St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet installaties Noordzee (WIN)

 

BESLUIT  EX  ARTIKEL  4  WET  INSTALLATIES  NOORDZEE

Tekst zoals deze geldt op 21 januari 2012

 

  
 

 

 
BESLUIT van 8 december 1964 tot toepassing van artikel 4 van de Wet installaties Noordzee

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 30 september 1964, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 354/664;
     Gelet op artikel 4 van de Wet installaties Noordzee.
     De Raad van State gehoord (advies van 28 oktober 1964, nr. 40);
     Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 4 december 1964, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 455/664;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

In dit besluit worden onder installaties ter zee verstaan: installaties als bedoeld in artikel 1 van de Wet installaties Noordzee.

Artikel 2

Voor de toepassing van de wettelijke voorschriften waarbij de betrekkelijke bevoegdheid van de rechter in strafzaken en van het openbaar ministerie is geregeld, worden feiten begaan op installaties ter zee, alsmede daarop verrichte of te verrichten ambtsdaden, gelijkgesteld met feiten, onderscheidenlijk ambtsdaden, binnen het arrondissement van de rechtbank te Amsterdam. De zaak wordt behandeld en beslist door de kantonrechter van de rechtbank.

Artikel 3

De opsporingsambtenaren van het Korps landelijke politiediensten en de buitengewone opsporingsambtenaren die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 3 van de Wet installaties Noordzee, zijn op installaties ter zee bevoegd tot al hetgeen waartoe zij binnen hun ambtsgebied bevoegd zijn.

Artikel 4

Deurwaarders en ambtenaren, bevoegd tot het ten uitvoer leggen van rechterlijke uitspraken binnen het arrondissement van de rechtbank te Amsterdam, zijn daartoe mede bevoegd op installaties ter zee,

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

 

 

     Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

 

Soestdijk, 8 december 1964

 

JULIANA

 

De Minister van Justitie,
Y. Scholten

 

Uitgegeven de tiende december 1964
De Minister van Justitie,
Y. Scholten

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x