BESLUIT van 19 mei 2004, houdende regels inzake het
beperken van de milieugevolgen van het kleiduivenschieten (Besluit
kleiduivenschieten Wms)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 30 september 2003, nr. MJZ2003092599,
Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 24 van de Wet
milieugevaarlijke stoffen;
De Raad van State gehoord (advies van 17
november 2003, nr. W08.03.0424/V);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer van 12 mei 2004, nr. MJZ 2004044698, Centrale Directie
Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder kleiduiven: voorwerpen die, in de
lucht geschoten of geworpen, dan wel over de grond gerold of mechanisch
voortbewogen, dienen als doel bij het schieten met hagelgeweren.
Artikel 2
1. Het is verboden op kleiduiven te schieten met lood- of
zinkhagelpatronen of daartoe de gelegenheid te geven.
2. Het is verboden lood- of zinkhagelpatronen voorhanden te
hebben tijdens het schieten op kleiduiven.
3. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, voorzover
deze loodhagelpatronen betreffen, zijn tot en met 31 december 2008 niet
van toepassing op:
a. door Onze Minister na overleg met Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen topsporters en
b. gebruikers van geweren die:
1º. zijn vervaardigd voor 1 januari 1890 en waarvan het systeem
niet is gewijzigd, of
2º. wat betreft model, materiaal en systeem identiek zijn aan
geweren die vervaardigd zijn voor 1 januari 1890,
voorzover zij gebruikmaken van door Onze Minister na overleg met Onze
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen schietbanen.
Artikel 3
1. Het is verboden kleiduiven te gebruiken of voorhanden te
hebben die bij regeling van Onze Minister aangewezen milieugevaarlijke
stoffen bevatten in concentraties die de daarbij aangegeven waarden te
boven gaan.
2. Bij de in het eerste lid bedoelde regeling worden tevens
voorschriften gegeven voor het meten van de concentraties
milieugevaarlijke stoffen.
Artikel 3a
Dit besluit berust op artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop zes
maanden zijn verstreken na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin het wordt geplaatst.
Artikel 5
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kleiduivenschieten
milieubeheer.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 19 mei 2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel
Uitgegeven de achtste juni 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner