| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet rampen en zware
ongevallen
BESLUIT
INFORMATIE INZAKE RAMPEN EN ZWARE ONGEVALLEN
Tekst zoals deze geldt op
21 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 20 juni 1994, houdende nadere regels met
betrekking tot de informatieverschaffing en de te verstrekken informatie
inzake rampen
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 23 december
1993, nr. EB93/3035, directoraat-generaal voor Openbare Orde en
Veiligheid, directie Brandweer en Rampenbestrijding, gedaan in
overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer;
Gelet op Richtlijn nr. 82/501/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1982 inzake de risico's van
zware ongevallen bij bepaalde industriële activiteiten (PbEG L
230), Richtlijn nr. 89/618/Euratom van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 27 november 1989 betreffende de informatie van de
bevolking over de bij stralingsgevaar toepasselijke maatregelen ter
bescherming van de gezondheid en over de alsdan te volgen gedragslijn (PbEG
L 357) en Richtlijn nr. 90/219/EEG van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 23 april 1990 inzake het ingeperkte gebruik van
genetisch gemodificeerde micro-organismen (PbEG L 117);
Gelet op de artikelen 2a, vierde lid, 2c,
tweede lid, 11a vierde lid, en 11b, derde lid, van de
Rampenwet en de artikelen 8.40, eerste lid, en 8.44, eerste lid, van de
Wet milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van 22 maart
1994, nr. W04.94.0023);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Binnenlandse Zaken van 6 juni 1994, nr. EB 94/1029, directoraat-generaal
voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Brandweer en
Rampenbestrijding, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk I. Begripsomschrijvingen en toepassingsgebied
Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties;
b. inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 8 van het
Besluit risicos zware ongevallen 1999;
c. gevaarlijke micro-organismen: niet genetisch gemodificeerde
cellulaire en niet-cellulaire micro-biologische entiteiten met het
vermogen tot vermenigvuldiging of tot overbrenging van genetisch
materiaal, daaronder mede begrepen virussen en viroïden, die:
1°. voor wat betreft humane pathogenen worden ingedeeld in
categorie 3 of 4 als bedoeld in artikel 4.84, derde lid, onder
c en d, en vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit,
en
2°. voor wat betreft dier- en plantpathogenen een ernstige
ziekte kunnen veroorzaken, en waarbij het waarschijnlijk is
dat deze organismen zich in het milieu verspreiden, of die een
toxine produceren met een LD50 voor vertebraten van minder dan
100 microgram per kilogram lichaamsgewicht.
d. genetisch gemodificeerde organismen: genetisch
gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 1, onderdeel f,
van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer;
e. activiteit met genetisch gemodificeerde organismen:
vervaardiging van of handeling met genetisch gemodificeerde
organismen;
f. toepassing op grote schaal: handelingen met kweekculturen
van gevaarlijke micro-organismen van meer dan 10 liter;
g. gebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die op grote
schaal gevaarlijke micro-organismen toepast dan wel een activiteit
verricht met genetisch gemodificeerde organismen;
h. ramp met stralingsgevaar: een ongeval als bedoeld in artikel
38, onder b, van de Kernenergiewet met een categorie B-object als
bedoeld in artikel 38, onder d, van die wet.
2. In dit besluit wordt onder bevolking tevens de beheerders van
voor publiek opengestelde inrichtingen, waaronder scholen en
ziekenhuizen, verstaan.
3. Dit besluit is uitsluitend van toepassing op activiteiten met
genetisch gemodificeerde organismen op het bij ministeriële regeling
krachtens het Besluit genetisch gemodificeerde organismen aangewezen
hoogste of op een na hoogste niveau in:
a. laboratoria voor de vervaardiging van en handelingen met
genetisch gemodificeerde micro-organismen;
b. plantenkweekcellen waarin genetisch gemodificeerde
micro-organismen worden toegepast;
c. plantenkassen waarin genetisch gemodificeerde
micro-organismen worden toegepast;
d. dierverblijven waarin genetisch gemodificeerde
micro-organismen worden toegepast;
e. procesinstallaties waarin genetisch gemodificeerde
micro-organismen worden toegepast.
Hoofdstuk II. Verschaffing van informatie aan het bestuur van de
veiligheidsregio en aan de burgemeester
§ 1. Verschaffing van informatie aan het bestuur van de
veiligheidsregio over de mogelijke rampen tijdens toepassing op grote
schaal van gevaarlijke micro-organismen dan wel tijdens een activiteit
met genetisch gemodificeerde organismen
Artikel 2
1. De gebruiker verstrekt voordat hij overgaat tot een toepassing
op grote schaal van gevaarlijke micro-organismen dan wel een
activiteit met genetisch gemodificeerde organismen, aan het bestuur
van de veiligheidsregio waarin die toepassing plaats heeft, over de
mogelijke rampen die zich tijdens die toepassing kunnen voordoen, de
volgende gegevens:
a. de risicobronnen en omstandigheden waaronder de rampen zich
kunnen voordoen;
b. de getroffen preventieve voorzieningen, zoals de
veiligheidsuitrusting, alarmsystemen, inperkingsmethoden en
-procedures en de beschikbare hulpmiddelen;
c. een beschrijving van de aan de werknemers verstrekte
informatie;
d. de informatie die naar het oordeel van het bestuur van de
veiligheidsregio overigens nodig is om plannen ter bestrijding van
een ramp op te stellen.
Dit geldt niet voor zover deze informatie reeds op grond van andere
voorschriften is verschaft of kan worden verkregen.
2. Onverminderd het eerste lid, verschaft de gebruiker die een
activiteit verricht met genetisch gemodificeerde organismen aan het
bestuur van de veiligheidsregio waarin een activiteit plaatsheeft,
tevens de procedures en plannen ter verificatie van de onverminderde
doeltreffendheid van de inperkingsmaatregelen. Dit geldt niet voor
zover deze informatie reeds op grond van andere voorschriften is
verschaft of kan worden verkregen.
3. Indien de gebruiker de beschikking krijgt over nieuwe relevante
veiligheidstechnische gegevens die een ander inzicht kunnen geven in
de risico's voor de bevolking of het milieu die aan een toepassing op
grote schaal van gevaarlijke micro-organismen dan wel een activiteit
met genetisch gemodificeerde organismen zijn verbonden, stelt hij het
bestuur van de veiligheidsregio hiervan zo spoedig mogelijk op de
hoogte.
4. De gebruiker zendt de ingevolge het eerste, tweede en derde lid
verstrekte informatie onmiddellijk tevens aan Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Artikel 3
1. De gebruiker kan het bestuur van de veiligheidsregio verzoeken
bepaalde informatie vertrouwelijk te behandelen, indien de
openbaarmaking van deze gegevens nadelige invloed kan hebben op zijn
concurrentiepositie. In dit geval moeten aantoonbare redenen worden
aangevoerd.
2. Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt na overleg met de
gebruiker welke informatie, bedoeld in het eerste lid, vertrouwelijk
zal worden behandeld, en brengt de gebruiker op de hoogte van zijn
besluit.
3. De volgende informatie wordt in geen geval vertrouwelijk
behandeld:
a. de beschrijving van de toegepaste gevaarlijke
micro-organismen dan wel genetisch gemodificeerde organismen;
b. de naam en het adres van de gebruiker;
c. de plaats en het doel van de toepassing;
d. de methoden en plannen met betrekking tot het toezicht op de
gevaarlijke micro-organismen dan wel genetisch gemodificeerde
organismen, en de noodmaatregelen;
e. de conclusies met betrekking tot de te verwachten effecten,
met name de pathogene effecten en milieuschade.
§ 2. Verschaffing van informatie in geval van een ramp en na een
ramp
Artikel 4
1. In dit artikel wordt onder inrichting verstaan een inrichting
waarop het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is.
2. Indien een ramp plaatsvindt verschaft een ieder die over
relevante veiligheidstechnische kennis beschikt aan de burgemeester
van de gemeente waar de ramp plaatsvindt, onmiddellijk de volgende
gegevens:
a. de locatie waar de ramp plaatsvindt;
b. de omstandigheden waaronder de ramp plaatsvindt;
c. alle beschikbare gegevens aan de hand waarvan de gevolgen
van de ramp voor de bevolking of het milieu kunnen worden
beoordeeld.
Dit geldt niet voor zover deze informatie reeds op grond van andere
voorschriften is verschaft of kan worden verkregen.
3. Indien een ramp plaatsvindt in een inrichting of tijdens een
toepassing op grote schaal van gevaarlijke micro-organismen dan wel
tijdens een activiteit met genetisch gemodificeerde organismen,
verstrekt degene die de inrichting drijft respectievelijk de gebruiker
de burgemeester van de gemeente waar de ramp plaatsvindt eigener
beweging onmiddellijk behalve de in het tweede lid bedoelde gegevens
tevens de volgende gegevens:
a. de aard en de hoeveelheid van de betrokken gevaarlijke
stoffen respectievelijk de identiteit en hoeveelheid van de
gevaarlijke micro-organismen dan wel genetisch gemodificeerde
organismen die kunnen vrijkomen;
b. de getroffen noodmaatregelen.
Dit geldt niet voor zover deze informatie reeds op grond van andere
voorschriften is verschaft of kan worden verkregen.
4. Degene die de informatie, bedoeld in het tweede en derde lid,
heeft verschaft werkt deze informatie bij en verschaft de bijgewerkte
informatie aan de burgemeester, indien uit nader onderzoek nieuwe
gegevens naar voren komen die in de informatie of de daaruit getrokken
conclusies wijziging brengen.
5. Indien in een inrichting of tijdens een toepassing op grote
schaal van gevaarlijke micro-organismen dan wel tijdens een activiteit
met genetisch gemodificeerde organismen een ramp heeft plaatsgevonden,
stelt degene die de inrichting drijft respectievelijk de gebruiker het
bestuur van de veiligheidsregio waarin de ramp zich heeft voorgedaan,
op zijn verzoek dan wel eigener beweging op de hoogte van:
a. de maatregelen die worden overwogen om de gevolgen van de
ramp op middellange en lange termijn te ondervangen;
b. de maatregelen die worden overwogen om een herhaling van een
dergelijke ramp te voorkomen en de gevolgen ervan te ondervangen.
6. De gebruiker zendt de ingevolge het tweede tot en met vijfde lid
verschafte informatie onmiddellijk tevens aan Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
7. Voor zover de informatie, bedoeld in het tweede tot en met
vijfde lid, betrekking heeft op toepassing van gevaarlijke
micro-organismen dan wel op een activiteit met genetisch
gemodificeerde organismen, is artikel 3 van overeenkomstige
toepassing.
Hoofdstuk III. Verschaffing van informatie aan de bevolking
§ 1. Verschaffen van informatie door het bestuur van de
veiligheidsregio over alle typen van mogelijke rampen en crises
Artikel 5
1. De informatie die het bestuur van de veiligheidsregio over
mogelijke rampen en crises aan de bevolking verschaft, omvat in ieder
geval:
a. gegevens die inzicht verschaffen in de oorsprong, de omvang
en de te verwachten gevolgen voor de bevolking of het milieu van
een dergelijke ramp of crisis;
b. gegevens over de wijze waarop de bevolking bij een ramp of
crisis wordt gewaarschuwd, op de hoogte gehouden en beschermd;
c. een beschrijving van de maatregelen die de bevolking bij een
ramp of crisis dient te treffen om de schadelijke gevolgen ervan
zoveel mogelijk te beperken en gegevens omtrent de te volgen
gedragslijn;
d. een verwijzing naar en een globale toelichting op het
beleidsplan, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet
veiligheidsregio’s;
e. een verwijzing naar en een globale toelichting op het
crisisplan, bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s;
f. de identiteit van de persoon die de informatie verschaft
onder vermelding van zijn functie;
g. gegevens over de wijze waarop, waar en bij wie aanvullende
ter zake dienende informatie kan worden verkregen.
2. De informatie wordt door het bestuur van de veiligheidsregio in
de meest passende vorm verschaft.
§ 2. Verschaffing van informatie door het bestuur van de
veiligheidsregio over mogelijke rampen in een inrichting
Artikel 6
De informatie die het bestuur van de veiligheidsregio over mogelijke
rampen aan de bevolking verschaft omvat, voor zover deze betrekking
heeft op een mogelijke ramp in een inrichting, in aanvulling op de
informatie, bedoeld in artikel 5, in ieder geval:
a. de naam van degene die de inrichting drijft en de naam en het
adres van de desbetreffende inrichting;
b. een bevestiging van het feit dat het Besluit risico's zware
ongevallen 1999, het Besluit omgevingsrecht en dit besluit op de
inrichting van toepassing zijn, alsmede een bevestiging dat voldaan
is aan de in de twee eerstgenoemde besluiten gegeven verplichting
tot het indienen van een veiligheidsrapport dan wel van de gegevens
die in de kennisgeving moeten worden opgenomen;
c. een aanduiding van het bestuursorgaan dat bevoegd is of zou
zijn een omgevingsvergunning voor de inrichting te verlenen;
d. een aanduiding van de in artikel 50, eerste lid, van de Wet
veiligheidsregio’s bedoelde verplichting om een ramp in een
inrichting onmiddellijk aan de burgemeester te melden;
e. een beknopte uitleg in eenvoudige bewoordingen van de binnen
de inrichting uitgevoerde handelingen;
f. de benaming van de stoffen die in de inrichting een ramp
kunnen veroorzaken, en de aanduiding van de categorieën waartoe die
stoffen behoren, bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet
milieubeheer;
g. specifiek op de rampenbestrijding gerichte informatie die is
gebaseerd op gegevens die zijn ontleend aan het veiligheidsrapport,
bedoeld in artikel 10 van het Besluit risico's zware ongevallen
1999;
h. een bevestiging van het feit dat voldaan is aan hetgeen in het
Besluit risico's zware ongevallen 1999 omtrent het opstellen van een
intern noodplan is bepaald en dat de inrichting gehouden is de
nodige contacten te leggen met de hulpverleningsdiensten, een en
ander ten einde ongevallen het hoofd te bieden en de gevolgen zo
gering mogelijk te houden.
§ 2a. Verschaffen van informatie door het bestuur van de
veiligheidsregio over een mogelijke ramp in een afvalvoorziening
categorie A
Artikel 6a
Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing op een mogelijke ramp in
een afvalvoorziening categorie A, met dien verstande dat:
a. in onderdeel b in plaats van «Besluit risico’s zware
ongevallen 1999» wordt gelezen «Besluit beheer
winningsafvalstoffen» en in plaats van «een veiligheidsrapport»
wordt gelezen: het document, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van
het Besluit beheer winningsafvalstoffen;
b. in onderdeel g in plaats van «het veiligheidsrapport, bedoeld
in artikel 10 van het besluit risico’s zware ongevallen 1999»
wordt gelezen: het document, bedoeld in artikel 3, vijfde lid van
het Besluit beheer winningsafvalstoffen;
c. in onderdeel h in plaats van «Besluit risico's zware
ongevallen 1999» wordt gelezen: Besluit beheer winningsafvalstoffen.
§ 3. Verschaffen van informatie door burgemeester en wethouders over
een mogelijke ramp met stralingsgevaar
Artikel 7
De informatie die het bestuur van de veiligheidsregio over mogelijke
rampen aan de bevolking verschaft omvat, voor zover deze betrekking
heeft op een mogelijke ramp met stralingsgevaar en waarvan de gevolgen
in beginsel beperkt zullen blijven tot de gemeente waar de ramp zich
voordoet, in aanvulling op de informatie, bedoeld in artikel 5:
a. basiskennis over radioactiviteit en de gevolgen daarvan voor
de bevolking of het milieu;
b. de verschillende in aanmerking genomen gevallen van
stralingsgevaar en hun gevolgen voor de bevolking of het milieu.
Artikel 8
Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de
informatie, bedoeld in de artikelen 5, 6, 6a en 7, permanent
toegankelijk is voor het publiek.
§ 4. Frequentie van de verschaffing van informatie over alle typen
van mogelijke rampen en crises
Artikel 9
1. De informatie, bedoeld in artikel 5, onder b en c, wordt ten
minste één maal per jaar verschaft en voorts telkens wanneer de
informatie is bijgewerkt. Bijwerking vindt in ieder geval plaats
wanneer in de beschreven maatregelen significante wijzigingen worden
aangebracht.
2. De informatie als bedoeld in het eerste lid die betrekking of
mede betrekking heeft op een inrichting of een afvalvoorziening
categorie A wordt ten minste één maal per drie jaar opnieuw bezien
en zo nodig bijgewerkt. Bijwerking vindt voorts in ieder geval plaats
wanneer in de beschreven maatregelen significante wijzigingen worden
aangebracht en wanneer wijzigingen in de inrichting of een
afvalvoorziening categorie A worden aangebracht die voor de gevaren
van rampen belangrijke gevolgen kunnen hebben.
3. De informatie, bedoeld in de artikelen 5, onder a en d tot en
met g, en 7, wordt ten minste één maal per vijf jaar verschaft en
voorts telkens wanneer de informatie is bijgewerkt. Bijwerking vindt
in ieder geval plaats wanneer in de beschreven maatregelen
significante wijzigingen worden aangebracht.
4. De verschaffing van informatie als bedoeld in artikel 5, onder a
en d tot en met g, die betrekking of mede betrekking heeft op een
inrichting of een afvalvoorziening categorie A alsmede van de
informatie, bedoeld in de artikelen 6 en 6a, geschiedt ten minste
één maal in de vijf jaar en voorts telkens wanneer de informatie is
bijgewerkt. Ten minste één maal per drie jaar wordt bezien of
bijwerking nodig is. Bijwerking vindt in ieder geval plaats wanneer in
de beschreven maatregelen significante wijzigingen worden aangebracht
en wanneer wijzigingen in de inrichting of een afvalvoorziening
categorie A worden aangebracht die voor de gevaren van rampen
belangrijke gevolgen kunnen hebben.
5. Het bestuur van de veiligheidsregio verschaft de informatie,
bedoeld in het derde en vierde lid, eerder en werkt deze eerder bij,
indien naar zijn oordeel ontwikkelingen in de kennis over de
veiligheid en over de beoordeling van risico’s en over een
doelmatige rampenbestrijding hiertoe nopen.
§ 5. Verschaffing van informatie door de burgemeester of de
voorzitter van de veiligheidsregio ten tijde van een dreigende ramp of
crisis
Artikel 10
1. Indien de gemeente dreigt te worden getroffen door een ramp of
crisis, wordt de bevolking door de burgemeester, dan wel door de
voorzitter van de veiligheidsregio in een situatie als bedoeld in
artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s, onmiddellijk gewaarschuwd,
geïnformeerd en geïnstrueerd. De burgemeester, dan wel de voorzitter
van de veiligheidsregio, kan daarbij:
a. een verzoek aan de bevolking doen naar de radio te luisteren
of naar de televisie te kijken;
b. voorbereidende instructies geven aan instellingen met
bijzondere collectieve taken;
c. aanbevelingen doen aan bijzonder betrokken beroepen.
2. Indien daartoe voldoende tijd beschikbaar is, worden de
informatie en instructies, bedoeld in het eerste lid, aangevuld met
een herhaling van de basiskennis over de aard van het dreigende gevaar
en de gevolgen daarvan voor de bevolking of het milieu.
§ 6. Verschaffing van informatie door de burgemeester of de
voorzitter van de veiligheidsregio ten tijde van een ramp of crisis
Artikel 11
1. De informatie die de burgemeester, dan wel de voorzitter van de
veiligheidsregio’s in een situatie als bedoeld in artikel 39 van de
Wet veiligheidsregio’s, ten tijde van een ramp of crisis aan de
bevolking verschaft, omvat in ieder geval:
a. specifieke gegevens over de ramp of crisis, met name over de
oorsprong, de omvang en de te verwachten gevolgen voor de
bevolking of het milieu, alsmede over het te verwachten verloop
van de ramp of crisis;
b. gegevens over de wijze waarop de bevolking op de hoogte
wordt gehouden;
c. een beschrijving van de maatregelen die de bevolking dient
te treffen om de schadelijke gevolgen van de ramp of crisis zoveel
mogelijk te beperken, en de te volgen gedragslijn, waarbij de
maatregelen onder meer betrekking kunnen hebben op de volgende
aspecten:
1°. beperken van het gebruik van bepaalde levensmiddelen
die besmet kunnen zijn;
2°. eenvoudige hygiëne- en ontsmettingsregels;
3°. binnenshuis blijven;
4°. distributie en gebruik van beschermende stoffen;
5°. evacuatie;
d. speciale instructies voor bepaalde bevolkingsgroepen.
2. De informatie, bedoeld in het eerste lid, wordt zo spoedig
mogelijk en bij herhaling verschaft.
Paragraaf 7. Verschaffing van informatie over een in het buitenland
gelegen inrichting
Artikel 11a
De artikelen van dit hoofdstuk worden ten aanzien van informatie die
betrekking heeft op een calamiteit in een inrichting die in een andere
staat is gelegen, welke calamiteit tot een ramp in Nederland kan leiden,
voor zover mogelijk toegepast.
Hoofdstuk IV. Verschaffing van informatie aan bij de
rampenbestrijding of crisisbeheersing betrokken personen
Artikel 12
1. Het verschaffen van informatie, bedoeld in artikel 46, derde
lid, van de Wet veiligheidsregio’s, door het bestuur van de
veiligheidsregio aan de bij rampenbestrijding en crisisbeheersing
betrokken personen geschiedt schriftelijk. Deze informatie wordt
geregeld bijgewerkt.
2. Het verschaffen van informatie geschiedt zodanig, dat de bij de
rampenbestrijding en crisisbeheersing betrokken personen beseffen
welke risico's hun inzet kan hebben voor hun gezondheid en dat zij in
staat zijn op adequate wijze uitvoering te geven aan hun taken.
3. De informatie, bedoeld in artikel 46, derde lid, van de Wet
veiligheidsregio’s, wordt ten tijde van een ramp of crisis met
relevante informatie aangevuld, rekening houdend met de omstandigheden
van het specifieke geval.
4. Indien zich een ramp met stralingsgevaar voordoet of dreigt voor
te doen, wordt bij de informatie, bedoeld in het derde lid, in ieder
geval rekening gehouden met de verschillende gevallen van
stralingsgevaar die zich kunnen voordoen.
5. Indien daartoe voldoende tijd beschikbaar is, wordt de
informatie die ten tijde van een ramp of crisis wordt verschaft,
aangevuld met een herhaling van de basiskennis over de aard van het
dreigende gevaar en de gevolgen daarvan voor de bevolking of het
milieu.
Hoofdstuk V. Verschaffing van informatie aan onze minister en aan een
andere staat
§ 1. Verschaffing van informatie door het bestuur van de
veiligheidsregio over een mogelijke ramp in een inrichting, tijdens een
toepassing op grote schaal van gevaarlijke micro-organismen dan wel
tijdens een activiteit met genetisch gemodificeerde organismen of met
stralingsgevaar
Artikel 13
1. Het bestuur van de veiligheidsregio waarin een inrichting geheel
of in hoofdzaak is gelegen, verschaft de informatie, bedoeld in de
artikelen 5 en 6, die betrekking heeft op die inrichting, tevens aan
Onze Minister. Indien de bevolking of het milieu van een andere staat
kan worden getroffen door een ramp in die inrichting, verstrekt het
bestuur van de veiligheidsregio tevens de informatie, bedoeld in
artikel 12, eerste en tweede lid, aan Onze Minister.
2. Indien de bevolking of het milieu van een andere staat kan
worden getroffen door een ramp tijdens een toepassing op grote schaal
van gevaarlijke micro-organismen dan wel tijdens een activiteit met
genetisch gemodificeerde organismen of met stralingsgevaar, verschaft
het bestuur van de veiligheidsregio waarin die toepassing plaatsvindt
of waar zich stralingsgevaar kan voordoen de informatie, bedoeld in de
artikelen 5, 7 en 12, eerste en tweede lid, tevens aan Onze Minister.
3. De verschaffing van informatie over een toepassing op grote
schaal van gevaarlijke micro-organismen dan wel een activiteit met
genetisch gemodificeerde organismen, bedoeld in het tweede lid,
geschiedt voordat die toepassing begint.
4. Onze Minister verstrekt de hem door het bestuur van de
veiligheidsregio overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid
verschafte informatie na overleg met Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de
betrokken staat, voor zover de bevolking of het milieu van die andere
staat kan worden getroffen.
§ 2. Verschaffing van informatie door de burgemeester of de
voorzitter van de veiligheidsregio ten tijde van een ramp of crisis of
een dreiging daarvan
Artikel 14
1. Indien de bevolking of het milieu van een andere staat wordt
getroffen of dreigt te worden getroffen door een ramp of crisis,
verschaft de voorzitter van de veiligheidsregio de informatie, bedoeld
in de artikelen 11 en 12, derde en vierde lid, tevens aan Onze
Minister.
2. Onze Minister verstrekt de informatie, bedoeld in het eerste
lid, aan de betrokken staat.
3. Voor zover het betreft een ramp in een inrichting, tijdens een
toepassing op grote schaal van gevaarlijke micro-organismen dan wel
tijdens een activiteit met genetisch gemodificeerde organismen of met
stralingsgevaar, verstrekt Onze Minister de informatie, bedoeld in het
tweede lid, na overleg met Onze Minister van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Hoofdstuk VI. Afstemming
Artikel 15 [Vervallen per 01-10-2010]
Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 16
Handelen in strijd met artikel 2 en handelen in strijd met artikel 4,
derde tot en met vijfde lid, door degene die de inrichting drijft dan
wel de gebruiker, en handelen in strijd met artikel 4, tweede lid, door
degene die een afvalvoorziening categorie A drijft, is een strafbaar
feit als bedoeld in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische
delicten.
Artikel 16a
Dit besluit berust mede op de artikelen 7, vierde lid, 46, vijfde
lid, 47, derde lid, 48, zesde lid, 49, eerste lid, en 50, derde lid, van
de Wet veiligheidsregio’s.
Artikel 17
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 18
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit informatie inzake rampen en
crises.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 20 juni 1994
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
D.IJ.W. de Graaff-Nauta
Uitgegeven de dertigste juni 1994
De Minister van Justitie,
A. Kosto
|
|
|