| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet luchtvaart (Wlv)
BESLUIT
BEPERKINGEN BURGERLUCHTVERKEER WADDENZEE
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 14 januari 1999, houdende regels voor de
uitoefening van het burgerluchtverkeer boven de Waddenzee (Besluit
beperkingen burgerluchtverkeer Waddenzee)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 juli 1998,
nr. DGRLD/JBZ/L 98.210489, gedaan in overeenstemming met Onze Minister
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de
Staatssecretaris van Defensie;
Gelet op artikel 5.10, derde lid, van de Wet
Luchtverkeer;
De Raad van State gehoord (advies van 14
september 1998, nr. W09.98.0340);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 8 januari 1999, nr. DGRLD/JBZ/L 98.210749,
uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van
Defensie;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. kaart: kaart, opgenomen in de bij dit besluit behorende
bijlage;
b. milieubeschermingsgebied Waddenzee: het gedeelte van de
Waddenzee dat als zodanig op de kaart is aangegeven;
c. corridor: gedeelte van het luchtruim dat als zodanig op de
kaart is aangegeven.
d. reclamesleepvlucht: een vlucht waarbij een sleepnet wordt
gesleept.
Artikel 2
1.De uitoefening van burgerluchtverkeer met gemotoriseerde
luchtvaartuigen boven het milieubeschermingsgebied Waddenzee is tot
een hoogte van 450 meter (1500 voet) boven de grond of het water
verboden.
2.Bij een wolkenbasis lager dan 450 meter (1500 voet) boven de
grond of het water dan wel een vliegzicht van minder dan 8 kilometer,
is binnen de corridors de uitoefening van burgerluchtverkeer met
gemotoriseerde luchtvaartuigen toegestaan boven een hoogte van 300
meter (1000 voet) boven de grond of het water.
Artikel 3
1. Het is verboden een reclamesleepvlucht uit te voeren boven het
milieubeschermingsgebied Waddenzee.
2. Onverminderd artikel 2 is het in het eerste lid gestelde verbod
niet van toepassing op vluchten van reclamesleepvliegbedrijven,
gevestigd op de luchthaven Texel, die rechtstreeks van de luchthaven
Texel naar het vaste land of vice versa gevlogen worden.
Artikel 4
1. Artikel 2 is niet van toepassing:
a. op het deel van de vlucht, noodzakelijk om op te stijgen van
of te landen op een luchthaven, alsmede voor het uitvoeren van
nadering- en vertrekprocedures en luchtverkeerspatronen;
b. indien de omstandigheden dit in het belang van de veiligheid
dringend noodzakelijk maken; of
c. in het geval van mogelijke ijsafzetting bij
hefschroefvliegtuigen.
2. Artikel 2 is evenmin van toepassing op vluchten waarvoor op
grond van artikel 45 of 51 van het Luchtverkeersreglement een
vrijstelling of ontheffing is verleend ten behoeve van:
a. hulpverlening en reddingsacties;
b. toezicht en opsporing door daartoe bevoegde instanties;
c. controle op de staat van hoogspanningsleidingen en
pijpleidingen;
d. metingen in het belang van volksgezondheid, beheer of
wetenschap; of
e. incidentele foto- en filmopnamen in het belang van
nieuwsvoorziening of voorlichting.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I,
onderdeel E, onder 1, van het voorstel van wet tot wijziging van de Wet
Luchtverkeer (luchtvaartuigen en vluchtuitvoering), kamerstukken II
1998/99, 26 336, nr. 2, tot wet is verheven en in werking treedt.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beperkingen
burgerluchtverkeer Waddenzee.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting en de bijlage in het Staatsblad
zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 14 januari 1999
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos
Uitgegeven de elfde februari 1999
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Bijlage
|
|
|