| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet luchtvaart (Wlv)
BESLUIT
EXPLOITATIE LUCHTHAVEN SCHIPHOL
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 7 juli 2006, houdende regels betreffende de exploitatie
van de luchthaven Schiphol (Besluit exploitatie luchthaven Schiphol)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat
van 26 september 2005, nr. HDJZ/LUV/2005-1854, Hoofddirectie
Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van
Economische Zaken;
Gelet op de artikelen 8.25d, twaalfde lid,
8.25e, vierde lid, 8.25f,
zevende lid, 8.25g, vijfde lid, en 8.29a, tweede lid, van de Wet
luchtvaart;
De Raad van State gehoord (advies van 25 november 2005,
nr.
W09.05.0439/V);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en
Waterstaat van 6 juli 2006, nr. HDJZ/LUV/2006-1029, Hoofddirectie
Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van
Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. luchtvaartactiviteiten: de in artikel 8.25d, eerste lid, van
de wet bedoelde activiteiten;
b. toerekeningssysteem: het toerekeningssysteem, bedoeld in
artikel 8.25g, eerste lid, van de wet;
c. luchthaven: de luchthaven Schiphol;
d. wet: de Wet luchtvaart;
e. gebruiker: een luchtvaartmaatschappij, alsmede een persoon of
rechtspersoon die vluchten uitvoert, niet zijnde een
luchtvaartmaatschappij;
f. raad: de raad van bestuur van de Nederlandse
Mededingingsautoriteit, bedoeld in artikel 2 van de Mededingingswet;
g. unuïteitenmethode: de methode van afschrijving van materiële
vaste activa die worden gekenmerkt door initiële overcapaciteit
(geprognosticeerde capaciteit verminderd met de verwachte vraag van
luchthavenluchtverkeer, vervoer van passagiers en vracht, zodanig
dat dit resulteert in een gelijkblijvend bedrag van afschrijvingen
en vermogenskosten per eenheid gebruik over de daarvoor te
verwachten economische levensduur, zoals voorzien ten tijde van het
investeringsbesluit);
Hoofdstuk 2. Toezicht op tarieven en voorwaarden
§ 1. Algemeen
Artikel 2
1. Luchtvaartactiviteiten zijn activiteiten van de exploitant van
de luchthaven ten behoeve van:
a. het opstijgen en landen van luchtvaartuigen, waaronder in
elk geval het gebruik door luchtvaartuigen van taxi-,start- en
landingsbanen en platforms,
b. het parkeren van luchtvaartuigen, waaronder in elk geval het
gebruik door luchtvaartuigen van parkeerfaciliteiten op de
luchthaven,
c. de afhandeling van passagiers van luchtvaartuigen en hun
bagage, alsmede van vracht in verband met het opstijgen en landen
van luchtvaartuigen waaronder in elk geval:
1°. het gebruik van de passagiersterminal, en
2°. het gebruik van de voorrijwegen,
d. de uitvoering van de beveiliging van passagiers en hun
bagage, alsmede van vracht, waaronder mede begrepen de
faciliteiten voor grenscontrole.
2. De in artikel 8.25d, zesde lid, van de wet bedoelde activiteiten
die rechtstreeks verband houden met de luchtvaartactiviteiten, zijn:
a. de verlening van een concessie voor brandstoflevering voor
luchtvaartuigen,
b. de verlening van een concessie voor catering van
luchtvaartuigen,
c. utiliteitsdiensten,
d. werkzaamheden door of vanwege de exploitant van de
luchthaven die ten laste zijn gebracht van luchtvaartactiviteiten
en die in rekening zijn gebracht aan derden.
§ 2. Vaststelling van tarieven en voorwaarden
Artikel 3
1.Mededeling van de vaststelling van tarieven en voorwaarden als
bedoeld in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet, wordt gedaan:
a. door terinzagelegging van de tarieven en voorwaarden op in
ieder geval de vestiging van de exploitant van de luchthaven op de
luchthaven,
b. door kennisgeving van de vaststelling van de tarieven en
voorwaarden in ten minste één dag-, week- of nieuwsblad of op
andere geschikte wijze zodanig dat de gebruikers zo goed mogelijk
worden bereikt, en
c. toezending van de vastgestelde tarieven en voorwaarden op
verzoek van gebruikers aan het door hen opgegeven adres.
2.In de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt
de datum vermeld waarop de tarieven en voorwaarden door de exploitant
zijn vastgesteld, de ingangsdatum van de tarieven en voorwaarden, de
periode van terinzagelegging en waar en wanneer de tarieven en
voorwaarden kunnen worden ingezien.
3.De tarieven en voorwaarden gaan niet eerder in dan vijf maanden
na de mededeling, bedoeld in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet.
4.De exploitant van de luchthaven draagt er zorg voor dat met
ingang van 1 april of 1 november tarieven en voorwaarden, bedoeld in
artikel 8.25d, eerste lid, van de wet, ingaan.
Artikel 4
1. Mededeling van een voorstel voor tarieven en voorwaarden als
bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid, van de wet, wordt gedaan door:
a. terinzagelegging van het voorstel op in ieder geval de
vestiging van de exploitant van de luchthaven op de luchthaven,
b. kennisgeving van het uitbrengen van het voorstel in ten
minste één dag-, week-of nieuwsblad of op andere geschikte wijze
zodanig dat de gebruikers zo goed mogelijk worden bereikt, en
c. toezending van het voorstel op verzoek van gebruikers aan
het door hen opgegeven adres.
2. In de kennisgeving wordt vermeld de periode van terinzagelegging
en waar en wanneer het voorstel voor tarieven en voorwaarden kan
worden ingezien.
3. Gedurende vier weken na de dag waarop het voorstel voor tarieven
en voorwaarden ter inzage is gelegd kan het voorstel worden ingezien.
De periode van terinzagelegging vangt niet eerder aan dan op de dag
nadat de kennisgeving heeft plaatsgehad.
4. Het voorstel, bedoeld in het eerste lid:
a. bevat een onderbouwing van de voorgestelde tarieven, gelet
op de ingevolge artikel 8.25d van de wet aan de tarieven gestelde
eisen, en geeft het tijdstip aan waarop de tarieven en voorwaarden
zullen ingaan,
b. geeft een specificatie van de opbrengst uit activiteiten,
bedoeld in artikel 8.25d, zesde lid, van de wet,
c. vermeldt, in overeenstemming met het toerekeningssysteem,
welke materiële vaste activa in welke mate voor
luchtvaartactiviteiten worden aangewend, alsmede welke kosten in
welke mate door luchtvaartactiviteiten worden veroorzaakt,
d. bevat voor de luchtvaartactiviteiten:
1°. een prognose van het volume van het
luchthavenluchtverkeer, het vervoer van luchtvaartpassagiers
en het vervoer van vracht in het komende boekjaar en over het
lopende boekjaar en de daarop gebaseerde voorgenomen
investeringen voor het eerstvolgende boekjaar ten opzichte van
het lopende boekjaar,
2°. een prognose van de wijziging van de aanwending van de
materiële activa, bedoeld in artikel 8, zesde lid, die
aansluit op de onder 1° bedoelde prognose en voorgenomen
investeringen ten opzichte van het lopende boekjaar,
3°. een prognose van de wijziging van de totale opbrengst,
met een specificatie van de opbrengsten uit de verschillende
tarieven, alsmede de totale kosten, met een nadere
specificatie van de kostenstructuur voor het komende boekjaar
ten opzichte van het lopende boekjaar,
4°. een prognose van de efficiencywinst die in het komende
boekjaar ten opzichte van het lopende boekjaar zal worden
behaald,
5°. het op grond van artikel 8.25d, tiende lid, van de wet
te verrekenen verschil,
6°. een prognose van het rendement voor het komende
boekjaar ten opzichte van het lopende boekjaar, berekend met
inachtneming van de in artikel 13 bedoelde bijlage bij dit
besluit,
7°. Een prognose van de wijziging van de eventuele
overheidsfinanciering van de luchtvaartactiviteiten waarop de
tarieven betrekking hebben voor het komende boekjaar ten
opzichte van het lopende boekjaar,
e. bevat het bedrag van de eventuele bijdrage door de
exploitant van de luchthaven uit andere activiteiten dan
luchtvaartactiviteiten, bedoeld in artikel 8.25d, achtste lid, van
de wet, die de exploitant van de luchthaven bij de vaststelling
van de tarieven voor de eerstvolgende periode in aanmerking zal
nemen in vergelijking met het lopende boekjaar,
f. bevat een prognose van de te verwachten
kwaliteitsontwikkeling voor het komende boekjaar, aan de hand van
de in artikel 7 vastgestelde indicatoren, ten opzichte van het
lopende boekjaar.
5. Ten aanzien van een voorstel, bedoeld in het eerste lid, dat
betrekking heeft op de tarieven voor de beveiliging van passagiers en
hun bagage, alsmede van vracht, is het vierde lid van overeenkomstige
toepassing.
6. Het voorstel, bedoeld in het eerste lid, bevat tevens:
a. een verkeers- en vervoersprognose, alsmede het daarop
gebaseerde capaciteitsontwikkelingsplan en investeringsprogramma,
voor de eerstkomende periode van vijf jaar,
b. informatie over de investeringen in voor de luchtvaart
belangrijke infrastructurele voorzieningen als opgenomen in het
luchthavenontwikkelingsplan voor de lange termijn.
7. Binnen vier weken na de dag waarop mededeling is gedaan van het
voorstel voor tarieven en voorwaarden, kunnen gebruikers hun
zienswijze omtrent het voorstel voor tarieven en voorwaarden
schriftelijk kenbaar maken aan de exploitant van de luchthaven.
8. Gedurende de in het zevende lid bedoelde termijn bestaat
desgevraagd voor de gebruikers de mogelijkheid hun zienswijze
mondeling toe te lichten.
9. De exploitant raadpleegt de gebruikers over het
luchthavenontwikkelingsplan voor de lange termijn en over het
capaciteitsontwikkelingsplan voor de eerstkomende vijf jaar. Deze
raadpleging vindt plaats voorafgaand aan de raadpleging als bedoeld in
artikel 8.25e, tweede lid.
Artikel 4a
Voorafgaand aan de mededeling en ten behoeve van het voorstel van de
tarieven en voorwaarden, als bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid, van
de wet, verstrekken de gebruikers aan de exploitant van de luchthaven
informatie over:
a. de prognoses betreffende de omvang van hun verkeer en vervoer;
b. de prognoses betreffende de samenstelling en het geplande
gebruik van hun vloot;
c. hun ontwikkelingsprojecten op de luchthaven;
d. hun behoeften op de luchthaven.
Artikel 5
1. In afwijking van de artikelen 3 en 4, gelden de volgende
bepalingen, indien Onze Minister van Justitie een bijzondere
aanwijzing als bedoeld in artikel 37ac, tweede lid, van de
Luchtvaartwet heeft gegeven op grond waarvan de exploitant van de
luchthaven maatregelen heeft genomen, voor zover die maatregelen
betrekking hebben op de beveiliging van passagiers en hun bagage,
alsmede van vracht.
2. Indien Onze Minister van Justitie op een daartoe strekkend
verzoek van een buitenlandse staat of een bondgenootschap, dan wel
eigener beweging, bepaalt dat een in verband met de bijzondere
aanwijzing genomen tijdelijke maatregel wordt omgezet in een
structurele maatregel, doet hij hiervan mededeling aan de exploitant
van de luchthaven, de gebruikers van de luchthaven en gelijktijdig aan
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.
3. De kosten, voortvloeiend uit een structurele maatregel, komen
met ingang van het tijdstip waarop overeenkomstig het vierde lid de
tarieven en voorwaarden in werking zijn getreden, ten laste van de
exploitant van de luchthaven.
4. Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het
tweede lid, wijzigt de exploitant van de luchthaven het tarief voor de
beveiliging van passagiers en hun bagage, alsmede van vracht met het
oog op de uit een structurele maatregel voortvloeiende kosten, met
inachtneming van het volgende:
a. de desbetreffende wijziging van het tarief voor de
beveiliging van passagiers en hun bagage, alsmede van vracht kan
slechts in werking treden met ingang van 1 april of 1 november;
b. Onze Minister van Justitie doet aankondiging van de noodzaak
een tijdelijke maatregel om te zetten in een structurele maatregel
tenminste 21 weken voorafgaand aan 1 april respectievelijk 1
november, zijnde uiterlijk 7 november respectievelijk 7 juni;
c. binnen drie weken na de aankondiging, bedoeld in onderdeel
b, maakt de exploitant van de luchthaven de desbetreffende
verhoging van het tarief voor de beveiliging van passagiers en hun
bagage, alsmede van vracht bekend aan de gebruikers;
d. binnen twee weken nadat de exploitant van de luchthaven de
bekendmaking, bedoeld in onderdeel c, heeft gedaan, consulteert de
exploitant de gebruikers;
e. ten behoeve van de consultatie, bedoeld in onderdeel d,
voorziet de exploitant van de luchthaven de gebruikers van
adequate informatie omtrent de verwachte ontwikkeling in het
volume van het vervoer van passagiers en van vracht, een raming
van de extra kosten, voortvloeiend uit de structurele maatregel,
een raming van de opbrengsten en de daarvoor benodigde opbrengsten
voor het eerstvolgende boekjaar;
f. binnen twee weken na de consultatie, bedoeld in onderdeel d,
stelt de exploitant van de luchthaven de wijziging van het tarief
voor de beveiliging van passagiers en hun bagage, alsmede van
vracht vast;
g. de wijziging van het tarief voor de beveiliging van
passagiers en hun bagage, alsmede van vracht gaat niet eerder in
dan drie maanden na de mededeling, bedoeld in artikel 8.25d,
eerste lid, van de wet.
5. Onze Minister van Justitie kan bepalen dat een structurele
maatregel met ingang van een door hem te bepalen datum wordt
ingetrokken. Hiervan doet Onze Minister van Justitie mededeling aan de
exploitant van de luchthaven en gelijktijdig aan de gebruikers en Onze
Minister van Verkeer en Waterstaat.
6. De exploitant van de luchthaven beëindigt met ingang van de in
het vijfde lid bedoelde datum de uitvoering van de desbetreffende
structurele maatregel, waarmee ook de daarmee gemoeide kosten komen te
vervallen.
7. Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het
vijfde lid, stelt de exploitant van de luchthaven Schiphol het tarief
voor de beveiliging van passagiers en hun bagage, alsmede van vracht
opnieuw vast. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
1.Een aanvraag als bedoeld in artikel 8.25f, eerste lid, van de
wet:
a. is schriftelijk en ondertekend,
b. bevat ten minste de dagtekening, de naam, het adres,
telefoon- en faxnummer van de gebruiker; indien de gebruiker wordt
vertegenwoordigd door een gemachtigde, bevat de aanvraag tevens de
gegevens van die gemachtigde,
c. kan in de Nederlandse of Engelse taal worden gedaan,
d. bevat de gronden voor het oordeel van de gebruiker dat de
tarieven en voorwaarden in strijd zijn met bij of krachtens de wet
gestelde regels,
e. bevat de aanduiding om welke concrete door de exploitant van
de luchthaven vastgestelde tarieven en voorwaarden het gaat, en
f. bevat, indien van toepassing, de vermelding van andere
instanties waaraan is verzocht zich uit te spreken over de
tarieven en voorwaarden.
2.De vaststelling van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in
artikel 8.25f, derde lid, van de wet, geschiedt binnen drie weken na
het besluit van de raad.
§ 3. Kwaliteitsindicatoren
Artikel 7
Indicatoren voor het kwaliteitsniveau van de door de exploitant van
de luchthaven aangeboden diensten met betrekking tot het gebruik van de
luchthaven, bedoeld in artikel 8.25e, vierde lid, onderdeel c, van de
wet, omvatten ten minste:
a. de capaciteit op jaarbasis en de piekuurcapaciteit van het
beschikbare banenstelsel, gemeten in aantallen vliegtuigbewegingen,
b. het aantal opstelplaatsen voor passagiers- en
vrachtvliegtuigen en het aantal bufferplaatsen,
c. de totale oppervlakte van de terminals ten behoeve van
luchtvaartactiviteiten en het aantal zitplaatsen in de terminals,
onderverdeeld in vierkante meters voor vertrekhal, aankomsthal en
circulatie- en verblijfsruimten,
d. de pieren, gemeten in aantallen pieren en gates, onderverdeeld
naar categorieën en grootte,
e. de capaciteit op jaarbasis en de piekuurcapaciteit van het
bagagesysteem, gemeten in aantallen colli, alsmede het aantal
reclaimbanden,
f. het aantal bussen aan de luchtzijde,
g. het aantal check-in faciliteiten en naar soort (balies,
selfservice of anderszins),
h. het aantal doorlaatplaatsen in verband met beveiliging van
passagiers en bagage, alsmede van vracht, de inzet van het aantal
daarvoor door de exploitant van de luchthaven ingezette
beveiligingsfunctionarissen, en de capaciteit per jaar en de
piekuurcapaciteit daarvan in aantallen reizigers,
i. het aantal voorrijwegen en de capaciteit per jaar en de
piekuurcapaciteit,
j. de beschikbaarheid van de in de onderdelen a tot en met i
genoemde diensten gedurende het boekjaar van de exploitant van de
luchthaven, waar mogelijk uitgedrukt in een percentage, en
gerelateerd aan de ontwikkeling van het volume van het
luchthavenluchtverkeer, het vervoer van passagiers en het vervoer
van vracht.
§ 4. Toerekening en financiële verantwoording
Artikel 8
1. De kosten van de luchtvaartactiviteiten worden als volgt
toegerekend:
a. alle kosten van de luchtvaartactiviteiten, met uitzondering
van de kosten van rentedragende schulden, worden aan die
activiteiten toegerekend,
b. de kosten van productiemiddelen die alleen worden aangewend
voor de luchtvaartactiviteiten, worden geheel aan die activiteiten
toegerekend,
c. de kosten van productiemiddelen die in het geheel niet
worden aangewend voor de luchtvaartactiviteiten, worden niet aan
die activiteiten toegerekend,
d. de kosten van productiemiddelen die gedeeltelijk voor de
luchtvaartactiviteiten en gedeeltelijk voor andere activiteiten
worden aangewend, worden toegerekend in overeenstemming met het
daadwerkelijk gebruik van die productiemiddelen voor de
luchtvaartactiviteiten.
2. Het toerekeningssysteem geeft de principes aan op grond waarvan
wordt vastgesteld in welke mate productiemiddelen worden aangewend
voor de luchtvaartactiviteiten.
3. De materiële vaste activa die in gebruik zijn voor de
luchtvaartactiviteiten, worden onderverdeeld in activa die uitsluitend
voor die activiteiten worden aangewend, en activa die deels voor die
activiteiten worden aangewend en in overeenstemming daarmee
toegedeeld. Materiële vaste activa worden pas aangewend voor
luchtvaartactiviteiten na het moment van ingebruikneming voor dat
doel.
4. Goodwill wordt niet begrepen onder materiële vaste activa als
bedoeld in het derde lid.
5. De materiële vaste activa die deels voor de
luchtvaartactiviteiten in gebruik zijn, worden toegedeeld aan de hand
van de op die activiteiten afgestemde en in het toerekeningssysteem
opgenomen verdeelsleutels.
6. Van de op grond van het derde lid aan de luchtvaartactiviteiten
toegedeelde materiële vaste activa wordt de waarde bepaald op basis
van historische kostprijs en met toepassing van de door de exploitant
aangegeven afschrijvingsmethode volgens aanvaardbare
bedrijfseconomische principes.
7. In afwijking van het zesde lid, wordt van de op grond van het
derde lid aan de luchtvaartactiviteiten toegedeelde materiële vaste
activa met een waarde van meer dan€ 100.000.000,– waarvan de
vervaardigingsperiode meer dan een jaar duurt, en waarbij ten tijde
van het investeringsbesluit wordt verwacht dat zich na ingebruikneming
initiële overcapaciteit zal voordoen, de waarde bepaald op basis van
historische kostprijs, waarbij over de gebruikelijke economische
levensduur wordt afgeschreven op basis van de unuïteitenmethode.
Bij toepassing van de unuïteitenmethode wordt het bedrag van
afschrijvingen en vermogenskosten vier jaar na inwerkingtreding van de
artikelen 8.25d tot en met 8.25h van de wet en overigens telkens na
vijf jaar opnieuw door de exploitant van de luchthaven vastgesteld.
8. Van de op grond van het derde lid aan de luchtvaartactiviteiten
toegedeelde materiële vaste activa die voor inwerkingtreding van de
artikelen 8.25d tot en met 8.25j van de wet in gebruik zijn genomen,
is het zevende lid van overeenkomstige toepassing op de activa
betreffende de vijfde baan. Daarbij worden de afschrijvingen bepaald
op basis van de boekwaarde per 1 januari van het boekjaar waarvoor de
tarieven en voorwaarden worden vastgesteld tegen de dan geldende
vermogenskostenvoet (WACC), de te verwachten initiële overcapaciteit
en de inflatie. De ten tijde van de investeringsbeslissing voorziene
economische levensduur vormt daarbij een gegeven.
9. De waarde van de materiële vaste activa van de
luchtvaartactiviteiten, bedoeld in het derde lid, wordt aangeduid als
Regulatory Asset Base.
10. Voor de toerekening van kosten aan de luchtvaartactiviteiten
worden de verdeelsleutels, bedoeld in het vijfde lid, en de
verdeelsleutels van andere productiemiddelen gehanteerd, waarbij
geldt:
a. dat de kosten rechtstreeks of indien dit niet mogelijk is
zoveel mogelijk rechtstreeks worden toegerekend met
verdeelsleutels die zijn gebaseerd op de desbetreffende
activiteiten, met inachtneming van de beginselen van
proportionaliteit en marktconformiteit, en
b. dat de kosten die op grond van onderdeel a niet kunnen
worden toegerekend aan een bepaalde activiteit, proportioneel
worden toegerekend op grond van het aandeel van de kosten van de
luchtvaartactiviteiten in de totale kosten.
11. Als opbrengsten van luchtvaartactiviteiten worden toegerekend
de opbrengsten uit luchtvaartactiviteiten en de opbrengsten uit de in
artikel 8.25d, zesde lid, van de wet bedoelde activiteiten die
rechtstreeks verband houden met de luchtvaartactiviteiten.
Artikel 9
Op de kosten van de uitvoering van beveiliging van passagiers en hun
bagage, alsmede van vracht als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel d, is artikel 8 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 10
1. Bij het opstellen van de financiële verantwoording, bedoeld in
artikel 8.25g, derde lid, van de wet, wordt het ingevolge artikel
8.25g, eerste lid van de wet vastgestelde toerekeningssysteem
toegepast.
2. De toelichting, bedoeld in artikel 8.25g, derde lid, van de wet,
bevat:
a. een overzicht van de categorieën van materiële vaste
activa, met een aanduiding van de verdeelsleutels die daarbij
overeenkomstig artikel 8 zijn toegepast, en van de mate waarin zij
voor luchtvaartactiviteiten zijn aangewend,
b. een gespecificeerd overzicht van de kosten en opbrengsten
die betrekking hebben op de luchtvaartactiviteiten, met een
aanduiding van de verdeelsleutels die daarbij overeenkomstig
artikel 8 zijn toegepast,
c. een specificatie van het verschil tussen de geraamde en
werkelijke opbrengsten uit de tarieven resp. de kosten over het
aan het moment van vaststelling van de tarieven voorafgaande
boekjaar in verband met de prognoses en de realisatie van het
volume van het luchthavenluchtverkeer, het vervoer van passagiers
en het vervoer van vracht en de uitvoering van investeringen,
d. een specificatie van de bijdrage, bedoeld in artikel 8.25d,
zevende lid, van de wet, die in het afgelopen boekjaar in
aanmerking is genomen bij de vaststelling van de tarieven,
e. een specificatie van de in het afgelopen boekjaar
uitgevoerde investeringen, en
f. een specificatie van het over het afgelopen boekjaar
gerealiseerde efficiencyresultaat.
Artikel 11
Op de uitvoering van de beveiliging van passagiers en hun bagage,
alsmede van vracht, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d,
is artikel 10 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
De raad verleent na inwerkingtreding van de artikelen 8.25d tot en
met 8.25j van de wet goedkeuring aan het toerekeningssysteem voor ten
hoogste vier jaar en vervolgens telkens voor ten hoogste vijf jaar.
Artikel 13
Bij de bepaling van de tarieven voor luchtvaartactiviteiten
overeenkomstig artikel 8.25d, tweede tot en met achtste lid, wordt als
maatstaf gebruikt dat het geprognosticeerde rendement over de Regulatory
Asset Base, bedoeld in artikel 8, negende lid, en berekend met
inachtneming van de formule die is opgenomen in de bijlage bij dit
besluit, ten hoogste gelijk is aan de gewogen gemiddelde vermogenskosten
die wordt berekend met inachtneming van de formule die is opgenomen in
de bijlage bij dit besluit.
Artikel 14
Bij de vaststelling van de tarieven voor de uitvoering van de
beveiliging van passagiers en hun bagage, alsmede van vracht is artikel
12 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14a
1. Bij de vaststelling van en het daaraan voorafgaand doen van een
mededeling van een voorstel voor de tarieven en voorwaarden ten
behoeve van een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven,
als bedoeld in artikel 8.25da, tweede en derde lid, van de wet, is
voor de luchthaven dit besluit in zijn geheel en zijn voor een overige
burgerluchthaven die de drempelwaarde van vijf miljoen
passagiersbewegingen overschrijdt, als bedoeld in artikel 8.25da,
vijfde lid, en voor de deelnemende overige burgerluchthavens, die een
gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven toepassen, de
artikelen 2, eerste lid,3, 4, eerste, tweede, derde, vierde lid,
onderdeel a, zevende en achtste lid, en 6 van overeenkomstige
toepassing.
2. De onderbouwing van de voorgestelde tarieven bedoeld in artikel
4, vierde lid, onderdeel a, bevat tevens ten minste de volgende
elementen:
1°. een lijst van de verschillende diensten en infrastructuur
die in ruil voor de luchthavengelden ter beschikking worden
gesteld;
2°. de methodiek voor het vaststellen van de luchthavengelden;
3°. de algemene kostenstructuur van de faciliteiten en
diensten waarop de luchthavengelden betrekking hebben;
4°. de opbrengsten uit de verschillende luchthavengelden en de
totale kosten van de diensten gedekt door de luchthavengelden;
5°. eventuele overheidsfinanciering van de faciliteiten en
diensten waarop de luchthavengelden betrekking hebben;
6°. prognoses betreffende de situatie van de luchthaven ten
aanzien van de luchthavengelden, de ontwikkelingen van het
verkeer- en vervoer alsmede de geplande investeringen;
7°. het werkelijke gebruik van de luchthaveninfrastructuur en
-apparatuur tijdens een bepaalde periode, en
8°. de voorspelde resultaten van eventuele omvangrijke
geplande investeringen in termen van hun effect op de capaciteit
van de luchthaven.
3. De gebruikers verstrekken de exploitant van een overige
burgerluchthaven die de drempelwaarde van vijf miljoen
passagiersbewegingen overschrijdt en van de deelnemende overige
burgerluchthavens, die een gemeenschappelijk, transparant systeem van
tarieven toepassen, vóór iedere raadpleging informatie over met
name:
a. de prognoses betreffende de omvang van hun verkeer en
vervoer;
b. de prognoses betreffende de samenstelling en het geplande
gebruik van hun vloot;
c. hun ontwikkelingsprojecten op de betrokken luchthaven, en
d. hun behoeften op de betrokken luchthaven.
Hoofdstuk 3. Toezicht op exploitatie luchthaven
Artikel 15
1.De capaciteitsontwikkeling van voorzieningen waarover de
exploitant ter uitvoering van artikel 8.29a van de wet verslag
uitbrengt, betreft:
a. het banenstelsel, gemeten in aantal verkeersbewegingen per
jaar,
b. de vliegtuigopstelplaatsen, gemeten in aantal plaatsen,
c. de terminals, gemeten in vierkante meters ruimte beschikbaar
voor luchtvaartactiviteiten, onderverdeeld in vierkante meters
voor vertrekhal, aankomsthal en circulatie- en verblijfsruimten,
d. de pieren, gemeten in aantallen pieren en gates,
onderverdeeld naar categorieën naar grootte en grensstatus,
e. het bagagesysteem, gemeten in aantal colli per jaar,
f. de voorrijwegen, gemeten in aantallen voertuigen per jaar.
2.Per voorziening, bedoeld in het eerste lid, wordt in het verslag
gerapporteerd over:
a. de bestaande capaciteit per 31 december van het afgelopen
boekjaar,
b. de afwijking ten opzichte van de in het voorafgaande verslag
voorziene veranderingen in de capaciteit van een voorziening die
gerealiseerd zijn,
c. de wijzigingen in de capaciteit die zijn voorzien in de
eerstkomende vijf jaar, het moment van de wijziging en de omvang
van de wijziging in capaciteit,
d. de verkeers- en vervoersprognose die aan een wijziging van
de capaciteit ten grondslag ligt,
e. de verrichte investeringen in de afgelopen vijf jaar,
f. de verwachte investeringen in de eerstkomende vijf jaar,
g. de zienswijzen van de gebruikers met betrekking tot de
capaciteit van een voorziening en de daaraan ten grondslag gelegde
verkeers- en vervoersprognose over de verslagperiode.
3.De exploitant van de luchthaven rapporteert in het verslag over
de reacties van de gebruikers over de in het eerste en tweede lid
bedoelde informatie.
4.Het verslag is gevoegd bij de financiële verantwoording, bedoeld
in artikel 8.25g, derde lid, van de wet en wordt door de exploitant
verstrekt aan de gebruikers die daarom verzoeken.
5.Het eerste verslag is gevoegd bij de eerste financiële
verantwoording die wordt vastgesteld met toepassing van artikel 8.25g
van de wet. Het verslag wordt vervolgens steeds drie jaar na een
eerder verslag uitgebracht, tenzij Onze Minister van Verkeer en
Waterstaat met toepassing van artikel 8.29a, eerste volzin, van de wet
schriftelijk en vóór 1 november van het lopende boekjaar aan de
exploitant meedeelt een verslag te verlangen bij de eerstkomende
financiële verantwoording.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 16
Indien het bij koninklijke boodschap van 31 oktober 2001 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake de
exploitatie van de luchthaven Schiphol (Kamerstukken II, 2001–2002, 28
074, nrs. 1–2), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt,
treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.
Artikel 17
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit exploitatie luchthaven
Schiphol.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 7 juli 2006
BEATRIX
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus
Uitgegeven de achttiende juli 2006
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Bijlage behorende bij artikel 13 van het
Besluit exploitatie luchthaven Schiphol
De berekening van het (toegestane) rendement over de
luchtvaartactiviteiten
Het geprognosticeerde rendement (als %) voor het eerstvolgende
boekjaar mag nooit hoger zijn dan de WACC (exclusief verrekening tussen
de jaren).
In deel A van de bijlage wordt aangegeven hoe het rendement voor het
totaal van de luchtvaartactiviteiten van de NVLS wordt bepaald.
In deel B gaat het om het afzonderlijk rendement van de
beveiligingsactiviteiten.
In deel C van deze bijlage wordt aangegeven hoe de WACC wordt
bepaald.
A. DE BEREKENING VAN HET RENDEMENT OVER HET TOTAAL VAN
LUCHTVAARTACTIVITEITEN (INCLUSIEF BEVEILIGING)
Het rendement op de Regulatory Asset Base («RAB») na belasting in
boekjaar t wordt berekend door het aan de luchtvaartactiviteiten toe te
rekenen resultaat in boekjaar t te delen op de waarde van de Regulatory
Asset Base voor dat jaar. Om deze berekening te kunnen maken worden de
onderstaande stappen beschreven.
Aan luchtvaartactiviteiten toerekenbare opbrengsten (AR)
Totale opbrengsten (AR) = totaal opbrengsten tarieven (a) + overige
opbrengsten luchtvaartactiviteiten (b) + bijdrage
niet-luchtvaartactiviteiten (c)
(a) totale opbrengst tarieven omvat opbrengsten uit tarieven voor
landen, opstijgen, parkeren, afhandeling van passagiers, bagage en
vracht alsmede beveiliging (tarief per gebruikseenheid × aantal
gebruikseenheden);
(b) overige opbrengsten luchtvaartactiviteiten omvat alle opbrengsten
uit activiteiten van de exploitant van de luchthaven die rechtstreeks
verband houden met luchtvaartactiviteiten, zoals aangegeven in artikel
2, lid 2;
(c) bijdrage uit de commerciële niet-luchtvaartactiviteiten.
Aan luchtvaartactiviteiten toerekenbare kosten (AC)
Totale kosten luchtvaartactiviteiten (AC) = kosten (1) + kosten grote
investeringen (2)
exclusief vermogenskosten en vennootschapsbelasting
waarbij,
1. kosten = operationele kosten (d) en afschrijvingen (e)
(d) operationele kosten omvatten onder meer: personeelskosten, kosten
materiaal en uitbestede diensten, onderhoud en schoonmaak, intercompany
leveringen en overige kosten;
(e) afschrijvingen over materiële vaste activa exclusief
afschrijvingen grote investeringen;
De kosten worden bepaald en toegerekend aan de luchtvaartactiviteiten
op basis van aanvaardbare bedrijfseconomische principes. Voor de
afschrijvingen wordt daarbij uitgegaan van historische kosten.
2. kosten grote investeringen (f) = het totale bedrag aan
afschrijvingen voor grote investeringen (g)
(f) grote investeringen betreffen (capaciteitsvergrotende)
investeringen met een omvang van meer dan € 100.000.000,–, waarbij
verwacht wordt dat zich na ingebruikneming initiële overcapaciteit
voordoet, zoals geprognosticeerd ten tijde van het investeringsbesluit,
en de vijfde baan die op het moment van inwerkingtreding van de
artikelen 8.25d tot en met 8.25j van de wet reeds in gebruik is genomen.
(g) afschrijvingen voor grote investeringen worden berekend volgens
de unuïteitenmethode. Dit houdt in dat de afschrijvingen jaarlijks zo
worden bepaald dat afschrijvingen plus vermogenskosten in elk jaar van
de levensduur een constant reëel bedrag c per gebruikseenheid bedragen,
waarbij rekening wordt gehouden met de initiële overcapaciteit, zoals
voorzien ten tijde van het investeringsbesluit. Voor de vijfde baan
zullen de afschrijvingen volgens de unuïteitenmethode worden bepaald op
basis van de boekwaarde per 1 januari van het boekjaar waarvoor de
tarieven en voorwaarden worden vastgesteld, tegen de dan geldende
vermogenskostenvoet (WACC), initiële overcapaciteit en
inflatieverwachting. De ten tijde van de investeringsbesluit voorziene
economische levensduur vormt daarbij een gegeven.
Dit bedrag wordt met behulp van de onderstaande formules vastgesteld:
Uitgangspunt zijn reële constante kosten (afschrijvings- en
vermogenskosten) per eenheid (c)

ofwel w = c × CAP
Het bovengenoemde bedrag w wordt als volgt berekend:

waarbij:
c = reële constante kosten (afschrijvings-en vermogenskosten) per
eenheid;
CAP = aantal vervoers- respectievelijk verkeerseenheden bij maximale
capaciteit;
I0= de contante waarde van de grote investering ten tijde van het
investeringsbesluit incl. bouwrente gedurende de vervaardigingsperiode;
w = reëel constant bedrag van afschrijvingskosten en vermogenskosten
per jaar bij volledige benutting van de capaciteit;
1-x = geprognosticeerde benutting (als %) van capaciteit in jaar t,
waarbij de initiële overcapaciteit x = a, b, etcetera;
D = disconteringsvoet: nominale WACC (na belasting) ten tijde van het
investeringsbesluit;
t = economische levensduur vanaf het moment van ingebruikneming
(jaren 1 tot n), zoals voorzien ten tijde van het investeringsbesluit;
T = het vigerende wettelijke tarief voor vennootschapsbelasting (als
%) ten tijde van het investeringsbesluit;
p = geprognosticeerde jaarlijkse inflatiepercentage gebaseerd op het
door het CPB geraamde consumentenprijsindex (bron: CPB, Macro
Economische Verkenningen).
De bovenstaande berekening van w wordt uitgevoerd ten tijde van het
investeringsbesluit, of voor bestaande, grote activa met initiële
overcapaciteit, t.w. de vijfde baan, het moment van inwerkingtreding van
de wet, en wordt opnieuw uitgevoerd op het moment van eerste evaluatie
van de wet na vier jaar (en vervolgens na vijf jaar). De (resterende)
economische levensduur wordt daarbij afgeleid zoals voorzien ten tijde
van het investeringsbesluit.
Na bepaling van w (reëel constant bedrag van afschrijvingskosten en
vermogenskosten per jaar bij volledige benutting van de capaciteit)
kunnen de jaarlijkse afschrijvingen (in nominale termen) door middel van
de onderstaande formule worden berekend.

waarin:
AF = afschrijving grote investeringen in nominale termen; AF is het
bedrag dat ingevuld wordt in de formule bij aan luchtvaart toerekenbare
kosten onder 2(g);
BW = boekwaarde grote investering in nominale termen in RAB (vanaf
het moment waarop de investering in gebruik wordt genomen).
Berekening van het rendement van de luchtvaartactiviteiten
Na bovenstaande stappen te hebben doorlopen kan het rendement (r in
%) op de Regulatory Asset Base («RAB») in jaar t worden berekend door
het aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen resultaat («R»)te
delen op de waarde van de Regulatory Asset Base voor het boekjaar:

waarbij R wordt gegeven door:
R = EBIT × (1–T) = (AR– AC) × (1 – T)
waarin:
Earnings Before Interest and Taxes (EBIT) = resultaat vóór interest
en belastingen in jaar t;
Aviation Revenues (AR) = totale opbrengsten luchtvaartactiviteiten;
Aviation Costs (AC) = totale kosten luchtvaartactiviteiten (excl.
vermogenskosten);
Regulatory Asset Base (RAB) = de gemiddelde boekwaarde van de aan de
luchtvaartactiviteiten toe te rekenen materiële vaste activa, volgens
aanvaardbare bedrijfseconomische principes en op grond van de
historische kostprijs. Bij de bepaling van deze boekwaarde wordt het
gemiddelde genomen van de waarde van de RAB op 1 januari in jaar t en
van de verwachte (voor prognose) dan wel gerealiseerde (voor
verantwoording) waarde van de RAB op 31 december in jaar t. Materiële
vaste activa worden eerst geactiveerd op het moment dat zij in gebruik
worden genomen, vermeerderd met bouwrente.
RABtotaal = RABactiva + RABgrote investeringen'
waarbij:
RABactiva= de gemiddelde boekwaarde (per 1 januari respectievelijk 31
december) van de aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen materiële
vaste activa (exclusief boekwaarde grote investeringen);
RABgrote investeringen = de gemiddelde boekwaarde (per 1 januari
respectievelijk 31 december) van de aan de luchtvaartactiviteiten toe te
rekenen grote investeringen;
Bouwrente = kostenvoet van rentedragende schulden die jaarlijks
worden berekend over het gemiddelde geïnvesteerde vermogen (per 1
januari respectievelijk 31 december) in materiële vaste activa die nog
niet in gebruik zijn genomen. Het betreft het risicovrije rendement (als
%), gelijk aan het effectieve rendement («yield to maturity») op een
Nederlandse staatsobligatie met een resterende looptijd gelijk aan de
gemiddelde aanlegperiode van de desbetreffende materiële vaste activa.
Deze dient te worden vermeerderd met een kredietopslag van 65 bp.
Conform artikel 13 wordt als maatstaf voor het maximum toegestane
rendement de WACC gebruikt. Daarbij dient de verrekening van opbrengsten
en kosten uit voorgaande jaren niet te worden meegenomen in de bepaling
van het rendement.
B. BEREKENING VAN HET RENDEMENT OVER DE BEVEILIGINGSACTIVITEITEN
De berekening van het rendement over de beveiligingsacitiviteiten
geschiedt op analoge wijze als de berekening van het rendement over de
totale activiteiten beschreven in deel A met dien verstande dat:
– Tariefopbrengsten uitsluitend op basis van security service
charge;
– Geen overige luchtvaartopbrengsten bij de
beveiligingsactiviteiten;
– Eventuele bijdrage niet-luchtvaartactiviteiten naar rato van
de kosten van de beveiligingsactiviteiten in het totaal van de
luchtvaartactiviteiten;
– Uitsluitend kosten van de beveiligingsactiviteiten (inclusief
de kosten voor criminaliteitsbestrijding en openbare orde);
– Uitsluitend over de RAB van de beveiligingsactiviteiten.
C. DE GEWOGEN GEMIDDELDE VERMOGENSKOSTEN (WACC)
De gewogen gemiddelde vermogenskosten (Weighted Average Cost of
Capital), ook wel aangeduid als WACC, is gebaseerd op het zogenoemde
Capital Asset Pricing Model en wordt, rekening houdend met belastingen,
gegeven door:
WACC = g × Kd × (1–T) + (1–g) × (Rf + (EMRP × Equity Bèta))
De parameters in de formule zijn de volgende:
WACC = Weighted Average Cost of Capital, de gewogen gemiddelde
vermogenskosten (als %);
g = forfaitaire waarde van rentedragende schulden die aan de
financiering van de Regulatory Asset Base kunnen worden toegerekend,
gedeeld door de waarde van de Regulatory Asset Base; g bedraagt 0,4;
Rf = risicovrij rendement (als %), gelijk aan het effectieve
rendement («yield to maturity») op een Nederlandse staatsobligatie met
resterende looptijd van 10 jaar, op het moment dat de tarieven worden
vastgesteld;
Kd = kostenvoet van rentedragende schulden (als %); de kredietopslag
Kd-Rf is vastgesteld op 65bp;
T = het vigerende wettelijke tarief voor vennootschapsbelasting (als
%), op het moment dat de tarieven worden vastgesteld. Indien ten tijde
van de vaststelling van de tarieven vaststaat dat per 1 januari van het
boekjaar waarvoor de tarieven worden vastgesteld, een gewijzigd
wettelijk tarief voor vennootschapsbelasting geldt, wordt dit laatste
percentage toegepast;
EMRP = Equity market risk premium, risicopremie voor eigen vermogen
(als %); dit is de opslag op het risico-vrije rendement die
vermogensverschaffers verlangen ten aanzien van de zogenoemde
marktportefeuille van aandelen wereldwijd, vastgesteld op 4,0%;
Equity Bèta = de maatstaf voor het marktrisico (systematisch risico)
van het eigen vermogen dat aan de financiering van de Regulatory Asset
Base kan worden toegerekend. Het gaat derhalve om de zogenoemde «levered
Equity Bèta» die een maatstaf is van de gevoeligheid van de waarde van
het eigen vermogen voor een verandering in de waarde van de
marktportefeuille van aandelen rekening houdend met de
vermogensstructuur (g). De in de WACC-formule te gebruiken Equity Bèta
dient te worden bepaald op het moment van vaststelling van de tarieven
en wordt bepaald aan de hand van de navolgende formule, nadat de Asset
Bèta, Debt Bèta en g zijn bepaald.
De formule voor Equity Bèta is:
Asset Bèta + (Asset Bèta– Debt Bèta) × g / (1–g) × (1– T),
waarbij:
Debt Bèta = de maatstaf voor het marktrisico (systematisch risico)
van rentedragende schulden die aan de financiering van de Regulatory
Asset Base kunnen worden toegerekend. De creditspread (Kd – Rf)
bestaat deels uit een vergoeding voor het systematische risico; een
ander deel betreft een liquiditeitspremie en een opslag voor
faillissementsgerelateerde verliezen. De formule voor Debt Bèta is: 0,5
× (Kd– Rf) / EMRP;
en
Asset Bèta = de maatstaf voor het marktrisico (systematisch risico)
dat verbonden is aan de activiteiten waarvoor de Regulatory Asset Base
van de exploitant ten dienste staat. Asset Bèta wordt als volgt
bepaald:
1. Een zo groot mogelijk aantal (en te allen tijde ten minste vier)
zoveel mogelijk representatieve beursgenoteerde luchthavens binnen de
EU, bezien uit een oogpunt van vergelijkbaarheid met de
luchthavenactiviteiten van de exploitant op Schiphol, wordt
geselecteerd. Evident niet vergelijkbare luchthavens maken geen deel uit
van deze groep. Bij een beursnotering van de luchthaven Schiphol maakt
deze te allen tijde deel uit van de geselecteerde luchthavens;
2. Van elk van de geselecteerde luchthavens wordt de Equity Bèta
herleid uit de koersrendementen van deze luchthavens gemeten over een
periode van vijf recente jaren. Deze worden berekend op basis van het
gemiddelde van twee gangbare databronnen. Indien slechts gegevens over
een kortere periode beschikbaar zijn, is dit toegestaan mits de gegevens
een betrouwbare schatting van de Equity Bèta mogelijk maken.
3. Voor elk van deze luchthavens wordt de Asset Bèta vastgesteld
door toepassing van de bovenvermelde Equity Bèta-formule (en Debt Bèta
formule). Daarbij wordt voor elk van deze berekeningen uitgegaan van de
werkelijke vermogensverhoudingen van de desbetreffende luchthaven (g),
waarbij de boekwaarde van rentedragende schulden van de onderneming
wordt gedeeld op het totaal van de boekwaarde van rentedragende schulden
plus marktwaarde van het eigen vermogen. Voorts wordt uitgegaan van het
toepasselijke wettelijke belastingtarief van het land van vestiging van
de desbetreffende luchthaven (T) en de geschatte kostenvoet en het
risico van vreemd vermogen van de luchthaven (Kd, Debt Bèta).
Het ongewogen gemiddelde van de Asset Bèta’s van de verschillende
luchthavens wordt berekend. Deze aldus verkregen uitkomst geeft als
uitkomst de Asset Bèta die in de WACC-formule ter berekening van de
gewogen gemiddelde vermogenskosten van de exploitant op de luchthaven
Schiphol wordt gebruikt.
|
|
|