| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet immunisatie
militairen
REGELING
IMMUNISATIE MILITAIREN 2002
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De
Staatssecretaris van Defensie;
Gelet op artikel 4 van de Wet immunisatie
militairen;
Gezien het advies van de Commissie van
deskundigen immunisatie militairen;
Besluit:
§ 1. Algemene vaccinatie van
militairen
Artikel 1
De militair in werkelijke dienst wordt ter gelegenheid van de opkomst
gevaccineerd tegen:
a. difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP),
b. tyfus,
c. hepatitis A en B, en
d. bof, mazelen en rode hond (BMR).
Artikel 2
1. De vaccinaties tegen difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP),
tegen tyfus en tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) geschieden door
middel van een enkelvoudige inenting, de vaccinatie tegen hepatitis A
en B door middel van een serie van drie inentingen.
2. In afwijking van het eerste lid geschiedt de vaccinatie tegen
difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP) door middel van de volledige
serie van drie DTP-inentingen indien de betrokken militair aannemelijk
maakt nooit door middel van een zodanige serie te zijn ingeënt. Bij een
verwonding met gevaar voor tetanusinfectie vindt tevens toediening van
tetanus-immunoglobuline plaats.
3. De vaccinatie tegen bof, mazelen en rode hond (BMR) geschiedt
bij vrouwen slechts indien ze niet zwanger zijn. Als er sprake is van
zwangerschap dan wel van onzekerheid hierover, wordt de vaccinatie
uitgesteld tot na de zwangerschap respectievelijk totdat de mogelijkheid
van een bestaande zwangerschap is uitgesloten.
Artikel 3
Revaccinatie vindt plaats tegen:
a. difterie, tetanus en poliomyelitis (DTP): telkens na tien
jaar, met dien verstande dat bij een verwonding met gevaar voor
tetanusinfectie:
1°. bij een volledig gevaccineerde militair tussentijdse
toediening van een dosis tetanusvaccin plaatsvindt indien de
laatste vaccinatie meer dan tien jaar geleden werd gegeven;
2°. bij een militair met een onvolledige vaccinatiestatus de
immunisatie wordt afgerond door toediening van de volledige serie
van drie DTP-inentingen alsmede toediening van
tetanus-immunoglobuline;
3°. bij een immuun-gecompromitteerde militair toediening van
de volledige serie van drie DTP-inentingen alsmede toediening van
tetanus-immunoglobuline plaatsvindt;
b. tyfus: telkens na drie jaar.
§ 2. Aanvullende vaccinatie van militairen
Artikel 4
1. De militair in werkelijke dienst wordt
aanvullend gevaccineerd tegen:
a. gele koorts,
b. meningitis typen A/C/Y/W135,
c. hondsdolheid,
d. influenza,
e. Frühsommer meningo encephalitis (FSME), en
f. Japanse encephalitis.
2. De vaccinaties geschieden slechts voor zover de militair in
het kader van de vervulling van de militaire dienst verblijft in een
gebied waar de desbetreffende ziekte endemisch is, onderscheidenlijk
waar een epidemie heerst van de desbetreffende ziekte, en geen
bijzondere redenen bestaan om desondanks niet tot vaccinatie over te
gaan. De vaccinatie tegen gele koorts geschiedt evenwel in elk geval bij
uitzending naar landen die een internationaal inentingscertificaat tegen
deze ziekte eisen.
3. Ten aanzien van militairen die behoren tot een eenheid die
binnen 48 uur moet kunnen worden uitgezonden, is het tweede lid niet van
toepassing.
Artikel 5
1. De vaccinaties tegen gele koorts, tegen meningitis en tegen
influenza geschieden door middel van enkelvoudige inentingen, die
tegen hondsdolheid, tegen meningo encephalitis en tegen Japanse
encephalitis door middel van series van drie inentingen.
2. Bij militairen van wie bekend is dat zij in het kader van de
vervulling van de militaire dienst zullen vertrekken naar een gebied als
bedoeld in artikel 4, tweede lid, geschieden de vaccinaties - met
uitzondering van de laatste FSME-inenting - tijdens de
voorbereidingstijd voor het vertrek, indien de voorbereidingstijd voor
vertrek gelijk is aan of langer is dan drie weken. Bij militairen voor
wie een kortere voorbereidingstijd geldt, start het vaccinatieprogramma
zo spoedig mogelijk na het bekend worden van de verplichting om te
vertrekken naar een gebied als bedoeld in artikel 4, tweede lid.
3. Bij militairen die behoren tot een eenheid die binnen 48 uur
moet kunnen worden uitgezonden, start het vaccinatieprogramma zo spoedig
mogelijk na de plaatsing in de eenheid.
Artikel 6
1. Revaccinatie vindt plaats tegen:
a. gele koorts: telkens na tien jaar;
b. meningitis A/C/Y/W135: telkens na drie jaar;
c. hondsdolheid: telkens na twee jaar;
d. influenza: jaarlijks;
e. Frühsommer meningo encephalitis: telkens na drie jaar;
f. Japanse encephalitis: telkens na twee jaar.
2. Artikel 4, tweede en derde lid, is van toepassing.
§ 3. Geldige eerdere vaccinaties
Artikel 7
De immunisatiemaatregelen worden niet genomen voor zover en zolang
eerdere (re)vaccinaties tegen de desbetreffende ziekte nog geldig zijn.
Dit wordt slechts aangenomen, indien zulks door de betrokken militair
aannemelijk wordt gemaakt of uit de vaccinatiestatus van de militair
blijkt.
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 8
De Regeling immunisatie militairen wordt ingetrokken.
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling immunisatie militairen
2002.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 25 november 2002.
De Staatssecretaris van Defensie,
C. van der Knaap.
|
|
|