| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA)
BESLUIT
GEMEENTELIJKE BASISADMINISTRATIE PERSOONSGEGEVENS
(Besluit GBA)
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 8 september 1994, houdende regels ter uitvoering van de
Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 2 juni
1994, nr. GBA94/U69, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van
Financiën en Economische Zaken;
Gelet op de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
Gezien het advies van de Raad voor de gemeentefinanciën van 23 maart
1994, nr. Rgf 02.20/002.003;
Gezien het advies van de Registratiekamer van 23 maart 1994,
nr.
94.A.002;
Gezien het advies van de Raad voor het Cultuurbeheer van 26 april
1994, nr. RCB/II-94-128;
De Raad van State gehoord (advies van 28 juli 1994,
nr.
W04.94.0350);
Gezien het nader rapport van Staatssecretaris J. Kohnstamm van
Binnenlandse Zaken van 30 augustus 1994, nr. GBA94/101, uitgebracht
in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en Economische
Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Afdeling 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
– de wet: de Wet gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens;
– Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties;
– het netwerk: het netwerk, bedoeld in artikel 4 van de wet;
– een autorisatiebesluit: een besluit als bedoeld in artikel
91, eerste lid, van de wet of in artikel 99, zevende lid, van de
wet;
– een bijzondere derde: een derde als bedoeld in artikel 99 van
de wet;
– het vestigingsregister: het register, bedoeld in artikel 112
van de wet;
– de systeembeschrijving: de beschrijving, bedoeld in artikel
11;
– de verstrekkingsvoorziening: de voorziening, bedoeld in
artikel 66a;
– de tabelgegevens: de inhoud van de tabellen, bedoeld in
artikel 13;
– het gemeentelijke geautomatiseerde systeem: het
geautomatiseerde systeem waarmee de verantwoordelijke voor de
verwerking van persoonsgegevens in de basisadministratie uitvoering
wil geven, of uitvoering geeft, aan de regels, bedoeld in artikel 6,
eerste lid, van de wet;
– het geautomatiseerde systeem van de afnemer: het
geautomatiseerde systeem waarmee de buitengemeentelijke afnemer
uitvoering wil geven, of uitvoering geeft, aan de regels, bedoeld in
artikel 16 van de wet;
– het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister: het
geautomatiseerde systeem waarmee de verantwoordelijke voor de
verwerking van persoonsgegevens in het vestigingsregister uitvoering
geeft aan de regels, bedoeld in artikel 117 van de wet;
– een vrij bericht: een in de systeembeschrijving beschreven
bericht dat over het netwerk wordt verzonden of ontvangen, waarbij
de informatie die het bericht bevat niet in de systeembeschrijving
is vastgelegd;
– het vreemdelingenadministratiesysteem: het geautomatiseerde
systeem waarmee de mededelingen van Onze Minister van Justitie ter
uitvoering van artikel 58 van de wet worden ontvangen en verzonden;
– het gebruikersoverleg: het overleg, bedoeld in artikel 23a,
van de wet;
– de audit: de controle, bedoeld in artikel 120a, eerste lid,
van de wet;
– de heraudit: de hercontrole, bedoeld in artikel 120a, vijfde
lid, van de wet.
Afdeling 2
Artikel 2 [Vervallen per 01-09-2001]
Afdeling 3. De bijdrage in de kosten in verband met de uitvoering van
de wet
Artikel 3
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de betrokkene: de betrokkene, bedoeld in artikel 5, eerste
lid, van de wet;
b. de bijdrage: de bijdrage van de betrokkene, bedoeld in artikel
5, tweede lid, van de wet;
c. een jaar: een kalenderjaar.
Artikel 4
Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de
wet zijn de kosten in verband met:
a. de verzending en ontvangst van netwerkberichten;
b. het beheer van het stelsel van basisadministraties en het
beheer en gebruik van de verstrekkingsvoorziening.
Artikel 5
1.Netwerkberichten tussen basisadministraties komen ten laste van
de betrokkene die het bericht verzendt.
2.Netwerkberichten aan of van een buitengemeentelijke afnemer of
een bijzondere derde, behoudens berichten ter uitvoering van artikel
62, komen ten laste van die afnemer of derde.
Artikel 6
1. Onze Minister stelt elk jaar de abonnementsstructuur vast die
hij in het volgende jaar zal hanteren. De abonnementsstructuur bestaat
uit verschillende abonnementsklassen met daarbij behorende
bandbreedten van aantallen netwerkberichten en het daarbij behorende
tarief in euro’s.
2. Onze Minister bepaalt de abonnementsstructuur, gelet op:
a. de voor het volgende jaar te verwachten kosten als bedoeld
in artikel 4, verminderd met het saldo over het vorige jaar;
b. het voor het volgende jaar te verwachten aantal
netwerkberichten dat ten laste van de betrokkenen komt.
3. Het saldo over het vorige jaar wordt gevonden door de in artikel
7, eerste tot en met derde lid, bedoelde bijdragen over dat jaar te
verminderen met de kosten, bedoeld in artikel 4, in dat jaar.
4. Onze Minister deelt de abonnementsstructuur in september van elk
jaar mede aan de betrokkenen.
Artikel 7
1. De bijdrage van een betrokkene bestaat uit een jaarlijkse
betaling. Hiertoe brengt Onze Minister het abonnementstarief voor het
lopende jaar in rekening dat behoort bij de abonnementsklasse waarin
de betrokkene valt, gelet op het aantal netwerkberichten dat in het
voorafgaande jaar ten laste van hem kwam.
2. Indien het aantal netwerkberichten over het lopende jaar dat ten
laste van de betrokkene komt, valt in een hogere abonnementsklasse dan
de in het eerste lid bedoelde klasse, brengt Onze Minister, in
afwijking van het eerste lid, het abonnementstarief voor het lopende
jaar in rekening dat behoort bij die hogere klasse.
3. Onze Minister stelt het jaarlijks in rekening te brengen bedrag
voor een betrokkene op nul vast, voor zover een voorziening is
getroffen in de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken
die in plaats treedt van de bijdrage van de betrokkene.
Artikel 8
1.Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid,
van de wet zijn tevens kosten in verband met de afstemming van de
gegevens van een betrokkene op de gegevens in de basisadministratie.
2.De bijdrage van een betrokkene in de in het eerste lid bedoelde
kosten wordt vastgesteld op basis van artikel 69.
Artikel 9
1.Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid,
van de wet zijn tevens kosten in verband met de verzending van
berichten met behulp van optische schijf of magneetschijf, tenzij deze
kosten vallen onder artikel 8 of de verzending verband houdt met een
infrastructurele wijziging ten aanzien van een gemeente.
2.Een college van burgemeester en wethouders kan bij de betrokkene
aan wie de berichten worden verzonden in verband met de kosten,
bedoeld in het eerste lid, een bijdrage in rekening brengen voor zover
de verzending geschiedt ter uitvoering van een autorisatiebesluit. Bij
ministeriële regeling wordt vastgesteld welke bijdragen ten hoogste
in rekening kunnen worden gebracht.
Artikel 10
1.Categorieën van kosten, als bedoeld in artikel 5, tweede lid,
van de wet zijn tevens kosten in verband met de schriftelijke
verstrekking van gegevens.
2.Een college van burgemeester en wethouders dat schriftelijk
gegevens verstrekt, kan bij de betrokkene aan wie de gegevens worden
verstrekt in verband met de kosten, bedoeld in het eerste lid, een
bijdrage in rekening brengen. Bij ministeriële regeling wordt
vastgesteld welke bijdragen ten hoogste in rekening kunnen worden
gebracht.
Artikel 10a
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent de onderwerpen die zijn geregeld in deze afdeling.
Afdeling 4. De geautomatiseerde systemen en het netwerk
§ 1. De systeembeschrijving en de tabelgegevens
Artikel 11
Onze Minister stelt een systeembeschrijving vast.
Artikel 12
1. De systeembeschrijving geeft een beschrijving van:
a. de inrichting en werking van de basisadministraties;
b. de inrichting en werking van de verstrekkingsvoorziening;
c. de inrichting en werking van het vestigingsregister;
d. de verzending en de ontvangst van berichten als bedoeld in
artikel 16 van de wet;
e. de verzending en ontvangst van berichten als bedoeld in
artikel 62 van de wet.
2. De systeembeschrijving geeft tevens een beschrijving van de
volgende wijzen van systematisch verstrekken van gegevens aan
buitengemeentelijke afnemers op grond van de desbetreffende
autorisatiebesluiten:
a. verstrekkingen uit de basisadministraties:
1°. de eenmalige verstrekking van de in een
autorisatiebesluit vermelde gegevens over de door de afnemer
aangegeven personen welke deel uitmaken van de in het
autorisatiebesluit aangegeven categorie van personen, of over
personen waarvan de in de basisadministratie vermelde gegevens
voldoen aan de in het autorisatiebesluit genoemde voorwaarden,
gevolgd door de verstrekking van de wijzigingen die zich
voordoen in deze gegevens (spontane verstrekkingen);
2°. de eenmalige of periodieke verstrekking van de in een
autorisatiebesluit vermelde gegevens over personen waarvan de
in de basisadministratie vermelde gegevens voldoen aan de in
het autorisatiebesluit genoemde voorwaarden (selectie- en
conditionele verstrekkingen);
3°. de verstrekking op verzoek van de afnemer, van
gegevens welke deel uitmaken van de in een autorisatiebesluit
vermelde gegevens over, per verzoek, ten hoogste tien personen
die deel uitmaken van de in het autorisatiebesluit bepaalde
categorie van personen en van wie de gegevens of een deel van
de gegevens voldoen aan de gegevens die in het verzoek van de
afnemer zijn vermeld (verstrekkingen ad-hoc op basis van een
zoekvraag).
b. verstrekkingen uit het vestigingsregister: de verstrekking
op verzoek van de afnemer, van gegevens welke deel uitmaken van de
in een autorisatiebesluit vermelde gegevens over personen die deel
uitmaken van de in het autorisatiebesluit bepaalde categorie van
personen (verstrekkingen ad hoc).
3. De systeembeschrijving geeft tevens een beschrijving van de
gevallen waarin bijzondere gegevens, administratieve gegevens of
administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens worden
vernietigd, of worden verwijderd uit de basisadministratie, uit de
verstrekkingsvoorziening of uit het vestigingsregister.
4. De systeembeschrijving geeft tevens een beschrijving van de
verzending en de ontvangst van berichten over het netwerk in verband
met de in artikel 58 van de wet bedoelde mededeling over het
verblijfsrecht.
5. De systeembeschrijving geeft tevens een beschrijving van:
a. de verzending en ontvangst van de algemene, bijzondere en
verwijsgegevens aan een verantwoordelijke voor de verwerking van
gegevens in een basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint
Maarten of een van de openbare lichamen, bedoeld in artikel 100a
van de wet.
b. de verwerking van mededelingen van een verantwoordelijke
voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in
Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen,
bedoeld in artikel 113, eerste lid, onder b, van de wet.
6. De beschrijving omvat in ieder geval de in artikel 13 en in de
paragrafen 2, 4, en 6 van deze afdeling genoemde onderwerpen.
Artikel 13
1.Onze Minister stelt de inhoud vast van de in de
systeembeschrijving beschreven tabellen ten behoeve van de ordening en
de codering van de gegevens in de basisadministraties, in de
verstrekkingsvoorziening en in het vestigingsregister.
2.Onze Minister stelt de inhoud vast van de in de
systeembeschrijving beschreven tabel ten behoeve van:
a. de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven
verstrekkingen uit de basisadministraties en uit het
vestigingsregister;
b. de in artikel 115, tweede lid, van de wet bedoelde
verstrekking van inlichtingen door de colleges van burgemeester en
wethouders.
Artikel 14
De vaststelling van de tabelgegevens ten behoeve van de op grond van
artikel 12, tweede lid, beschreven verstrekkingen uit de
basisadministraties en uit het vestigingsregister, geschiedt op grond
van de desbetreffende autorisatiebesluiten.
§ 2. De inrichting en werking van de basisadministraties
Artikel 15
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie neemt de in de basisadministratie op te nemen
gegevens op in het gemeentelijke geautomatiseerde systeem, op een wijze
die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 16
De verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een
basisadministratie neemt de door Onze Minister aan hem verstrekte
tabelgegevens op in het gemeentelijke geautomatiseerde systeem op een
wijze die overeenkomt met de systeembeschrijving.
Artikel 17
1.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg dat de gegevens die ter uitvoering van
het bepaalde bij of krachtens de wet in het gemeentelijke
geautomatiseerde systeem zijn opgenomen, met behulp van het
geautomatiseerde systeem beschikbaar blijven op een wijze die
overeenstemt met de systeembeschrijving, totdat zij op grond van het
bepaalde bij of krachtens de wet moeten worden vernietigd of uit de
basisadministratie moeten worden verwijderd.
2.De verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, vernietigt de
gegevens, of verwijdert deze uit de basisadministratie, op een wijze
die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 18
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg dat het gemeentelijke geautomatiseerde
systeem in overeenstemming met de systeembeschrijving geautomatiseerd
berichten over het netwerk verzendt en ontvangt ten behoeve van:
a. de inschrijving en de uitschrijving;
b. de verwerking van algemene gegevens en van administratieve
gegevens;
c. de verwerking van verwijsgegevens en van administratieve
gegevens in verband met de verwijsgegevens;
d. de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven
verstrekkingen uit de basisadministratie.
Artikel 19
1.De verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in
een basisadministratie draagt zorg dat het gemeentelijke
geautomatiseerde systeem in overeenstemming met de systeembeschrijving
in verband met de verzending en de ontvangst van berichten ten behoeve
van de in artikel 18, onder a tot en met d, bedoelde handelingen:
a. geautomatiseerd berichten op optische schijf of
magneetschijf vastlegt;
b. geautomatiseerd berichten ontvangt die op optische schijf of
magneetschijf zijn vastgelegd.
2.De verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, draagt zorg dat
hij de optische schijf of de magneetschijf verzendt of in ontvangst
neemt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 20
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg dat het gemeentelijke geautomatiseerde
systeem een vrij bericht over het netwerk verzendt en ontvangt op een
wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 21
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie stelt Onze Minister op de hoogte van de voorvallen
die optreden bij de verzending en de ontvangst van berichten, bedoeld in
de artikelen 18 tot en met 20, voor zover de voorvallen op grond van de
systeembeschrijving voor melding in aanmerking komen.
Artikel 22
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg dat wordt voldaan aan de in de
systeembeschrijving beschreven minimale eisen ten aanzien van de
beschikbaarheid en de verwerkingstijden van het gemeentelijke
geautomatiseerde systeem.
Artikel 23
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg voor de uitvoering van de in de
systeembeschrijving beschreven procedures voor het bewaren en het
herstellen van gegevens.
Artikel 24
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg dat in overeenstemming met de
systeembeschrijving aantekening wordt gehouden van het gebruik dat van
het gemeentelijke geautomatiseerde systeem is gemaakt.
Artikel 25
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg dat in overeenstemming met de
systeembeschrijving uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 78, eerste
en vijfde lid, 79, eerste, tweede en derde lid, 88, derde lid, 103,
tweede en derde lid en 104, eerste lid, van de wet.
Artikel 26
De artikelen 27 en 28 zijn uitsluitend van toepassing op de
verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie van een gemeente ten aanzien waarvan een
herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, onder e, van de Wet
algemene regels herindeling is vastgesteld.
Artikel 27
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg dat de uitschrijving en de inschrijving,
bedoeld in artikel 71, eerste lid, van de Wet algemene regels
herindeling, geschieden op een wijze die overeenstemt met de
systeembeschrijving.
Artikel 28
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie van een gemeente die op grond van een
herindelingsregeling wordt opgeheven, draagt zorg dat:
a. de in de basisadministratie opgenomen persoonslijsten van
personen die anders dan als ingezetene zijn ingeschreven,
b. de in de basisadministratie opgenomen persoonslijsten van
personen die als ingezetene zonder adres zijn ingeschreven, en
c. de in de basisadministratie opgenomen verwijsgegevens,
worden overgedragen aan de gemeente, bedoeld in artikel 71, derde
lid, van de Wet algemene regels herindeling, op een wijze die
overeenstemt met de systeembeschrijving.
Artikel 29
Het gemeentelijke geautomatiseerde systeem stelt de verantwoordelijke
voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie in staat om in
overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering te geven aan de in
de artikelen 15 tot en met 28 bedoelde taken.
Artikel 30
Het gemeentelijke geautomatiseerde systeem biedt de in de
systeembeschrijving beschreven voorzieningen ten behoeve van een
onderzoek als bedoeld in de artikelen 9, 11 en 13 van de wet.
§ 3. De beveiliging van de basisadministraties
Artikel 31
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg voor de nodige voorzieningen van
technische en organisatorische aard ter beveiliging van de in de
basisadministratie vermelde gegevens tegen verlies of aantasting van
deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of
verstrekking van deze gegevens. Deze voorzieningen omvatten ten minste
de volgende onderwerpen:
a. maatregelen gericht op personen die werkzaam zijn voor de
verantwoordelijke;
b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten waar
in de basisadministratie vermelde gegevens aanwezig zijn;
c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en beveiliging
van de apparatuur en programmatuur die het gemeentelijke
geautomatiseerde systeem vormen;
d. maatregelen gericht op het beheer van de gegevens die in de
basisadministratie zijn vermeld;
e. maatregelen voor het geval de geheimhouding van in de
basisadministratie vermelde gegevens is geschaad;
f. maatregelen bij calamiteiten.
§ 4. De verzending en de ontvangst van berichten door
buitengemeentelijke afnemers
Artikel 32
1.De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat zijn
geautomatiseerde systeem in overeenstemming met de systeembeschrijving
geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en ontvangt ten
behoeve van de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven
verstrekkingen uit de basisadministraties en uit het
vestigingsregister.
2.De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat zijn
geautomatiseerde systeem een vrij bericht over het netwerk verzendt en
ontvangt op een wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
3.De in het eerste en het tweede lid bedoelde verplichtingen zijn
slechts van toepassing indien de buitengemeentelijke afnemer een
toestemming heeft tot uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 16,
eerste lid, van de wet en voor zover de desbetreffende wijzen van
systematische gegevensverstrekking zijn vastgelegd in het
autorisatiebesluit.
Artikel 33
1.De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat zijn
geautomatiseerde systeem in overeenstemming met de systeembeschrijving
ten behoeve van de op grond van artikel 12, tweede lid, beschreven
verstrekkingen uit de basisadministraties:
a. geautomatiseerd berichten op optische schijf of
magneetschijf vastlegt;
b. geautomatiseerd berichten ontvangt die op optische schijf of
magneetschijf zijn vastgelegd.
2.De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat hij de optische
schijf of de magneetschijf verzendt of in ontvangst neemt op een wijze
die overeenstemt met de systeembeschrijving.
3.De verplichtingen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, zijn
slechts van toepassing voor zover de in deze leden bedoelde wijze van
verzending en ontvangst van berichten en de desbetreffende wijzen van
systematische gegevensverstrekking in het autorisatiebesluit zijn
vastgelegd.
Artikel 34 [Vervallen per 25-09-1996]
Artikel 35
De buitengemeentelijke afnemer stelt Onze Minister op de hoogte van
voorvallen die optreden bij de verzending en de ontvangst van berichten,
bedoeld in de artikelen 32 en 33, voor zover de voorvallen op grond van
de systeembeschrijving voor melding in aanmerking komen.
Artikel 36
De buitengemeentelijke afnemer draagt zorg dat wordt voldaan aan de
in de systeembeschrijving beschreven minimale eisen ten aanzien van de
beschikbaarheid en de verwerkingstijden van het geautomatiseerde systeem
van de afnemer.
Artikel 37
1.Het geautomatiseerde systeem van de afnemer stelt de
buitengemeentelijke afnemer in staat om in overeenstemming met de
systeembeschrijving uitvoering te geven aan de in de artikelen 32 tot
en met 36 bedoelde taken.
2.Indien ten aanzien van de afnemer geen autorisatiebesluit is
genomen en de afnemer een formulier als bedoeld in artikel 66 heeft
ingediend, zijn de eisen aan het geautomatiseerde systeem met
betrekking tot de uitvoering van de in artikel 32, eerste en tweede
lid, en artikel 33, eerste lid, bedoelde taken slechts van toepassing
voor zover de desbetreffende wijzen van verzending en ontvangst van
berichten en de desbetreffende wijzen van systematische
gegevensverstrekking in het formulier zijn aangegeven.
3.Indien ten aanzien van de afnemer geen autorisatiebesluit is
genomen en de afnemer niet een formulier als bedoeld in artikel 66
heeft ingediend, zijn de eisen aan het geautomatiseerde systeem met
betrekking tot de uitvoering van de in artikel 32, eerste en tweede
lid, en artikel 33, eerste lid, bedoelde taken van toepassing.
Artikel 38
Het geautomatiseerde systeem van de afnemer biedt de in de
systeembeschrijving beschreven voorzieningen ten behoeve van een
onderzoek als bedoeld in de artikelen 18 en 20 van de wet.
§ 5. Het verschaffen van inlichtingen over apparatuur en
programmatuur
Artikel 39
1.Onze Minister stelt regels omtrent het verschaffen van
inlichtingen door:
a. de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie in verband met het aanbrengen van een
verandering in de wijze van uitvoering van de regels, bedoeld in
artikel 6 van de wet;
b. de buitengemeentelijke afnemer in verband met het aanbrengen
van een verandering in de wijze van uitvoering van de regels,
bedoeld in artikel 16 van de wet.
2.Daarbij regelt hij in ieder geval de verplichtingen om
inlichtingen te verschaffen omtrent het aanbrengen van wijzigingen in
de apparatuur en programmatuur die het gemeentelijke geautomatiseerde
systeem of het geautomatiseerde systeem van de afnemer vormen.
§ 6. De mededelingen over het verblijfsrecht
Artikel 40
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het
vreemdelingenadministratiesysteem, draagt zorg dat de in artikel 58 van
de wet bedoelde mededeling over het verblijfsrecht van de vreemdeling in
overeenstemming met de systeembeschrijving geautomatiseerd over het
netwerk wordt ontvangen en verzonden.
Artikel 40a
De in artikel 34, tweede lid, en bijlage I, onderdeel 5, van de wet
bedoelde algemene gegevens over het verblijfsrecht van een vreemdeling
zijn vermeld in bijlage 1a bij dit besluit.
§ 7. Overige bepalingen
Artikel 41
Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de onderwerpen die
geregeld zijn in deze afdeling.
Artikel 42
De regels, bedoeld in artikel 41 en de systeembeschrijving worden
niet vastgesteld dan nadat de deelnemers aan het gebruikersoverleg de
gelegenheid is geboden hun zienswijze omtrent het desbetreffende
voorstel naar voren te brengen.
Artikel 43
1.De systeembeschrijving wordt niet gewijzigd dan nadat door Onze
Minister na overleg met de deelnemers aan het gebruikersoverleg
overeenkomstig bijlage 1b een tegemoetkoming is vastgesteld in de
kosten die de gemeenten in verband met de wijziging moeten maken, voor
zover deze kosten in redelijkheid niet ten laste van de gemeenten
kunnen komen.
2.De ingevolge het eerste lid vastgestelde tegemoetkoming in de
kosten wordt overeenkomstig bijlage 1c in rekening gebracht bij de
betrokken afnemers, tenzij reeds anderszins in vergoeding van de
kosten is voorzien.
Artikel 44
Van de bevoegdheid tot het wijzigen van de systeembeschrijving, met
uitzondering van wijzigingen waarbij toepassing wordt gegeven aan
artikel 13 of 22 van de wet, kan mandaat worden verleend aan een
functionaris van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties.
Artikel 45
De bepalingen in deze afdeling over een buitengemeentelijke afnemer
zijn van overeenkomstige toepassing op een bijzondere derde, met dien
verstande dat als de bepaling spreekt over het geautomatiseerde systeem
van de afnemer, dit betrekking heeft op het geautomatiseerde systeem
waarmee de bijzondere derde uitvoering wil geven, of uitvoering geeft,
aan de regels, bedoeld in artikel 16 van de wet.
Artikel 46
Onze Minister kan regels stellen omtrent de bewaring van geschriften
en andere bescheiden, ongeacht hun vorm, die de verantwoordelijke voor
de verwerking van gegevens in de basisadministratie gebruikt of heeft
gebruikt in verband met de verwerking van gegevens in de
basisadministratie.
Afdeling 5. De toestemming
Artikel 47
1.Onze Minister stelt de tijdstippen vast, bedoeld in de artikelen
6, tweede lid, en 8, eerste lid, van de wet.
2.Onze Minister gaat niet over tot vaststelling van een tijdstip
dan nadat de deelnemers aan het gebruikersoverleg de gelegenheid is
geboden hun zienswijze omtrent het desbetreffende voorstel naar voren
te brengen.
3.Een tijdstip wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
Artikel 48
1.Bij de indiening van een verzoek om toestemming als bedoeld in
artikel 7 of artikel 17 van de wet maakt het college van burgemeester
en wethouders, de buitengemeentelijke afnemer of de bijzondere derde
gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
2.Een verzoek om toestemming dat op grond van artikel 22 van het
Besluit voorbereiding gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens is ingediend, wordt aangemerkt als een verzoek dat is
ingediend overeenkomstig het eerste lid.
Artikel 49
Bij de indiening van een verzoek om toestemming als bedoeld in
artikel 13 of artikel 22 van de wet maakt het college van burgemeester
en wethouders, de buitengemeentelijke afnemer of de bijzondere derde
gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
Afdeling 6. De bewerker
Artikel 50
In deze afdeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder persoonsgegevens: de door de verantwoordelijke voor de verwerking
van persoonsgegevens in een basisadministratie aan de bewerker voor het
verrichten van de werkzaamheden ter beschikking gestelde
persoonsgegevens en de door de bewerker daaruit afgeleide
persoonsgegevens.
Artikel 51
1.De door de bewerker te verrichten werkzaamheden worden vastgelegd
in een door het college van burgemeester en wethouders en de bewerker
te sluiten schriftelijke overeenkomst.
2.De bewerker verbindt zich in de overeenkomst te handelen in
overeenstemming met de in de artikelen 52 en 53 gestelde eisen.
Artikel 52
De bewerker voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
a. de bewerker maakt de persoonsgegevens uitsluitend dienstbaar
aan de in de overeenkomst vastgelegde werkzaamheden;
b. bij het verrichten van de werkzaamheden handelt de bewerker in
overeenstemming met de in en krachtens de wet gegeven voorschriften;
c. de bewerker stelt het college van burgemeester en wethouders
in de gelegenheid toezicht op het naleven van de overeenkomst uit te
oefenen, waarbij hij de medewerking verleent die hem door dat
college wordt verzocht;
d. op vordering van het college van burgemeester en wethouders
schort de bewerker de werkzaamheden op en stelt hij de
persoonsgegevens ter beschikking van dat college;
e. indien de bewerker werkzaamheden voor een college van
burgemeester en wethouders verricht, besteedt hij deze slechts uit
aan een andere bewerker, voor zover de aan dat college verleende
machtiging dit uitdrukkelijk toestaat.
Artikel 53
1.De bewerker draagt tevens zorg voor de nodige voorzieningen van
technische en organisatorische aard ter verzekering van de deugdelijke
uitvoering van zijn werkzaamheden, de beveiliging van de
gegevensbestanden en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Deze voorzieningen omvatten ten minste de volgende onderwerpen:
a. maatregelen gericht op personen die werkzaam zijn voor de
bewerker;
b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten,
in gebruik bij de bewerker, waar persoonsgegevens aanwezig zijn;
c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en
beveiliging van de apparatuur en programmatuur die het
gemeentelijke geautomatiseerde systeem vormen;
d. maatregelen gericht op het beheer van persoonsgegevens;
e. maatregelen voor het geval de geheimhouding van de
persoonsgegevens is geschaad;
f. maatregelen bij calamiteiten.
2.Onze Minister stelt nadere eisen aan de in het eerste lid
bedoelde voorzieningen.
Afdeling 7. De periodieke audit
Artikel 53a
1.Onze Minister draagt ten behoeve van de uitvoering van de audit
zorg voor een evenwichtige verdeling van de gemeenten over twaalf
tijdvakken van elk drie maanden.
2.Het college van burgemeester en wethouders laat de audit
uitvoeren binnen het voor de desbetreffende gemeente vastgestelde
tijdvak.
3.De verdeling van de gemeenten ingevolge het eerste lid, wordt
niet vastgesteld dan nadat de betrokken gemeenten de gelegenheid
hebben gehad hun zienswijze omtrent het desbetreffende voorstel naar
voren te brengen. De verdeling wordt bekend gemaakt in de
Staatscourant.
Artikel 53b
1.Bij ministeriële regeling worden de vereisten vastgesteld,
waaraan een bedrijf, bedoeld in artikel 120a, tweede lid, van de wet,
moet voldoen.
2.De vereisten betreffen in ieder geval:
a. de organisatorische en administratieve inrichting van het
bedrijf;
b. de voor het uitvoeren van de audit benodigde kennis.
3.Voordat een aanwijzing, bedoeld in artikel 120a, tweede lid, van
de wet, wordt gegeven, wordt getoetst of aan de krachtens het eerste
lid gestelde vereisten is voldaan. Periodiek wordt getoetst of een
aangewezen bedrijf nog voldoet aan de gestelde vereisten.
4.De aan een toets verbonden kosten komen voor rekening van het
desbetreffende bedrijf.
5.Een aanwijzing wordt ingetrokken indien blijkt dat een bedrijf
niet langer voldoet aan de gestelde vereisten.
Artikel 53c
1.Bij ministeriële regeling wordt omtrent de audit in ieder geval
bepaald:
a. de wijze van uitvoering van het inhoudelijke deel van de
audit, betreffende de in de basisadministratie opgenomen
persoonsgegevens;
b. de wijze van uitvoering van het procesdeel van de audit,
betreffende de procedures voor het bewaren en het herstellen van
gegevens en de beveiliging van de basisadministratie;
c. de wijze van uitvoering van het privacydeel van de audit,
betreffende de wijze waarop de gemeente aan de privacybescherming
van de ingeschrevenen in de basisadministratie vorm geeft;
d. de beoordelingscriteria en de maximaal toegestane
afwijkingspercentages;
e. in welke gevallen, op welke onderdelen en op welke wijze een
heraudit moet worden uitgevoerd;
f. de wijze van rapporteren aan het college van burgemeester en
wethouders.
2.De auditresultaten worden opgenomen in een rapportage waarvan de
bij ministeriële regeling bepaalde onderdelen door het college van
burgemeester en wethouders in afschrift aan Onze Minister worden
gezonden. De vergoeding, bedoeld in artikel 120a, vierde lid, van de
wet, vindt niet plaats dan nadat het afschrift door Onze Minister is
ontvangen.
Artikel 53d
Onze Minister kan nadere regels van technische en administratieve
aard stellen in verband met de uitvoering van de audit.
Hoofdstuk 2. De verwerking van gegevens in de basisadministratie
§ 1. De categorieën van personen die niet in aanmerking komen voor
inschrijving
Artikel 54
1.Niet voor inschrijving in aanmerking komen:
a. de in Nederland hun dienst uitoefenende militairen behorend
tot de krijgsmacht van een vreemde mogendheid, aangesloten bij de
Noord-Atlantische Verdragsorganisatie;
b. de in Nederland hun dienst uitoefenende leden van het
burgerpersoneel, die in dienst zijn bij de krijgsmacht van een
vreemde mogendheid als bedoeld onder a, of die in dienst zijn van
een hoofdkwartier als bedoeld in artikel 3 van het Protocol nopens
de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren,
ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantische Verdrag (Trb. 1953,
11) en beschikken over een door het hoofdkwartier afgegeven
identiteitsbewijs;
c. de echtgenoten van personen op wie onderdeel a of b van
toepassing is;
d. de inwonende minderjarige kinderen van personen op wie
onderdeel a, b of c van toepassing is.
2.Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van personen
die de Nederlandse nationaliteit bezitten.
3.Het eerste lid, aanhef en onder b, c, en d is niet van toepassing
ten aanzien van:
a. personen die reeds gedurende een jaar als ingezetene zijn
ingeschreven;
b. personen die geen onderdaan zijn van een staat welke is
aangesloten bij de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie;
c. staatloze personen.
Artikel 55
1.Gedurende de eerste zes maanden van het verblijf in Nederland
komen niet voor inschrijving in aanmerking vreemdelingen die geen
toelating hebben tot Nederland en verblijven in een opvangcentrum.
2.Het eerste lid is niet van toepassing indien het verblijf in
Nederland aanvangt door geboorte en omtrent betrokkene door een
ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland een geboorteakte is
opgemaakt.
3.Onder een opvangcentrum als bedoeld in het eerste lid wordt
verstaan: een door het Rijk beschikbaar gestelde accommodatie die
uitsluitend bestemd is voor het bieden van tijdelijke opvang aan
vreemdelingen.
§ 2. Verplichtingen van het college van burgemeester en wethouders
met betrekking tot personen die niet in aanmerking komen voor
inschrijving
Artikel 56
Een persoon ten aanzien van wie het college van burgemeester en
wethouders kennis heeft gekregen van de omstandigheid dat hij behoort
tot een categorie als bedoeld in artikel 54 of artikel 55, wordt niet
ingeschreven.
Artikel 57
Een persoon ten aanzien van wie het college van burgemeester en
wethouders kennis heeft gekregen van de omstandigheid dat hij behoort
tot een categorie als bedoeld in artikel 54, terwijl hij reeds is
ingeschreven, wordt aangemerkt als een ingeschrevene die wegens zijn
vertrek uit Nederland niet als ingezetene is ingeschreven.
§ 3. De bijzondere gevallen waarin de verplichting tot aangifte van
vertrek niet van toepassing is
Artikel 58
1.Niet verplicht tot het doen van aangifte van vertrek is de
ingezetene die vanaf het tijdstip van het vertrek uit Nederland naar
redelijke verwachting niet langer dan twee jaar buiten Nederland
verblijft en die gedurende zijn verblijf buiten Nederland vaart aan
boord van een schip dat in Nederland de thuishaven heeft.
2.Het eerste lid is alleen van toepassing indien de betrokkene
gedurende zijn verblijf buiten Nederland beschikt over een adres in
Nederland.
§ 3a. De authentieke gegevens
Artikel 58a
De in artikel 3a van de wet bedoelde gegevens zijn vermeld in bijlage
1d bij dit besluit.
§ 4. De bijzondere gegevens, de administratieve gegevens en de
administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens
Artikel 59
1.De in artikel 34, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde
bijzondere gegevens zijn vermeld in bijlage 2 bij dit besluit.
2.De in artikel 34, eerste lid, onder c, van de wet bedoelde
administratieve gegevens zijn vermeld in bijlage 3 bij dit besluit.
3.De in artikel 35, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde
administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens zijn
vermeld in bijlage 4 bij dit besluit.
4.De bijzondere gegevens, de administratieve gegevens en de
administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens worden
vernietigd of uit de basisadministratie verwijderd in de gevallen,
beschreven in de systeembeschrijving.
§ 5. De gevallen waarin het burgerservicenummer niet als
verwijsgegeven wordt opgenomen
Artikel 60
Onze Minister bepaalt de gevallen waarin de in artikel 35, eerste
lid, onderdeel a, onder 3°, van de wet bedoelde gegevens over het
burgerservicenummer niet in de basisadministratie worden opgenomen.
§ 6. De verzending van afschriften aan de korpschef
Artikel 61
1.Het college van burgemeester en wethouders zendt een afschrift
van een beslissing als bedoeld in artikel 83 van de wet om op grond
van artikel 37, tweede lid, van de wet gegevens over een huwelijk, een
geregistreerd partnerschap, een erkenning, of de geboortedatum van de
betrokken persoon niet in de basisadministratie op te nemen, aan de
korpschef in de zin van de Vreemdelingenwet.
2.Het eerste lid is slechts van toepassing indien de in dat lid
bedoelde gegevens betrekking hebben op een vreemdeling.
§ 7. De verplichting tot terugmelding
Artikel 62
1.Een afnemer die een mededeling doet als bedoeld in artikel 62,
eerste lid, van de wet, alsmede een afnemer die op grond van artikel
62, tweede of vierde lid, van de wet is aangewezen, doet mededeling
aan het college van burgemeester en wethouders van door hem
geconstateerde afwijkingen tussen:
a. gegevens verstrekt uit de basisadministratie en gegevens
waarvan hij op andere wijze kennis heeft gekregen;
b. gegevens verstrekt uit verschillende basisadministraties.
2.Onze Minister kan regels stellen omtrent de gevallen waarin en de
wijze waarop de mededeling, bedoeld in artikel 62 van de wet, wordt
gedaan.
Artikel 63
1.Het college van burgemeester en wethouders stelt de afnemer die
een mededeling als bedoeld in artikel 62 heeft gedaan, zo spoedig
mogelijk doch binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de mededeling
er van in kennis of naar aanleiding van de mededeling gegevens in de
basisadministratie zijn verbeterd, aangevuld of verwijderd, dan wel
bij het gegeven een aantekening als bedoeld in artikel 54 van de wet
is geplaatst.
2.Indien het college van burgemeester en wethouders besluit een
aantekening als bedoeld in artikel 54 van de wet te plaatsen in
verband met het doen van een onderzoek naar de juistheid van het
gegeven, stelt het de afnemer die de mededeling heeft gedaan na afloop
van het onderzoek in kennis of naar aanleiding van de mededeling
gegevens in de basisadministratie zijn verbeterd, aangevuld of
verwijderd.
3.Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de wijze waarop
de kennisgevingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden gedaan.
§ 8. Bijwerking opgeschorte persoonslijst
Artikel 63a
Op de persoonslijst van een ingeschreven vreemdeling die geen
ingezetene is in verband met het vertrek uit Nederland, worden nieuwe
algemene gegevens over het verblijfsrecht opgenomen betreffende feiten
die zich hebben voorgedaan in de tijd dat hij geen ingezetene meer is.
§ 9. Inschrijving van personen afkomstig uit Aruba, Curaçao, Sint
Maarten of een van de openbare lichamen
Artikel 63b
Aan de in artikel 113, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde
mededeling van een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in
de basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de
openbare lichamen, worden de noodzakelijke gegevens ontleend voor de
inschrijving als ingezetene in de basisadministratie.
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisadministratie
§ 1. De systematische verstrekking van gegevens uit de
basisadministraties aan buitengemeentelijke afnemers
Artikel 64
1.De in artikel 91, eerste lid, van de wet bedoelde wijzen van
systematisch verstrekken van gegevens uit de basisadministraties aan
buitengemeentelijke afnemers betreffen, behoudens het tweede lid, de
wijzen die op grond van artikel 12, tweede lid, zijn beschreven in de
systeembeschrijving.
2.Op grond van een gezamenlijk verzoek van gemeenten en van een
buitengemeentelijke afnemer, kan Onze Minister bepalen dat de
systematische verstrekking van gegevens uit de basisadministraties
door deze gemeenten aan de afnemer op een andere wijze plaatsvindt.
Het autorisatiebesluit bepaalt in dat geval op welke wijze de
systematische verstrekking plaatsvindt.
Artikel 65
1.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie weigert de verstrekking van gegevens uit de
basisadministratie aan een buitengemeentelijke afnemer als de
verstrekking geen grond vindt in een autorisatiebesluit en het de
verstrekking op een van de volgende wijzen betreft:
a. de verstrekking van gegevens zodra zich een wijziging
voordoet in gegevens over door de afnemer aangegeven personen;
b. de eenmalige of periodieke verstrekking van gegevens over
personen waarvan de gegevens voldoen aan door de afnemer
aangegeven voorwaarden.
2.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie kan weigeren gegevens uit de basisadministratie te
verstrekken aan een buitengemeentelijke afnemer als de verstrekking
geen grond vindt in een autorisatiebesluit en het aantal
verstrekkingen per jaar aan de afnemer, naar redelijke verwachting van
die verantwoordelijke, boven een door Onze Minister te bepalen
maatstaf zal liggen.
Artikel 66
Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een
autorisatiebesluit maakt de buitengemeentelijke afnemer gebruik van een
door Onze Minister vastgesteld formulier.
§ 1a. De verstrekking van gegevens met behulp van de
verstrekkingsvoorziening
Artikel 66a
1. Er is een verstrekkingsvoorziening ten behoeve van systematische
verstrekking van gegevens uit de basisadministraties aan
buitengemeentelijke afnemers en bijzondere derden.
2. De verstrekkingsvoorziening bevat hiertoe een kopie van de
persoonslijsten, die in een basisadministratie zijn opgenomen.
3. De systematische verstrekking van gegevens uit de
basisadministraties geschiedt met behulp van de
verstrekkingsvoorziening voor zover dit in de systeembeschrijving is
bepaald, op de daarin voorgeschreven wijze.
Artikel 66b
1. Onze Minister beheert de verstrekkingsvoorziening en draagt er
zorg voor dat de inrichting en de werking van de voorziening in
overeenstemming zijn met de systeembeschrijving.
2. Het beheer omvat in ieder geval:
a. het in de verstrekkingsvoorziening opnemen van
tabelgegevens;
b. het beschikbaar houden van de in de verstrekkingsvoorziening
opgenomen gegevens, totdat zij op grond van het bepaalde bij of
krachtens de wet moeten worden vernietigd of uit de
verstrekkingsvoorziening moeten worden verwijderd;
c. het vernietigen of uit de verstrekkingsvoorziening
verwijderen van de daarin opgenomen gegevens;
d. het verzenden en ontvangen van berichten over het netwerk;
e. het ontvangen van berichten die op een opslagmedium zijn
vastgelegd;
f. het voldoen aan de eisen ten aanzien van de beschikbaarheid
en de verwerkingstijden van de verstrekkingsvoorziening;
g. de uitvoering van de procedures voor het bewaren en het
herstellen van gegevens in de verstrekkingsvoorziening;
h. het houden van aantekening van het gebruik dat van de
verstrekkingsvoorziening is gemaakt;
i. het doen van mededeling aan de verantwoordelijke voor de
verwerking van gegevens in de basisadministratie waaruit de
verstrekte gegevens afkomstig zijn, zodanig dat deze in
overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering kan geven
aan de artikelen 103 en 104 van de wet.
3. Artikel 31 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 66c [Vervallen per 02-11-2005]
Artikel 66d [Vervallen per 02-11-2005]
§ 2. De verstrekking van gegevens voor historische, statistische of
wetenschappelijke doeleinden
Artikel 67
1.Uit een basisadministratie en uit het vestigingsregister worden
slechts gegevens voor historische, statistische of wetenschappelijke
doeleinden verstrekt voor zover:
a. het verzoek daartoe is gedaan door een instelling, bedoeld
in artikel 1.2 van de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek, een onderzoeksafdeling van een
bestuursorgaan of een onderzoeksbureau,
b. het onderzoek een algemeen belang dient,
c. de verwerking voor het betreffende onderzoek noodzakelijk
is,
d. de verzoeker heeft aangetoond dat de nodige voorzieningen
zijn getroffen ten einde te verzekeren dat de verdere verwerking
van de verstrekte gegevens uitsluitend geschiedt ten behoeve van
het onderzoek en dat ook overigens is voorzien in zodanige
waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene niet
onevenredig wordt geschaad, en
e. de gegevens slechts in geanonimiseerde vorm aan derden
beschikbaar worden gesteld, tenzij de ingeschrevene uitdrukkelijk
met de voorgenomen openbaarmaking van de hem betreffende gegevens
heeft ingestemd.
2.Onze Minister kan in een autorisatiebesluit bepalen dat de
verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste lid op
systematische wijze plaatsvindt. De verstrekking geschiedt in dat
geval overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de wet is bepaald ten
aanzien van de systematische verstrekking van gegevens aan
buitengemeentelijke afnemers.
3.Onze Minister maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheid, bedoeld
in het tweede lid, voor zover:
a. het bureau of de instelling heeft aangetoond dat het voor
een goede uitvoering van het onderzoek noodzakelijk is dat de
verstrekking op systematische wijze plaatsvindt,
b. aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is voldaan,
en
c. het College bescherming persoonsgegevens over het verzoek is
gehoord.
4.De verstrekking van gegevens uit de basisadministratie en uit het
vestigingsregister aan het Centraal Bureau voor de Statistiek
geschiedt overeenkomstig hetgeen bij en krachtens de wet is bepaald
ten aanzien van buitengemeentelijke afnemers.
Artikel 68
1.De ambtenaar van de burgerlijke stand bij wie aangifte is gedaan
van een levenloos geboren of voor de aangifte overleden kind
verstrekt, indien ten aanzien van dat kind geen geboorteakte wordt
opgemaakt, aan het college van burgemeester en wethouders van zijn
gemeente zo spoedig mogelijk de door het Centraal Bureau voor de
Statistiek benodigde gegevens betreffende dat kind.
2.De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt bij de in het eerste
lid bedoelde gegevensverstrekking gebruik van een formulier, waarvan
het model als bijlage 5 bij dit besluit is gevoegd.
3.Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van
Economische Zaken, regels stellen omtrent de verzending van de
gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
§ 2a. De systematische verstrekking van gegevens uit de
basisadministratie aan bijzondere derden
Artikel 68a
1.Onze Minister kan in een autorisatiebesluit bepalen dat op
systematische wijze gegevens worden verstrekt uit de
basisadministratie aan een bijzondere derde.
2.Onze Minister maakt slechts gebruik van zijn bevoegdheid voor
zover:
a. de gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak
van de bijzondere derde, en
b. het voor de goede vervulling van de taak noodzakelijk is dat
de verstrekking op systematische wijze plaatsvindt.
Artikel 68b
Bijzondere derde als bedoeld in artikel 99, eerste lid, van de wet
is:
a. een pensioenfonds als bedoeld in bijlage 5a, onder a, bij dit
besluit, voor zover de behoefte van het fonds aan gegevens uit de
basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van een
algemeen verbindend voorschrift met betrekking tot een
pensioenregeling;
b. een verzekeraar als bedoeld in bijlage 5a, onder b, bij dit
besluit, voor zover de behoefte van de verzekeraar aan gegevens uit
de basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van
pensioenregelingen, waarmee de verzekeraar overeenkomstig een
wettelijke regeling betreffende pensioenregelingen is belast;
c. een spaarfonds als bedoeld in bijlage 5a, onder c, bij dit
besluit, voor zover de behoefte van het fonds aan gegevens uit de
basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van een
algemeen verbindend voorschrift met betrekking tot een spaarregeling
die is gericht op een uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening;
d. een fonds tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd
uittreden, als bedoeld in bijlage 5a, onder d, bij dit besluit, voor
zover de behoefte van het fonds aan gegevens uit de
basisadministraties voortvloeit uit:
1°. de uitvoering van een algemeen verbindend voorschrift
inzake vervroegd uittreden, of
2°. De verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de Wet
bescherming persoonsgegevens met betrekking tot een regeling
inzake vervroegd uittreden;
e. een kredietinstelling als bedoeld in bijlage 5a, onder e, bij
dit besluit, voor zover de behoefte van de instelling aan gegevens
uit de basisadministraties haar grond vindt in het honoreren van
aanspraken van gerechtigden op, al dan niet op termijn, opvorderbare
gelden;
f. een effecteninstelling als bedoeld in bijlage 5a, onder f, bij
dit besluit, voor zover de behoefte van de instelling aan gegevens
uit de basisadministraties haar grond vindt in het honoreren van
aanspraken van gerechtigden op geld of effecten;
g. een verzekeraar als bedoeld in bijlage 5a, onder g, bij dit
besluit, voor zover de behoefte van de verzekeraar aan gegevens uit
de basisadministraties haar grond vindt in het honoreren van
aanspraken van gerechtigden op een uitkering of dienst;
h. een beleggingsinstelling als bedoeld in bijlage 5a, onder h,
bij dit besluit, voor zover de behoefte van de instelling aan
gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in het
honoreren van aanspraken van gerechtigden op geld of effecten;
i. een zorgverzekeraar als bedoeld in bijlage 5a, onder i, bij
dit besluit, voor zover de behoefte van de verzekeraar aan gegevens
uit de basisadministraties haar grond vindt in de uitvoering van de
Zorgverzekeringswet.
Artikel 68c
1.Bijzondere derde als bedoeld in artikel 99, tweede lid, van de
wet is de Stichting Interkerkelijke Leden-Administratie, voor zover de
behoefte van de stichting aan gegevens uit de basisadministraties haar
grond vindt in de verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in de
Wet bescherming persoonsgegevens betreffende de leden van de
kerkgenootschappen en andere genootschappen op geestelijke grondslag,
die gebruik maken van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde
faciliteiten.
2.Onze Minister maakt ten aanzien van de bijzondere derde, genoemd
in het eerste lid, slechts gebruik van de in artikel 68a bedoelde
bevoegdheid indien:
a. de bijzondere derde haar faciliteiten waarmee
kerkgenootschappen of andere genootschappen op geestelijke
grondslag in staat worden gesteld hun ledenadministraties met
behulp van gegevens uit de basisadministraties bij te houden, op
gelijke voet ter beschikking stelt aan ieder kerkgenootschap of
ander genootschap op geestelijke grondslag, dat van die
faciliteiten gebruik wenst te maken;
b. de kerkgenootschappen en andere genootschappen op
geestelijke grondslag die gebruik maken van de in onderdeel a
bedoelde faciliteiten, op gelijke voet deel uit kunnen maken van
de organen van de bijzondere derde indien zij daartoe de wens
uiten;
c. in de statuten van de bijzondere derde de in de onderdelen a
en b genoemde voorwaarden zijn vastgelegd; en
d. een zodanig aantal kerkgenootschappen of andere
genootschappen op geestelijke grondslag gebruik maakt van de in
onderdeel a bedoelde faciliteiten van de bijzondere derde, dat de
ten behoeve van de gegevensverstrekking aan de bijzondere derde te
plaatsen codering op de persoonslijst van een ingeschrevene niet
is te herleiden tot het kerkgenootschap of ander genootschap op
geestelijke grondslag, waartoe de ingeschrevene behoort.
3.Onze Minister beperkt zich bij de bepaling van de algemene
gegevens en de verwijsgegevens die worden verstrekt aan de bijzondere
derde, bedoeld in het eerste lid, tot de gegevens die in artikel 99,
tweede lid, van de wet zijn omschreven.
Artikel 68c1
Bijzondere derden als bedoeld in artikel 99, derde lid, van de wet
zijn:
a. een rechtspersoon die van Onze Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport subsidie ontvangt voor bevolkingsonderzoek naar
borstkanker of baarmoederhalskanker, voor zover de behoefte van de
rechtspersoon aan gegevens uit de basisadministraties haar grond
vindt in de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de
uitvoering van dat bevolkingsonderzoek;
b. een rechtspersoon die in verband met zijn werkzaamheden op het
terrein van de maatschappelijke zorg, bedoeld in artikel 2,
onderdeel d, van de Kaderwet VWS-subsidies van rijkswege subsidie
ontvangt, voor zover de behoefte van de rechtspersoon aan gegevens
uit de basisadministraties haar grond vindt in de verwerking van
persoonsgegevens ten behoeve van het opsporen van personen in het
kader van de gesubsidieerde werkzaamheden.
c. een instelling als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de
Wet toelating zorginstellingen, voor zover de behoefte van de
instelling aan gegevens uit de basisadministratie haar grond vindt
in de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de
gezondheidszorgverlening aan patiënten in die instelling.
Artikel 68d
1.De bijzondere derde, genoemd in artikel 99, vierde lid, van de
wet is slechts bijzondere derde, voor zover de behoefte van de derde
aan gegevens uit de basisadministraties haar grond vindt in de
verwerking van persoonsgegevens betreffende overleden personen.
2.Onze Minister maakt ten aanzien van de bijzondere derde, bedoeld
in het eerste lid, slechts gebruik van de in artikel 68a bedoelde
bevoegdheid indien:
a. de bijzondere derde ten aanzien van de verwerking, bedoeld
in het eerste lid, een regeling heeft getroffen ter bescherming
van de persoonlijke levenssfeer;
b. de verwerking van de uit de basisadministratie verkregen
gegevens van een in leven zijnde persoon op schriftelijk verzoek
onverwijld door de bijzondere derde wordt beëindigd; en
c. in de regeling, bedoeld in onderdeel a, de in onderdeel b
genoemde voorwaarde is vastgelegd.
Artikel 68d1
1.Bijzondere derden als bedoeld in artikel 99, vijfde lid, van de
wet zijn:
a. de Stichting Bureau Krediet Registratie;
b. de Stichting Landelijk Informatiesysteem Schulden,
voor zover de behoefte van deze stichtingen aan gegevens uit de
basisadministratie haar grond vindt in de verwerking van
persoonsgegevens met het oog op de verificatie van de identiteit van
een betrokkene bij het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen
of een traject van schuldhulpverlening.
2.Onze Minister maakt ten aanzien van een bijzondere derde als
bedoeld in het eerste lid, slechts gebruik van de in artikel 68a
bedoelde bevoegdheid indien de bijzondere derde ten aanzien van de
verwerking, bedoeld in het eerste lid, een regeling heeft getroffen
ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
3.Onze Minister beperkt zich bij de bepaling van de algemene en de
verwijsgegevens die worden verstrekt aan een bijzondere derde als
bedoeld in het eerste lid, tot de gegevens betreffende de naam, de
geboortedatum en het adres.
Artikel 68e
De systematische verstrekking van gegevens uit de basisadministraties
op grond van artikel 99 van de wet vindt slechts plaats op de wijzen die
op grond van artikel 12, tweede lid, zijn beschreven in de
systeembeschrijving. Onze Minister kan, in afwijking van het hiervoor
gestelde, ten aanzien van de in artikel 68b, onder e tot en met
h,artikel 68c1, onder b, en artikel 68d1 bedoelde bijzondere derden, bij
het nemen van een autorisatiebesluit bepalen dat de systematische
verstrekking van gegevens uit de basisadministratie op een in dat
besluit beschreven andere wijze plaatsvindt.
Artikel 68f
Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een
autorisatiebesluit maakt de bijzondere derde gebruik van een door Onze
Minister vastgesteld formulier.
Artikel 68g
De bijzondere derde gebruikt de uit de basisadministraties afkomstige
gegevens slechts ter uitvoering van de taak, waarvoor ze krachtens het
autorisatiebesluit zijn verstrekt.
§ 2b. De verstrekking van gegevens uit de basisadministraties in
verband met het vertrek van een persoon naar Aruba, Curaçao, Sint
Maarten of een van de openbare lichamen
Artikel 68h
1. Indien een persoon aangifte van vertrek heeft gedaan en daarbij
meldt te gaan verblijven in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van
de openbare lichamen, verstrekt de verantwoordelijke voor de
verwerking van gegevens in de basisadministratie waar de betrokken
persoon laatstelijk als ingezetene was ingeschreven, de gegevens als
bedoeld in artikel 114a, eerste lid, van de wet aan de
verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het
vestigingsregister.
2. De verstrekking, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de
wijze als beschreven in de systeembeschrijving.
§ 2c. Geheimhouding van de verstrekking van gegevens uit de
basisadministratie aan een afnemer
Artikel 68i
1.Over de verstrekking van gegevens uit de basisadministratie aan
de onder a tot en met c bedoelde afnemers wordt geen informatie
verstrekt aan een andere afnemer, een derde of de ingeschrevene, voor
zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid van de staat
of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten en het
een verstrekking van gegevens betreft aan:
a. de regionale politiekorpsen voor zover de verstrekking
noodzakelijk is voor de strafrechtelijke handhaving van de
rechtsorde of de handhaving van de openbare orde als bedoeld in
artikel 2 van de Politiewet 1993;
b. het Korps landelijke politiediensten voor zover de
verstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel
38 in samenhang met artikel 2 van de Politiewet 1993 bedoelde
taken.
c. de Koninklijke marechaussee voor zover de verstrekking
noodzakelijk is voor de uitvoering van de in artikel 6, eerste
lid, van de Politiewet 1993 bedoelde taken.
2.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de
basisadministratie draagt zorg dat over verstrekkingen als bedoeld in
het eerste lid geen aantekening wordt gehouden.
3.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de
basisadministratie draagt er zorg voor dat van degenen, die zijn
belast met de verwerking van de in het eerste lid bedoelde gegevens in
zijn basisadministratie, uitsluitend die personen kennis kunnen nemen
van de desbetreffende gegevens, die daartoe uitdrukkelijk zijn
geautoriseerd en voor zover die kennisneming noodzakelijk is voor:
a. de uitoefening van een recht van de burger als bedoeld in de
artikelen 78 en 79 van de wet,
b. het verrichten van werkzaamheden in het kader van het
technische beheer van de basisadministratie, of
c. de uitvoering van andere taken die zijn of worden
vastgesteld bij een ministeriële regeling, over het ontwerp
waarvan het College bescherming persoonsgegevens is gehoord.
§ 3. De vergoeding van kosten in verband met de afstemming van
gegevens
Artikel 69
1.Onze Minister bepaalt welke berichten voor de toepassing van dit
artikel worden aangemerkt als afstemmingsberichten.
2.Als afstemmingsbericht wordt slechts aangemerkt een bericht:
a. dat benodigd is voor de verstrekking van gegevens ter
afstemming van de gegevens van een buitengemeentelijke afnemer of
bijzondere derde op de gegevens in de basisadministratie,
b. waarvan de verzending en ontvangst geschiedt op een wijze
die op grond van artikel 12, eerste lid, onder c, is beschreven in
de systeembeschrijving, en
c. dat als doel heeft de in het vierde lid bedoelde
verstrekking van gegevens mogelijk te maken.
3.Voor afstemmingsberichten brengt Onze Minister in afwijking van
hoofdstuk 1, afdeling 3, bij de afnemers en bijzondere derden een
tarief per geregistreerde persoon in rekening. Voor
afstemmingsberichten met gebruikmaking van optische schijf of magneet
schijf, brengt de betrokken gemeente in afwijking van hoofdstuk 1,
afdeling 3, bij de afnemers en bijzondere derden een bijzonder tarief
in rekening.
4.Onder geregistreerde persoon als bedoeld in het derde lid wordt
verstaan de persoon over wie de afnemer of bijzondere derde verzoekt
gegevens verstrekt te krijgen op de wijze die op grond van artikel 12,
tweede lid, onderdeel a, onder 1°, is beschreven in de
systeembeschrijving.
5.De kosten in verband met de afstemming bestaan uit:
a. de kosten die naar verwachting zijn verbonden aan de
verzending en ontvangst van afstemmingsberichten over het netwerk,
en
b. de kosten in verband met een vergoeding per bij de
afstemming betrokken gemeente voor de verzending en ontvangst van
afstemmingsberichten op optische schijf of magneetschijf.
6.Het tarief wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister. Het
tarief wordt op een zodanige wijze vastgesteld dat door het totaal van
de in rekening te brengen tarieven de kosten, bedoeld in het vijfde
lid, worden gedekt.
7.De regeling, bedoeld in het zesde lid, wordt niet vastgesteld dan
nadat de gemeenten en de betrokken afnemers en bijzondere derden de
mogelijkheid is geboden hun zienswijze naar voren te brengen.
8.Het autorisatiebesluit bepaalt met betrekking tot de afnemer of
bijzondere derde het aantal geregistreerde personen als bedoeld in het
vierde lid en het aantal afstemmingsberichten dat door de afnemer of
bijzondere derde over het netwerk wordt verzonden en ontvangen.
9.Onze Minister stelt een raming vast van de verwachte kosten,
alsmede van het verwachte aantal afstemmingsberichten.
Hoofdstuk 4. Het vestigingsregister
§ 1. De gegevens in het vestigingsregister
Artikel 70
1.De in artikel 114, eerste lid, onder b , van de wet bedoelde
administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens zijn
vermeld in bijlage 6 bij dit besluit.
2.De administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens
worden vernietigd of uit het vestigingsregister verwijderd in de
gevallen, beschreven in de systeembeschrijving.
§ 2. De inrichting, werking en beveiliging van het
vestigingsregister
Artikel 71
1.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het
vestigingsregister draagt zorg dat het geautomatiseerde systeem van
het vestigingsregister in overeenstemming met de systeembeschrijving
geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en ontvangt ten
behoeve van:
a. de inschrijving in de basisadministratie;
b. de verwerking van verwijsgegevens en van administratieve
gegevens in verband met de verwijsgegevens;
c. de op grond van artikel 12, tweede lid, onder b, beschreven
verstrekkingen uit het vestigingsregister.
2.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het
vestigingsregister draagt zorg dat het geautomatiseerde systeem van
het vestigingsregister in overeenstemming met de systeembeschrijving
geautomatiseerde berichten verzendt en ontvangt, ten behoeve van de in
artikel 12, vijfde lid, bedoelde verstrekkingen.
Artikel 72
De artikelen 15 tot en met 17 en de artikelen 20 tot en met 25 zijn
van overeenkomstige toepassing op de verantwoordelijke voor de
verwerking van gegevens in het vestigingsregister en ten aanzien van het
geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister.
Artikel 73
Het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister stelt de
verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het
vestigingsregister in staat om in overeenstemming met de
systeembeschrijving uitvoering te geven aan de in de artikelen 71 en 72
bedoelde taken.
Artikel 74
Artikel 31 is van overeenkomstige toepassing op de verantwoordelijke
voor de verwerking van gegevens in het vestigingsregister.
Artikel 75
De systeembeschrijving omvat tevens de in de artikelen 71 en 72
genoemde onderwerpen.
Artikel 76
Onze Minister stelt regels over de zorg voor het vestigingsregister
door het in artikel 119 van de wet bedoelde college van burgemeester en
wethouders. Daarbij worden regels gesteld over het toezicht van Onze
Minister op de uitvoering van de in de artikelen 71 tot en met 74
bedoelde taken.
§ 3. De systematische verstrekking van gegevens uit het
vestigingsregister
Artikel 77
De wijze van systematisch verstrekken van gegevens uit het
vestigingsregister aan buitengemeentelijke afnemers die alleen kan
geschieden op grond van een autorisatiebesluit betreft de wijze die op
grond van artikel 12, tweede lid, onder b, is beschreven in de
systeembeschrijving.
Artikel 78
De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het
vestigingsregister kan weigeren aan een buitengemeentelijke afnemer op
systematische wijze gegevens uit het vestigingsregister te verstrekken
op een andere wijze dan bedoeld in artikel 77.
Artikel 79
Op de systematische verstrekking van gegevens uit het
vestigingsregister aan bijzondere derden zijn de artikelen 68a tot en
met 68d en artikel 68g van overeenkomstige toepassing.
Artikel 79a
De systematische verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister
op grond van artikel 116 van de wet in samenhang met artikel 99 van de
wet vindt slechts plaats op de wijze die op grond van artikel 12, tweede
lid, onder b, is beschreven in de systeembeschrijving.
Artikel 79b
Bij de indiening van een verzoek tot het nemen van een
autorisatiebesluit maakt de buitengemeentelijke afnemer of de bijzondere
derde gebruik van een door Onze Minister vastgesteld formulier.
Artikel 79c
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels over de wijze
van verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister aan een
verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de
openbare lichamen.
§ 4. De heffingen voor verstrekkingen uit het vestigingsregister
Artikel 80
1. Onze Minister stelt regels over heffingen in verband met de
verstrekking uit het vestigingsregister van gegevens aan derden,
anders dan overeenkomstig artikel 99 of 100a van de wet, en van hem
betreffende gegevens aan de betrokkene.
2. De regels, bedoeld in het eerste lid, vervallen indien de
verantwoordelijkheid voor de verwerking van gegevens in het
vestigingsregister op grond van artikel 119 van de wet door Onze
Minister wordt overgedragen aan het college van burgemeester en
wethouders van een gemeente.
3. Verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister aan een
verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de
openbare lichamen, bedoeld in artikel 100a van de wet, is vrij van
heffingen.
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
§ 1. De aanleg van persoonslijsten bij de inwerkingtreding van de
wet
Artikel 81
1.De aanleg van een persoonslijst op grond van hoofdstuk 5,
afdeling 2, paragraaf 1, van de wet, geschiedt op een wijze die
overeenstemt met de systeembeschrijving.
2.De systeembeschrijving omvat tevens het in het eerste lid
genoemde onderwerp.
Artikel 82
Bij de aanleg van een persoonslijst in een geval als bedoeld in het
eerste lid van artikel 123 van de wet behoeven, in afwijking van dat
lid, de in bijlage 7 bij dit besluit vermelde bijzondere en
administratieve gegevens niet op de persoonslijst te worden opgenomen.
§ 2. De verwerking van verwijsgegevens en van administratieve
gegevens in verband met de verwijsgegevens in het vestigingsregister bij
de inwerkingtreding van de wet
Artikel 83
De in artikel 127, eerste lid, van de wet bedoelde verwijsgegevens en
administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens van de in dat
lid bedoelde personen, worden verwerkt in het vestigingsregister.
Artikel 84
1.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een
basisadministratie draagt zorg dat het gemeentelijke geautomatiseerde
systeem ten behoeve van de uitvoering van artikel 83 in
overeenstemming met de systeembeschrijving:
a. geautomatiseerd berichten op optische schijf of
magneetschijf vastlegt;
b. geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en
ontvangt.
2.De verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, draagt zorg dat
hij de optische schijf of de magneetschijf verzendt op een wijze die
overeenstemt met de systeembeschrijving.
3.Het gemeentelijke geautomatiseerde systeem stelt de
verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, in staat om in
overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering te geven aan de
in het eerste lid bedoelde taken.
Artikel 85
1.De verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het
vestigingsregister draagt zorg dat het geautomatiseerde systeem van
het vestigingsregister ten behoeve van de uitvoering van artikel 83 in
overeenstemming met de systeembeschrijving:
a. geautomatiseerd berichten op optische schijf of
magneetschijf ontvangt;
b. geautomatiseerd berichten over het netwerk verzendt en
ontvangt.
2.De verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, draagt zorg dat
hij de optische schijf of de magneetschijf in ontvangst neemt op een
wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving.
3.Het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister stelt de
verantwoordelijke, bedoeld in het eerste lid, in staat om in
overeenstemming met de systeembeschrijving uitvoering te geven aan de
in het eerste lid bedoelde taken.
Artikel 86
De systeembeschrijving omvat tevens de in de artikelen 84 en 85
genoemde onderwerpen.
Artikel 87
De in artikel 127, eerste lid, van de wet bedoelde gegevens over de
gemeente van inschrijving blijven opgenomen naar de juiste staat van die
gegevens bij de inwerkingtreding van artikel 121 van de wet.
Artikel 88
1.De in artikel 127, eerste lid, onder b, van de wet bedoelde
administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens zijn
vermeld in bijlage 6 bij dit besluit.
2.Artikel 70, tweede lid, is van toepassing.
§ 3. De invoering van de automatisering
Artikel 89
Onze Minister kan regels stellen omtrent:
a. de technische en administratieve inrichting en werking en de
beveiliging van de basisadministratie van een college van
burgemeester en wethouders van een gemeente dat niet in het bezit is
van een toestemming als bedoeld in artikel 7 of artikel 13 van de
wet;
b. de systematische verstrekking van gegevens op grond van de
artikelen 91 en 99 van de wet door een college van burgemeester en
wethouders van een gemeente als bedoeld onder a;
c. de aanleg, de instandhouding en de werking van voorzieningen
ten behoeve van de overdracht van berichten in verband met de
uitvoering van de bepalingen bij of krachtens de wet omtrent de
gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens, voor zover de
berichten niet over het netwerk worden verzonden of ontvangen.
Artikel 90
Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van
Financiën, regels stellen omtrent de uitwisseling van gegevens tussen
een afnemer of een bijzondere derde enerzijds en Onze Minister van
Financiën anderzijds, in verband met de afstemming van de gegevens van
de afnemer of de bijzondere derde op de gegevens in de
basisadministraties. Daarbij kunnen regels gesteld worden omtrent de
verrekening van de kosten van deze gegevensuitwisseling.
§ 4. De zorg voor bestaande registers
Artikel 91
1.Het college van burgemeester en wethouders draagt ten behoeve van
de uitvoering van de wet zorg voor het persoonsregister en het
archiefregister tot de datum die is gelegen vijfenzeventig jaar na de
datum van inwerkingtreding van dit besluit.
2.De op grond van artikel 141 van de wet aan het college van
burgemeester en wethouders verstrekte gegevens worden toegevoegd aan
het persoonsregister.
3.Onze Minister kan regels stellen omtrent de zorg voor het
persoonsregister en het archiefregister.
Artikel 92
1.Onze Minister draagt ten behoeve van de uitvoering van de wet
zorg voor het centraal bevolkingsregister, bedoeld in artikel 138 van
de wet, tot de datum die is gelegen vijfenzeventig jaar na de datum
van inwerkingtreding van dit besluit.
2.Onze Minister kan regels stellen omtrent de zorg voor het
centraal bevolkingsregister.
Artikel 93
1.Onze Minister draagt ten behoeve van de uitvoering van de wet
zorg voor het persoonskaartenarchief en het schakelregister, bedoeld
in artikel 139 van de wet, tot de datum die is gelegen vijfenzeventig
jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
2.Onze Minister kan regels stellen omtrent de zorg voor het
persoonskaartenarchief en het schakelregister.
§ 5. De heffingen voor verstrekkingen uit de registraties waarbij
Onze Minister verantwoordelijk is voor de verwerking van daarin
opgenomen persoonsgegevens
Artikel 94
1.Onze Minister stelt regels omtrent heffingen in verband met de
verstrekking van gegevens uit:
a. het centraal bevolkingsregister;
b. het persoonskaartenarchief;
c. het schakelregister;
d. het centraal archief van overledenen.
2.De regels, bedoeld in het eerste lid, worden gesteld voor zover
Onze Minister verantwoordelijk is voor de verwerking van
persoonsgegevens in die registraties en betreffen slechts heffingen in
verband met de verstrekking van gegevens aan derden, anders dan
overeenkomstig artikel 99 en 100a van de wet, en de verstrekking aan
de betrokkene van hem betreffende gegevens.
§ 6. Overige en slotbepalingen
Artikel 95 [Vervallen per 01-09-2001]
Artikel 96 [Vervallen per 01-09-2001]
Artikel 97
1.De tabelgegevens worden in ieder geval op de volgende wijzen
bekend gemaakt:
a. door verstrekking van deze gegevens over het netwerk op een
wijze die overeenstemt met de systeembeschrijving;
b. door terinzagelegging van deze gegevens door Onze Minister.
2.Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan in de
Staatscourant.
Artikel 98
De verplichtingen, bedoeld in artikel 146b, eerste en tweede lid, van
de wet, zijn tot de in dat artikel genoemde datum alleen van toepassing
op de door Onze Minister aangewezen afnemers of categorieën van
afnemers.
Artikel 98a
1. Voor de toepassing van artikel 6 wordt wat betreft het
vaststellen van de abonnementsstructuur voor het jaar 2012 onder «het
volgende jaar» verstaan «het jaar 2012» en onder «het vorige
jaar»: het jaar 2010.
2. In afwijking van artikel 6, vierde lid, deelt Onze Minister de
abonnementsstructuur voor het jaar 2012 mee aan betrokkenen in januari
2012.
Artikel 99
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 100
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens.
Lasten
en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting
in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 8 september 1994
BEATRIX
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm
Uitgegeven de tweeëntwintigste september
1994
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
Bijlagen niet opgenomen
|
|
|