| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet
Justitie-subsidies
REGELING
PERSOONSVOLGEND BUDGET VOOR INBURGERING IN
DE OPVANG
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Minister voor Wonen, Wijken en
Integratie van 9 december 2007, nr. DJZ2007121937, houdende regels tot
bevordering van inburgering van personen die vallen onder het besluit
van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11,
houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 en die in een
opvangvoorziening verblijven (Regeling persoonsvolgend budget voor
inburgering in de opvang)
De Minister
voor Wonen, Wijken en Integratie;
Gelet op de artikelen 48r en 48s
van de Wet Justitie-subsidies en artikel 6.1, derde lid, van het Besluit
inburgering;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en strekking van de regeling
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: Minister voor Wonen, Wijken en Integratie;
b. persoonsvolgend budget: budget dat aan een PVB-gerechtigde ter
beschikking wordt gesteld ten behoeve van diens inburgering;
c. PVB-gerechtigde: persoon als bedoeld in het besluit van de
Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr. 2007/11,
houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Stcrt. 2007,
111), die inburgeringsplichtig is op grond van de artikelen 3 tot en
met 6 van de Wet inburgering en die op 1 januari 2008 in een
opvangvoorziening verblijft;
d. cursusinstelling: cursusinstelling als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel j, van de Wet inburgering;
e. exameninstelling: exameninstelling als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel i, van de Wet inburgering;
f. inburgeringsexamen: examen als bedoeld in artikel 1, eerste
lid, onderdeel k, van de Wet inburgering;
g. staatsexamen: staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II
als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet
educatie en beroepsonderwijs;
h. inburgeringsprogramma: programma dat de PVB-gerechtigde in
staat stelt mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de
Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving te
verwerven, teneinde het inburgeringsexamen of het staatsexamen te
behalen waarbij is inbegrepen eenmaal het kosteloos afleggen van het
inburgeringsexamen of het staatsexamen;
i. Informatiesysteem Inburgering: Informatiesysteem Inburgering,
bedoeld in artikel 47 van de Wet inburgering;
j. COA: Centraal Orgaan opvang asielzoekers, bedoeld in artikel 2
van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;
k. opvangvoorziening: accommodatie waarin door of onder
verantwoordelijkheid van het COA een opvang wordt geboden aan
asielzoekers;
l. uitstroom: vertrek van de PVB-gerechtigde uit een
opvangvoorziening naar een gemeente;
m. taalkennisvoorziening: voorziening die is gericht op de
verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is
voor het kunnen afronden van een beroepsopleiding als bedoeld in
artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet educatie en
beroepsonderwijs.
Artikel 2
De Minister kan, onder de in deze regeling genoemde voorwaarden, een
persoonsvolgend budget verlenen aan een PVB-gerechtigde teneinde deze in
staat te stellen deel te nemen aan:
a. een inburgeringsprogramma en dit af te sluiten met het
inburgeringsexamen of het staatsexamen, dan wel
b. een taalkennisvoorziening, mits de PVB-gerechtigde een
beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid,
onderdelen a en b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs volgt of
gaat volgen.
Hoofdstuk 2. Het persoonsvolgend budget
Artikel 3
1. De PVB-gerechtigde kan vanaf 1 januari 2008 een persoonsvolgend
budget aanvragen bij de Minister.
2. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan door middel
van het daarvoor bestemde aanvraagformulier waarin wordt vermeld bij
welke cursusinstelling een inburgeringsprogramma dan wel een
taalkennisvoorziening gevolgd gaat worden.
3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, omvat een verklaring van
het COA dat de PVB-gerechtigde op het moment van de aanvraag in een
opvangvoorziening verblijft.
4. Een PVB-gerechtigde kan uiterlijk tot en met 31 december 2008
een persoonsvolgend budget aanvragen.
Artikel 4
1. De Minister verwerkt de aanvraag, bedoeld in artikel 3, eerste
lid, voor een persoonsvolgend budget.
2. De Minister controleert of de aanvrager voldoet aan de volgende
criteria:
a. de aanvrager behoort volgens opgave van de Immigratie- en
Naturalisatiedienst tot de groep personen die valt onder het
besluit van de Staatssecretaris van Justitie van 12 juni 2007, nr.
2007/11, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000;
b. de aanvrager verblijft op het moment van indiening van de
aanvraag volgens de verklaring van het COA, bedoeld in artikel 3,
derde lid, in een opvangvoorziening;
c. de aanvrager:
– is niet eerder door een gemeente als
inburgeringsplichtig of als niet inburgeringsplichtig
opgenomen in het Informatiesysteem Inburgering;
– heeft niet gedurende de leerplichtige leeftijd acht
jaar of langer in Nederland verbleven;
– is niet in het bezit van een diploma of document als
bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit inburgering;
– heeft geen bewijs dat de korte vrijstellingstoets,
bedoeld in artikel 2.7 van het Besluit inburgering, is
gehaald;
– heeft niet de nationaliteit van een land behorende tot
de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte, of de
Zwitserse nationaliteit;
– is niet 65 jaar of ouder;
– is niet leerplichtig of kwalificatieplichtig als
bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder d, van de Wet
inburgering;
d. de aanvrager heeft geen openstaande lening als bedoeld in
artikel 16 van de Wet inburgering.
3. De Minister controleert of de ingediende factuur afkomstig is
van een cursusinstelling of van een exameninstelling, een origineel is
en voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 7, tweede lid.
Artikel 5
1. De Minister geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag
een beschikking.
2. Het persoonsvolgend budget wordt vastgesteld op ten hoogste €
4.480 per persoon.
3. Een PVB-gerechtigde heeft aanspraak op het persoonsvolgend
budget gedurende een periode van ten hoogste drie jaar gerekend vanaf
de eerste dag van de maand volgend op de verstrekking van het
persoonsvolgend budget.
Artikel 6
Met het persoonsvolgend budget kan de PVB-gerechtigde, desgewenst in
fasen, een modulair opgebouwd inburgeringsprogramma dan wel een
taalkennisvoorziening inkopen bij een cursusinstelling en kan hij het
inburgeringsexamen of het staatsexamen inkopen bij een exameninstelling.
Artikel 7
1. Ten behoeve van de betaling van het persoonsvolgend budget
verstrekt de PVB-gerechtigde originele facturen aan de Minister van:
a. de door de PVB-gerechtigde te volgen of gevolgde modules van
het inburgeringsprogramma, de taalkennisvoorziening of de cursus
die opleidt tot het staatsexamen;
b. indien van toepassing, het door de PVB-gerechtigde af te
leggen of afgelegde inburgeringsexamen of staatsexamen.
2. De factuur vermeldt in ieder geval:
a. het burgerservicenummer van de PVB-gerechtigde;
b. de naam- en adresgegevens van de PVB-gerechtigde;
c. de naam- en adresgegevens van de cursusinstelling of de
exameninstelling;
d. de naam van de cursus of het examen.
3. Van iedere betaling krijgt de aanvrager van de Minister een
overzicht waarbij tevens het resterende persoonsvolgend budget
inzichtelijk wordt gemaakt.
4. De cursusinstelling en de exameninstelling verstrekken uiterlijk
drie maanden na het behalen van het inburgeringsexamen of het
staatsexamen de originele facturen aan de PVB-gerechtigde.
5. De PVB-gerechtigde verstrekt uiterlijk drie maanden na ontvangst
van de factuur, de originele en door hem ondertekende factuur aan de
Minister, doch uiterlijk op 31 december 2012.
Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2010]
Hoofdstuk 3. Rol COA en uitstroming naar gemeente
Artikel 9
1.Het COA neemt bij de PVB-gerechtigde een intaketoets af om het
niveau van de vaardigheden in de Nederlandse taal en de kennis van de
Nederlandse samenleving vast te stellen.
2.Het COA is de PVB-gerechtigde door middel van voorlichting en
begeleiding behulpzaam bij het afstemmen van de keuze van het
inburgeringsprogramma dan wel de taalkennisvoorziening, en de
cursusinstelling op zijn persoonlijke situatie.
3.Het COA verwijst de PVB-gerechtigde door naar de gemeente waar
hij staat ingeschreven en waar hij een aanvraag kan doen tot
ontheffing van de inburgeringsplicht op grond van een psychische of
lichamelijke belemmering dan wel verstandelijke handicap als bedoeld
in artikel 6, eerste lid, van de Wet inburgering.
4.De artikelen 2.8 van het Besluit inburgering en 2.4 van de
Regeling inburgering zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
1.In geval van uitstroom draagt het COA zorg voor de
dossieroverdracht van de PVB-gerechtigde aan de betrokken gemeente.
2.In geval van uitstroom, blijft het resterende persoonsgebonden
budget beschikbaar voor de PVB-gerechtigde teneinde het
inburgeringsprogramma af te ronden en af te sluiten met het
inburgeringsexamen of het staatsexamen, dan wel de
taalkennisvoorziening af te ronden.
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Artikel 11
Het COA draagt er zorg voor dat de inburgering door middel van een
persoonsvolgend budget bij overplaatsing van de PVB-gerechtigde naar een
andere opvangvoorziening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de
Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën
vreemdelingen 2005 kan worden gecontinueerd.
Artikel 12
De inburgering door middel van een persoonsvolgend budget mag de
uitstroom in geen geval vertragen. Artikel 7, eerste lid, aanhef en
onder a, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere
categorieën vreemdelingen 2005 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 13
1.De volgende instanties verstrekken ten behoeve van opneming in
het Informatiesysteem Inburgering aan de beheerder daarvan uit eigen
beweging of op verzoek alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van de taken die bij deze regeling aan die instanties zijn
opgedragen:
a. het college van burgemeester en wethouders;
b. de Minister van Justitie;
c. het COA;
d. de cursusinstellingen;
e. de exameninstellingen.
2.De gegevens die zijn opgenomen in het Informatiesysteem
Inburgering worden voor de uitvoering van de taken van deze regeling
slechts ter beschikking gesteld aan:
a. de Minister;
b. het college van burgemeester en wethouders;
c. de Minister van Justitie.
Artikel 14
[Wijzigt het Besluit inburgering]
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2008. Indien
de dagtekening van de Staatscourant waarin deze regeling wordt
geplaatst, 31 december 2007 of een latere datum is, treedt zij in
werking met ingang van de tweede dag na die dagtekening, en werkt zij
terug tot en met 1 januari 2008.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling persoonsvolgend budget
voor inburgering in de opvang.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 9 december 2007.
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
C.P. Vogelaar.
|
|
|