|
BESLUIT van 29
september 2005, houdende kwaliteitseisen met betrekking tot de
bestuursrechtelijke handhaving van milieuwetgeving, alsmede het tijdstip
van inwerkingtreding van de wet van 16 juli 2005 tot wijziging van
hoofdstuk 18 van de Wet milieubeheer (handhavingsstructuur) (Stb.
2005, 428) (Besluit kwaliteitseisen handhaving milieubeheer)
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op
de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 2 mei 2005, nr. MJZ 2005049691,
Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan mede namens Onze
Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 18.3, eerste tot en met derde
lid, van de Wet milieubeheer;
De Raad van State gehoord (advies van
11 juli 2005, nr. W08.05.0168/V);
Gezien het nader rapport van de
Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer van 23 september 2005, nr. MJZ 2005179099, Directie
Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht mede namens Onze
Minister van Verkeer en Waterstaat;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
1.In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet milieubeheer;
b. de betrokken wetten: de wet, de in artikel 13.1, tweede
lid, van de wet genoemde wetten voorzover in die wetten artikel
18.3 van de wet van toepassing is verklaard, alsmede de
EG-verordening overbrenging van afvalstoffen en de
EG-verordening PRTR;
c. bestuursorgaan: bestuursorgaan als bedoeld in artikel
18.3, tweede lid, van de wet.
2.In dit besluit wordt, behoudens voorzover wordt gesproken van
strafrechtelijke handhaving, onder «handhaving» verstaan:
bestuursrechtelijke handhaving van het bij of krachtens de betrokken
wetten bepaalde.
Artikel 2
1. Het bestuursorgaan stelt het handhavingsbeleid vast in een of
meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen het
zichzelf stelt bij de handhaving en welke activiteiten het daartoe
zal uitvoeren. Het bestuursorgaan beziet regelmatig, maar in elk
geval naar aanleiding van de evaluatie, bedoeld in artikel 7, of dit
beleid moet worden aangepast en past het zonodig aan. Het
bestuursorgaan draagt er zorg voor dat dit beleid en het
handhavingsbeleid van de andere betrokken bestuursorganen en de
organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving onderling
worden afgestemd.
2. Het handhavingsbeleid is gebaseerd op een analyse van de
problemen die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan kunnen
voordoen met betrekking tot de naleving van het bij of krachtens de
betrokken wetten bepaalde in de gevallen waarin de zorg voor de
handhaving daarvan aan hem is opgedragen. Deze analyse geeft in
ieder geval inzicht in:
a. de gevolgen voor het milieu van overtredingen van het
bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten;
b. de kansen dat overtredingen als bedoeld onder a zullen
plaatsvinden.
3. Het handhavingsbeleid geeft inzicht in:
a. de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering
van de krachtens het eerste lid voorgenomen activiteiten;
b. de indicatoren die het bestuursorgaan hanteert om te
bepalen of de krachtens het eerste lid gestelde doelen worden
bereikt;
c. de benodigde en beschikbare financiële en personele
middelen;
d. de wijze waarop wordt berekend welke financiële en
personele middelen benodigd zijn.
4. Het handhavingsbeleid geeft voorts inzicht in de strategie die
het bestuursorgaan hanteert met betrekking tot:
a. de wijze waarop de naleving van het bij of krachtens de
betrokken wetten bepaalde wordt bevorderd;
b. de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of
krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend,
waarbij in ieder geval inzicht wordt verschaft in:
1°. de wijze waarop de controle ter plaatse wordt
voorbereid en uitgeoefend;
2°. de frequentie waarmee routinematige controlebezoeken
worden afgelegd;
3°. de wijze waarop zakelijke gegevens en bescheiden
worden gecontroleerd;
4°. de wijze waarop het toezicht wordt uitgeoefend op de
naleving van de krachtens de betrokken wetten geldende
voorschriften ten aanzien van stoffen, trillingen, en warmte
die of geluid dat, direct of indirect vanuit een bron in de
lucht, het water of de bodem, worden onderscheidenlijk wordt
gebracht;
5°. de wijze waarop de controle en verificatie
plaatsvinden van de resultaten van de controles die zijn
uitgevoerd door personen die een inrichting als bedoeld in
artikel 1.1, vierde lid, van de wet drijven;
c. de voorlichting aan personen als bedoeld in onderdeel b,
onder 5°, inzake de voor hen krachtens de betrokken wetten
geldende voorschriften;
d. de schriftelijke rapportage van de bevindingen van degenen
die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die
bevindingen wordt gegeven;
e. de wijze waarop beschikkingen tot oplegging van een last
onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom,
beschikkingen tot geheel of gedeeltelijke intrekking van een
vergunning of ontheffing, alsmede de termijnen die hierbij
worden gehanteerd, en de strafrechtelijke handhaving onderling
worden afgestemd, en waarbij tevens aandacht wordt besteed aan
de aard van de geconstateerde overtredingen;
f. de wijze waarop het bestuursorgaan omgaat met
overtredingen die zijn begaan door of in naam van dat
bestuursorgaan of van andere organen behorende tot de overheid.
5. Het handhavingsbeleid geeft tevens inzicht in de afspraken die
het bestuursorgaan heeft gemaakt met de andere betrokken
bestuursorganen en de organen die belast zijn met de
strafrechtelijke handhaving, over de samenwerking bij en de
afstemming van de werkzaamheden, waarbij in het bijzonder wordt
aangegeven welke afspraken zijn gemaakt over:
a. de uitvoering van artikel 18.2a en 18.2b van de wet en
artikel 95, derde lid, van de Wet bodembescherming.
b. de handhaving van het bij of krachtens de betrokken wetten
bepaalde omtrent handelingen met betrekking tot stoffen,
preparaten of andere producten.
Artikel 3
1.Het bestuursorgaan werkt het handhavingsbeleid jaarlijks uit in
een uitvoeringsprogramma waarin wordt aangegeven welke van de
voorgenomen activiteiten het bestuursorgaan het komende jaar
uitvoert en wat de daarvoor benodigde en beschikbare financiële en
personele middelen zijn. Daarbij houdt het bestuursorgaan rekening
met de krachtens artikel 2, eerste lid, gestelde doelen, de
krachtens artikel 2, derde lid, onder a, gestelde prioriteiten en de
krachtens artikel 2, vierde lid, onderdeel b, onder 2°, vastgelegde
frequentie waarmee routinematige controlebezoeken worden afgelegd.
2.Het bestuursorgaan stemt het uitvoeringsprogramma af met de
andere betrokken bestuursorganen en de organen die belast zijn met
de strafrechtelijke handhaving.
3.Het bestuursorgaan werkt het uitvoeringsprogramma uit in
werkplannen voor de betrokken onderdelen van zijn organisatie.
4.Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat systematisch wordt
nagegaan of voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma en de
werkplannen voldoende benodigde financiële en personele middelen
beschikbaar zijn en dat deze middelen zonodig worden aangevuld of
het uitvoeringsprogramma en de werkplannen zonodig worden aangepast.
Artikel 4
1. Het bestuursorgaan richt zijn organisatie zodanig in dat een
adequate en objectieve uitvoering van het handhavingsbeleid, bedoeld
in artikel 2, en het uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 3,
gewaarborgd is. Daartoe draagt het bestuursorgaan er in ieder geval
zorg voor dat:
a. de personeelsformatie ten behoeve van de handhaving en de
bij de onderscheiden functies behorende taken, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden worden vastgelegd;
b. de personen die zijn belast met de voorbereiding van
beschikkingen tot het verlenen of weigeren van bij of krachtens
de betrokken wetten vereiste vergunningen of ontheffingen:
1°. niet worden aangewezen als ambtenaar als bedoeld in
artikel 18.4 van de wet, en
2°. niet worden belast met het voorbereiden of uitvoeren
van beschikkingen tot oplegging van een last onder
bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of
gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of
ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de
betrokken wetten bepaalde;
c. een krachtens artikel 18.4 van de wet aangewezen ambtenaar
niet voortdurend feitelijk wordt belast met het uitoefenen van
toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de
betrokken wetten met betrekking tot dezelfde inrichting;
d. de personen die zijn belast met werkzaamheden in het kader
van de handhaving adequaat zijn opgeleid of zonodig worden
opgeleid op basis van een opleidingsplan;
e. voorzover van toepassing, met de personen die het
rechtstreeks aangaat of in het voorkomende geval met degene
onder wiens verantwoordelijkheid zij werken schriftelijke
afspraken worden gemaakt met betrekking tot het ten behoeve van
de handhaving gebruik maken van personen die niet onder de
organisatie van het bestuursorgaan ressorteren;
f. de organisatie van het bestuursorgaan ook buiten de
gebruikelijke kantooruren bereikbaar is.
2. Het bestuursorgaan draagt er voorts zorg voor dat:
a. in protocollen wordt vastgelegd volgens welke werkwijze:
1°. het toezicht op de naleving wordt uitgeoefend,
2°. beschikkingen tot oplegging van een last onder
bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of
gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of
ontheffing, wegens niet-naleving van het bij of krachtens de
betrokken wetten bepaalde, worden voorbereid en uitgevoerd,
en
3°. informatie over de handhaving wordt beheerd en
binnen en buiten zijn organisatie wordt verstrekt;
b. adequate technische, juridische en administratieve
voorzieningen beschikbaar zijn;
c. instrumenten en apparaten die bij de handhaving worden
gebruikt in een goede staat van onderhoud verkeren en deze
zonodig worden gekalibreerd;
d. systematisch wordt nagegaan of de uitgevoerde
werkzaamheden plaatsvinden met inachtneming van de onder a
bedoelde protocollen;
e. in de begroting de benodigde en beschikbare personele en
financiële middelen worden gewaarborgd.
Artikel 5
1. Het bestuursorgaan bewaakt met behulp van een geautomatiseerd
systeem de resultaten en de voortgang van:
a. de uitvoering van het uitvoeringsprogramma, bedoeld in
artikel 3, eerste lid;
b. het bereiken van de krachtens artikel 2, eerste lid,
gestelde doelen.
2. In het systeem worden voorts in het kader van de handhaving
verkregen gegevens geregistreerd, waaronder in ieder geval gegevens
betreffende het aantal:
a. uitgevoerde controles,
b. geconstateerde overtredingen,
c. gegeven beschikkingen tot oplegging van een last onder
bestuursdwang, oplegging van een last onder dwangsom of gehele
of gedeeltelijke intrekking van een vergunning of ontheffing,
wegens niet-naleving van het bij of krachtens de betrokken
wetten bepaalde,
d. processen-verbaal, en
e. over de handhaving ontvangen klachten.
Artikel 6
Het bestuursorgaan draagt zorg voor een periodieke rapportage over:
a. het bereiken van de krachtens artikel 2, eerste lid,
gestelde doelen;
b. de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, bedoeld in
artikel 2, eerste lid, in verhouding tot de prioriteitenstelling,
bedoeld in artikel 2, derde lid, onder a;
c. de uitvoering van de afspraken, bedoeld in artikel 2, vijfde
lid.
Artikel 7
Het bestuursorgaan evalueert jaarlijks of de in het
uitvoeringsprogramma, bedoeld in artikel 3, eerste lid, opgenomen
activiteiten zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben
bijgedragen aan het bereiken van de krachtens artikel 2, eerste lid,
gestelde doelen.
Artikel 8
1.De wet van 16 juli 2005 tot wijziging van hoofdstuk 18 van de
Wet milieubeheer (Handhavingsstructuur) (Stb. 428) treedt in
werking met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken
sedert de dag van uitgifte van het Staatsblad waarin dit
besluit wordt geplaatst.
2.Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de in het
eerste lid genoemde wet in werking treedt.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit kwaliteitseisen
handhaving milieubeheer.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 29 september 2005
BEATRIX
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs
Uitgegeven de dertiende oktober 2005
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|