St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet identificatie bij dienstverlening (Wid)

 

UITVOERINGSBESLUIT  WET  MELDING  ONGEBRUIKELIJKE  TRANSACTIES  EN  WET  IDENTIFICATIE  BIJ  DIENSTVERLENING

Tekst zoals deze geldt op 30 mei 2008

Vervallen m.i.v. 1 augustus 2008

(Zie Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)

 

  
•
•
•
•
 

 

 
BESLUIT van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet identificatie bij dienstverlening en de Wet melding ongebruikelijke transacties

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Financiėn van 10 juli 2002, FM 2002-914M, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
     Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 7ŗ, en onderdeel b, onder 9ŗ, en artikel 6, onderdeel d, onder 9ŗ, van de Wet identificatie bij dienstverlening en artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10ŗ, en artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de Wet melding ongebruikelijke transacties;
     De Raad van State gehoord (advies van 25 oktober 2002, nr. W06.02.0317/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiėn van 18 februari 2003, nr. FM 2003-085M, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

§ 1. Bepalingen ter uitvoering van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10° van de Wet melding ongebruikelijke transacties en artikel 1, eerste lid, onderdelen a, onder 7°, en b, onder 9°, en artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening

Artikel 1

Als instelling in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 7°, van de Wet identificatie bij dienstverlening wordt aangewezen:

a. de onderneming of instelling die creditcards uitgeeft, tenzij de door haar uitgegeven creditcards alleen gebruikt kunnen worden bij haarzelf of bij een onderneming of instelling die behoort tot dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

b. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een ander munten of bankbiljetten wisselt, munten of bankbiljetten uitbetaalt tegen inlevering van een of meer cheques of munten of bankbiljetten uitbetaalt op vertoon van een creditcard;

c. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig een speelcasino in de zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen organiseert;

d. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als advocaat, notaris of kandidaat-notaris dan wel in de uitoefening van een gelijksoortig juridisch beroep of bedrijf zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verricht als omschreven in artikel 2, eerste lid, onderdeel c of d;

e. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die als openbare registeraccountant, openbare accountant-administratieconsulent, belastingadviseur dan wel anderszins zelfstandig onafhankelijk beroeps- of bedrijfsmatig bedrijfseconomische of fiscale werkzaamheden verricht als omschreven in artikel 2, eerste lid, onderdeel e;

f. de tussenpersoon, bedoeld in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel, voor zover deze bemiddelt bij het totstandbrengen en het sluiten van overeenkomsten inzake onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;

g. de natuurlijke persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig ten behoeve van of op verzoek van een derde in het kader van een geldelijke overmaking gelden of geldswaarden in ontvangst neemt, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, dan wel gelden of geldswaarden betaalt of betaalbaar stelt nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is;

Artikel 2

1. Als dienst in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening wordt aangewezen:

a. het uitgeven van creditcards, met uitzondering van het uitgeven van creditcards die alleen gebruikt kunnen worden bij de onderneming of instelling die deze creditcards uitgeeft of bij een onderneming of instelling die behoort tot dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

b. het gelegenheid bieden, door middel van een speelcasino in de zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen mee te dingen naar prijzen en premies;

c. het geven van advies dan wel het verlenen van bijstand door de personen of instellingen bedoeld in artikel 1, onderdeel d, bij:

1°. het aan- of verkopen van onroerende zaken;

2°. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;

3°. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

4°. het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen;

5°. werkzaamheden op fiscaal gebied als omschreven in onderdeel e, sub 1;

d. het optreden door de personen of instellingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, in naam en voor rekening van een cliėnt bij enigerlei financiėle of onroerende zaaktransactie;

e. het door personen of instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, verstrekken van belastingadvies of verzorgen van belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden, met uitzondering van het verzorgen van belastingaangiften en het in verband daarmee verstrekken van belastingadvies in het kader van de Wet inkomstenbelasting 2001 ten behoeve van natuurlijke personen die volgens de desbetreffende aangifte:

1°. geen winst uit onderneming genieten als bedoeld in afdeling 3.2. van die wet;

2°. niet meer dan € 10 000 belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden genieten als bedoeld in afdeling 3.4 van die wet;

3°. geen aanmerkelijk belang hebben in de zin van afdeling 4.3 van die wet; en

4°. niet meer dan € 4000 voordeel uit sparen en beleggen hebben als bedoeld in artikel 5.2. van die wet.

f. Het door personen of instellingen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, verrichten van werkzaamheden in verband met het samenstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het voeren van administraties.

g. het als tussenpersoon als bedoeld in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel optreden ter zake van het aan- of verkopen van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;

h. het in het kader van een geldelijke overmaking in ontvangst nemen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te stellen of te doen stellen, dan wel het betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is;

i. het aangaan van een verplichting tot het uitgeven van elektronisch geld als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld uitgeeft, alsmede het omwisselen, op verzoek van een houder van elektronisch geld, van elektronisch geld door terugbetaling in munten of bankbiljetten of door storting op een rekening.

2. Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, sub 1° tot en met 5°, die verband houden met de bepaling van de rechtspositie van een cliėnt, diens vertegenwoordiging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, voor zover deze werkzaamheden worden verricht door een advocaat, notaris of kandidaat-notaris.

3. Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, sub 1°, die verband houden met de bepaling van de rechtspositie van een cliėnt, diens vertegenwoordiging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.

Artikel 3

1. Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening worden in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, het creditcardnummer en het corresponderende bankrekeningnummer geregistreerd.

2. Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in artikel 6, onderdeel d, onder 9°, van de Wet identificatie bij dienstverlening worden aangewezen:

a. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 1°: de aard en andere unieke kenmerken van de betrokken onroerende zaken;

b. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 2° of 3°: de omvang, aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;

c. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 4°: de identiteit van de betrokken vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen;

d. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, onder 5°: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;

e. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen d, e, f of g: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken.

Artikel 4

1. Als dienst in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 10°, van de Wet melding ongebruikelijke transacties wordt aangewezen:

a. het verkopen of verzilveren van cheques, travellercheques of soortgelijke betaalmiddelen door:

1°. kredietinstellingen die ingevolge artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 1° of 2°, van de Wet op het financieel toezicht zijn ingeschreven;

2°. kredietinstellingen die ingevolge artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet op het financieel toezicht zijn ingeschreven, voor zover de werkzaamheden ingevolge artikel 3:39, van die wet in Nederland mogen worden uitgeoefend;

3°. financiėle ondernemingen die ingevolge artikel 1:107, tweede lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet op het financieel toezicht zijn ingeschreven, voor zover de werkzaamheden ingevolge artikel 2:25, tweede lid, of 2:26, van die wet in Nederland mogen worden uitgeoefend;

4°. geldtransactiekantoren die zijn ingeschreven in het register bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren;

b. het, anders dan bedoeld onder a, in het kader van een geldelijke overmaking in ontvangst nemen van gelden of geldswaarden teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm betaalbaar te stellen of te doen stellen, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is;

c. het, anders dan bedoeld onder a, in het kader van een geldelijke overmaking betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld, waarbij deze geldelijke overmaking een op zichzelf staande dienst is;

d. het gelegenheid bieden, door middel van een speelcasino in de zin van artikel 27g, tweede lid, van de Wet op de kansspelen, mee te dingen naar prijzen en premies;

e. het aangaan van een verplichting tot betaling ten behoeve van de houder van een creditcard aan degene die het vertoon van die creditcard bij wijze van betaling heeft aanvaard, behoudens voor zover het gaat om een creditcard die alleen kan worden gebruikt bij de uitgevende onderneming of instelling of bij een onderneming of instelling die tot dezelfde groep in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek behoort;

f. het geven van advies dan wel het verlenen van bijstand door de personen of instellingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, bij:

1°. het aan- of verkopen van onroerende zaken;

2°. het beheren van geld, effecten, munten, muntbiljetten, edele metalen, edelstenen of andere waarden;

3°. het oprichten of beheren van vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

4°. het aan- of verkopen dan wel overnemen van ondernemingen;

5°. werkzaamheden op fiscaal gebied als omschreven in onderdeel h, sub 1°;

g. het optreden door de personen of instellingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, in naam en voor rekening van een cliėnt bij enigerlei financiėle of onroerende zaaktransactie;

h. het door personen en instellingen, bedoeld in artikel 1, onderdeel e:

1°. verstrekken van belastingadvies, alsmede verzorgen van belastingaangiften en daarmee verband houdende werkzaamheden danwel;

2°. verrichten van werkzaamheden in verband met het samenstellen, beoordelen of controleren van de jaarrekening of het voeren van administraties;

i. het als tussenpersoon als bedoeld in artikel 62 van het Wetboek van Koophandel optreden ter zake van de aan- of verkoop van onroerende zaken en rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen;

j. het aangaan van een verplichting tot het uitgeven van elektronisch geld, bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, waarmee betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan de onderneming of instelling die het elektronisch geld uitgeeft, alsmede het omwisselen, op verzoek van een houder van elektronisch geld, van elektronisch geld door terugbetaling in munten of bankbiljetten of door storting op een rekening.

2. Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, onderdeel 1° tot en met 5°, die verband houden met de bepaling van de rechtspositie van een cliėnt, diens vertegenwoordiging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, voor zover deze werkzaamheden worden verricht door een advocaat, notaris of kandidaat-notaris.

3. Als dienst worden niet aangemerkt werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, sub 1°, die verband houden met de bepaling van de rechtspositie van een cliėnt, diens vertegenwoordiging in rechte, het geven van advies voor, tijdens en na een rechtsgeding of het geven van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding.

Artikel 5

Als op de dienst betrekking hebbende gegevens als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel g, van de Wet melding ongebruikelijke transacties worden aangewezen:

a. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, onder 1°: aard en andere unieke kenmerken van de betrokken onroerende zaken;

b. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, onder 2° of 3°: de omvang, aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;

c. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, onder 4°: de identiteit van de betrokken vennootschappen, rechtspersonen of soortgelijke lichamen;

d. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, onder 5°: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken;

e. in het geval van een dienst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen g, h, of i: de aard, herkomst, bestemming en andere unieke kenmerken van de betrokken waarden of zaken.

§ 2. Bepalingen ter uitvoering van artikel 17t van de Wet melding ongebruikelijke transacties en artikel 8s van de Wet identificatie bij dienstverlening

Artikel 5a

1. De bevoegdheden die Onze Minister heeft op grond van de artikelen 17c, eerste lid, 17d, eerste lid, 17e, derde lid, en 17m van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de artikelen 8b, eerste lid, 8c, eerste lid, 8d, derde lid en 8l van de Wet identificatie bij dienstverlening, worden overgedragen aan de ingevolge artikel 17b, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties onderscheidenlijk artikel 8a, eerste lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening aangewezen rechtspersonen.

2. De artikelen 17f, 17g, 17h, 17i, derde en vierde lid, 17j, tweede lid, 17l, 17n, 17o, eerste tot en met derde lid, en 17p, tweede lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties en de artikelen 8e, 8f, 8g, 8h, derde en vierde lid, 8i, tweede lid, 8k, 8m, 8n, eerste tot en met derde lid, en 8o, tweede lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden door de in het dat lid aangewezen rechtspersonen.

Artikel 5b

Aan de overdracht van bevoegdheden, bedoeld in artikel 5a, worden de volgende voorschriften verbonden:

a. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, verstrekken onverwijld aan Onze Minister van Financiėn op zijn verzoek alle inlichtingen die van belang kunnen zijn voor:

1°. de nakoming van internationale afspraken en verplichtingen; of

2°. een onderzoek naar de toereikendheid van de Wet melding ongebruikelijke transacties of de Wet identificatie bij dienstverlening of het toezicht op de naleving van die wetten;

b. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, dragen bij aan de totstandkoming van procedurele afspraken met betrekking tot de handhaving tussen hen en de betrokken ministeries en andere overheidsinstellingen;

c. de rechtspersonen, bedoeld in artikel 5a, en andere personen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de Wet melding ongebruikelijke transacties of de Wet identificatie bij dienstverlening, maken schriftelijke afspraken over de onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling ten behoeve van de door dit besluit overgedragen bevoegdheden.

§ 3. Bepaling ter uitvoering van artikel 8, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties

Artikel 5c

De indicatoren, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties, aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een transactie wordt aangemerkt als een ongebruikelijke transactie, worden vastgesteld zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 6

Ingetrokken worden:

a. het koninklijk besluit van 29 juli 1994, houdende aanwijzing van financiėle instellingen en financiėle diensten in het kader van de Wet identificatie bij financiėle dienstverlening 1993 (Stb. 604),

b. het koninklijk besluit van 14 december 1994, houdende aanwijzing van financiėle diensten in het kader van de Wet melding ongebruikelijke transacties (Stb. 905);

c. het koninklijk besluit van 19 december 1994, houdende aanwijzing van financiėle diensten in het kader van de Wet melding ongebruikelijke transacties (Stb. 906);

d. het koninklijk besluit van 22 april 1998, houdende aanwijzing van financiėle diensten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet melding ongebruikelijke transacties (Stb. 391);

e. het koninklijk besluit van 23 mei 2000, houdende aanwijzing van financiėle diensten in het kader van de Wet melding ongebruikelijke transacties (Stb. 246);

f. het koninklijk besluit van 28 mei 2002, houdende aanwijzing van diensten in het kader van de Wet melding ongebruikelijke transacties en tot wijziging van het koninklijk besluit van 29 juli 1994, houdende aanwijzing van financiėle instellingen en financiėle diensten in het kader van de Wet identificatie bij financiėle dienstverlening 1993 (Stb. 273).

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang 1 juni 2003, met uitzondering van artikel 1, aanhef en onderdeel g, en artikel 2, aanhef en onderdeel g, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Wet melding ongebruikelijke transacties en Wet identificatie bij dienstverlening.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

's-Gravenhage, 24 februari 2003

 

BEATRIX

 

De Minister van Financiėn,
J.F. Hoogervorst

De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

Uitgegeven de elfde maart 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

Bijlage bij artikel 5c

 

INDICATORENLIJST

I SUBJECTIEVE INDICATOR

Melding verplicht indien de meldingsplichtige oordeelt dat de volgende situatie van toepassing is.

Vermoedelijke witwastransacties of terrorismefinanciering

Transacties waarbij aanleiding is om te veronderstellen dat ze verband kunnen houden met witwassen of financiering van terrorisme.

II OBJECTIEVE INDICATOREN

Melding verplicht.

IIA Krediet-, effecten- en beleggingsinstellingen, geldtransactiekantoren

Contante wisseltransacties

Contante transacties met een waarde van € 15.000 of meer waarbij contante omwisseling in een andere valuta of van kleine naar grote coupures plaatsvindt.

Geldtransfers

Contante transacties van € 2.000 of meer waarbij de gelden ter beschikking worden gesteld in de vorm van chartaal geld of cheques, of door middel van een credit-of debetcard, dan wel betaalbaar worden gesteld in de vorm van chartaal geld, cheques of door storting op rekening, tenzij het een transactie betreft door een geldtransactiekantoor dat de afwikkeling van de transactie overlaat aan een ander geldtransactiekantoor waarop de meldingsplicht, bedoeld in artikel 9 van de Wet melding ongebruikelijke transacties, eveneens van toepassing is.

Transacties met aangewezen landen

Transacties met (rechts)personen die zijn gevestigd in landen of gebieden, die door de Minister van Financiėn en de Minister van Justitie zijn aangewezen als onaanvaardbaar risico voor witwassen of terrorismefinanciering.

IIB Levensverzekeraars en assurantietussenpersonen

Transacties met aangewezen landen

Transacties met (rechts)personen die zijn gevestigd in landen of gebieden, die door de Minister van Financiėn en de Minister van Justitie zijn aangewezen als onaanvaardbaar risico voor witwassen of terrorismefinanciering.

IIC Creditcardmaatschappijen

Contante storting

Contante storting ten gunste van een creditcardrekening van € 15.000 of meer.

Gebruik van creditcard

Gebruik van de creditcard in verband met een transactie van € 15.000 of meer bij een aangesloten bedrijf in Nederland.

IID Casino’s

Depot

Het in depot nemen van munten, bankbiljetten of andere waarden van € 15.000 of meer.

Girale transacties

Girale transacties van € 15.000 of meer.

Verkoop van speelpenningen

Verkoop aan een cliėnt van speelpenningen met een tegenwaarde van € 15.000 of meer tegen inlevering van cheques of buitenlandse valuta.

IIE Handelaren in zaken van grote waarde

Contante transacties

Transacties waarbij voertuigen, schepen, kunstvoorwerpen, antiquiteiten, edelstenen, edele metalen, sieraden of juwelen verkocht worden tegen geheel of gedeeltelijke contante betaling, waarbij het contant te betalen bedrag € 25.000 of meer bedraagt.

IIF Onafhankelijke juridisch adviseurs, advocaten, notarissen, belastingadviseurs, openbare accountants, bedrijfseconomische adviseurs, bemiddelaars in onroerende zaken, trustkantoren

Contante transacties

Transacties van € 15.000 euro of meer betaald aan of door tussenkomst van de beroepsbeoefenaar in contanten, met cheques aan toonder of soortgelijke betaalmiddelen.

Procedurele aspecten rondom een melding

Voor alle indicatoren geldt dat melding verplicht is van transacties of voorgenomen transacties indien de transactie is verricht of voorgenomen bij het verlenen van een dienst in de zin van de Wet MOT.

Wat betreft de termijn waarbinnen gemeld dient te worden, wordt opgemerkt dat de transacties binnen veertien dagen nadat het ongebruikelijke karakter van de transactie is vastgesteld moeten worden gemeld (zie ook artikel 9 van de Wet MOT).

Verder ligt het in de rede dat transacties die in verband met witwassen aan politie of Openbaar Ministerie worden gemeld, ook aan het Meldpunt moeten worden gemeld; er is immers een vermoeden van witwassen. Dit vloeit overigens ook voort uit de (reeds aangehaalde) Europese richtlijnen op het gebied van de bestrijding van witwassen.

Uiteraard luiden de genoemde bedragen in euro of de tegenwaarde daarvan in een vreemde valuta.

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wid | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x