| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet
medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen
REGELING
WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK MET GENEESMIDDELEN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
REGELING van de Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport van 15 februari 2006, nr. DWJZ-2656019, houdende
uitvoeringsregels voor wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen
(Regeling wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen)
De
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op Richtlijn nr. 2001/20/EG inzake de
toepassing van goede klinische praktijken bij de uitvoering van
klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de daarop
gebaseerde Europese regelgeving, de artikelen 13h, 13i,
zesde lid, en 13r van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek
met mensen en de artikelen 2 en 3 van het Besluit wetenschappelijk
onderzoek met geneesmiddelen;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen;
b. besluit: Besluit wetenschappelijk onderzoek met
geneesmiddelen;
Artikel 2
Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 13h van de wet en bij een
kennisgeving als bedoeld in artikel 13i, tweede lid, van de wet worden
de volgende gegevens verstrekt:
– het aan het wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen
toegekende eudractnummer;
– een afschrift van het ingevulde en ondertekende
aanvraagformulier, waarvan het model door de door de Europese
Commissie is vastgesteld;
– het onderzoeksprotocol;
– informatie over het geneesmiddel voor onderzoek, waaronder
alle voor de beoordeling van de aanvraag relevante klinische en
niet-klinische gegevens;
– de schriftelijke informatie die aan de proefpersoon wordt
verstrekt;
– informatie over degenen die het wetenschappelijk onderzoek
met geneesmiddelen uitvoeren en over de in artikel 9 van de wet
bedoelde arts;
– informatie over de voor het wetenschappelijk onderzoek met
geneesmiddelen beschikbare faciliteiten;
– informatie over schadeloosstelling bij letsel of dood van de
proefpersoon tengevolge van het wetenschappelijk onderzoek met
geneesmiddelen als bedoeld in artikel 7 van de wet;
– informatie over de dekking van aansprakelijkheid van degene
die wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen verricht of degene
die het wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen uitvoert;
– informatie over de aan de proefpersonen en aan degenen die
het wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen uitvoeren te
betalen vergoedingen;
– overige voor de beoordeling van het wetenschappelijk
onderzoek met geneesmiddelen relevante documenten.
Artikel 3
1.Een melding van een substantiële wijziging van het
onderzoeksprotocol als bedoeld in artikel 13k, tweede lid, van de wet
aan de ingevolge artikel 2, tweede lid, van de wet bevoegde commissie
bevat de volgende gegevens:
– een ingevuld en ondertekend formulier ‘kennisgeving
wijziging van het wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen’,
waarvan het model door de Europese Commissie is vastgesteld;
– een afschrift van de gewijzigde versie van het ingevulde en
ondertekende aanvraagformulier, bedoeld in artikel 2, indien de
wijziging van het onderzoek leidt tot een wijziging in de op dit
formulier vermelde gegevens;
– een omschrijving van de wijziging van het wetenschappelijk
onderzoek met geneesmiddelen en de reden daarvan;
– de gewijzigde documenten;
– informatie over de gevolgen van de wijziging;
– de overige voor de beoordeling van het wetenschappelijk
onderzoek met geneesmiddelen relevante documenten.
2.Een melding van een substantiële wijziging van het
onderzoeksprotocol als bedoeld in artikel 13k, tweede lid, van de wet
aan de ingevolge artikel 13i, eerste of vijfde lid, van de wet
bedoelde instantie bevat de volgende gegevens:
– een ingevuld en ondertekend formulier ‘kennisgeving
wijziging van het wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen’,
waarvan het model door de Europese Commissie is vastgesteld;
– een afschrift van de gewijzigde versie van het ingevulde en
ondertekende aanvraagformulier, bedoeld in artikel 2, indien de
wijziging van het onderzoek leidt tot een wijziging in de op dit
formulier vermelde gegevens;
– een omschrijving van de wijziging van het wetenschappelijk
onderzoek met geneesmiddelen en de reden daarvan.
Artikel 4
1. Een melding dat het wetenschappelijk onderzoek met
geneesmiddelen is beëindigd als bedoeld in artikel 13l van de wet
bevat de volgende gegevens:
– een ingevuld en ondertekend formulier ‘beëindiging
wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen’, waarvan het
model door de Europese Commissie is vastgesteld;
– de datum waarop het wetenschappelijk onderzoek met
geneesmiddelen in zijn geheel is beëindigd.
2. Degene die het wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen
verricht, draagt er zorg voor dat binnen één jaar na beëindiging
van het onderzoek een samenvatting van de resultaten van het onderzoek
wordt ingediend bij de centrale commissie of de Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport, ingeval het vijfde lid van artikel
13i van de wet van toepassing is, en de ingevolge artikel 2, tweede
lid, van de wet bevoegde commissie.
Artikel 5
Een melding van een ernstig ongewenst voorval als bedoeld in artikel
13o van de wet bevat de volgende gegevens:
– een beschrijving van het voorval;
– een evaluatie van de ernst van het voorval;
– een beoordeling van het causale verband tussen het
geneesmiddel en het ongewenste voorval.
Artikel 6
1.Een melding van een vermoeden van een onverwachte ernstige
bijwerking als bedoeld in artikel 13p van de wet bevat de volgende
gegevens:
– het aan het wetenschappelijk onderzoek met geneesmiddelen,
waarin het vermoeden is gerezen van de onverwachte ernstige
bijwerking, toegekende eudractnummer;
– het nummer dat degene die het wetenschappelijk onderzoek
verricht aan het desbetreffende onderzoeksprotocol heeft gegeven;
– het nummer dat degene die het onderzoek verricht aan de
onverwachte ernstige bijwerking heeft gegeven;
– de naam en het adres van degene die de melding doet;
– een omschrijving van het vermoeden van de onverwachte
ernstige bijwerking van het geneesmiddel voor onderzoek;
– het geneesmiddel voor onderzoek dat het vermoeden van de
onverwachte ernstige bijwerking heeft veroorzaakt;
– codenummer, leeftijd en geslacht van de proefpersoon, bij
wie de onverwachte, ernstige bijwerking zich heeft voorgedaan;
– een samenvatting van het verloop van de onverwachte,
ernstige bijwerking en van de behandeling daarvan;
– een beoordeling door de verrichter van de gevolgen van de
gemelde onverwachte ernstige bijwerking voor de uitvoering van het
wetenschappelijk onderzoek;
– overige voor de beoordeling van de melding van een
vermoeden van een onverwachte ernstige bijwerking relevante
gegevens.
2.Indien de in artikel 13p van de wet bedoelde vermoedens van
onverwachte ernstige bijwerkingen directe consequenties kunnen hebben
voor de veiligheid van proefpersonen, die betrokken zijn bij ander
wetenschappelijk onderzoek van dezelfde verrichter met hetzelfde
geneesmiddel, worden deze vermoedens overeenkomstig artikel 13p van de
wet gemeld aan de ingevolge artikel 2, tweede lid, van de wet bevoegde
commissies, die dat wetenschappelijk onderzoek hebben beoordeeld.
3.Degene die het wetenschappelijk onderzoek verricht, draagt er
zorg voor dat eens per half jaar een overzichtslijst van alle
vermoedens van onverwachte ernstige bijwerkingen van een geneesmiddel
voor onderzoek waarvan hij kennis heeft genomen, wordt ingediend bij
de ingevolge artikel 2, tweede lid, van de wet bevoegde commissies,
die wetenschappelijk onderzoek van dezelfde verrichter en met
hetzelfde geneesmiddel als waarover het bedoelde vermoeden is gerezen,
hebben beoordeeld. De overzichtslijst van alle vermoedens van
onverwachte ernstige bijwerkingen van een geneesmiddel voor onderzoek
bevat een korte toelichting waarin de belangrijkste conclusies worden
vermeld.
Artikel 7
1.Bij de lijst van alle vermoedens van ernstige bijwerkingen als
bedoeld in artikel 13q, eerste lid, van de wet wordt een geaggregeerde
samenvattende tabel gevoegd van alle gerapporteerde ernstige
bijwerkingen geordend naar orgaansysteem per onderzoek.
2.Een rapport betreffende de veiligheid van de proefpersonen als
bedoeld in artikel 13q, eerste lid, van de wet bestaat uit een
volledige veiligheidsanalyse en een evaluatie van de balans tussen de
werkzaamheid en de schadelijkheid van het geneesmiddel voor onderzoek.
Artikel 8
Bij de toepassing van de beginselen van goede klinische praktijken en
bij de documentatie en de archivering van wetenschappelijk onderzoek met
geneesmiddelen wordt rekening gehouden met de gedetailleerde
richtsnoeren die de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft
gepubliceerd in ‘The rules governing medicinal products in the
European Union’.
Artikel 9
1.Een wijziging in een door de Europese Commissie vastgesteld
formulier treedt voor de toepassing van de artikelen 2, 3 en 4 in
werking met ingang van de datum waarop deze wijziging in werking
treedt.
2.Een wijziging van een in ‘The rules governing medicinal
products in the European Union’ opgenomen gedetailleerde richtsnoer
treedt voor de toepassing van artikel 8 in werking met ingang van de
datum waarop deze wijziging in werking treedt.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2006.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling wetenschappelijk
onderzoek met geneesmiddelen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp.
|
|
|