de raden van de gemeenten Aalsmeer, Akersloot,
Amstelveen, Alkemade, Amsterdam
- alsmede de raden van de stadsdelen Osdorp, Buitenveldert,
Geuzenveld-Slotermeer, Slotervaart/Overtoomseveld, Watergraafsmeer,
Zuid en Zuid-Oost - Beverwijk, Haarlem, Haarlemmermeer,
Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemskerk, Jacobswoude, Liemeer,
Ouder Amstel, Sassenheim, Uitgeest, Uithoorn, Velsen, Warmond,
Zaanstad, de provinciale staten van de provincie Noord-Holland, het
algemeen bestuur van het waterschap Groot-Haarlemmermeer en de
Minister;
g. de Planologische Kernbeslissing (PKB): De Planologische
Kernbeslissing ’Schiphol en Omgeving’, deel 4, zoals goedgekeurd
door de Staten-Generaal op 29 november 1995 (Hand. Tweede Kamer,
1994-1995, 23 552) en zoals luidend op 19 februari 2003;
h. de wet: hoofdstuk 8 van de Wet luchtvaart;
i. het Luchthavenindelingbesluit: het Luchthavenindelingbesluit
Schiphol;
j. het Luchthavenverkeerbesluit: het Luchthavenverkeerbesluit
Schiphol.
Hoofdstuk II. Doel van de regeling
Artikel 2
De regeling heeft tot doel een voor belanghebbenden duidelijke,
deskundige en doelmatige afhandeling - de besluitvorming naar dezelfde
maatstaven daarbij begrepen - te bevorderen van verzoeken om
schadevergoeding die verband houden met de uitbreiding van het
luchtvaartterrein Schiphol, zoals vastgelegd in de Planologische
Kern-beslissing, alsmede met de inwerkingtreding van de wet van 27 juni
2002 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake de inrichting en het
gebruik van de luchthaven Schiphol (Stb. 374), het
Luchthavenindelingbesluit en het Luchthavenverkeerbesluit.
Hoofdstuk III. Het Schap
Artikel 3. [schap, plaats van vestiging]
1. Er is een rechtspersoonlijkheid
bezittend openbaar lichaam genaamd: Schadeschap Luchthaven Schiphol.
2. Het Schap is gevestigd in Hoofddorp (gemeente Haarlemmermeer).
Artikel 4. [bestuursorganen]
De bestuursorganen van het Schap zijn:
a. het algemeen bestuur;
b. het dagelijks bestuur;
c. de voorzitter;
d. de besliscommissie, als bedoeld in artikel 19.
Hoofdstuk IV. Het algemeen bestuur
Artikel 5. [samenstelling, stemrecht, plaatsvervanging]
1. Het algemeen bestuur bestaat uit één
en dertig leden.
2. Twee leden van het algemeen bestuur worden door de Minister
aangewezen.
3. De overige leden van het algemeen bestuur worden aangewezen
door:
— de raden, van de deelnemende gemeenten en stadsdelen, uit hun
midden, de voorzitter van die raden inbegrepen;
— de provinciale staten van de provincie, uit hun midden, de
voorzitter van die staten inbegrepen;
— het algemeen bestuur van het waterschap, uit zijn midden, de
voorzitter van dat bestuur inbegrepen.
4. De leden van het algemeen bestuur, bedoeld in het derde lid,
hebben elk een stem, met dien verstande dat het lid van de gemeente
Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Haarlemmerliede en Spaarnwoude,
Haarlemmermeer en Zaanstad een tweevoudige stem heeft. De leden, bedoeld
in het tweede lid, hebben ieder een aantal stemmen dat de helft van het
aantal stemmen dat de overige leden kunnen uitoefenen vertegenwoordigt,
met dien verstande dat zij tezamen nooit meer stemmen kunnen uitoefenen
dan de overige, aanwezige leden tezamen.
5. Artikel 15, eerste lid, Gemeentewet; artikel 15, eerste lid,
Provinciewet; artikel 33, eerste lid, Waterschapswet en X 8 Kieswet zijn
van overeenkomstige toepassing op de resp. leden, bedoeld in het derde
lid.
6. De Minister kan een plaatsvervanger aanwijzen voor de door hem
aangewezen leden van het algemeen bestuur.
7. Elk der raden kan uit zijn midden een plaatsvervanger
aanwijzen voor het door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur.
8. Provinciale staten kunnen uit hun midden een plaatsvervanger
aanwijzen voor het door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur.
9. Het algemeen bestuur van het waterschap kan uit zijn midden
een plaatsvervanger aanwijzen voor het door hem aangewezen lid van het
algemeen bestuur.
10. Het ten aanzien van de leden bepaalde in de regeling, alsmede
in de Wet gemeenschappelijke regelingen, is van overeenkomstige
toepassing op hun plaatsvervangers.
Artikel 6. zittingsduur, vervanging, ontslag]
1. De door de Minister benoemde leden van het algemeen bestuur
worden benoemd voor onbepaalde tijd.
2. De leden, bedoeld in artikel 5, derde lid, worden aangewezen
voor een zittingsduur van vier jaar. Zij treden evenwel af op de dag
waarop de zittings-periode van de gemeenteraad en stadsdeelraad resp. de
provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap, afloopt.
3. De gemeenteraad en stadsdeelraad, resp. de provinciale staten
en het algemeen bestuur van het waterschap besluiten in de eerste
vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van het lid en
zijn plaatsvervanger van het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen
opnieuw als lid worden aangewezen.
4. Een lid van het algemeen bestuur dat ophoudt lid of voorzitter
van het bestuursorgaan te zijn dat hem als lid van het algemeen bestuur
heeft aangewezen, houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur
te zijn.
5. Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag
nemen.
Hij deelt zijn ontslag mede aan het bestuursorgaan dat hem heeft
aangewezen (art. 5, lid 3), onderscheidenlijk de Minister (art. 5, lid
2).
6. Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen
bestuur vacant of beschikbaar komt. wijst het betreffende bestuursorgaan
(art. 5, lid 3) onderscheidenlijk de Minister (art. 5,Iid 2), ten
spoedigste, doch in elk geval binnen twee maanden, een nieuw lid aan.
7. Van elke aanwijzing of wijziging daarin doet het college van
burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente, het dagelijks
bestuur van het stadsdeel, het college van gedeputeerde staten van de
provincie of het dagelijks bestuur van het waterschap onderscheidenlijk
de Minister schriftelijke mededeling aan het dagelijks bestuur.
Artikel 7. [vergaderfrequentie, stemming]
1. Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar
en voorts zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste
drie leden zulks schriftelijk, onder opgave van de te behandelen
onderwerpen, hebben verzocht. Een gelijk verzoekrecht komt toe aan de
in artikel 5, tweede lid, bedoelde leden.
2. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.
Wordt over een voorstel geen stemming gevraagd, dan is het aangenomen.
3. Staken de stemmen bij een stemming over personen tot wie de
keuze door een voordracht is beperkt, dan wordt in dezelfde vergadering
een herstemming gehouden.
Staken de stemmen bij herstemming opnieuw, dan beslist terstond het
lot.
4. Staken de stemmen bij een stemming over een ander onderwerp
dan bedoeld in het derde lid, dan is het voorstel niet aangenomen. Is de
vergadering niet voltallig, dan wordt bij staking van de stemmen het
nemen van een besluit verdaagd tot een volgende vergadering. Staken de
stemmen in deze volgende vergadering, ongeacht of deze voltallig is of
niet, opnieuw dan is het voorstel niet aangenomen.
5. Is een voorstel door staking van de stemmen niet aangenomen,
dan wordt op een daartoe strekkend verzoek van het algemeen bestuur,
bindend advies ingewonnen door een door de president van de rechtbank te
Haarlem aan wijzen onafhankelijke en onpartijdige deskundige.
Artikel 8. [verantwoording, ontslag, inlichtingen]
1. Een lid van het algemeen bestuur is aan het bestuursorgaan
dat hem als lid heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor de
uitoefening van zijn lidmaatschap.
2. Een lid van het algemeen bestuur kan door het bestuursorgaan,
dat hem heeft aangewezen, worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen
van dat bestuursorgaan niet meer bezit.
3. Op de procedure van het ontslag van een lid, bedoeld in
artikel 5, derde lid, zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet, de
artikelen 49 en 50 van de Provinciewet en artikel 41, vijfde lid van de
Waterschapswet van overeenkomstige toepassing.
4. Onverminderd artikel 16, zesde lid, Wet gemeenschappelijke
regelingen geeft een lid van het algemeen bestuur mondeling of
schriftelijk de door een of meer leden van het bestuursorgaan,
onderscheidenlijk de Minister, die hem als lid heeft aangewezen,
gevraagde inlichtingen.
5. Over al hetgeen het Schap betreft dient het algemeen bestuur
de deelnemers desgevraagd van bericht en raad.
Artikel 9. [bevoegdheid, soort schade]
1. Onverminderd artikel 19 is het algemeen bestuur bij
uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing
op een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 49 van de
Wet op de Ruimtelijke Ordening, doch uitsluitend voor zover deze
aanvraag verband houdt met schade ten gevolge van de aanwijzingen
bedoeld in de artikelen 24, 26 en 27 van de Luchtvaartwet ten behoeve
van het luchtvaartterrein Schiphol (besluiten van de Minister van
Verkeer en Waterstaat en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 23 oktober 1996, Stcrt. 1996, 211).
2. Onverminderd artikel 19 is het algemeen bestuur bij
uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op
een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 49 van de Wet op
de Ruimtelijke Ordening, doch uitsluitend voor zover deze aanvraag
verband houdt met schade ten gevolge van:
a. de in de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving
(besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat, de Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister
van Economische Zaken zoals goedgekeurd door de Staten-Generaal op 29
november 1995) aangegeven ’Veiligheidszone in ruime en engere zin
voor het vier- en vijfbanenstelsel’ (figuur 7) en de ’Begrenzing
Vrijwaringszone’ (figuur 11);
b. de in hoofdstuk VIII (’Beleidskeuzen ruimtelijke inrichting’)
van de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving bedoelde
aanpassingen in het hoofdwegennet in het gebied Haarlemmermeer-Noord,
zijnde de aanleg van de Verlengde Westrandweg (rijksweg A5: tracé
gedeelte tussen de Ringvaart, parallel aan de Zwanenburgbaan tot de
aansluiting bij de Kruisweg op de rijksweg A4, zoals opgenomen in het
besluit van de minister van V&W d.d. 15 juli 1992) en de aanleg
van de omgelegde rijksweg A9 om Badhoevedorp (tracé zuidelijk
omBadhoevedorp, tussen Rottepolderplein en knooppunt Badhoevedorp,
overeenkomstig een nog door de minister van Verkeer en Waterstaat te
nemen tracébesluit op basis van art. 15 Tracéwet);
c. de in hoofdstuk VIII (’Beleidskeuzen ruimtelijke inrichting’)
van de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving (bedoelde
aanpassingen in de wegen- en groenstructuur in het gebied
Haarlemmermeer-Noord, zijnde: de aanleg van de provinciale weg
N22-Noord tracégedeelte vanaf de A205 langs de IJtocht tot aan de
Geniedijk) zoals aangegeven in het besluit van Provinciale Staten van
2 september 1996, nr. 51; de aanleg van het groengebied ’Groene
Carré’ zoals aangegeven in de partiële herziening van het
streekplan ANZKG voor Haarlemmermeer/ Schiphol, door Provinciale
Staten vastgesteld bij besluit van 18 december 1995, nr. 76 (het
gedeelte aan weerszijden van de A9, het gedeelte aan de westzijde van
de A4, het gedeelte langs de noordzijde van de N201 en het gedeelte
ten westen van de IJtocht tussen de Geniedijk en de A9; de ruimtelijke
reservering voor de aanleg van de openbaar vervoerbaan ’Zuidtangent’
(tussen de Ringvaart Haarlemmermeer nabij Vijfhuizen enerzijds en
Schiphol Noord (nabij de A9) zoals in het Meerjarenprogramma
Infrastructuur en Transport 1988-2002, onder projectnummer a.040
opgenomen;
d. de in hoofdstuk Vlll (’Beleidskeuzen ruimtelijke inrichting’)
van de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving bedoelde
aanpassingen in de waterhuishouding in het gebied Haarlemmermeer-Noord
door de aanleg van waterlopen en bijbehorende infrastructurele werken,
zoals aangegeven in het door het waterschap Groot-Haarlemmermeer in
november 1997 vastgestelde waterhuishoudkundig plan (variant IlBb);
e. de in hoofdstuk VIII (’Beleidskeuzen ruimtelijke inrichting’)
van de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving bedoelde
aanpassingen in het lokale wegennet in het gebied Haarlemmermeer-Noord,
zijnde: de aanleg van keerlussen in de IJweg, Vijfhuizerweg en
Rijnlanderweg, alsmede de aanleg van een fietspad langs de geplande
rijksweg A5 (tussen Hoofdvaart-westzijde en de IJweg) en van een
fietspad langs de geplande start- en landingsbaan 5P (tussen de
Schipholweg en de IJweg) en de A5, alsmede bijbehorende
infrastructurele werken.
3a. Onverminderd artikel 19 is het algemeen bestuur voorts bij
uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op
een aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 21 van de
aanwijzing van de Minister van Verkeer en Waterstaat, handelende in
overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, bedoeld in het eerste lid.
3b. Bovendien is het algemeen bestuur, onverminderd artikel 19,
bij uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing
op een aanvraag om schadevergoeding als bedoeld in artikel 2, eerste lid
van de Regeling Nadeelcompensatie Rijkswaterstaat (Stcrt. 1991, 251),
doch uitsluitend voor zover deze aanvraag verband houdt met schade ten
gevolge van de in hoofdstuk VIII (’Beleidskeuzen ruimtelijke
inrichting’) van de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving
bedoelde aanpassingen in het hoofdwegennet in het gebied
Haarlemmermeer-Noord, zijnde de aanleg van de Verlengde Westrandweg
(rijksweg A5: tracé gedeelte tussen de Ringvaart, parallel aan de
Zwanenburgbaan tot de aansluiting bij de Kruisweg op de rijksweg A4,
zoals opgenomen in het besluit van de minister van V&W d.d. 15 juli
1992) en de aanleg van de omgelegde rijksweg A9 om Badhoevedorp (tracé
zuidelijk om Badhoevedorp, tussen Rottepolderplein en knooppunt
Badhoevedorp), overeenkomstig een nog door de minister van V&W te
nemen tracébesluit.
3c. Voorts is het algemeen bestuur, onverminderd artikel 19, bij
uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op
een aanvraag om vergoeding van schade welke het gevolg is van
rechtmatige besluiten van bestuursorganen van de provincie
Noord-Holland, resp.rechtmatige feitelijke handelingen van, of in
opdracht van de provincie Noord-Holland, die verband houden met de in
hoofdstuk VIII (’Beleidskeuzen ruimtelijke inrichting’) van de
Planologische Kernbeslissing Schiphol en omgeving bedoelde aanpassingen
in de wegen- en groenstructuur in het gebied Haarlemmermeer-Noord.,
zijnde: de aanleg van de provinciale weg N22-Noord (tracégedeeelte
vanaf de A205 langs de IJtocht tot aan de Geniedijk) zoals aangegeven in
het besluit van Provinciale Staten van 2 september 1996, nr. 51; de
aanleg van het groengebied ’Groene Carré’ zoals aangegeven in de
partiële herziening van het streekplan ANZKG voor
Haarlemmermeer/Schiphol, door Provinciale Staten vastgesteld bij besluit
van 18 december 1995. nr. 76 (het gedeelte aan weerszijden van de A9,
het gedeelte aan de westzijdevan de A4, het gedeelte langs de noordzijde
van de N201 en het gedeelte ten westen van de IJtocht tussen de
Geniedijk en de A9; de ruimtelijke reservering voor de aanleg van de
openbaar vervoerbaan ’Zuidtangent’ (tussen de Ringvaart
Haarlemmermeer nabij Vijfhuizen enerzijds en Schiphol Noord nabij de A9)
zoals in het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport 1988-2002,
onder projectnummer a.040 opgenomen.
3d. Voorts is het algemeen bestuur, onverminderd artikel 19, bij
uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op
een aanvraag om vergoeding van schade welke het gevolg is van
rechtmatige besluiten van bestuursorganen van het Waterschap
Groot-Haarlemmermeer, resp. rechtmatige feitelijke handelingen van, of
in opdracht van het Waterschap Groot-Haarlemmermeer, die verband houden
met de in hoofdstuk VIII (’Beleidskeuzen ruimtelijke inrichting’)
van de Planologische Kernbeslissing Schiphol en Omgeving bedoelde
aanpassingen in de waterhuishouding in het gebied Haarlemmermeer-Noord
door de aanleg van waterlopen en bijbehorende infrastructurele werken,
zoals aangegeven in het door het waterschap Groot-Haarlemmermeer in
november 1997 vastgestelde waterhuishoudkundig plan (variant IlBb);
3e. Voorts is het algemeen bestuur, onverminderd artikel 19, bij
uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op
een aanvraag om vergoeding van schade welke het gevolg is van
rechtmatige besluiten van bestuursorganen van de gemeente
Haarlemmermeer, resp.feitelijke handelingen van, of in opdracht van de
gemeente Haarlemmermeer, welke verband houden met de in hoofdstuk VIII (’Beleidskeuzen
ruimtelijke inrichting’) van de Planologische Kernbeslissing Schiphol
en Omgeving bedoelde aanpassingen in het lokale wegennet in het gebied
Haarlemmermeer-Noord. zijnde: de aanleg van keerlussen in de IJweg,
Vijfhuizerweg en Rijnlanderweg, alsmede de aanleg van een fietspad langs
de geplande rijksweg A5 (tussen Hoofdvaart-westzijde en de IJweg) en van
een fietspad langs de geplande start- en landingsbaan 5P (tussen de
Schipholweg en de IJweg) en de A5, alsmede bijbehorende infrastructurele
werken;
3f. Onverminderd artikel 19 is het algemeen bestuur tevens bij
uitsluiting bevoegd ter zake van de behandeling van en de beslissing op
een aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 8.31 van de Wet
luchtvaart.
3g. Voorts is het algemeen bestuur bij uitsluiting bevoegd ter
zake van de behandeling van en de beslissing op een aanvraag om
vergoeding van schade welke het gevolg is van rechtmatige besluiten of
feitelijke handelingen van of in opdracht van een of meer van de
deelnemers, welke verband houden met de wet, het
Luchthavenindelingbesluit of het Luchthavenverkeerbesluit.
Artikel 10 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Hoofdstuk V. Het dagelijks bestuur
Artikel 11 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel 12. [besluitvorming]
1. Het dagelijks bestuur kiest uit zijn
midden voor de duur van zijn zittingsperiode een
plaatsvervangend-voorzitter die de voorzitter bij diens afwezigheid
vervangt.
2. Elk lid van het dagelijks bestuur heeft een stem.
Artikel 13. [taken]
Het dagelijks bestuur is belast met:
a. de voorbereiding van alles waarover in de vergadering van het
algemeen bestuur zal worden beraadslaagd en besloten;
b. de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur en van
de besliscommissie;
c. het beheren van de inkomsten en uitgaven van het Schap;
d. de zorg voor de controle op het geldelijk beheer en de
boekhouding;
e. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als
buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van
verjaring of verlies van recht of bezit;
f. het verstrekken van inlichtingen aan de deelnemers.
Artikel 14 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel 15 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Artikel 16. [ontslag]
1. Een lid van het dagelijks bestuur kan
te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan het
bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen, onderscheidenlijk aan de
Minister.
2. Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen
bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen
bestuur niet meer bezit.
Hoofdstuk VI. De voorzitter
Artikel 17. [aanwijzing voorzitter]
1. De voorzitter van het algemeen
bestuur, benevens de plaatsvervangend-voorzitter, wordt door het
algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen bij gewone meerderheid van
stemmen. Tot plaatsvervangend-voorzitter kan alleen een ander lid van
het dagelijks bestuur worden aangewezen.
2. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter
van het dagelijks bestuur.
Artikel 18. [taken]
1. De voorzitter belegt de vergaderingen van het algemeen
bestuur en het dagelijks bestuur.
2. Hij is belast met de leiding van de vergaderingen van het
algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
3. Hij is belast met de uitvoering van de besluiten van het
dagelijks bestuur.
4. Hij tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het
dagelijks bestuur uitgaan.
5. De voorzitter vertegenwoordigt het Schap in en buiten rechte.
Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen
persoon.
6. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemer
die partij is in een geding waarbij het Schap is betrokken, oefent de
plaatsvervangend voorzitter de in het vijfde lid bedoelde bevoegdheid
uit.
Hoofdstuk VII. De besliscommissie
Artikel 19. [voordracht]
1. Het algemeen bestuur kan een commissie
instellen waaraan de in artikel 9 genoemde bevoegdheden kunnen worden
overgedragen, verder te noemen:
de besliscommissie.
2. Het algemeen bestuur regelt de samenstelling en werkwijze van
de besliscommissie.
3. De besliscommissie wordt door het algemeen bestuur benoemd op
voordracht van het dagelijks bestuur.
4. De besliscommissie bestaat uit drie onafhankelijke
deskundigen, en hun plaatsvervangers, uit wier midden het algemeen
bestuur de voorzitter aanwijst.
5. De besliscommissie rapporteert over de voortgang van haar
werkzaamheden, in het bijzonder van de afhandeling van de ingekomen
schadeverzoeken, halfjaarlijks door tussenkomst van het dagelijks
bestuur aan het algemeen bestuur.
6. Eenmaal per jaar bericht de besliscommissie het algemeen
bestuur over de doelmatigheid van de gevolgde werkwijze.
Artikel 20. [vergoeding]
Aan de leden en de plaatsvervangende leden van de besliscommissie
wordt ten laste van het Rijk een vergoeding toegekend voor
werkzaamheden, alsmede voor het bijwonen van vergaderingen en reis- en
verblijfkosten.
Hoofdstuk VIII. Ambtelijke ondersteuning
Artikel 21
1. De Minister stelt de bestuursorganen
van het Schap voldoende ambtelijke ondersteuning, waaronder een
secretaris, ter beschikking.
2. De secretaris woont de vergaderingen van het algemeen bestuur,
het dagelijks bestuur en de besliscommissie bij.
3. Alle stukken die van het algemeen bestuur, het dagelijks
bestuur en van de besliscommissie uitgaan, worden door de secretaris
medeondertekend.
Hoofdstuk IX. Financiën
Artikel 22
1. Onverminderd het bepaalde in
wettelijke regelingen en het bepaalde in het tweede lid, worden de met
de uitoefening van de in artikel 9 bedoelde bevoegdheden samenhangende
kosten gedragen door het Rijk, tenzij tussen het Rijk en andere
deelnemers anders is overeengekomen.
2. Ter zake van de voorwaarden waaronder het Rijk de kosten
draagt die voortvloeien uit de uitoefening van de in artikel 9, eerste
lid, bedoelde bevoegdheid, kunnen door de Minister, handelende in
overeenstemming met het algemeen bestuur van het schap, nadere regels
worden gesteld.
3. De kosten die samenhangen met de vergoedingen, bedoeld in
artikel 20, alsmede andere, vooraf door de Minister gefiatteerde kosten,
komen voor rekening van het Rijk.
Hoofdstuk X. Archief
Artikel 23
De voorschriften omtrent de zorg, de bewaring en het beheer van
bescheiden van de Minister zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk XI. Uittreding, wijziging,
opheffing
Artikel 24. [uittreden van deelnemers]
Een deelnemer kan uittreden bij besluit van het betrokken
bestuursorgaan, onderscheidenlijk van de Minister. De uittreding vindt
niet eerder plaats dan nadat:
— opname van het besluit tot uittreding in het register bedoeld
in artikel 27, tweede lid, Wet gemeenschappelijke regelingen heeft
plaatsgevonden;
— het algemeen bestuur de bestuurlijke en financiële gevolgen
heeft geregeld en de continuïteit of beëindiging van het Schap is
zeker gesteld.
Artikel 25. [wijziging regeling]
1. Tot wijziging van de regeling wordt op voorstel van het
algemeen bestuur besloten door de deelnemers.
2. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen, zodra het
in het eerste lid bedoelde voorstel is aanvaard door de helft van de
deelnemers.
3. De wijziging treedt niet eerder in werking dan na de opname
van het besluit tot wijziging in het register bedoeld in artikel 27,
tweede lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 26. [looptijd regeling]
1. De regeling wordt aangegaan voor een periode van tien jaar
na inwerkingtreding. Het dagelijks bestuur brengt niet later dan twee
jaar voorgaande aan het einde van deze periode een gemotiveerd advies
uit aan het algemeen bestuur betreffende de noodzaak tot eventuele
voortzetting van het schap en dienovereenkomstige wijziging van de
regeling.
Artikel 27. [opheffing]
1. Tot opheffing van de regeling wordt op voorstel van het
algemeen bestuur besloten door de raden van de deelnemende gemeenten
en stadsdelen, provinciale staten en het algemeen bestuur van het
waterschap en de Minister.
2. Een besluit tot opheffing is tot stand gekomen zodra het in
het eerste lid bedoelde voorstel is aanvaard door tenminste twee derde
van de deelnemers.
3. De opheffing gaat in een jaar na opname van het besluit tot
opheffing in het register bedoeld in artikel 27, tweede lid, Wet
gemeenschappelijke regelingen.
4. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen
bestuur tot liquidatie en stelt hij daarvoor een liquidatieplan vast.
5. Zo nodig blijven de bestuursorganen van het Schap ook na het
tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is beëindigd.
Hoofdstuk XII. Slotbepalingen
Artikel 28
De bij de Wet gemeenschappelijke regelingen voorgeschreven toezending
van de regeling, alsmede de besluiten tot uittreding, wijziging of
opheffing, geschiedt door de zorg van de Minister.
Artikel 29
Deze regeling treedt in werking op de eerste dag van de maand na die
waarin zij is opgenomen in het register bedoeld in artikel 27, tweede
lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 30
Deze regeling kan worden aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling
Schadeschap Luchthaven Schiphol.
Deze regeling zal in de Staatscourant worden
geplaatst.
De Minister van Verkeer en Waterstaat;
Provinciale Staten van de Provincie Noord-Holland, Voorzitter,
Secretaris;
Het algemeen bestuur van het waterschap Groot-Haarlemmermeer,
Dijkgraaf, Secretaris;
De raad van de gemeente Aalsmeer, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Akersloot, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Amstelveen, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Alkemade, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Amsterdam, Voorzitter, Secretaris;
De raad van het stadsdeel Osdorp, Voorzitter, Secretaris;
De raad van het stadsdeel Buitenveldert, Voorzitter, Secretaris;
De raad van het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer, Voorzitter,
Secretaris;
De raad van het stadsdeel Slotervaart/Overtoomseveld, Voorzitter,
Secretaris;
De raad van het stadsdeel Watergraafsmeer, Voorzitter, Secretaris;
De raad van het stadsdeel Zuid, Voorzitter, Secretaris;
De raad van het stadsdeel Zuid-Oost, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Beverwijk, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Haarlem, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Haarlemmermeer, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude,
Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Heemskerk, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Jacobswoude, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Liemeer, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Ouder Amstel, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Sassenheim, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Uitgeest, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Uithoorn, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Velsen, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Warmond, Voorzitter, Secretaris;
De raad van de gemeente Zaanstad, Voorzitter, Secretaris;
|
|
|