| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA)
REGELING
GEMEENTELIJKE BASISADMINISTRATIE PERSOONSGEGEVENS
(Regeling GBA)
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken;
Handelende in overeenstemming met de Minister
van Financiën;
Gelet op de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens en het Besluit gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Afdeling 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
het Besluit GBA:
het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
de minister:
de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Afdeling 2. Het beheer van het netwerk
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 2
In deze afdeling wordt verstaan onder:
GBA-netwerk:
het netwerk, met uitzondering van de infrastructuur bestemd voor
het transport van berichten van en naar de gebruikers door middel van
telecommunicatie;
gebruikers:
verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens in een
basisadministratie, de verantwoordelijke voor de verwerking van
persoonsgegevens in het vestigingsregister, afnemers en bijzondere
derden die aangesloten zijn op het GBA-netwerk, en de minister als
beheerder van het GBA-netwerk;
gebruikersgroep:
de groep van de gebruikers die op grond van de wet bevoegd zijn
berichten over het netwerk te verzenden en te ontvangen en die door de
minister zijn toegelaten tot die groep;
netwerkdienst:
de organisatie waaraan door de minister bij schriftelijke
overeenkomst de aanleg en de instandhouding van het netwerk geheel of
gedeeltelijk is uitbesteed.
Artikel 3
De minister draagt zorg dat het netwerk slechts wordt gebruikt door
de gebruikersgroep.
Artikel 4
1.De minister draagt zorg voor de nodige voorzieningen van
technische en organisatorische aard ter beveiliging van de over het
netwerk getransporteerde berichten tegen verlies of aantasting van de
berichten en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verzending
van de berichten.
2.De voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, omvatten ten minste
de volgende onderwerpen:
a. maatregelen gericht op personen die betrokken zijn bij het
beheer van het netwerk;
b. maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en ruimten
waarin apparatuur en programmatuur aanwezig zijn die toegang
kunnen geven tot het netwerk;
c. maatregelen gericht op een deugdelijke werking en
beveiliging van de apparatuur en programmatuur die deel uitmaken
van het netwerk;
d. maatregelen voor het geval de geheimhouding van de over het
netwerk verzonden berichten is geschaad;
e. maatregelen bij calamiteiten.
Artikel 5
Indien de minister de aanleg en instandhouding van het netwerk geheel
of gedeeltelijk uitbesteedt aan een netwerkdienst, sluit hij een
schriftelijke overeenkomst met die netwerkdienst, waarin in ieder geval
de volgende onderwerpen worden geregeld:
a. de te verrichten diensten;
b. de tarieven voor de te verlenen diensten;
c. de beschikbaarheid van het netwerk;
d. de voorzieningen bij storingen en calamiteiten;
e. het periodiek overleg met betrekking tot het beheer van het
netwerk;
f. voor zover het betreft het GBA-netwerk: de periodieke controle
door een op het gebied van de electronische gegevensverwerking
deskundige registeraccountant.
Artikel 6
De minister draagt zorg voor de vastlegging van gegevens over:
a. de gebruikers van het netwerk;
b. problemen en storingen op het netwerk;
c. het aantal over het GBA-netwerk verzonden berichten;
d. wijzigingen in de apparatuur en de programmatuur van het
GBA-netwerk;
e. de vastgestelde limieten en de tijdelijk aangepaste limieten
in verband met het gebruik van het GBA-netwerk.
Artikel 7
De minister draagt zorg dat met behulp van een vrij bericht over het
netwerk aan de gebruikers inlichtingen worden verstrekt omtrent het
gebruik en de beschikbaarheid van het netwerk.
Artikel 8
1.Er is een netwerk-service-desk, die ressorteert onder de
minister.
2.Onder netwerk-service-desk wordt verstaan: de service-desk die
belast is met het dagelijks operationeel beheer van het netwerk.
3.De netwerk-service-desk kan namens de minister een limiet als
bedoeld in artikel 14, eerste lid, vaststellen dan wel tijdelijk
aanpassen.
4.De netwerk-service-desk heeft onder meer taken in verband met:
a. het beheer van de gebruikersgroep;
b. de aansluiting en afsluiting van gebruikers;
c. het wijzigen van instellingen;
d. de blokkering van de toegang tot het GBA-netwerk;
e. het toekennen van de wachtwoorden waarmee toegang kan worden
verschaft tot het GBA-netwerk;
f. het aan gebruikers verlenen van uitstel voor de verwijdering
van berichten uit het GBA-netwerk;
g. het verhelpen van storingen op het netwerk;
h. het toezicht op de naleving van de regels over het gebruik
van het netwerk;
i. het verzenden van vrije berichten als bedoeld in artikel 7.
Paragraaf 2. Het beheer van het GBA-netwerk
Artikel 9
De minister draagt zorg dat op een wijze die overeenstemt met de
systeembeschrijving berichten aan het GBA-netwerk kunnen worden
aangeboden en bij het GBA-netwerk kunnen worden opgevraagd.
Artikel 10
De minister draagt zorg dat het GBA-netwerk geen voorzieningen biedt
voor directe verbindingen tussen de geautomatiseerde systemen van de
gebruikers.
Artikel 11
De minister draagt zorg dat het GBA-netwerk voor zover mogelijk
voldoet aan internationaal geaccepteerde standaarden voor
geautomatiseerde berichtenafhandeling.
Artikel 12
1.De minister bepaalt in de systeembeschrijving, voor welke
telecommunicatie-voorziening het GBA-netwerk toegankelijk is.
2.De minister draagt zorg dat het GBA-netwerk overeenkomstig de
systeembeschrijving toegankelijk is.
Artikel 13
1.In dit artikel wordt verstaan onder periodieke
onderhoudswerkzaamheden: de onderhoudswerkzaamheden die op vaste
tijdstippen plaatsvinden en die niet naar aanleiding van een storing
worden verricht.
2.De minister draagt zorg dat het GBA-netwerk in beginsel te allen
tijde beschikbaar is, met uitzondering van de tijdstippen waarop
periodieke onderhoudswerkzaamheden aan het netwerk worden verricht.
3.De minister draagt zorg dat periodieke onderhoudswerkzaamheden
aan het GBA-netwerk niet plaatsvinden op werkdagen tussen 8.30 uur en
17.00 uur.
Artikel 14
1.De minister kan voor handelingen in verband met het gebruik van
het GBA-netwerk een limiet vaststellen. De limiet kan worden
vastgesteld voor een bepaalde termijn.
2.Bij overschrijding van de vastgestelde limiet kan de gebruiker de
desbetreffende handeling niet meer verrichten.
Afdeling 3. De geautomatiseerde systemen
Paragraaf 1. Het verschaffen van inlichtingen over apparatuur en
programmatuur
Artikel 15
1.De verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in
van een basisadministratie die het voornemen heeft om een wijziging
aan te brengen in de apparatuur of de programmatuur die het
gemeentelijke geautomatiseerde systeem vormen, draagt zorg dat van de
voorgenomen wijziging mededeling wordt gedaan aan de minister.
2.Indien de wijziging, bedoeld in het eerste lid, een wijziging in
de apparatuur, met inbegrip van de systeemprogrammatuur, van het
gemeentelijke geautomatiseerde systeem betreft, wordt bij het doen van
de in dat lid bedoelde mededeling gebruik gemaakt van een door de
minister vastgesteld formulier.
3.Indien de wijziging, bedoeld in het eerste lid, een wijziging in
de programmatuur, met uitzondering van de systeemprogrammatuur, van
het gemeentelijke geautomatiseerde systeem betreft, draagt de
verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een
basisadministratie zorg dat de in dat lid bedoelde mededeling
schriftelijk geschiedt.
Artikel 16
1.Zodra de verantwoordelijke voor de verwerking van
persoonsgegevens in van een basisadministratie naar aanleiding van de
mededeling, bedoeld in artikel 15, de voorgenomen wijziging heeft
aangebracht, geeft hij hiervan een bevestiging aan de minister met
behulp van een vrij bericht dat wordt verzonden over het netwerk.
2.Indien de verantwoordelijke voor de verwerking van
persoonsgegevens in van een basisadministratie naar aanleiding van de
mededeling, bedoeld in artikel 15,
a. in plaats van de voorgenomen wijziging een andere wijziging
heeft aangebracht, of
b. naast de voorgenomen wijziging nog een wijziging heeft
aangebracht, doet hij hiervan mededeling aan de minister. Artikel
15, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17
De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing op de
buitengemeentelijke afnemer en de bijzondere derde, met dien verstande
dat als het artikel spreekt over het gemeentelijke geautomatiseerde
systeem, dit betrekking heeft op het geautomatiseerde systeem waarmee de
buitengemeentelijke afnemer of de bijzondere derde uitvoering wil geven,
of uitvoering geeft, aan de regels, bedoeld in artikel 16 van de wet.
Paragraaf 2. Voorbereidingskosten wijziging systeembeschrijving
Artikel 17a
Het tarief, bedoeld in bijlage 1c, onderdeel II, van het Besluit GBA,
bedraagt € 4537,80.
Afdeling 4. De bewerker
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 18
In deze afdeling wordt verstaan onder:
werkzaamheden:
werkzaamheden, vastgelegd in de schriftelijke overeenkomst, bedoeld
in artikel 51, eerste lid, van het Besluit GBA;
een medewerker:
een persoon die werkzaam is voor de bewerker.
Artikel 19
De bewerker draagt zorg dat de door een college van burgemeester en
wethouders ter beschikking gestelde persoonsgegevens uitsluitend ten
behoeve van de werkzaamheden voor dat college worden gebruikt.
Paragraaf 2. Maatregelen gericht op medewerkers
Artikel 20
Een medewerker wordt slechts bij de werkzaamheden betrokken indien
hij in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, die is
afgegeven op grond van de Wet op de justitiële documentatie en op de
verklaringen omtrent het gedrag.
Artikel 21
De medewerker die bij de werkzaamheden wordt betrokken, wordt op de
hoogte gesteld van de van toepassing zijnde beveiligingsmaatregelen.
Artikel 22
1.De medewerker die belast is met werkzaamheden ondertekent een
verklaring, waarin hij zich verplicht de persoonsgegevens waarvan hij
kennis kan nemen, geheim te houden.
2.De geheimhoudingsplicht blijft van kracht ook indien de
betrokkene niet langer met de werkzaamheden is belast.
Paragraaf 3. Maatregelen gericht op de toegang tot gebouwen en
ruimten
Artikel 23
De bewerker neemt passende maatregelen om te voorkomen dat
onbevoegden zich kunnen ophouden in gebouwen en ruimten waar
persoonsgegevens aanwezig zijn.
Paragraaf 4. Maatregelen gericht op apparatuur en programmatuur
Artikel 24
De bewerker neemt passende maatregelen ter beveiliging van de
persoonsgegevens, in verband met installatie en onderhoud van apparatuur
en programmatuur.
Artikel 25
1.De bewerker draagt zorg voor een deugdelijke werking van
apparatuur en programmatuur.
2.De bewerker draagt zorg voor beveiliging van apparatuur en
programmatuur tegen misbruik door onbevoegden.
Paragraaf 5. Maatregelen gericht op het beheer van gegevens
Artikel 26
De bewerker draagt zorg dat de opslag en het transport van de
persoonsgegevens zodanig geschiedt, dat onbevoegden geen kennis kunnen
nemen van die gegevens.
Artikel 27
1.De bewerker draagt zorg dat de juistheid en integriteit van de
gegevensbestanden die hij ten behoeve van de werkzaamheden onder zich
heeft, worden bewaakt.
2.De bewerker draagt zorg dat voorzieningen zijn getroffen, die
waarborgen dat bij verlies of beschadiging van persoonsgegevens
herstel kan plaatsvinden.
Paragraaf 6. Maatregelen bij schending van geheimhouding
Artikel 28
1.Indien onbevoegden kennis hebben genomen, of in de gelegenheid
zijn geweest kennis te nemen van persoonsgegevens en daardoor de
geheimhouding van die gegevens zodanig is geschaad, dat deze niet
langer als gewaarborgd kan worden beschouwd, licht de bewerker het
college van burgemeester en wethouders hieromtrent in.
2.De bewerker draagt zorg dat de schade wordt beperkt en herhaling
wordt voorkomen.
Artikel 29
Artikel 28 is van overeenkomstige toepassing indien de bewerker
vermoedt dat een van de in dat artikel bedoelde situaties zich heeft
voorgedaan.
Paragraaf 7. Maatregelen bij calamiteiten
Artikel 30
De bewerker draagt zorg dat voorzieningen ter bescherming van de
persoonsgegevens tegen verlies of beschadiging door brand, water,
straling of luchtverontreiniging en andere calamiteiten worden
getroffen.
Afdeling 4. Gebruikersoverleg
Artikel 30a
1.De door de gemeenten, de afnemers en de derden aangewezen
vertegenwoordiging, als bedoeld in artikel 23a, eerste lid, van de
wet, bestaat uit ten hoogste tien personen.
2.Het overleg wordt ten minste vier keer per jaar gevoerd.
3.Op verzoek van de minister of één van de vertegenwoordigers kan
ook tussentijds overleg plaatsvinden.
Artikel 30b
1.Het overleg wordt voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter
die na overleg met de vertegenwoordigers wordt benoemd door de
minister.
2.De voorzitter ontvangt voor zijn werkzaamheden een vergoeding
ingevolge het Vacatiegeldenbesluit 1988.
3.De minister draagt zorg voor het ambtelijk secretariaat van het
overleg.
Artikel 30c
1.De tijdens het overleg door de vertegenwoordigers ingenomen
standpunten worden door de minister betrokken bij de besluitvorming
over de besproken onderwerpen.
2.Indien onderwerpen ter kennis van het parlement worden gebracht,
worden de standpunten van de vertegenwoordigers vermeld.
3.Indien bij de besluitvorming wordt afgeweken van de door de
vertegenwoordigers ingenomen standpunten, wordt dit door de minister
in het eerstvolgende overleg gemotiveerd gemeld.
Hoofdstuk 2. De bijhouding van de basisadministratie
Paragraaf 1. De verplichting tot terugmelding
Artikel 31 [Vervallen per 01-04-2007]
Paragraaf 2. Instellingen waarvoor een briefadres kan worden gekozen
Artikel 32
Als instellingen voor gezondheidszorg als bedoeld in artikel 67,
derde lid, onder a, van de wet, worden aangewezen: de verpleeghuizen,
psychiatrische ziekenhuizen en zwakzinnigeninrichtingen, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdelen B tot en met D, van het Besluit
aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen.
Artikel 33
Als instellingen op het gebied van de kinderbescherming als bedoeld
in artikel 67, derde lid, onder b, van de wet, worden aangewezen: de
instellingen voor justitiële jeugdbescherming, bedoeld in hoofdstuk XIV
van de Wet op de jeugdhulpverlening.
Artikel 34
Als penitentiaire instellingen als bedoeld in artikel 67, derde lid,
onder c, van de wet, worden aangewezen: de inrichtingen die door de
Minister van Justitie zijn bestemd voor de tenuitvoerlegging van
vrijheidsbeneming, niet zijnde inrichtingen als bedoeld in artikel 33.
Paragraaf 3. De gevallen waarin het burgerservicenummer niet als
verwijsgegeven wordt opgenomen
Artikel 34a
De gegevens over het burgerservicenummer worden niet als
verwijsgegevens opgenomen in de basisadministratie van een vroegere
gemeente van inschrijving, indien de uitschrijving uit de
basisadministratie van die gemeente heeft plaatsgevonden voordat het
burgerservicenummer op de persoonslijst van de persoon is opgenomen.
Paragraaf 4 [Vervallen per 21-08-2008]
Artikel 34b [Vervallen per 21-08-2008]
Hoofdstuk 3. De verstrekking van gegevens uit de basisadministratie
Paragraaf 1. Maatstaf voor verstrekkingen die geweigerd kunnen worden
Artikel 35
1.De maatstaf, bedoeld in artikel 65, tweede lid, van het Besluit
GBA bedraagt:
a. 5.000 verstrekkingen uit de basisadministraties, dan wel
b. één verstrekking uit de gemeentelijke basisadministratie
per 400 inwoners van de gemeente.
2.Bij de toepassing van het eerste lid, onder b, wordt gehanteerd
het aantal inwoners van de gemeente volgens de meest recent door het
Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers
per 1 januari.
Paragraaf 2. Het tarief in verband met de afstemming van gegevens
Artikel 36
1.Voor de toepassing van artikel 69 van het Besluit GBA worden als
afstemmingsbericht aangemerkt:
a. ieder eerste verzoek tot een eenmalige verstrekking als
bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van het
Besluit GBA, betreffende een geregistreerde persoon als bedoeld in
artikel 69, achtste lid, van het Besluit GBA, en
b. iedere eerste eenmalige verstrekking als bedoeld in artikel
12, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van het Besluit GBA,
betreffende een geregistreerde persoon als bedoeld in artikel 69,
achtste lid, van het Besluit GBA, indien de verzending en de
ontvangst van het bericht geschieden op een wijze die op grond van
artikel 12, eerste lid, onder c, van het Besluit GBA is beschreven
in de systeembeschrijving.
2.In afwijking van het eerste lid worden niet als
afstemmingsbericht aangemerkt de berichten die over het netwerk worden
verzonden en ontvangen, voor zover deze berichten het aantal
afstemmingsberichten, bedoeld in artikel 69, achtste lid, van het
Besluit GBA, te boven gaan.
Artikel 37
1.Het tarief, bedoeld in artikel 69 van het Besluit GBA, bedraagt
per afnemer of bijzondere derde:
a. bij verzending en ontvangst van afstemmingsberichten over
het netwerk: € 0,16 per geregistreerde persoon;
b. bij verzending en ontvangst van afstemmingsberichten op
optische schijf of magneetschijf: € 22,69 per bij de afstemming
betrokken gemeente.
2.Het tarief, bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt door de
afnemer of bijzondere derde rechtstreeks aan de betrokken gemeente
voldaan.
Paragraaf 3. Vergoeding ten behoeve van verstrekkingen op papier of
met behulp van optische schijf of magneetschijf
Artikel 37a
1.Het tarief, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Besluit GBA,
bedraagt € 22,69.
2.Het tarief, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit
GBA bedraagt € 2,27.
Hoofdstuk 4. Het vestigingsregister
Paragraaf 1. De zorg voor het overgedragen vestigingsregister
Artikel 38
Deze paragraaf is van toepassing indien krachtens artikel 119 van de
wet de verantwoordelijkheid voor de verwerking van persoonsgegevens in
het vestigingsregister is overgedragen aan het college van burgemeester
en wethouders van een gemeente.
Artikel 39
1.Het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister wordt
niet verenigd met het gemeentelijke geautomatiseerde systeem.
2.Het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister biedt
geen voorzieningen voor rechtstreekse toegang tot de gemeentelijke
basisadministratie.
3.Het geautomatiseerde systeem van het vestigingsregister biedt
geen voorzieningen voor rechtstreekse toegang vanuit de gemeentelijke
basisadministratie tot het vestigingsregister.
Artikel 40
1.De minister stelt voor het vestigingsregister een
beveiligingsplan vast.
2.Het beveiligingsplan geeft een beschrijving van de nodige
voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging
van de in het vestigingsregister vermelde gegevens tegen verlies of
aantasting van deze gegevens en tegen onbevoegde kennisneming,
wijziging of verstrekking van deze gegevens.
3.Het college van burgemeester en wethouders treft de maatregelen,
bedoeld in artikel 31 van het Besluit GBA, op een wijze die
overeenstemt met het beveiligingsplan voor het vestigingsregister.
Artikel 41
Het college van burgemeester en wethouders legt de hoofdlijnen van
het beheer van het vestigingsregister vast in een regeling die voor een
ieder ter inzage wordt gelegd.
Artikel 42
1.De minister kan een onderzoek verrichten naar de inrichting, de
werking en de beveiliging van de voorzieningen waarmee het college van
burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan de in de artikelen 71
tot en met 74 van het Besluit GBA bedoelde taken.
2.Het onderzoek omvat de door de minister te bepalen onderdelen van
de inrichting, de werking en de beveiliging van de voorzieningen. Aan
het college van burgemeester en wethouders wordt een nauwkeurige
beschrijving verstrekt van de onderdelen die in het onderzoek zijn
opgenomen.
3.Het college van burgemeester en wethouders stelt de door de
minister hiertoe aangewezen personen in staat gegevens te verzamelen
ten behoeve van het onderzoek.
Artikel 43
1.De minister kan een aanwijzing geven in verband met de uitvoering
van de in de artikelen 71 tot en met 74 van het Besluit GBA bedoelde
taken indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 42 blijkt dat de
in dat artikel bedoelde voorzieningen niet voldoen aan de voor de
uitvoering van deze taken gestelde regels.
2.Het college van burgemeester en wethouders is verplicht binnen
een door de minister te stellen termijn aan de aanwijzing te voldoen.
Artikel 44
De artikelen 42 en 43 zijn van overeenkomstige toepassing op de
uitvoering door het college van burgemeester en wethouders van de
artikelen 39 en 40.
Artikel 45
De artikelen 15 en 16 zijn van overeenkomstige toepassing op het
college van burgemeester en wethouders, met dien verstande dat als het
artikel spreekt over het gemeentelijke geautomatiseerde systeem, dit
betrekking heeft op het geautomatiseerde systeem van het
vestigingsregister.
Paragraaf 2. De verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister
aan derden
Artikel 46
1.Uit het vestigingsregister kunnen gegevens worden verstrekt aan
derden als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling.
2.De verstrekking op grond van dit artikel kan uitsluitend
betrekking hebben op gegevens over de naam, de geboortedatum en de
gemeente van inschrijving.
3.De gegevens worden slechts verstrekt voor zover de persoonlijke
levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Paragraaf 2a. De verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister
in verband met het vertrek van een persoon naar het Caribische deel van
het Koninkrijk
Artikel 46a
1. Uit het vestigingsregister worden spontaan en op verzoek, op de
wijze als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, onder a, van het Besluit
GBA, de in artikel 114a, eerste lid, van de wet genoemde
persoonsgegevens verstrekt aan een verantwoordelijke voor de
verwerking van deze gegevens in een basisadministratie in Aruba,
Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius of Saba.
2. De persoonsgegevens worden slechts verstrekt met het oog op de
verwerking daarvan in de basisadministratie, bedoeld in het eerste
lid.
Paragraaf 3. De heffingen voor verstrekkingen uit het
vestigingsregister
Artikel 47
1.In verband met de verstrekking van gegevens uit het
vestigingsregister aan derden, anders dan overeenkomstig de artikelen
99 en 100a van de wet, en aan de betrokkene van hem betreffende
gegevens wordt een vergoeding in rekening gebracht.
2.De vergoeding wordt bij de verzoeker in rekening gebracht voor
ieder verzoek om gegevens over een persoon verstrekt te krijgen.
3.De vergoeding bedraagt per verzoek:
a. bij een enkel verzoek: € 2,50;
b. bij een abonnement voor:
1º. 100 verzoeken: € 2,25;
2º. 500 verzoeken: € 2,15;
3º. 1.000 verzoeken: € 2,11.
4.Een abonnement geldt gedurende een jaar vanaf de datum waarop het
verschuldigde bedrag is voldaan of vanaf een met de verzoeker
overeengekomen latere datum.
5.Een verzoeker kan een abonnement niet overdragen.
6.Gehele of gedeeltelijke terugbetaling van gelden betreffende een
abonnement dat niet of niet geheel is gebruikt vindt niet plaats.
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Paragraaf 1. De invoering van de automatisering
Artikel 48
1.De Minister van Financiën kan, in overeenstemming met de
Minister van Binnenlandse Zaken, aan een afnemer of een bijzondere
derde op diens verzoek toestemming verlenen, zijn gegevens met behulp
van gegevens van de rijksbelastingdienst af te stemmen op de gegevens
in de basisadministraties.
2.Aan een afnemer wordt de toestemming slechts verleend, indien:
a. ten aanzien van hem een autorisatiebesluit is genomen; of
b. hij een formulier als bedoeld in artikel 66 van het Besluit
GBA heeft ingediend.
3.Aan een bijzondere derde wordt de toestemming slechts verleend,
indien ten aanzien van hem een autorisatiebesluit is genomen.
4.Aan de toestemming kunnen voorschriften en beperkingen worden
verbonden met betrekking tot de gevallen waarin en de wijze waarop ten
behoeve van de afstemming door de afnemer of de bijzondere derde
gegevens worden aangeleverd aan de Minister van Financiën.
5.De Minister van Financiën zendt de gegevens die door de afnemer
of de bijzondere derde ten behoeve van de afstemming zijn aangeleverd,
aan hem terug, aangevuld met ten hoogste het administratienummer en de
gemeente van inschrijving van de betrokken personen. De toestemming
vermeldt de termijn waarbinnen de gegevens door de Minister van
Financiën worden teruggezonden.
6.Voor het aanleveren van de gegevens, bedoeld in het vierde lid,
is de afnemer of bijzondere derde aan de Minister van Financiën een
vergoeding verschuldigd overeenkomstig de tarieven, vermeld in bijlage
2.
7.Dit artikel vervalt vijf jaren na de inwerkingtreding van deze
regeling.
Paragraaf 2. De bestaande registers
Artikel 49
1.Aan derden als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling kunnen
gegevens worden verstrekt uit:
a. het centraal bevolkingsregister,
b. het persoonskaartenarchief,
c. het schakelregister.
2.De verstrekking op grond van dit artikel kan uitsluitend
betrekking hebben op gegevens over de naam, de geslachtsnaam van de
echtgenoot of de eerdere echtgenoot, het gebruik van de geslachtsnaam
van de echtgenoot of de eerdere echtgenoot, het adres, de gemeente van
inschrijving, de geboortedatum en de datum van overlijden.
3.In bijzondere gevallen kunnen andere gegevens, met uitzondering
van het administratienummer, worden verstrekt voorzover het betreft
gegevens als bedoeld in artikel 34 van de wet.
4.De gegevens worden slechts verstrekt voor zover de persoonlijke
levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
Artikel 50
1.In verband met de verstrekking van gegevens uit:
a. het centraal bevolkingsregister,
b. het persoonskaartenarchief,
c. het schakelregister, en
d. het centraal archief van overledenen, aan derden, anders dan
overeenkomstig artikel 99 van de wet, en aan de betrokkene van hem
betreffende gegevens wordt een vergoeding in rekening gebracht.
2.De vergoeding wordt bij de verzoeker in rekening gebracht met
overeenkomstige toepassing van artikel 47 en met dien verstande dat
een abonnement als bedoeld in dat artikel tevens betrekking heeft op
verzoeken om verstrekking van gegevens uit de in het eerste lid
bedoelde registers.
Artikel 50a
1. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten het
persoonsregister, bedoeld in artikel 136 van de wet, op een andere
wijze dan in de vorm van persoonskaarten aan te houden. Indien het
college hiertoe besluit, regelt het tevens de vernietiging van de
persoonskaarten.
2. Het college van burgemeester en wethouders kan besluiten het
archiefregister, bedoeld in artikel 137 van de wet, op een andere
wijze dan in de vorm van persoonskaarten aan te houden. Indien het
college hiertoe besluit, regelt het tevens de vernietiging van de
persoonskaarten.
3. Op een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid is
artikel 7 van de Archiefwet 1995 van toepassing.
Paragraaf 3. Overige en slotbepalingen
Artikel 51
1.De minister wijst personen aan die rechtstreeks toegang hebben
tot het centraal archief van overledenen.
2.De minister draagt zorg dat onbevoegden geen toegang hebben tot
het centraal archief van overledenen.
3.Indien de minister het centraal archief van overledenen in
feitelijk beheer overdraagt,
a. kan, onverminderd de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid
van de minister, de beheerder personen aanwijzen die rechtstreeks
toegang hebben tot het centraal archief van overledenen;
b. rust de zorgplicht, bedoeld in het tweede lid, op de
beheerder.
Artikel 52
Het doel van het centraal archief van overledenen is het verstrekken
van gegevens ten behoeve van ambtelijk, wetenschappelijk en historisch
onderzoek. Onder historisch onderzoek wordt in ieder geval verstaan
genealogisch onderzoek.
Artikel 53
1.Ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 52 kunnen
uit het centraal archief van overledenen op schriftelijk verzoek
gegevens worden verstrekt aan:
a. een derde, indien deze bij de verstrekking een
gerechtvaardigd belang heeft en voor zover de persoonlijke
levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad;
b. een afnemer, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor
de vervulling van zijn publiekrechtelijke taak.
Het verzoek bevat de gronden voor de verstrekking.
2.De gegevens over het adres worden aan een derde niet verstrekt
gedurende 20 jaar na de datum van overlijden van betrokkene, tenzij de
verzoeker aantoont bij de verstrekking een zwaarwegend belang te
hebben.
3.Gegevens voor zover daarmee aangegeven wordt dat betrokkene tot
een kerkgenootschap, vereniging met godsdienstig doel of
levensbeschouwelijke groepering heeft behoord, worden niet verstrekt.
4.Het administratienummer wordt niet verstrekt aan derden.
5.De gegevens over de oorzaak van overlijden en de naam van de
geneeskundige of de lijkschouwer worden slechts verstrekt aan:
a. een afnemer;
b. een derde in verband met de uitvoering van een algemeen
verbindend voorschrift of indien de verstrekking noodzakelijk is
voor wetenschappelijk onderzoek.
6.De gegevens vermeld in de vakken 23, 24 en 35 van de
persoonskaart worden slechts verstrekt:
a. indien het betreft vervolggegevens die behoren tot gegevens
uit een ander vak van de persoonskaart die op grond van dit
artikel kunnen worden verstrekt, of
b. met overeenkomstige toepassing van het vijfde lid.
Artikel 54
1.Een ieder omtrent wie gegevens zijn opgenomen in het centraal
archief van overledenen kan de minister schriftelijk verzoeken, geen
gegevens die hem betreffen aan een derde te verstrekken. Artikel 79,
vierde en vijfde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
2.De verzoeker verstrekt de benodigde inlichtingen om aan het
verzoek te kunnen voldoen.
3.De minister geeft aan het verzoek binnen vier weken gevolg en
doet daarvan terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker.
4.In afwijking van het eerste lid kunnen gegevens omtrent de
verzoeker aan een derde worden verstrekt, indien de verstrekking
noodzakelijk is in verband met de uitvoering van een algemeen
verbindend voorschrift en de persoonlijke levenssfeer daardoor niet
onevenredig wordt geschaad.
5.De minister maakt een beschikking om niet te voldoen aan het
verzoek, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken na het verzoek
bekend aan de verzoeker.
6.De minister maakt een beschikking om krachtens het vierde lid
gegevens omtrent een levende persoon te verstrekken terstond bekend
aan de betrokkene. Hij geeft geen uitvoering aan de beschikking binnen
een bij die beschikking gestelde termijn.
Artikel 55
1.Een ieder omtrent wie gegevens zijn opgenomen in het centraal
archief van overledenen wordt op diens verzoek binnen vier weken
kosteloos inzage verleend in die gegevens. Artikel 79, vierde en
vijfde lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
2.De verzoeker verstrekt de benodigde inlichtingen om aan het
verzoek te kunnen voldoen.
3.De minister verstrekt de verzoeker binnen vier weken een
afschrift van de gegevens, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 56 [Vervallen per 01-10-2000]
Artikel 57
1.Indien het betreft een buitengemeentelijke afnemer ten aanzien
van wie geen autorisatiebesluit is genomen en die afnemer een
formulier als bedoeld in artikel 66 van het Besluit GBA heeft
ingediend, is de houder van de basisadministratie:
a. in afwijking van artikel 65, eerste lid, van het Besluit GBA
niet verplicht, maar bevoegd de verstrekking van gegevens te
weigeren indien het de verstrekking op een van de volgende wijzen
betreft:
1º. de verstrekking van gegevens zodra zich een wijziging
voordoet in gegevens over door de afnemer aangegeven personen;
2º. de eenmalige of periodieke verstrekking van gegevens
over personen waarvan de gegevens voldoen aan door de afnemer
aangegeven voorwaarden;
b. in afwijking van artikel 65, tweede lid, niet bevoegd de in
dat artikellid bedoelde verstrekkingen te weigeren tenzij het
betreft een verstrekking als bedoeld in onderdeel a.
2.Indien het betreft een buitengemeentelijke afnemer ten aanzien
van wie een autorisatiebesluit is genomen, is de houder van de
basisadministratie in afwijking van artikel 65, eerste lid, van het
Besluit GBA gedurende zes maanden na de datum waarop het
autorisatiebesluit is genomen niet verplicht, maar bevoegd de
verstrekking van gegevens te weigeren indien de verstrekking geen
grond vindt in het autorisatiebesluit en het de verstrekking op een
van de volgende wijzen betreft:
a. de verstrekking van gegevens zodra zich een wijziging
voordoet in gegevens over door de afnemer aangegeven personen;
b. de eenmalige of periodieke verstrekking van gegevens over
personen waarvan de gegevens voldoen aan door de afnemer
aangegeven voorwaarden;
3.Dit artikel vervalt vijf jaren na de datum van inwerkingtreding
van deze regeling.
Artikel 58 [Vervallen per 01-10-2000]
Artikel 59 [Vervallen per 01-10-2000]
Artikel 60
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens.
Bijlage bij artikel 48, zesde lid, van de Regeling gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens (bijlage 2)
De tarieven, bedoeld in artikel 48, zesde lid, zijn:
a. een bedrag van f 1.500,- per aangeleverde magneetband of
magneetschijf, waarin de kosten van de eerste 10.000 records zijn
inbegrepen; en
b. een bedrag van f 0,05 per door de afnemer of de bijzondere
derde aangeleverd record, voor zover het aantal aangeleverde records
het aantal van 10.000 overschrijdt.
Bijlage
[Vervallen]
|
|
|