|
BESLUIT houdende regels betreffende de wijze van
aanhouden van het schakelregister en betreffende de overdracht van het
houderschap van het vestigingsregister en van de zorg voor het centrale
bevolkingsregister, het persoonskaartenarchief en het schakelregister
aan een gemeentebestuur
De
Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken;
Gelet op de artikelen 119, eerste en derde lid,
138, tweede lid, en 139, tweede lid, van de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens en de artikelen 76, 92 en 93 van het
Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de wet: de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens;
het besluit: het Besluit gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens;
de regeling: de Regeling gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens;
het vestigingsregister: het register, bedoeld in artikel 112 van de
wet;
het centrale bevolkingsregister: het register, bedoeld in artikel 26,
derde lid, onder a, van het Besluit bevolkingsboekhouding;
het persoonskaartenarchief: het register, bedoeld in artikel 26,
derde lid, onder b, van het Besluit bevolkingsboekhouding;
het schakelregister: het register, bedoeld in artikel 26, derde lid,
onder c, van het Besluit bevolkingsboekhouding;
de centrale registers: het centrale bevolkingsregister, het
persoonskaartenarchief en het schakelregister.
Artikel 2
1. Met ingang van de datum van
inwerkingtreding van deze regeling wordt het schakelregister niet meer
aangehouden in de vorm van papieren schakelkaartjes, maar in de vorm van
microfoto’s. De inhoud van het register wordt vervangen door een
afschrift in dubbel.
2. Het schakelregister in de vorm van schakelkaartjes wordt na de
datum, bedoeld in het eerste lid, vernietigd met inachtneming van het
gestelde bij of krachtens artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.
3. Het dubbel van het schakelregister wordt aan het Algemeen
Rijksarchief in bewaring gegeven. Bij de overbrenging worden met
betrekking tot verstrekkingen uit het register beperkingen aan de
openbaarheid gesteld in verband met de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer van de daarin opgenomen personen.
Artikel 3
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt
het houderschap van het vestigingsregister overgedragen aan het college
van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage. De overdracht
betreft tevens de op dat tijdstip bij de inhoud van dit register
behorende bescheiden.
Artikel 4
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling wordt
de zorg voor de centrale registers ten behoeve van de uitvoering van de
wet overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage.
De overdracht betreft tevens de op dat tijdstip bij de inhoud van deze
registers behorende bescheiden.
Artikel 5
1. Indien het college van burgemeester en
wethouders van ’s-Gravenhage voor een doelmatige dagelijkse uitvoering
van de taak ten aanzien van het schakelregister gebruik maakt van een op
basis van het oorspronkelijke register vervaardigd elektronisch
hulpregister, worden uit dat hulpregister geen gegevens verstrekt.
2. Op het elektronische hulpregister is artikel 39 van de
regeling van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat voor “gemeentelijke
basisadministratie” gelezen wordt: gemeentelijke geautomatiseerde
registers.
Artikel 6
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage treft
ter beveiliging van de centrale registers de maatregelen, bedoeld in
artikel 31 van het besluit.
Artikel 7
Na de overdracht blijft hoofdstuk III van de Archiefwet 1995 met
betrekking tot de in de artikelen 3 en 4 van deze regeling genoemde
registers en de daarbij behorende bescheiden onverkort van kracht.
Artikel 8
1. Deze regeling treedt in werking met
ingang van 1 augustus 1996.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overdracht
vestigingsregister en centrale registers.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 12 juli 1996.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
J. Kohnstamm.
|