| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet milieubeheer (Wm)
BESLUIT
IMPLEMENTATIE EG-VERBODSRICHTLIJN MILIEUBEHEER
Tekst zoals deze geldt op
20 maart 2009
Regeling vervalt m.i.v. 1 juni 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 18 augustus 1992 tot vaststelling van een algemene
maatregel van bestuur krachtens artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke
stoffen
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 30 maart 1992, nr. MJZ30392017, Centrale
Directie Juridische Zaken, afdeling wetgeving, gedaan mede namens Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Overwegende dat het noodzakelijk is het gebruik van pentachloorfenol
en de verbindingen daarvan te beperken ter uitvoering van de Richtlijn
van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 maart 1991
(91/173/EEG, PbEG L 85), houdende negende wijziging van Richtlijn
76/769/EEG (PbEG L 262) betreffende de onderlinge aanpassing van
de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lid-Staten inzake de
beperking van het op de markt brengen en van het gebruik van bepaalde
gevaarlijke stoffen en preparaten;
Gelet op de artikelen 24 en 39, derde lid, van de Wet
milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1985, 639);
De Raad van State gehoord (advies van 13 juli 1992, nr. W08.92 0140);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 10 augustus 1992, nr. MJZ
10892035, Centrale Directie Juridische Zaken, afdeling wetgeving,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemeen
Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder steenkoolteerdestillaten:
stoffen of preparaten die een of meer van de stoffen of preparaten met
Cas-nummer 8001-58-9, 61789-28-4, 84650-04-4, 90640-84-9, 65996-91-0,
90640-80-5, 65996-85-2, 8021-39-4 of 122384-78-5 bevatten.
2. In dit besluit wordt onder pentachloorfenol mede verstaan:
zouten en esters daarvan.
3. In dit besluit wordt onder gechloreerde koolwaterstoffen
verstaan:
chloroform (CAS-nr. 67–66–3),
tetrachloorkoolstof (CAS-nr. 56–23–5),
1,1,2-trichloorethaan (CAS-nr. 79–00–5),
1,1,2,2-tetrachloorethaan (CAS-nr. 79–34–5),
1,1,1,2-tetrachloorethaan (CAS-nr. 630–20–6),
pentachloorethaan (CAS-nr. 76–01–7),
1,1-dichlooretheen (CAS-nr. 75–35–4),
1,1,1-trichloorethaan (CAS-nr. 71–55–6),
of een preparaat dat één of meer van deze stoffen bevat in een
concentratie van ten minste 0,1 gewichtsprocent.
4. In dit besluit wordt onder Azo-kleurstof blauw verstaan: stof,
bestaande uit dinatrium
(6-(4-anisidino)-3-sulfonato-2-(3,5-dinitro-2-oxidofenylazo)
1-naftolato)(1-(5-chloor-2-oxidofenylazo)-2-naftolato)chromaat (1-) (Cas-nummer
118685–33–9) en trinatrium bis
(6-(4-anisidino)-3-sulfonato-2-(3,5-dinitro-2-oxidofenylazo)-1-
naftolato)chromaat(1-) (C46H30CrN10O20S23Na).
5. In dit besluit wordt onder arseenverbindingen verstaan:
oplossingen van anorganische verbindingen van koper, chroom en arseen
(CCA), type C.
6. In dit besluit wordt onder perfluoroctaansulfonaten (PFOS)
verstaan: stoffen met de moleculeformule C8F17SO2X, waarbij X staat
voor OH, metaalzout (O–M+), halogenide, amide of andere derivaten
waaronder polymeren.
Artikel 2
1. Dit besluit is niet van toepassing op:
a. stoffen en preparaten die zijn bestemd voor uitvoer naar een
staat die geen partij is bij de op 2 mei 1992 te Oporto tot stand
gekomen Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Trb.
1992, 132);
b. afvalstoffen die vallen onder richtlijn nr. 2006/12/EG van
het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 betreffende
afvalstoffen (PbEU L 114);
c. stoffen en preparaten die uitsluitend zijn bestemd voor het
verrichten van onderzoek in laboratoria.
2. Voor de toepassing van § 5 wordt in het eerste lid, onderdeel
a, "een staat die geen partij is bij de op 2 mei 1992 te Oporto
tot stand gekomen Overeenkomst betreffende de Europese Economische
Ruimte ( Trb. 1992, 132)" gelezen als: een staat buiten de
Europese Unie.
3. Een wijziging van de richtlijn, bedoeld in het eerste lid, onder
b, treedt voor de toepassing van dit artikel in werking met ingang van
de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uiterlijk
uitvoering moet zijn gegeven.
§ 2. Pentachloorfenol
Artikel 3
1. Het is verboden pentachloorfenol en preparaten die
pentachloorfenol bevatten, toe te passen in concentraties van 0,1 of
meer massaprocent.
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet voor het
toepassen van pentachloorfenol en preparaten die pentachloorfenol
bevatten als stof voor synthese of omzetting in industriële
installaties voor zover geen emissie van pentachloorfenol plaatsvindt,
mits de stof of de preparaten geen grotere verontreiniging aan
hexachloordibenzoparadioxine bevatten dan 4 ppm.
Artikel 3a [Vervallen per 30-06-1998]
Artikel 3b [Vervallen per 30-06-1998]
Artikel 3c [Vervallen per 30-06-1998]
Artikel 4
1. Het is verboden pentachloorfenol en preparaten die
pentachloorfenol bevatten, aan particuliere huishoudens ter
beschikking te stellen.
2. Voorts is het verboden pentachloorfenol en preparaten die
pentachloorfenol bevatten, aan een ander ter beschikking te stellen in
een verpakking die kleiner is dan 20 liter.
3. Op de verpakking van pentachloorfenol en van preparaten die
pentachloorfenol bevatten, die aan een ander ter beschikking worden
gesteld, wordt de volgende tekst leesbaar en onuitwisbaar vermeld:
uitsluitend voor industrieel en beroepsmatig gebruik.
Artikel 4a [Vervallen per 20-02-1998]
Artikel 4b [Vervallen per 20-02-1998]
Artikel 4c [Vervallen per 20-02-1998]
Artikel 4d [Vervallen per 20-02-1998]
Artikel 4e [Vervallen per 20-02-1998]
Artikel 4f [Vervallen per 20-02-1998]
§ 3. Gechloreerde koolwaterstoffen
Artikel 5
1. Het is verboden gechloreerde koolwaterstoffen in te voeren, aan
een ander ter beschikking te stellen, voorhanden te hebben in
handelsvoorraden of toe te passen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op gechloreerde
koolwaterstoffen waarvan door degene die de stoffen onder zich heeft
kan worden aangetoond dat deze zijn bestemd voor gebruik in
industriële installaties waaruit deze niet vrij kunnen komen.
Artikel 6
Degene die gechloreerde koolwaterstoffen aan een ander ter
beschikking stelt dan wel voorhanden heeft met het doel deze aan een
ander ter beschikking te stellen, dient op de verpakking de volgende
tekst leesbaar en onuitwisbaar te hebben aangebracht: «uitsluitend
bestemd voor gebruik in industriële installaties».
Artikel 7
De artikelen 5, eerste lid, en 6, zijn niet van toepassing op
cosmetica als bedoeld in artikel 1, onder a, van het Warenwetbesluit
Kosmetische produkten.
Artikel 7a
1. Het is verboden trichloorbenzeen (CAS-nr. 120-82-1) als stof of
als bestanddeel van preparaten in concentraties van 0,1 massaprocent
of meer in Nederland in te voeren, aan een ander ter beschikking te
stellen, voorhanden te hebben in handelsvoorraden of toe te passen.
2. Het eerste lid geldt niet voor toepassingen:
a. als tussenproduct van synthese,
b. als procesoplosmiddel in gesloten chemische toepassingen
voor chloreerreacties, of
c. bij de vervaardiging van
1,3,5-triamine-2,4,6-trinitrobenzeen.
§ 4. hexachloorethaan
Artikel 8
Het is verboden hexachloorethaan (CAS nr. 67-72-1 of EINECS nr.
2006664) voorhanden te hebben of toe te passen ten behoeve van de
fabricage of behandeling van non-ferrometalen.
§ 5. Benzeen
Artikel 9
1. Het is verboden stoffen en preparaten die benzeen (Cas nr.
71-43-2) bevatten in concentraties van 0,1 of meer gewichtsprocent,
aan een ander ter beschikking te stellen of voorhanden te hebben in
handelsvoorraden.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. vluchtige minerale olie bestemd voor gebruik in inwendige
verbrandingsmotoren met elektrische ontsteking;
b. stoffen en preparaten die zijn bestemd om te worden gebruikt
in industriële procédés:
1°. indien ten aanzien van emissie van benzeen door die
procédés wordt voldaan aan de voorschriften die op 31
december 1993 waren verbonden aan een vergunning krachtens de
Wet milieubeheer voor de inrichting waarin het procédé
plaats heeft;
2°. indien deze worden gebruikt in een gesloten proces,
dan wel
3°. indien deze zijn bestemd voor uitvoer naar een land
binnen de Europese Unie of een andere staat die partij is bij
de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte:
indien wordt voldaan aan de in die staat geldende wetgeving
met betrekking tot de emissie van benzeen door die procédés.
§ 6. Steenkoolteerdestillaten en daarmee te behandelen hout
Artikel 10
Het is verboden een steenkoolteerdestillaat toe te passen bij de
behandeling van hout, indien dit destillaat:
a. benzo(a)pyreen bevat in een concentratie van 0,005 of meer
gewichtsprocent, of
b. met water extraheerbare fenolen bevat in een concentratie van
3 of meer gewichtsprocent.
Artikel 11
1. Het is verboden steenkoolteerdestillaten, die:
a. benzo(a)pyreen bevatten in een concentratie van 0,005 of
meer gewichtsprocent, of
b. met water extraheerbare fenolen bevatten in een concentratie
van 3 of meer gewichtsprocent,
en bestemd of geschikt zijn voor de behandeling van hout:
1°. aan particuliere huishoudens ter beschikking te stellen
dan wel met dat doel voorhanden te hebben;
2°. aan anderen dan particuliere huishoudens in het kader van
beroep of bedrijf ter beschikking te stellen of met dat doel
voorhanden te hebben, in een verpakking van minder dan 20 liter.
2. Het is verboden steenkoolteerdestillaten als bedoeld in het
eerste lid, te gebruiken, tenzij dit gebeurt in industriële
installaties, of in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf
voor de herbehandeling van hout ter plaatse waar het zich bevindt.
3. Onverminderd het eerste lid draagt degene die
steenkoolteerdestillaten aan een ander ter beschikking stelt of
voorhanden heeft met het doel deze aan een ander ter beschikking te
stellen, er voor zorg dat op de verpakking daarvan de volgende tekst
leesbaar en onuitwisbaar wordt vermeld: «uitsluitend bestemd voor
gebruik in industriële installaties of voor behandeling in het kader
van de uitoefening van beroep of bedrijf».
Artikel 12 [Vervallen per 03-09-2004]
Artikel 13 [Vervallen per 17-04-2003]
Artikel 14 [Vervallen per 17-04-2003]
Artikel 15
Onze Minister kan regels stellen omtrent de methoden volgens welke
het gehalte van benzo(a)pyreen en van met water extraheerbare fenolen in
steenkoolteerdestillaten wordt vastgesteld.
§ 6a. Azo-kleurstof blauw
Artikel 15a
1. Het is verboden de Azo-kleurstof blauw als stof of als
bestanddeel van preparaten in Nederland in te voeren, aan een ander
ter beschikking te stellen of voorhanden te hebben in
handelsvoorraden.
2. Het is verboden de Azo-kleurstof blauw toe te passen als stof of
als bestanddeel van preparaten voor het kleuren van textiel- of
lederproducten in een hogere concentratie dan 0,1 massaprocent.
§ 6b. Broomfenylethers
Artikel 15b
1. Het is verboden pentabroomdifenylether (Cas-nummer 32534-81-9)
of octabroomdifenylether (Cas-nummer 32536-52-0):
a. in Nederland in te voeren, aan een ander ter beschikking te
stellen, voorhanden te hebben in handelsvoorraden, of
b. toe te passen als stof of als bestanddeel van andere stoffen
of preparaten in een hogere concentratie dan 0,1 massaprocent.
2. Het is verboden producten in Nederland in te voeren, aan een
ander ter beschikking te stellen of voorhanden te hebben in
handelsvoorraden, indien deze of onderdelen daarvan een stof als
bedoeld in het eerste lid bevatten in een hogere concentratie dan 0,1
massaprocent.
3. Wat betreft de stof pentabroomdifenylether (Cas-nummer
32534-81-9) is tot 31 maart 2006:
a. het eerste lid niet van toepassing indien wordt aangetoond
dat de stof bestemd is voor de productie van noodevacuatiesystemen
van vliegtuigen;
b. het tweede lid niet van toepassing op noodevacuatiesystemen
van vliegtuigen.
4. Indien de termijn, genoemd in bijlage I, punt 44, paragraaf 3,
bij richtlijn 76/769/EEG van de Raad zoals gewijzigd bij richtlijn nr.
2004/98/EG (PbEU L 305) wordt gewijzigd, treedt die termijn in de
plaats van de termijn, genoemd in de aanhef van het derde lid, met
ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn
uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit dat in
de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt
vastgesteld.
§ 6c. Nonylfenol en nonylfenolethoxylaat
Artikel 15c
Het is verboden nonylfenol (C6H4(OH)C9H19) of nonylfenolethoxylaat
(C2H4O)nC15H24O) als stof of als bestanddeel van preparaten in Nederland
in te voeren, aan een ander ter beschikking te stellen, voorhanden te
hebben in handelsvoorraden of toe te passen een concentratie van 0,1
massaprocent of meer:
a. voor industriële en institutionele reiniging, met
uitzondering van:
1. gesloten chemische reiniging waarbij de
reinigingsvloeistof wordt hergebruikt of verbrand;
2º. reinigingsystemen met speciale nabehandeling waarbij de
reinigingsvloeistof wordt hergebruikt of verbrand;
b. voor huishoudelijke reiniging;
c. voor textiel- en leerbewerking, met uitzondering van:
1º. bewerking zonder emissie naar water;
2º. bewerking in systemen waarbij de organische fractie in
een speciale behandeling volledig uit het proceswater wordt
verwijderd voordat het afvalwater biologisch wordt behandeld;
d. in emulgatoren in speendippers voor landbouwgebruik;
e. bij metaalbewerking, met uitzondering van metaalbewerking in
gesloten systemen waarbij de reinigingsvloeistof wordt hergebruikt
of verbrand;
f. voor vervaardiging van papierpulp of papier;
g. in cosmetische producten;
h. in andere producten voor persoonlijke verzorging, met
uitzondering van zaaddodende middelen;
i. in hulpstoffen in gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Artikel 15d
Het in artikel 15c bedoelde verbod is niet van toepassing op
gewasbeschermingsmiddelen en biociden die sinds 16 juli 2003 zijn
toegelaten als bedoeld in artikel 129, eerste, tweede, of derde lid, van
de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, of geregistreerd als
bedoeld in artikel 129, derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen
en biociden.
§ 6d. Cement met chroom(VI)
Artikel 15e
1. Het is verboden cement als stof of als bestanddeel van
preparaten in Nederland in te voeren, aan een ander ter beschikking te
stellen, voorhanden te hebben in handelsvoorraden of toe te passen,
indien de gehydrateerderde vorm daarvan een hogere concentratie dan
0,0002% oplosbaar chroom(VI) bevat, berekend over de droge massa van
het cement.
2. Indien aan cement als stof of als bestanddeel van preparaten een
reduceermiddel wordt toegevoegd, vermeldt de verpakking daarvan
duidelijk leesbaar en onuitwisbaar, onverminderd het bepaalde in het
Besluit verpakkingen en aanduidingen milieugevaarlijke stoffen en
preparaten en het Arbeidsomstandighedenbesluit, de datum van
verpakking, de opslagomstandigheden waaronder en de opslagduur
waarbinnen de activiteit van het reduceermiddel gehandhaafd blijft en
de concentratie oplosbaar chroom (VI) onder de in het eerste lid
bedoelde grens blijft.
3. Het eerste en tweede lid van dit artikel zijn niet van
toepassing, indien wordt aangetoond dat cement als stof of als
bestanddeel van preparaten in Nederland wordt ingevoerd, aan een ander
ter beschikking wordt gesteld of voorhanden wordt gehouden voor
handelsdoeleinden om te worden toegepast in geheel gesloten en
geautomatiseerde processen in machines, waarbij geen kans bestaat op
aanraking van het cement met de huid, dan wel als zodanig wordt
toegepast.
§ 6e. Arseen
Artikel 15f
Het is verboden arseenverbindingen in te voeren, aan een ander ter
beschikking te stellen, voorhanden te hebben in handelsvoorraden of toe
te passen als verbindingen en bestanddelen van preparaten, die bestemd
zijn om te worden gebruikt:
a. ter voorkoming van de aangroeiing van micro-organismen,
planten of dieren op:
1º. scheepsrompen;
2º. fuiken, drijvers, netten, alsmede alle overige
apparatuur of uitrusting die bij de teelt van vissen en schaal-
en schelpdieren wordt gebruikt;
3º. alle apparatuur of uitrusting die zich geheel of
gedeeltelijk onder water bevindt,
b. voor de verduurzaming van hout, anders dan in industriële
installaties die van een vacuüm- of druktechnologie gebruik maken
om hout te impregneren met arseenverbindingen,
c. bij de behandeling van industrieel water.
§ 6f. Tolueen
Artikel 15g
1. Het is verboden tolueen (CAS-nr. 108-88-3) als stof of als
bestanddeel van preparaten in concentraties van 0,1 massaprocent of
meer in kleefstoffen en spuitverf in Nederland in te voeren, aan een
ander ter beschikking te stellen, voorhanden te hebben in
handelsvoorraden of toe te passen.
2. Het eerste lid geldt niet indien door degene die kleefstoffen en
spuitverf met concentraties van 0,1 massaprocent of meer tolueen onder
zich heeft, wordt aangetoond dat die stoffen bestemd zijn voor
beroepsmatig gebruik.
§ 6g. Perfluoroctaansulfonaten
Artikel 15h
1. Het is verboden perfluoroctaansulfonaten (PFOS) als stof of als
bestanddeel van preparaten in een concentratie van 0,005 massaprocent
of meer in Nederland in te voeren, aan een ander ter beschikking te
stellen, voorhanden te hebben in handelsvoorraden of toe te passen.
2. Het is verboden perfluoroctaansulfonaten (PFOS) in Nederland in
te voeren, aan een ander ter beschikking te stellen of voorhanden te
hebben in handelsvoorraden:
a. in halffabrikaten of producten of delen daarvan, indien de
concentratie perfluoroctaansulfonaten (PFOS) 0,1 massaprocent of
meer bedraagt, berekend naar de massa van structureel of
microstructureel afzonderlijke delen die perfluoroctaansulfonaten
(PFOS) bevatten, of
b. in textiel of andere gecoate materialen, indien de
hoeveelheid perfluoroctaansulfonaten (PFOS) gelijk is aan of meer
bedraagt dan 1 μg/m2 van het gecoate materiaal.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de volgende
producten, of de stoffen en preparaten die voor de productie daarvan
benodigd zijn:
a. lichtgevoelige of antireflecterende coatings voor
fotolithografische procédés;
b. fotografische coatings voor films, papier of drukplaten;
c. nevelonderdrukkers voor niet-decoratieve harde verchroming
(VI) en bevochtigingsmiddelen voor gebruik bij gecontroleerde
galvanisatie waarbij de hoeveelheid vrijkomende
perfluoroctaansulfonaten (PFOS) tot een minimum beperkt blijft
door volledige aanwending van de beste beschikbare technieken,
bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer, en
d. hydraulische vloeistoffen voor de luchtvaart.
4. In afwijking van het eerste lid mag blusschuim dat vóór 27
december 2006 in Nederland is ingevoerd, aan een ander ter beschikking
is gesteld of in handelsvoorraden voorhanden is, worden gebruikt tot
27 juni 2011.
5. Het verbod, bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt
onverminderd het bepaalde in verordening (EG) nr. 648/2004 van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 maart 2004
betreffende detergentia (PbEU L 104).
§ 7. Enige andere kankerverwekkende stoffen
Artikel 16
1. Het is verboden de in het tweede lid genoemde stoffen en
preparaten die die stoffen bevatten:
a. aan particuliere huishoudens ter beschikking te stellen dan
wel met dat doel voorhanden te hebben;
b. aan anderen dan particuliere huishoudens ter beschikking te
stellen of voorhanden te hebben in handelsvoorraden, indien zij
deze stoffen bevatten in concentraties van 0,1 of meer
gewichtsprocent.
2. De in het eerste lid bedoelde stoffen zijn:
a. 2-naftylamine (Cas nr. 91-59-8) en de zouten daarvan;
b. benzidine (Cas nr. 92-87-5) en de zouten daarvan;
c. 4-nitrobifenyl (Cas nr. 92-93-3) en
d. 4-aminobifenyl (Cas nr. 92-67-1) en de zouten daarvan.
3. Onverminderd het eerste lid draagt degene die de in het tweede
lid bedoelde stoffen en preparaten die die stoffen bevatten, aan een
ander ter beschikking stelt, dan wel voorhanden heeft met het doel
deze aan een ander ter beschikking te stellen, er voor zorg dat op de
verpakking daarvan de volgende tekst leesbaar en onuitwisbaar wordt
vermeld: uitsluitend voor beroepsmatig gebruik.
§ 8. Slotbepalingen
Artikel 16a
Dit besluit berust op de artikelen 9.2.2.1 en 9.2.3.2 van de Wet
milieubeheer.
Artikel 17
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop een maand
is verstreken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin
het is geplaatst.
Artikel 18
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit implementatie
EG-verbodsrichtlijn milieubeheer.
Lasten en bevelen dat dit
besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de
Raad van State.
's-Gravenhage, 18 augustus 1992
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer,
J.G.M. Alders
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
B. de Vries
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en
Cultuur,
H.J. Simons
Uitgegeven de tiende september 1992
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|