4.1 Het Bestuurlijk Overleg Herziening Wegenbeheer stelt in het
kader van de herverdeling voor iedere provincie een
plaatsingsadviescommissie in.
4.2 De plaatsingsadviescommissie heeft tot taak het tot
aanstellen bevoegd gezag van de in de provincie betrokken diensten te
adviseren over de mogelijkheid tot plaatsing van het personeelslid op
een passende functie binnen het gezagsbereik van de in de provincie
betrokken diensten, alsmede inzake het al dan niet passend zijn van een
aanvaarde betrekking. Zij stelt hiertoe een provinciaal plaatsingsplan
op. Voor zover zij dit noodzakelijk acht kan de
plaatsingsadviescommissie ook buiten de provinciale grenzen opereren.
4.3 Teneinde een provinciaal plaatsingsplan op te stellen draagt
de plaatsingsadviescommissie, met inachtneming van de vastgestelde
wegennetten en overige beleidsaanwijzingen, zorg voor het inventariseren
van:
– de personeelsleden die door de herverdeling hun functie
verliezen;
– de functies die na de herverdeling bij de diensten ontstaan.
4.4 De plaatsingsadviescommissie draagt tevens zorg voor het
inventariseren van de voorkeuren en wensen van het personeelslid ten
aanzien van een plaatsing alsmede van zijn capaciteiten, scholing en
ervaring en hetgeen overigens relevant is met het oog op een plaatsing
in een passende functie.
4.5 De bescherming van de persoonlijke levenssfeer van alle
personeelsleden wordt gewaarborgd. Vertrouwelijke gegevens worden
slechts verstrekt nadat het personeelslid daarvoor toestemming heeft
gegeven.
4.6 De plaatsingsadviescommissie krijgt de beschikking over die
informatie die zij voor een goede uitoefening van haar taak nodig acht.
Zij is bevoegd tot het horen van al degenen waarvan zij dit nodig
oordeelt.
4.7 Het advies van de plaatsingsadviescommissie wordt niet
uitgebracht dan nadat het betrokken personeelslid indien hij dat wenst
is gehoord en hij zijn wensen, belangstelling en alles wat hij van
belang acht kenbaar heeft kunnen maken.
Hij kan zich bij het horen door een of meer raadslieden laten
bijstaan.
4.8 In haar advies geeft de plaatsingsadviescommissie tevens aan
de in verband met de plaatsing nodig te achten om-, her- of bijscholing.
4.9 Indien meer dan één personeelslid dat voor plaatsing in
aanmerking komt geschikt is voor een zelfde functie, wordt de hieronder
vermelde rangorde gehanteerd.
a. personeelsleden van 36 jaar en ouder, die in vaste dienst zijn
of op arbeidsovereenkomst c.q. tijdelijke aanstelling voor onbepaalde
tijd met meer dan 2 dienstjaren, voor zover zij minder dan 35 jaar
voor pensioen geldige dienstjaren hebben, te beginnen met hen, die het
grootste aantal jaren in burgerlijke overheidsdienst werkzaam zijn;
b. personeelsleden in vaste dienst of op arbeidsovereenkomst c.q.
tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd met meer dan 2
dienstjaren, die de leeftijd van 35 jaar nog niet hebben overschreden,
te beginnen met hen die het grootste aantal jaren in burgerlijke
overheidsdienst werkzaam zijn;
c. personeelsleden in vaste dienst of op arbeidsovereenkomst c.q.
tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd met meer dan 2
dienstjaren, die 35 of meer voor pensioen geldige dienstjaren hebben,
waarbij jongeren in leeftijd voor ouderen gaan;
d. personeelsleden, die voor een proeftijd alsmede zij die anders
dan voor een vast of kennelijk bepaalde tijd ofwel in tijdelijke
ambtelijke dienst zijn aangesteld dan wel als zodanig op
arbeidsovereenkomst in dienst zijn genomen of van wie de
arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd nog geen 2 jaar heeft
geduurd.
Voor zover mogelijk worden daarbij de rangorde-criteria van a t/m c
aangehouden;
e. personeelsleden, die geen overwegend bezwaar hebben tegen
beëindiging van hun dienstverband.
In het voorgaande wordt voor de berekening van het aantal jaren in
burgerlijke overheidsdienst mede in aanmerking genomen tijd gewijd aan
de verzorging van tot het huishouden van de ambtenaren behorende 0–4
jarige eigen stief- of pleegkinderen, tot een maximum van in totaal zes
jaren.
4.10 Het advies wordt door de voorzitter van de commissie
getekend en daarvan wordt gelijktijdig afschrift gezonden aan het
betrokken personeelslid en het tot aanstellen bevoegd gezag van de bij
de plaatsing betrokken dienst(-en).
4.11 Bij het ontbreken van overeenstemming in een
plaatsingsadviescommissie wordt een meerderheidsadvies aan de betrokken
diensten gedaan.
4.12 Het niet door de dienst opvolgen van het advies van de
plaatsingsadviescommissie, moet door deze dienst gemotiveerd aan deze
commissie en betrokkene kenbaar worden gemaakt.
4.13 Na verkregen overeenstemming tussen de betrokken diensten
doch uiterlijk 6 maanden vóór de beheersovergang wordt het
personeelslid in kennis gesteld van het voor hem geldende resultaat van
het provinciale plaatsingsplan middels een aanbod van een passend te
achten functie.
4.14 Ingeval een personeelslid de hem aan te bieden betrekking
niet passend acht, wanneer hij er bezwaar tegen heeft dat hij als
overtollig wordt aangemerkt, dan wel wanneer hij anderszins bezwaren
heeft inzake de gevolgde procedure, dient hij die bezwaren binnen 30
dagen schriftelijk kenbaar te maken aan het bevoegd gezag van de oude
beheerder.
4.15 Nadat door het tot aanstellen bevoegd gezag advies is
ingewonnen bij de bezwarencommissie zoals bedoeld in art. 4.35 e.v.
wordt tegen de achtergrond van de overwegingen ter zake door de
plaatsingsadviescommissie een definitief overzicht opgesteld van
personeelsleden aan wie een passend te achten betrekking kan worden
aangeboden dan wel die overtollig worden (het definitief provinciaal
plaatsingsplan). Na verkregen overeenstemming tussen de betrokken
diensten wordt het personeelslid hiervan in kennis gesteld.
4.16 Het voor plaatsing aangemerkte personeelslid krijgt 2
maanden voor de beheersovergang en na het advies van de
bezwarencommissie, definitief bericht van de inhoud van de functie
(functiebeschrijving), het functieniveau, zijn bezoldigingsniveau en
alle overige aspecten zijn salariëring en rechtstoestand betreffende.
4.17 Indien plaatsing bij een andere beheerder niet mogelijk is,
zijn regelingen van herplaatsing en ontslag van de oude beheerder van
toepassing.
4.18 Voor een personeelslid dat binnen de herverdeling van het
wegenbeheer niet plaatsbaar is gebleken, zal door de
plaatsingsadviescommissie gedurende maximaal 1 jaar worden gezocht naar
een passende functie elders in de betrokken diensten.
4.19 Voor een personeelslid dat overgaat naar een andere dienst
en dat binnen één jaar na die overgang te kennen geeft dat zijn
betrekking naar zijn oordeel niet passend is, wordt door de
plaatsingsadviescommissie een onderzoek ingesteld inzake het al dan niet
passend zijn van die betrekking. Indien dit onderzoek leidt tot de
conclusie dat de betrekking bij nader inzien inderdaad niet passend is,
wordt gedurende maximaal een jaar na uitspraak van de
plaatsingsadviescommissie bezien of hem alsnog een passende functie
binnen de oude of de nieuwe dienst kan worden aangeboden.
Als de mogelijkheid hiertoe ontbreekt zal een eventuele
wachtgeldverplichting ten laste komen van de oude beheerder.
Indien wordt geconcludeerd dat de nieuwe betrekking wel passend moet
worden geacht, wordt de belanghebbende daarvan in kennis gesteld onder
vermelding van de motieven daarvoor. Op de in dit artikel bedoelde
heroverweging kan door het personeelslid één maal na de overgang
beroep worden gedaan.
Tegen beslissingen als bedoeld in dit punt kan binnen 30 dagen na
ontvangst daarvan bezwaar worden aangetekend bij de bezwarencommissie.
4.20 Aan een personeelslid dat om medische, sociale of andere
redenen tijdens het proces van de beheersovergang niet of minder goed
functioneert, kan niet om die reden de mogelijkheid van overgang naar de
nieuwe beheerder worden onthouden, dit behoudens de navolgende gevallen:
– indien uit een door de bedrijfsgeneeskundige dienst gehouden
onderzoek blijkt dat het personeelslid op grond van ziekte of gebreken
is geraakt in een toestand van blijvende gehele of gedeeltelijke
ongeschiktheid voor de vervulling van zijn betrekking;
– indien een procedure die er op is gericht aan het personeelslid
ontslag op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem
beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken, zo
ver is gevorderd dat een voorstel tot ontslagverlening aan het bevoegd
gezag is voorgelegd.
4.21 Met ingang van de beheersovergang wordt het voor plaatsing
aangemerkte personeelslid bij de nieuwe dienst aangesteld met
inachtneming van het gestelde in deze regeling. Door de aanstelling bij
de nieuwe dienst is het personeelslid van rechtswege eervol ontslagen
uit de dienst van de oude beheerder.
4.22 De personeelsleden die voor plaatsing in aanmerking komen
gaan in ten minste dezelfde salarisschaal en in een dienstverband van
dezelfde aard over naar de nieuwe betrekking.
4.23 Aanspraken op aanstelling in vaste dienst zullen (voor zover
deze schriftelijk zijn vastgelegd door het bevoegd gezag) niet op grond
van de overgang naar een nieuwe dienst aan betrokkene worden onthouden.
4.24 Voor de bepaling van het salaris van het personeelslid wordt
tenminste de salarisanciënniteit in aanmerking genomen welke vóór de
beheersovergang voor de berekening van het salaris zou hebben gegolden.
Bij voldoende bekwaamheid, geschiktheid en dienstijver volgt hij
verder de nieuwe salarisschaal tot in ieder geval het niveau (incl.
eventuele uitloopperiodieken) van de oude schaal.
4.25 Ten aanzien van het personeelslid, dat de bij zijn
formatieplaats behorende schaal nog niet heeft bereikt, wordt het
uitzicht op het bereiken van die schaal, alsmede op het bereiken van het
maximum (incl. eventuele uitloopperiodieken) in die schaal gegarandeerd.
4.26 Een verschil tussen de netto-bezoldiging, inclusief genoten
vergoedingen en toelagen op de dag voorafgaand aan de beheersovergang,
en de netto-bezoldiging, inclusief genoten vergoedingen en toelagen op
de dag van de beheersovergang bij de nieuwe dienst, wordt tot uiterlijk
5 jaar na de overgangsdatum aan het personeelslid uitgekeerd middels een
garantietoelage ten bedrage van het naar een bruto bedrag omgerekende
verschil.
Aansluitend wordt genoemde garantietoelage in 2 jaar afgebouwd tot
nul: door toekenning in het eerste jaar van 2/3 van de garantietoelage,
door toekenning in het tweede jaar van 1/3 van de garantietoelage.
Voor wat betreft de verrekening in deze netto-netto garantie van de
premie van een verplichte collectieve ziektekostenverzekering, zal voor
de te compenseren situatie worden uitgegaan van tenminste een standaard
ziektekostenpakket bij gelijkblijvende persoonlijke omstandigheden.
Als ondanks de toepassing van dit artikel een kennelijk onredelijk en
aanmerkelijk nadeel blijft bestaan, zal de nieuwe beheerder alsnog
voorzieningen treffen om dit nadeel op te heffen.
4.27 Vakantie-aanspraken blijven in de nieuwe betrekking behouden
tot maximaal de aanspraken van het lopende jaar en de helft van de
aanspraken van het voorafgaande jaar.
Niet opgenomen vakantiedagen worden volgens de bij de oude beheerder
vigerende regelgeving (al dan niet) uitbetaald.
In de nieuwe betrekking wordt rekening gehouden met reeds in de
vorige betrekking gemaakte vakantie-afspraken.
Tussen partijen kunnen aanvullende afspraken worden gemaakt.
4.28 Afspraken betreffende studiefaciliteiten (voor zover deze
schriftelijk zijn vastgelegd door het bevoegd gezag), worden in de
nieuwe betrekking overgenomen.
4.29 De nieuwe dienst neemt aanspraken op regelingen van
landelijk geldende ambtsjubilea (12 1/2, 25, 40 en 50 dienstjaren) en
anciënniteitsregeling bij bijvoorbeeld herplaatsing, vervroegde
uittreding of ontslag over.
4.35 Het personeelslid dat bezwaar heeft tegen voorgenomen
maatregelen, zoals bijvoorbeeld het opdragen van (een) andere
betrekking(en), niet aanbieden van bepaalde betrekkingen, de passendheid
van een aangeboden of aanvaarde betrekking, kan hiertegen schriftelijk
binnen 30 dagen bezwaar aantekenen bij het tot aanstellen bevoegd gezag
van de oude beheerder.
4.36 De Minister van Binnenlandse Zaken stelt in het kader van de
herverdeling van het wegenbeheer een bezwarencommissie in.
4.37 De commissie heeft tot taak het tot aanstellen bevoegd gezag
van de dienst tegen wiens beslissing een bezwaar zich richt te adviseren
omtrent de ontvankelijkheid en gegrondheid van het bezwaar van het
personeelslid tegen:
a. voorgenomen maatregelen.
b. de gevolgde procedure daarbij.
4.38 De commissie bestaat uit 2 ambtelijke leden aangewezen door
de vier overheden en 2 leden aangewezen door de Centrales van
Overheidspersoneel.
Op gelijke wijze worden plv.-leden aangewezen. De commissie wordt
voorgezeten door een door de Minister voornoemd aan te wijzen
onafhankelijk voorzitter en bijgestaan door een op gelijke manier aan te
wijzen secretaris.
4.39 Een lid van de bezwarencommissie wordt vervangen bij de
behandeling van een individueel bezwaar, indien hij uit hoofde van zijn
functie rechtstreeks bij de herverdeling danwel bij de personele
gevolgen voor het betreffende personeelslid betrokken wordt.
4.40 De commissie hoort binnen een maand nadat de bezwaren aan
haar zijn voorgelegd het betrokken personeelslid.
4.41 Wordt de in het vorige lid bedoelde termijn overschreden,
dan wordt hiervan met redenen omkleed kennis gegeven aan het betrokken
personeelslid.
4.42 Het betrokken personeelslid kan zich bij het horen door de
commissie door een of meer raadslieden laten bijstaan.
4.43 De commissie kan, indien zij dit nodig oordeelt ook anderen
dan het personeelslid horen en overlegging van alle stukken vorderen
waarvan zij kennisneming nodig acht. De commissie kan ook op verzoek van
het personeelslid iemand horen.
4.44 Binnen 14 dagen nadat het betrokken personeelslid en
eventueel andere personen zijn gehoord, brengt de commissie een met
redenen omkleed advies uit aan het tot aanstellen bevoegd gezag
voornoemd.
4.45 Het advies wordt door de voorzitter van de commissie
ondertekend.
4.46 Het betrokken personeelslid en het tot aanstellen bevoegd
gezag voornoemd worden gelijktijdig van dit advies in kennis gesteld.
4.47 Het tot aanstellen bevoegd gezag voornoemd neemt in
overeenstemming met de nieuwe beheerder dan wel beheerders binnen 14
dagen na ontvangst van het advies een beslissing over de ingediende
bezwaren.
4.48 Ingeval het bezwaar geheel of gedeeltelijk gegrond wordt
verklaard wordt met inachtneming van de overwegingen terzake en het
bepaalde in dit statuut alsnog bezien of een oplossing mogelijk is.
4.49 Ingeval de bezwaren niet-ontvankelijk of ongegrond worden
verklaard, wordt de bestreden beslissing of het bestreden voornemen
alsnog ten uitvoer gelegd.
4.50 Tegen beslissingen, handelingen of weigeringen om te
beslissen of te handelen voortvloeiend uit dit statuut, waardoor een
personeelslid rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, staat binnen
30 dagen beroep open bij de Rechtbank.