| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet
gemeenschappelijke regelingen (Wgr)
REGELING REGIONAAL
HISTORISCH CENTRUM "GELDERS ARCHIEF"
Tekst zoals deze geldt op
17 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, dr. F. van der
Ploeg;
De raden en de
colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Renkum,
Rheden en Rozendaal,
Gelet op de artikelen 96 en 97 van de
Wet gemeenschappelijke regelingen;
Besluiten:
Tot het treffen
van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een
openbaar lichaam dat de archiefbescheiden en collecties, die berusten in
de gemeentelijke archiefbewaarplaatsen van de gemeenten Arnhem, Renkum,
Rheden en Rozendaal en in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie
Gelderland, beheert.
Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
b. de gemeenten: de gemeenten Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal;
c. archiefbescheiden: archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1,
onderdeel c, van de Archiefwet 1995.
Hoofdstuk II. Instelling, doel en beleid van
het openbaar lichaam Gelders Archief
Artikel 2
1. Er is een openbaar lichaam, Gelders
Archief dat gevestigd is in Arnhem.
2. Het Gelders Archief is ingesteld met het doel de belangen van
de minister en de gemeenten bij alle aangelegenheden betreffende de
archiefbescheiden, collecties, individuele documenten en dergelijke die
berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Gelderland en in
de gemeentelijke archiefbewaarplaatsen van Arnhem, Renkum, Rheden en
Rozendaal in gezamenlijkheid te behartigen.
3. Aan het Gelders Archief zijn daartoe de navolgende
werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de minister en de gemeenten
opgedragen:
a. de beheerstaken, te onderscheiden in het behouden, bewerken en
benutten van de archiefbescheiden die berusten in de in het tweede lid
genoemde archiefbewaarplaatsen;
b. de taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 15, derde lid,
16, tweede lid, 17, 18, 20, 26, tweede lid, 31 en 32 van de Archiefwet
1995;
c. het adviseren en het doen van voorstellen aan de minister en de
gemeenten over de taken en bevoegdheden, die door de minister of de
gemeenten worden uitgevoerd ingevolge de artikelen 5, 6, 7, 8, 12, 13,
15, eerste en tweede lid, 30 en 32, tweede lid, van de Archiefwet
1995;
d. het verrichten van door de minister of de gemeenten opgedragen
andere taken die verband houden met de behartiging van de belangen,
bedoeld in het tweede lid.
4. Het Gelders Archief voert bij de behartiging van de belangen,
bedoeld in het tweede lid, het archiefbeleid van de minister en de
gemeenten mede uit.
5. De minister en de gemeenten kunnen met het Gelders Archief
afspraken maken over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de in
het derde lid genoemde taken en bevoegdheden.
6. De minister en de gemeenten kunnen gezamenlijk algemene
aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop het Gelders Archief de
belangen, bedoeld in het tweede lid, behartigt.
7. De minister en de raden van de gemeenten dragen er zorg voor
dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen
om zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van artikel 16,
achtste lid.
Artikel 3
Het Gelders Archief brengt de kosten, bedoeld in de artikelen 14 en
18, zesde lid, van de Archiefwet 1995 in rekening volgens de regels die
het algemeen bestuur ingevolge artikel 19 van de Archiefwet 1995
daaromtrent vaststelt.
Hoofdstuk III. Het algemeen bestuur
Artikel 4
1. Het algemeen bestuur bestaat uit 6
leden.
2. De minister wijst 3 leden aan.
3. De raad van de gemeente Arnhem, de voorzitter inbegrepen,
wijst uit zijn midden of uit de kring van wethouders 2 leden aan.
4. De raden van de gemeenten Renkum, Rheden en Rozendaal, de
voorzitters inbegrepen, wijzen uit hun midden of uit de kring van
wethouders gezamenlijk 1 lid aan.
5. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het
tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt.
6. Het lidmaatschap van de leden die door de raden van de
gemeenten zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het
lidmaatschap van de raad of het college van B&W waaruit het lid is
aangewezen.
7. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vijfde lid
is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.
8. De raad van de gemeente beslist uiterlijk in de tweede
vergadering van elke zittingsperiode van de raad over de aanwijzing,
bedoeld in het derde en vierde lid.
9. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen
bestuur vacant komt, wijzen de raden of de minister zo spoedig mogelijk
een nieuw lid aan.
10. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter
beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is
aangewezen.
11. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de
resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.
Artikel 5
1. Het voorzitterschap van het algemeen bestuur wordt bij
toerbeurt voor een periode van twee jaar vervuld door een door de
gemeenten aangewezen lid, onderscheidenlijk door een daartoe door de
minister aangewezen lid, volgens een door het algemeen bestuur
vastgesteld rooster.
2. Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de voorzitter.
Hoofdstuk IV. De taken en bevoegdheden van
het algemeen bestuur
Artikel 6
1. Aan het algemeen bestuur behoren ter
uitvoering van de aan het Gelders Archief toegekende taak alle
bevoegdheden die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.
2. Aan het algemeen bestuur worden de volgende taken en
bevoegdheden toegekend:
a. de bevoegdheid van de raden van de gemeente om ingevolge artikel
31 van de Archiefwet 1995 de gemeentelijke archiefbewaarplaats(en) aan
te wijzen;
b. de bevoegdheid van de minister om de rijksarchivaris in de
provincie Gelderland, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de
Archiefwet 1995, te benoemen, te schorsen, en te ontslaan;
c. de bevoegdheid van de raden van de gemeenten om ingevolge
artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 de gemeentearchivaris te
benoemen, te schorsen en te ontslaan.
3. Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in artikel 29,
tot rijksarchivaris in de provincie Gelderland en tot gemeentearchivaris
van Arnhem, Renkum, Rheden en Rozendaal benoemen.
4. Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur worden geen
beperkingen opgelegd ingevolge artikel 31 van de Wet gemeenschappelijke
regelingen, mits het totaal van de aangegane verplichtingen binnen de
goedgekeurde begroting valt. Voor het aangaan van verplichtingen door
het algemeen bestuur buiten de goedgekeurde begroting wordt vooraf
toestemming gevraagd aan de raden van de gemeenten en aan de minister,
ingevolge de artikelen 18 en 19.
Artikel 7
Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan
de raden van de gemeenten, aan de colleges van B&W en aan de
minister de door hen gevraagde inlichtingen.
Artikel 8
1. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad van
de gemeente, die hem heeft aangewezen zo spoedig mogelijk doch in
ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van die raad in
een vergadering van de raad of schriftelijk aan dat lid gevraagde
inlichtingen.
2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de minister die
hem heeft aangewezen zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45
dagen de door de minister gevraagde inlichtingen.
Artikel 9
De minister en de raden van de gemeenten kunnen een door hen
aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer
geniet, ontslag verlenen.
Hoofdstuk V. Het dagelijks bestuur
Artikel 10
1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de
voorzitter van het algemeen bestuur en de leden van het algemeen
bestuur.
2. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra men
ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.
3. Artikel 4, tiende en elfde lid is van overeenkomstige
toepassing.
Hoofdstuk VI. De werkwijze van het dagelijks
bestuur
Artikel 11
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden
van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.
Artikel 12
Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.
Hoofdstuk VII. De taken en bevoegdheden van
het dagelijks bestuur
Artikel 13
Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:
a. de zorg voor de uitvoering van de aan het openbaar lichaam
opgedragen bevoegdheden en taken, zoals genoemd in artikel 2, voor
zover die niet zijn opgedragen aan het algemeen bestuur;
b. het voorbereiden, voor zover dit niet aan anderen is
opgedragen van al hetgeen in het algemeen bestuur ter overweging
moet worden gebracht;
c. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur, voor
zover dit niet aan anderen is opgedragen;
d. het beheer van de activa en passiva van het Gelders Archief;
e. de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt,
voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van
Gelders Archief;
f. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als
buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van
verjaring van recht of bezit.
Hoofdstuk VIII. De voorzitter
Artikel 14
1. De voorzitter is belast met de leiding
van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks
bestuur.
2. De voorzitter is belast met de uitvoering van de besluiten van
het dagelijks bestuur.
3. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur
of het dagelijks bestuur uitgaan, tenzij hij aan de directeur het
tekenen van bepaalde stukken heeft opgedragen.
4. De voorzitter vertegenwoordigt het Gelders Archief in en
buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem
aan te wijzen gevolmachtigde.
Hoofdstuk IX. Tegemoetkoming en vergoeding
Artikel 15
1. Het algemeen bestuur kan besluiten dat
de leden van het algemeen of dagelijks bestuur, voor zover zij niet de
functie vervullen van burgemeester of wethouder van de gemeente, of als
ambtenaar in rijks- of gemeentedienst werkzaam zijn, een vergoeding
ontvangen voor hun werkzaamheden ten behoeve van Gelders Archief.
2. De leden van de besturen, bedoeld in het eerste lid, ontvangen
een tegemoetkoming in de kosten, waartoe worden gerekend reis- en
verblijfkosten ten behoeve van het bijwonen van de vergaderingen van het
algemeen bestuur.
3. De in de voorgaande leden bedoelde vergoeding en
tegemoetkoming worden door het algemeen bestuur vastgesteld en opgenomen
in de jaarlijkse begroting.
Hoofdstuk X. Financiële bepalingen
Artikel 16
1. De minister en de raden van de
deelnemende gemeenten verschaffen het Gelders Archief middelen voor de
uitvoering van deze regeling door het verstrekken van incidentele
bijdragen en jaarlijkse bijdragen op basis van een goedgekeurde
begroting. Bij de aanvang van het Gelders Archief zijn de bedragen zoals
in de bijlage gespecificeerd.
2. De bijdragen van de minister en de deelnemende gemeenten
kunnen jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van
lonen en prijzen met een percentage, zoals dit door de minister in de
loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt
vastgesteld. De deelnemende gemeenten volgen in deze de minister in de
aanpassing van hun bijdragen.
3. Het Gelders Archief kan bij de vaststelling van de begroting
een percentage opnemen als voorlopige raming van het door de minister
vast te stellen percentage als bedoeld in het tweede lid.
4. Bij de start van het Gelders Archief en voor de uitvoering van
deze regeling kunnen door de verschillende partners
vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken
gemaakt worden.
5. De minister en de raden van de gemeenten kunnen gezamenlijk de
te verstrekken bijdragen wijzigen in relatie tot de taken van het
Gelders Archief.
6. De huurovereenkomst binnen de staat (Rijksarchiefdienst-Rijksgebouwendienst)
zal met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling
worden omgezet in een huurovereenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en
het Gelders Archief. Voor zo ver mogelijk worden de voorwaarden uit de
aanvankelijke huurovereenkomst gerespecteerd en overgenomen in de
vervangende huurovereenkomst.
7. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in
artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
8. Indien de minister of de gemeente een bijzondere taak opdragen
als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, waarvan de kosten niet
zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de opdrachtgever
in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen
vergoeding betaald.
Artikel 17
1. Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een
vierjarig beleidsplan en een meerjarenbegroting op.
2. Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt
samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de
Wet op het specifiek cultuurbeleid.
3. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan en de
ontwerpmeerjarenbegroting aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur
stelt ze vast. Dertien maanden voorafgaand aan de periode waarop het
beleidsplan en de meerjarenbegroting betrekking hebben, worden deze
toegezonden aan de minister en de raden van de gemeenten.
4. De minister en de gemeenten maken, binnen twee maanden na
ontvangst van de in het derde lid genoemde stukken, gezamenlijk
afspraken met het Gelders Archief over te behalen resultaten voor de
komende vier jaren.
Artikel 18
1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks vóór 1 mei een
ontwerpbegroting en een toelichting op voor het volgende kalenderjaar,
een en ander met inachtneming van het archiefbeleid, bedoeld in
artikel 2, vierde lid, de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2,
vijfde lid en met inachtneming van de afspraken, bedoeld in artikel
17, vierde lid.
2. In de toelichting worden de aard en de omvang van de
voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke
belangen en resultaten het Gelders Archief met de activiteiten
nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en
voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.
3. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de
activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze
toelichting
4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting met
toelichting onverwijld toe aan het algemeen bestuur, de raden van de
gemeenten en de minister.
5. De ontwerpbegroting met toelichting wordt door de zorg van de
gemeenten en de minister voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen
betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
6. De raden van de gemeenten en de minister kunnen het dagelijks
bestuur voor 1 juni van hun gevoelen omtrent de ontwerpbegroting en
toelichting doen blijken.
7. Het algemeen bestuur stelt de begroting met toelichting vast
uiterlijk 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de
begroting moet dienen.
8. Terstond na de vaststelling wordt aan de raden van de
gemeenten en de minister de begroting ter goedkeuring toegezonden.
Artikel 19
Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is artikel 18
inhoudelijk en procedureel, met uitzondering van de daarin genoemde
data, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20
1. De gemeenten en de minister voldoen de verschuldigde
bijdrage bij wijze van voorschot in twaalf maandelijkse termijnen.
2. In afwijking van het eerste lid kunnen de gemeenten en de
minister de bijdragen bij wijze van voorschot voldoen in door hen nader
te bepalen termijnen.
Artikel 21
1. Het algemeen bestuur brengt jaarlijks aan de minister en de
raden van de gemeenten voor 1 april een financieel verslag uit, dat
vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en de
rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel
393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
2. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt
verleend aan door of namens de accountant(s) van de gemeenten of de
accountant van de minister in te stellen onderzoeken naar de door de
accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte
(controle)werkzaamheden.
3. Het algemeen bestuur brengt jaarlijks een verslag uit aan de
minister en de raden van de gemeenten van de werkzaamheden, het gevoerde
beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn
werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen
kalenderjaar.
4. Het algemeen bestuur stelt de in het eerste en derde lid
bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.
Artikel 22
1. Een batig saldo kan worden bestemd voor vorming van of
toevoeging aan de reserve. De hoogte van deze reserve wordt bepaald
door het algemeen bestuur, gehoord de raden van de gemeenten en de
minister. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de
reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdrage
uitgekeerd aan de gemeenten en de minister.
2. De reserve in enig jaar bedraagt niet meer dan tien procent
van de gezamenlijke bijdragen van de minister en de gemeenten van dat
jaar tenzij de minister en de raden van de gemeenten gezamenlijk een
ander percentage vaststellen.
Artikel 23
Na ontvangst van het financieel verslag en het jaarverslag stellen de
minister en de raden van de gemeenten de (definitieve) bijdragen vast.
Zij delen dit mede aan het Gelders Archief.
Artikel 24
1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de
organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer en
de boekhouding van het Gelders Archief. Deze regels behoeven de
goedkeuring van de minister en de gemeenten.
2. Bij deze regels wordt bepaald welke ambtenaren van het Gelders
Archief met het doen van ontvangsten en betalingen worden belast.
3. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de
controle op de financiële administratie en het kasbeheer. Deze regels
behoeven de goedkeuring van de minister en de gemeenten.
Artikel 25
De minister en de gemeenten kunnen, binnen het kader van de
onderhavige regeling, gezamenlijk nadere regels stellen over het
financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting, het
financieel verslag, jaarverslag en aandachtspunten voor de
accountantscontrole.
Hoofdstuk XI. Het archief
Artikel 26
1. Overeenkomstig door het algemeen
bestuur met inachtneming van de Archiefwet 1995 vast te stellen regels,
die aan gedeputeerde staten worden medegedeeld, draagt het dagelijks
bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het Gelders Archief.
2. De archiefbescheiden van het Gelders Archief die op grond van
de Archiefwet 1995 moeten worden overgebracht, komen te berusten in de
rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Gelderland.
Hoofdstuk XII. Informatieplicht / Toezicht
Artikel 27
1. Het Gelders Archief verstrekt
desgevraagd aan de minister en de gemeenten de voor de uitoefening van
hun taak benodigde inlichtingen. De minister en de gemeenten kunnen
inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat
voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
2. Het Gelders Archief stelt de minister en de gemeenten te allen
tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of
krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van de archiefbescheiden die
berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Gelderland en de
gemeentelijke archiefbewaarplaatsen van de gemeenten.
Artikel 28
1. De bestuursorganen van de gemeenten en de minister doen het
dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde
maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen,
bedoeld in artikel 2, voor het Gelders Archief van belang zijn.
2. De bestuursorganen van de gemeenten en de minister kunnen, bij
de in het eerste lid bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van het
dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het dagelijks bestuur zijn
zienswijze daaromtrent aan de gemeenten of minister kenbaar maken.
Hoofdstuk XIII. De directeur en het overige
personeel
Artikel 29
1. Het algemeen bestuur beslist omtrent
benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van het Gelders
Archief.
2. Het dagelijks bestuur maakt voor de benoeming van de directeur
een voordracht op.
Artikel 30
1. De directeur is belast met de uitvoering van de
werkzaamheden, taken en bevoegdheden van het Gelders Archief die
voortvloeien uit de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2,
derde lid, voor zover die uitvoering niet is opgedragen aan het
algemeen bestuur, dagelijks bestuur of de voorzitter.
2. Het algemeen bestuur stelt voor de directeur een instructie
vast.
3. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.
Artikel 31
1. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks
bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij
is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig
en heeft daarin een adviserende stem.
2. Met inachtneming van artikel 14, derde lid, worden alle
stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan door de
directeur mede ondertekend.
Artikel 32
Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen
door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is bevoegd deze
bevoegdheden aan de directeur te mandateren.
Artikel 33
De rechtspositieregeling van de gemeente Arnhem, zoals deze thans
luidt en in de toekomst na wijziging zal luiden, is op het personeel van
overeenkomstige toepassing, tenzij het algemeen bestuur van het Gelders
Archief een op onderdelen anders luidende regeling vaststelt. Een
dergelijke afwijkende regeling behoeft de instemming van de centrales
voor overheidspersoneel.
Hoofdstuk XIV. De Provincie
Artikel 34
1. Gedeputeerde staten ontvangen tegelijk
met de leden van het algemeen en dagelijks bestuur de agenda van de
vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur.
2. Een door gedeputeerde staten aan te wijzen ambtenaar kan, op
uitnodiging, de vergaderingen van het algemeen of dagelijks bestuur
bijwonen. In die gevallen heeft hij een adviserende stem.
Hoofdstuk XV. Toetreding, uittreding,
wijziging en opheffing
Artikel 35
Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend
gezamenlijk besluit van de raden van de gemeenten, de minister en de toe
te treden bestuursorganen of rechtspersonen.
Artikel 36
1. Uittreding uit de regeling kan geschieden door toezending
van een daartoe strekkend besluit van de raad van één van de
gemeenten of de minister.
2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding. De
uittreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgend op de datum
waarin door de zorg van het dagelijks bestuur de bekendmaking van de
uittreding in de
Nederlandse Staatscourant is geschied.
3. De kosten van uittreding komen voor rekening van de
uittredende partij.
Artikel 37
Deze regeling kan worden gewijzigd bij besluit van de raden van de
gemeenten en de minister gezamenlijk.
Artikel 38
Deze regeling kan worden opgeheven bij besluit van de raden van de
gemeenten en de minister gezamenlijk. Het algemeen bestuur stelt een
liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de raden van de
gemeenten en de minister om alle rechten en plichten van het openbaar
lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen
wijze.
Hoofdstuk XVI. Slotbepalingen
Artikel 39
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 40
Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Regionaal
Historisch Centrum `Gelders Archief'.
Deze regeling zal met de toelichting door de
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
F. van der Ploeg
De raad van de gemeente Arnhem,
de voorzitter
de secretaris
Burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem,
de burgemeester
de secretaris
De raad van de gemeente Renkum,
de voorzitter
de secretaris
Burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum,
de burgemeester
de secretaris
De raad van de gemeente Rheden,
de voorzitter
de secretaris
Burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden,
de burgemeester
de secretaris
De raad van de gemeente Rozendaal,
de voorzitter
de secretaris
Burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal,
de burgemeester
de secretaris
|
|
|