| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet luchtvaart (Wlv)
BESLUIT
VERVOER GEVAARLIJKE STOFFEN DOOR DE LUCHT
Tekst zoals deze geldt op
24 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 14 maart 2002, houdende regels met
betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen door de lucht (Besluit
vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 6 juni 2001,
nr. DGRLD/DLB/01.421019, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst,
gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;
Gelet op de artikelen 6.51, 6.52, 6.53, 6.55,
tweede en derde lid, van de Wet luchtvaart en op artikel 28, vijfde lid,
van de Wet Raad voor de Transportveiligheid;
De Raad van State gehoord (advies van 16 juli
2001, nr. W09.01.0264/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat van 7 maart 2002, nr. DGL/02.421024,
Directoraat-Generaal Luchtvaart, uitgebracht mede namens Onze Minister
van Defensie;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
1.In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. wet: Wet luchtvaart;
b. Annex 18: ingevolge een mededeling van Onze Minister van
Verkeer en Waterstaat gepubliceerd in de Staatscourant van kracht
zijnde versie van de op grond van de artikelen 37, 54 en 90 van
het op 7 december 1944 te Chicago gesloten Verdrag inzake de
Burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) door de Internationale
Burgerluchtvaartorganisatie vastgestelde Annex 18 (The Safe
Transport of Dangerous Goods by Air), zoals ter inzage gelegd op
de bij die mededeling aangegeven locatie;
c. Technische Voorschriften: ingevolge een mededeling van Onze
Minister van Verkeer en Waterstaat gepubliceerd in de
Staatscourant van kracht zijnde versie van de bij Annex 18
behorende «Technical Instructions for the Safe Transport of
Dangerous goods by Air», Doc 9284-AN/905, inclusief het
Supplement, zoals ter inzage gelegd op de bij die mededeling
aangegeven locatie;
d. afzender: natuurlijke persoon of rechtspersoon als bedoeld
in artikel 9, eerste lid,onder 1°;
e. expediteur-luchtvrachtagent: natuurlijke persoon of
rechtspersoon als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 2°;
f. grondafhandelaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon als
bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 3°.
2.Onze Minister van Verkeer en Waterstaat draagt zorg voor een
vertaling van Annex 18 en de Technische Voorschriften en doet van de
wijze van bekendmaking mededeling in de Staatscourant.
Artikel 2
Als gevaarlijke stoffen, bedoeld in artikel 6.51, eerste lid, van de
wet worden aangewezen:
1°. ontplofbare stoffen en voorwerpen;
2°. samengeperste, vloeibaar gemaakte of onder druk opgeloste
gassen;
3°. brandbare vloeistoffen;
4°. brandbare vaste stoffen, voor zelfontbranding vatbare
stoffen en stoffen, die bij aanraking met water brandbare gassen
ontwikkelen;
5°. stoffen die de verbranding bevorderen en organische
peroxiden;
6°. giftige of infectueuze stoffen;
7°. radioactieve stoffen;
8°. bijtende stoffen;
9°. andere stoffen of voorwerpen, die bij vervoer door de lucht
gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid, de veiligheid of het
milieu; zoals vastgelegd en geclassificeerd in de Technische
Voorschriften.
Artikel 3
1.Het in artikel 6.51, eerste lid, van de wet bedoelde verbod geldt
niet voor de daar bedoelde handelingen ten aanzien van de in artikel 2
aangewezen gevaarlijke stoffen, voorzover daarbij Annex 18 en de
Technische Voorschriften in acht worden genomen.
2.Onze Minister van Defensie kan bepaalde gedeelten van Annex 18 en
de Technische Voorschriften aanwijzen, welke in afwijking van het
eerste lid, niet door de krijgsmacht of de krijgsmacht van een
buitenlandse mogendheid in acht behoeven te worden genomen. Onze
Minister van Defensie kan daarbij bepalen dat in dat geval door de
krijgsmacht of de krijgsmacht van een buitenlandse mogendheid
internationale militaire voorschriften in acht dienen te worden
genomen.
Paragraaf 2. Constructie, inrichting en uitrusting van
luchtvaartuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd alsmede van
inrichtingen, voertuigen of werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke
stoffen worden geladen of gelost
Artikel 4
Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat
respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen regels worden
gesteld ten aanzien van de constructie, inrichting en uitrusting van
luchtvaartuigen waarmee gevaarlijke stoffen worden vervoerd.
Artikel 5
Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat
respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen in verband met de
veiligheid of het milieu regels worden gesteld met betrekking tot de
constructie, inrichting en uitrusting van inrichtingen, voertuigen of
werktuigen met behulp waarvan gevaarlijke stoffen op een luchthaven
worden geladen of gelost.
Artikel 6
Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat
respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen regels worden
gesteld met betrekking tot de keuring van de inrichtingen, voertuigen en
werktuigen bedoeld in artikel 5.
Paragraaf 3. Bepalingen met het oog op de veiligheid en het milieu
Artikel 7
Bij regeling van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat
respectievelijk van Onze Minister van Defensie kunnen in het belang van
de veiligheid of het milieu regels worden gesteld over het opstellen van
een risico-inventarisatie met betrekking tot het vervoeren, laden of
lossen van daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen.
Artikel 8
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat respectievelijk Onze Minister
van Defensie kan in het belang van de veiligheid of het milieu
luchtroutes aanwijzen waarlangs daartoe aangewezen gevaarlijke stoffen
vervoerd dienen te worden.
Paragraaf 4. Erkenningen
Artikel 9
1.Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan de navolgende
erkenningen verlenen:
1°. een A-erkenning: een erkenning voor een afzender, zijnde
een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, welke de bevoegdheid
geeft om gevaarlijke stoffen aan te bieden voor vervoer door de
lucht;
2°. een B-erkenning: een erkenning voor een
expediteur-luchtvrachtagent, zijnde een natuurlijke persoon of een
rechtspersoon, welke de bevoegdheid geeft om gevaarlijke stoffen
door de lucht te doen vervoeren;
3°. een C-erkenning: een erkenning voor een grondafhandelaar,
zijnde een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, welke de
bevoegdheid geeft om namens de houder van een luchtvaartuig de
acceptatie en het laden en lossen van gevaarlijke stoffen te
verrichten;
4°. een D-erkenning: een erkenning voor een
luchtvaartmaatschappij, of een houder van een luchtvaartuig,
zijnde een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, welke de
bevoegdheid geeft om feitelijk gevaarlijke stoffen door de lucht
te vervoeren;
5°. een E-erkenning: een erkenning voor een in het vervoer
door de lucht gespecialiseerde organisatie met
rechtspersoonlijkheid welke de bevoegdheid geeft om in opdracht
van derden op te treden als afzender en verpakker van gevaarlijke
stoffen.
2.Een erkenning wordt verleend voor onbepaalde tijd.
3.Om in aanmerking te kunnen komen voor de verlening van een
erkenning dient de aanvrager te voldoen aan de bij regeling van Onze
Minister van Verkeer en Waterstaat vastgestelde eisen die voor de
verschillende erkenningen verschillend kunnen worden vastgesteld.
Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 10
[Wijzigt het Besluit Raad voor de Transportveiligheid]
Artikel 11
[Wijzigt de Regeling toezicht luchtvaart]
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I van de
Wet houdende wijziging van de Wet luchtvaart (vervoer van gevaarlijke
stoffen en van dieren) (Stb. 2000, 468) in werking treedt.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vervoer gevaarlijke stoffen
door de lucht.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 14 maart 2002
BEATRIX
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos
De Minister van Defensie,
F.H.G. de Grave
Uitgegeven de elfde april 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|
|