| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet inzake de
geldtransactiekantoren
VRIJSTELLINGSREGELING
GELDTRANSACTIEKANTOREN
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
Regeling vervalt m.i.v. 1 juli 2012
|
|
|
REGELING houdende verlening van vrijstelling van het
verbod van artikel 3, eerste lid, van de Wet inzake de
geldtransactiekantoren
De Minister
van Financiën;
Gelet op artikel 4, eerste lid, van de Wet
inzake de geldtransactiekantoren;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder de wet: de Wet inzake de
geldtransactiekantoren.
Artikel 2
1. Vrijstelling van artikel 3, eerste lid, van de wet wordt
verleend aan ondernemingen die het bedrijf van hotel uitoefenen en die
als logiesverstrekkend bedrijf zijn ingeschreven in een door het
Bedrijfschap Horeca en Catering bijgehouden register, voorzover het
betreft het wisselen van munten of bankbiljetten en het uitbetalen van
munten of bankbiljetten op vertoon van een creditcard of tegen
inlevering van een of meer cheques, met een tegenwaarde van ten
hoogste € 500 per gast per overnachting, voor natuurlijke personen
aan wie tevens door het hotel tegen betaling logies wordt verstrekt.
2. Aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, worden de
volgende voorschriften verbonden:
a. reclame-uitingen met betrekking tot de vrijgestelde
werkzaamheden zijn slechts toegelaten voorzover het betreft:
het uitstallen van koersenborden die niet vanaf de openbare
weg leesbaar zijn;
vermelding in folders en brochures die in hoofdzaak de
hoofdactiviteit betreffen;
vermelding, al dan niet met behulp van pictogrammen, in
hotelgidsen;
vermelding in het interne communicatiecircuit van het
hotel;
b. buitenlandse munten en bankbiljetten die worden gebruikt of
verworven bij de vrijgestelde werkzaamheden mogen slechts worden
betrokken of afgestort bij een financiële onderneming als bedoeld
in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht die bevoegd
is in Nederland het bedrijf van betaaldienstagent,
betaaldienstverlener of bank uit te oefenen dan wel bij een
geldtransactiekantoor dat is ingeschreven in het register, bedoeld
in artikel 1, onderdeel e, van de wet. Met de desbetreffende
betaaldienstagent, betaaldienstverlener, bank of
geldtransactiekantoor dient in verband hiermee een duurzame
overeenkomst te zijn gesloten;
c. er dient een administratie te worden bijgehouden waarin van
iedere geldtransactie wordt vastgelegd: de datum, het type
transactie, de betrokken valuta's, de omvang van de transactie, de
naam van de cliënt en het kamernummer van de cliënt. Voorts
dient uit de administratie te blijken waar en wanneer buitenlandse
munten en bankbiljetten zijn betrokken en afgestort;
d. de onder c bedoelde gegevens dienen tot vijf jaar na het
uitvoeren van de transactie te worden bewaard.
Artikel 3
Vrijstelling van artikel 3, eerste lid, van de wet wordt verleend aan
beleggingsondernemingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het
financieel toezicht waaraan een vergunning als bedoeld in artikel 2:96,
eerste lid, van die wet is verleend, voor zover het betreft het
uitbetalen van munten en bankbiljetten tegen inlevering van een of meer
onderdelen van het couponblad van een waardepapier aan toonder tegen
inlevering waarvan de rente op dit waardepapier kan worden geďnd.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in
werking treedt.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Vrijstellingsregeling
geldtransactiekantoren.
Deze regeling zal met de daarbij behorende
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Financiën,
G. Zalm.
|
|
|