|
De
Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 8.9, derde lid, van de Wet
luchtvaart en artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluiten:
Artikel 1
1. De Staatssecretaris van Verkeer en
Waterstaat verleent aan de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend
inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat mandaat tot
het nemen van besluiten, inhoudende:
a. het verlenen van een verklaring van geen bezwaar inzake het
afwijken van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol, en
b. het weigeren van een zodanige verklaring van geen bezwaar,
voor zover het betreft objecten als bedoeld in artikel 2.2.2 van het
Luchthavenindelingbesluit Schiphol, dan wel een grondgebruik of
bestemming als bedoeld in artikel 2.2.3 van het
Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
2. De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat verleent aan de
inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de
Inspectie Verkeer en Waterstaat tevens mandaat tot het beslissen op
bezwaar tegen besluiten, bedoeld in het eerste lid, alsmede het
ondertekenen van alle op die beslissing betrekking hebbende stukken.
3. De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend
inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat oefenen de in
het tweede lid bedoelde bevoegdheid niet uit indien zij tevens het in
het eerste lid bedoelde besluit hebben genomen waartegen het bezwaar
zich richt.
Artikel 2
1. De Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verleent aan de inspecteur-generaal
en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie mandaat
tot het nemen van besluiten, inhoudende:
a. het verlenen van een verklaring van geen bezwaar inzake het
afwijken van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol, en
b. het weigeren van een zodanige verklaring van geen bezwaar,
voor zover het betreft gebouwen als bedoeld in artikel 2.2.1 van het
Luchthavenindelingbesluit Schiphol.
2. De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer verleent aan de inspecteur-generaal en de plaatsvervangend
inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie tevens mandaat tot het
beslissen op bezwaar tegen besluiten, bedoeld in het eerste lid, alsmede
het ondertekenen van alle op die beslissing betrekking hebbende stukken.
3. De inspecteur-generaal en de plaatsvervangend
inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie oefenen de in het tweede lid
bedoelde bevoegdheid niet uit indien zij tevens het in het eerste lid
bedoelde besluit hebben genomen waartegen het bezwaar zich richt.
Artikel 3
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat verleent aan de
inspecteur-generaal en de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de
VROM-Inspectie mandaat tot het ondertekenen van besluiten als bedoeld in
artikel 1, eerste lid.
Artikel 4
De inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie kan de bevoegdheden,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, en 3 geheel of gedeeltelijk mandateren
aan:
a. de regionale inspecteur en de plaatsvervangend regionale
inspecteur van de VROM-Inspectie in de regio Noord-West, en
b. de regionale inspecteur en de plaatsvervangend regionale
inspecteur van de VROM-Inspectie in de regio Zuid-West,
ieder voor zover de uitoefening van deze bevoegdheden plaatsvindt
binnen hun ambtsgebied, zoals aangewezen in artikel 5, eerste lid, van
het Organisatiebesluit Inspectoraat-Generaal VROM.
Artikel 5
1. Indien uitvoering wordt gegeven aan
artikel 1, eerste lid, juncto artikel 3, en indien uitvoering wordt
gegeven aan artikel 2, eerste lid, luidt de ondertekening:
'Conform het besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en
Waterstaat, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor dezen:
de (plv.) inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie,' gevolgd door de
handtekening en de naam van de betrokken functionaris.
2. Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 4 luidt de
ondertekening:
'Conform het besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en
Waterstaat, in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
voor dezen:
de (plv.) inspecteur-generaal van de VROM-Inspectie,
o.l.:
de (plv.) regionale inspecteur Noord-West van de VROM-Inspectie,' of
'de (plv.) regionale inspecteur Zuid-West van de VROM-Inspectie',
gevolgd door de handtekening en de naam van de betrokken functionaris.
Artikel 6
De inspecteurs-generaal of de plaatsvervangend inspecteurs-generaal
van de Inspectie Verkeer en Waterstaat en van de VROM-Inspectie
verschaffen de ministers uit eigen beweging of op hun verzoek
inlichtingen omtrent de uitoefening van het verleend mandaat.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat verklaringen van
geen bezwaar Wet luchtvaart.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
M.H. Schultz van Haegen.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
S.M. Dekker.
|