| |
|
|
|
|
BESLUIT van 24 februari 2003 tot aanwijzing van
instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij
dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Financiėn van 10 juli 2002, FM
2002-914M, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel a,
onder 7ŗ, en onderdeel b, onder 9ŗ, en artikel 6, onderdeel d,
onder 9ŗ, van de Wet identificatie bij dienstverlening en artikel 1,
eerste lid, onderdeel a, onder 10ŗ, en artikel 9, tweede lid,
onderdeel g, van de Wet melding ongebruikelijke transacties;
De Raad van State gehoord (advies van 25
oktober 2002, nr. W06.02.0317/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Financiėn van 18 februari 2003, nr. FM 2003-085M, uitgebracht mede
namens Onze Minister van Justitie;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Bepalingen ter uitvoering van
artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° van de Wet melding
ongebruikelijke transacties en artikel 1, eerste lid, onderdelen a,
onder 7°, en b, onder 9°, en artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de
Wet identificatie bij dienstverlening
Artikel 1
Als instelling in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a,
onder 7°, van de Wet identificatie bij dienstverlening wordt
aangewezen:
a. de onderneming of instelling die creditcards uitgeeft, tenzij
de door haar uitgegeven creditcards alleen gebruikt kunnen worden
bij haarzelf of bij een onderneming of instelling die behoort tot
dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek;
b. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die
beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een
ander munten of bankbiljetten wisselt, munten of bankbiljetten
uitbetaalt tegen inlevering van een of meer cheques of munten of
bankbiljetten uitbetaalt op vertoon van een creditcard;
c. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die
beroeps- of bedrijfsmatig een speelcasino in de zin van artikel 27g,
tweede lid, van de Wet op de kansspelen organiseert;
d. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als
advocaat, notaris of kandidaat-notaris dan wel in de uitoefening van
een gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf zelfstandig
onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verricht als
omschreven in artikel 2, eerste lid, onderdeel c of d;
e. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als
openbare registeraccountant, openbare
accountant-administratieconsulent, belastingadviseur dan wel
anderszins zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig
bedrijfseconomische of fiscale werkzaamheden verricht als omschreven
in artikel 2, eerste lid, onderdeel e;
f. de tussenpersoon, bedoeld in artikel 62 van het Wetboek van
Koophandel, voor zover deze bemiddelt bij het totstandbrengen en het
sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken en rechten
waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;
g. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die
beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een
derde in het kader van een geldelijke overmaking gelden of
geldswaarden in ontvangst neemt, teneinde deze gelden of
geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders
betaalbaar te stellen of te doen stellen, dan wel gelden of
geldswaarden betaalt of betaalbaar stelt nadat deze gelden of
geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking
zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf
staande dienst is;
Artikel 2
1. Als dienst in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b,
onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening wordt
aangewezen:
a. het uitgeven van creditcards, met uitzondering van het uitgeven
van creditcards die alleen gebruikt kunnen worden bij de onderneming
of instelling die deze creditcards uitgeeft of bij een onderneming of
instelling die behoort tot dezelfde groep in de zin van artikel 24b
van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
b. het gelegenheid bieden, door middel van een speelcasino in de
zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen mee te
dingen naar prijzen en premies;
c. het geven van advies dan wel het verlenen van bijstand door de
personen of instellingen bedoeld in artikel 1, onderdeel d, bij:
1°. het aan- of verkopen van onroerende zaken;
2°. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele
metalen, edelstenen of andere waarden;
3°. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen
of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
4°. het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen;
5°. werkzaamheden op fiscaal gebied als omschreven in onderdeel
e, sub 1;
d. het optreden door de personen of instellingen, bedoeld in
artikel 1, onderdeel d, in naam en voor rekening van een cliėnt bij
enigerlei financiėle of onroerende zaaktransactie;
e. het door personen of instellingen als bedoeld in artikel 1,
onderdeel e, verstrekken van belastingadvies of verzorgen van
belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden, met
uitzondering van het verzorgen van belastingaangiften en het in
verband daarmee verstrekken van belastingadvies in het kader van de
Wet inkomstenbelasting 2001 ten behoeve van natuurlijke personen die
volgens de desbetreffende aangifte:
1°. geen winst uit onderneming genieten als bedoeld in afdeling
3.2. van die wet;
2°. niet meer dan 10 000 belastbaar resultaat uit
overige werkzaamheden genieten als bedoeld in afdeling 3.4 van die
wet;
3°. geen aanmerkelijk belang hebben in de zin van afdeling 4.3
van die wet; en
4°. niet meer dan 4000 voordeel uit sparen en beleggen
hebben als bedoeld in artikel 5.2. van die wet.
f. Het door personen of instellingen als bedoeld in artikel 1,
onderdeel e, verrichten van werkzaamheden in verband met het
samenstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het
voeren van administraties.
g. het als tussenpersoon als bedoeld in artikel 62 van het Wetboek
van Koophandel optreden ter zake van het aan- of verkopen van
onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;
h. het in het kader van een geldelijke overmaking in ontvangst
nemen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden
al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te
stellen of te doen stellen, dan wel het betalen of betaalbaar stellen
van gelden of geldswaarden nadat deze gelden of geldswaarden elders al
dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze
geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is;
i. het aangaan van een verplichting tot het uitgeven van
elektronisch geld als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht, waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan
anderen dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld
uitgeeft, alsmede het omwisselen, op verzoek van een houder van
elektronisch geld, van elektronisch geld door terugbetaling in munten
of bankbiljetten of door storting op een rekening.
2. Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in
het eerste lid, onderdeel c, sub 1° tot en met 5°, die verband houden
met de bepaling van de rechtspositie van een cliėnt, diens
vertegenwoordiging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na
een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden
van een rechtsgeding, voor zover deze werkzaamheden worden verricht door
een advocaat, notaris of kandidaat-notaris.
3. Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in
het eerste lid, onderdeel e, sub 1°, die verband houden met de bepaling
van de rechtspositie van een cliėnt, diens vertegenwoordiging in
rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het
geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.
Artikel 3
1. Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in
artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij
dienstverlening worden in het geval van een dienst als bedoeld in
artikel 2, eerste lid, onder a, het creditcardnummer en het
corresponderende bankrekeningnummer geregistreerd.
2. Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in
artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij
dienstverlening worden aangewezen:
a. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onderdeel c, onder 1°: de aard en andere unieke kenmerken van de
betrokken onroerende zaken;
b. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onderdeel c, onder 2° of 3°: de omvang, aard, herkomst,
bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of
zaken;
c. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onderdeel c, onder 4°: de identiteit van de betrokken
vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen;
d. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onderdeel c, onder 5°: de aard, herkomst, bestemming en andere
unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;
e. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, onderdelen d, e, f of g: de aard, herkomst, bestemming en andere
unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken.
Artikel 4
1. Als dienst in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a,
onder 10°, van de Wet melding ongebruikelijke transacties wordt
aangewezen:
a. het verkopen of verzilveren van cheques, travellercheques of
soortgelijke betaalmiddelen door:
1°. kredietinstellingen die ingevolge artikel 1:107, tweede lid,
onderdeel a, onder 1° of 2°, van de Wet op het financieel toezicht
zijn ingeschreven;
2°. kredietinstellingen die ingevolge artikel 1:107, tweede lid,
onderdeel a, onder 3°, van de Wet op het financieel toezicht zijn
ingeschreven, voor zover de werkzaamheden ingevolge artikel 3:39,
van die wet in Nederland mogen worden uitgeoefend;
3°. financiėle ondernemingen die ingevolge artikel 1:107,
tweede lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet op het financieel
toezicht zijn ingeschreven, voor zover de werkzaamheden ingevolge
artikel 2:25, tweede lid, of 2:26, van die wet in Nederland mogen
worden uitgeoefend;
4°. geldtransactiekantoren die zijn ingeschreven in het register
bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet inzake de
geldtransactiekantoren;
b. het, anders dan bedoeld onder a, in het kader van een geldelijke
overmaking in ontvangst nemen van gelden of geldswaarden teneinde deze
gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm betaalbaar te
stellen of te doen stellen, waarbij deze geldelijke overmaking een op
zichzelf staande dienst is;
c. het, anders dan bedoeld onder a, in het kader van een geldelijke
overmaking betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden
nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm
ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een
op zichzelf staande dienst is;
d. het gelegenheid bieden, door middel van een speelcasino in de
zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, mee te
dingen naar prijzen en premies;
e. het aangaan van een verplichting tot betaling ten behoeve van de
houder van een creditcard aan degene die het vertoon van die
creditcard bij wijze van betaling heeft aanvaard, behoudens voor zover
het gaat om een creditcard die alleen kan worden gebruikt bij de
uitgevende onderneming of instelling of bij een onderneming of
instelling die tot dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek behoort;
f. het geven van advies dan wel het verlenen van bijstand door de
personen of instellingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, bij:
1°. het aan- of verkopen van onroerende zaken;
2°. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele
metalen, edelstenen of andere waarden;
3°. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen
of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
4°. het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen;
5°. werkzaamheden op fiscaal gebied als omschreven in onderdeel
h, sub 1°;
g. het optreden door de personen of instellingen, bedoeld in
artikel 1, onderdeel d, in naam en voor rekening van een cliėnt bij
enigerlei financiėle of onroerende zaaktransactie;
h. het door personen en instellingen, bedoeld in artikel 1,
onderdeel e:
1°. verstrekken van belastingadvies, alsmede verzorgen van
belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden danwel;
2°. verrichten van werkzaamheden in verband met het
samenstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het
voeren van administraties;
i. het als tussenpersoon als bedoeld in artikel 62 van het Wetboek
van Koophandel optreden ter zake van de aan- of verkoop van onroerende
zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;
j. het aangaan van een verplichting tot het uitgeven van
elektronisch geld, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel
toezicht, waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen
dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld uitgeeft,
alsmede het omwisselen, op verzoek van een houder van elektronisch
geld, van elektronisch geld door terugbetaling in munten of
bankbiljetten of door storting op een rekening.
2. Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in
het eerste lid, onderdeel f, onderdeel 1° tot en met 5°, die verband
houden met de bepaling van de rechtspositie van een cliėnt, diens
vertegenwoordiging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na
een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden
van een rechtsgeding, voor zover deze werkzaamheden worden verricht door
een advocaat, notaris of kandidaat-notaris.
3. Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in
het eerste lid, onderdeel h, sub 1°, die verband houden met de bepaling
van de rechtspositie van een cliėnt, diens vertegenwoordiging in
rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het
geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.
Artikel 5
Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in artikel
9, tweede lid, onderdeel g, van de Wet melding ongebruikelijke
transacties worden aangewezen:
a. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste
lid, onderdeel f, onder 1°: aard en andere unieke kenmerken van de
betrokken onroerende zaken;
b. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste
lid, onderdeel f, onder 2° of 3°: de omvang, aard, herkomst,
bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of
zaken;
c. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste
lid, onderdeel f, onder 4°: de identiteit van de betrokken
vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen;
d. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste
lid, onderdeel f, onder 5°: de aard, herkomst, bestemming en andere
unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;
e. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste
lid, onderdelen g, h, of i: de aard, herkomst, bestemming en andere
unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken.
§ 2. Bepalingen ter uitvoering van artikel 17t van de Wet melding
ongebruikelijke transacties en artikel 8s van de Wet identificatie bij
dienstverlening
Artikel 5a
1. De bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van de
artikelen 17c, eerste lid, 17d, eerste lid, 17e, derde lid, en 17m van
de Wet melding ongebruikelijke transacties en de artikelen 8b, eerste
lid, 8c, eerste lid, 8d, derde lid en 8l van de Wet identificatie bij
dienstverlening, worden overgedragen aan de ingevolge artikel 17b,
eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties
onderscheidenlijk artikel 8a, eerste lid, van de Wet identificatie bij
dienstverlening aangewezen rechtspersonen.
2. De artikelen 17f, 17g, 17h, 17i, derde en vierde lid, 17j,
tweede lid, 17l, 17n, 17o, eerste tot en met derde lid, en 17p, tweede
lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de artikelen 8e,
8f, 8g, 8h, derde en vierde lid, 8i, tweede lid, 8k, 8m, 8n, eerste tot
en met derde lid, en 8o, tweede lid, van de Wet identificatie bij
dienstverlening zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening
van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden door de in het dat lid
aangewezen rechtspersonen.
Artikel 5b
Aan de overdracht van bevoegdheden, bedoeld in artikel 5a, worden de
volgende voorschriften verbonden:
a. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, verstrekken
onverwijld aan Onze Minister van Financiėn op zijn verzoek alle
inlichtingen die van belang kunnen zijn voor:
1°. de nakoming van internationale afspraken en
verplichtingen; of
2°. een onderzoek naar de toereikendheid van de Wet melding
ongebruikelijke transacties of de Wet identificatie bij
dienstverlening of het toezicht op de naleving van die wetten;
b. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, dragen bij aan de
totstandkoming van procedurele afspraken met betrekking tot de
handhaving tussen hen en de betrokken ministeries en andere
overheidsinstellingen;
c. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, en andere personen
die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wet melding
ongebruikelijke transacties of de Wet identificatie bij
dienstverlening, maken schriftelijke afspraken over de onderlinge
samenwerking en informatie-uitwisseling ten behoeve van de door dit
besluit overgedragen bevoegdheden.
§ 3. Bepaling ter uitvoering van artikel 8, eerste lid, van de Wet
melding ongebruikelijke transacties
Artikel 5c
De indicatoren, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet melding
ongebruikelijke transacties, aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een
transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie, worden
vastgesteld zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 6
Ingetrokken worden:
a. het koninklijk besluit van 29 juli 1994, houdende aanwijzing
van financiėle instellingen en financiėle diensten in het kader
van de Wet identificatie bij financiėle dienstverlening 1993 (Stb.
604),
b. het koninklijk besluit van 14 december 1994, houdende
aanwijzing van financiėle diensten in het kader van de Wet melding
ongebruikelijke transacties (Stb. 905);
c. het koninklijk besluit van 19 december 1994, houdende
aanwijzing van financiėle diensten in het kader van de Wet melding
ongebruikelijke transacties (Stb. 906);
d. het koninklijk besluit van 22 april 1998, houdende aanwijzing
van financiėle diensten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van
de Wet melding ongebruikelijke transacties (Stb. 391);
e. het koninklijk besluit van 23 mei 2000, houdende aanwijzing
van financiėle diensten in het kader van de Wet melding
ongebruikelijke transacties (Stb. 246);
f. het koninklijk besluit van 28 mei 2002, houdende aanwijzing
van diensten in het kader van de Wet melding ongebruikelijke
transacties en tot wijziging van het koninklijk besluit van
29 juli 1994, houdende aanwijzing van financiėle instellingen
en financiėle diensten in het kader van de Wet identificatie bij
financiėle dienstverlening 1993 (Stb. 273).
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang 1 juni 2003, met
uitzondering van artikel 1, aanhef en onderdeel g, en artikel 2, aanhef
en onderdeel g, die in werking treden met ingang van de dag na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wet melding
ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverlening.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 24 februari 2003
BEATRIX
De Minister van Financiėn,
J.F. Hoogervorst
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de elfde maart 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Bijlage bij artikel 5c
INDICATORENLIJST
I SUBJECTIEVE INDICATOR
Melding verplicht indien de meldingsplichtige oordeelt dat de
volgende situatie van toepassing is.
Vermoedelijke witwastransacties of terrorismefinanciering
Transacties waarbij aanleiding is om te veronderstellen dat ze
verband kunnen houden met witwassen of financiering van terrorisme.
II OBJECTIEVE INDICATOREN
Melding verplicht.
IIA Krediet-, effecten- en beleggingsinstellingen,
geldtransactiekantoren
Contante wisseltransacties
Contante transacties met een waarde van 15.000 of meer
waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar
grote coupures plaatsvindt.
Geldtransfers
Contante transacties van 2.000 of meer waarbij de gelden ter
beschikking worden gesteld in de vorm van chartaal geld of cheques, of
door middel van een credit-of debetcard, dan wel betaalbaar worden
gesteld in de vorm van chartaal geld, cheques of door storting op
rekening, tenzij het een transactie betreft door een
geldtransactiekantoor dat de afwikkeling van de transactie overlaat aan
een ander geldtransactiekantoor waarop de meldingsplicht, bedoeld in
artikel 9 van de Wet melding ongebruikelijke transacties, eveneens van
toepassing is.
Transacties met aangewezen landen
Transacties met (rechts)personen die zijn gevestigd in landen of
gebieden, die door de Minister van Financiėn en de Minister van
Justitie zijn aangewezen als onaanvaardbaar risico voor witwassen of
terrorismefinanciering.
IIB Levensverzekeraars en assurantietussenpersonen
Transacties met aangewezen landen
Transacties met (rechts)personen die zijn gevestigd in landen of
gebieden, die door de Minister van Financiėn en de Minister van
Justitie zijn aangewezen als onaanvaardbaar risico voor witwassen of
terrorismefinanciering.
IIC Creditcardmaatschappijen
Contante storting
Contante storting ten gunste van een creditcardrekening van 15.000
of meer.
Gebruik van creditcard
Gebruik van de creditcard in verband met een transactie van 15.000
of meer bij een aangesloten bedrijf in Nederland.
IID Casinos
Depot
Het in depot nemen van munten, bankbiljetten of andere waarden van
15.000 of meer.
Girale transacties
Girale transacties van 15.000 of meer.
Verkoop van speelpenningen
Verkoop aan een cliėnt van speelpenningen met een tegenwaarde van
15.000 of meer tegen inlevering van cheques of buitenlandse
valuta.
IIE Handelaren in zaken van grote waarde
Contante transacties
Transacties waarbij voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen,
antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen verkocht
worden tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling, waarbij het
contant te betalen bedrag 25.000 of meer bedraagt.
IIF Onafhankelijke juridisch adviseurs, advocaten, notarissen,
belastingadviseurs, openbare accountants, bedrijfseconomische adviseurs,
bemiddelaars in onroerende zaken, trustkantoren
Contante transacties
Transacties van 15.000 euro of meer betaald aan of door
tussenkomst van de beroepsbeoefenaar in contanten, met cheques aan
toonder of soortgelijke betaalmiddelen.
Procedurele aspecten rondom een melding
Voor alle indicatoren geldt dat melding verplicht is van transacties
of voorgenomen transacties indien de transactie is verricht of
voorgenomen bij het verlenen van een dienst in de zin van de Wet MOT.
Wat betreft de termijn waarbinnen gemeld dient te worden, wordt
opgemerkt dat de transacties binnen veertien dagen nadat het
ongebruikelijke karakter van de transactie is vastgesteld moeten worden
gemeld (zie ook artikel 9 van de Wet MOT).
Verder ligt het in de rede dat transacties die in verband met
witwassen aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, ook aan het
Meldpunt moeten worden gemeld; er is immers een vermoeden van witwassen.
Dit vloeit overigens ook voort uit de (reeds aangehaalde) Europese
richtlijnen op het gebied van de bestrijding van witwassen.
Uiteraard luiden de genoemde bedragen in euro of de tegenwaarde
daarvan in een vreemde valuta.
|
|
|