| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet
grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen
AANWIJZINGSBESLUIT
AMBTENAREN BEVOEGD TOT HET VERLENEN
VAN MACHTIGING VOOR HET IN HET
VERKEER BRENGEN VAN AAN BEDERF
ONDERHEVIGE LEVENSMIDDELEN
Tekst zoals deze geldt op
17 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
De Minister van
Volksgezondheid en Milieuhygiëne en de Minister van Landbouw en
Visserij;
Gelet op artikel 7, tweede lid, van de Wet
grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen (Stb.
1978, 430);
Besluiten:
Artikel 1
Met de uitoefening van de aan de Ministers van Volksgezondheid en
Milieuhygiëne en van Landbouw en Visserij toegekende bevoegdheid,
bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet grensoverschrijdend vervoer
van aan bederf onderhevige levensmiddelen worden belast de ambtenaren
van de Rijkskeuringsdienst van Waren van het ministerie van Welzijn,
Volksgezondheid en Cultuur, de in artikel 31, eerste lid, van de
Vleeskeuringswet (Stb. 1958, 72) bedoelde ambtenaren en de
ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van
Landbouw en Visserij, een ieder van hen op zijn eigen werkterrein.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde ambtenaren verlenen machtiging tot het in
het verkeer brengen van aan bederf onderhevige levensmiddelen, indien
aan de bij of krachtens de Warenwet (Stb. 1935, 793), de
Vleeskeuringswet (Stb. 1958, 72) en de Landbouwkwaliteitswet (Stb.
1971, 371) gestelde eisen is voldaan.
Artikel 3
Dit besluit wordt in de Nederlandse
Staatscourant bekendgemaakt en treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
bekendmaking.
Leidschendam, 3 juni 1980.
De Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne,
L. Ginjaar.
De Minister van Landbouw en Visserij,
G.J.M. Braks.
|
|
|