| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet milieubeheer (Wm)
BESLUIT
PAK-HOUDENDE COATINGS EN PRODUCTEN MILIEUBEHEER
Tekst zoals deze geldt op
20 maart 2009
Verwijderd
uit ons regelingenbestand
|
|
|
BESLUIT van 4 juni 1996, houdende regelen met
betrekking tot het beperken van het gehalte polycyclische aromatische
koolwaterstoffen (PAK) in coatings (Besluit PAK-houdende coatings Wet
milieugevaarlijke stoffen)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer van 13 september 1995, nr. MJZ95008093, Centrale
Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;
Gelet op artikel 24 van de Wet
milieugevaarlijke stoffen;
De Raad van State gehoord (advies van 13
februari 1996, nr. W08.95.0500);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 29 mei 1996,
nr. MJZ 96030102, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling
Wetgeving;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. PAK-houdende coating: preparaat dat bestemd is voor het
behandelen van oppervlakken van materialen door daarop een deklaag
aan te brengen en dat:
1°. per kilogram coating meer dan 500 milligram fenantreen,
150 milligram anthraceen of 150 milligram fluorantheen bevat, of
2°. chryseen, benzo(a)anthraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen,
indenol(1,2,3cd)pyreen of benzo(ghi)peryleen bevat, terwijl het
totaal gewicht van deze stoffen meer is dan 50 milligram per
kilogram coating;
b. PAK-houdende twee-componentencoating: PAK-houdende coating die
gebruiksklaar wordt gemaakt door vlak voor het gebruik twee stoffen
of preparaten met elkaar te mengen;
c. gecreosoteerd hout: hout en houten producten, die zijn
behandeld met creosoot;
d. creosoot: een preparaat op basis van steenkoolteerdestillaat;
e. steenkoolteerdestillaat: stof of preparaat bevattende een of
meer van de stoffen of preparaten met Cas-nummer 8001-58-9,
61789-28-4, 84650-04-4, 90640-84-9, 65996-91-0, 90640-80-5,
65996-85-2, 8021-39-4 of 122384-78-5.
Artikel 2
Dit besluit is niet van toepassing:
a. op PAK-houdende coatings, voor zover daaromtrent regelen zijn
gesteld bij of krachtens het Besluit implementatie
EG-verbodsrichtlijn milieubeheer;
b. op PAK-houdende coatings die zijn bestemd voor toepassing op
start-, landings- of rolbanen van een luchtvaartterrein.
§ 2. Verbodsbepaling
Artikel 3
Het is verboden een PAK-houdende coating toe te passen, voorhanden te
hebben of aan een ander ter beschikking te stellen.
§ 3. Uitzonderingen voor PAK-houdende twee-componentencoatings
Artikel 4
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende
twee-componentencoating worden toegepast:
a. op een produkt dat buiten het grondgebied van Nederland zal
worden gebracht, of
b. op een al dan niet in aanbouw zijnd schip als bedoeld in
artikel 1, tweede lid, van de Schepenwet, dat geen pleziervaartuig
is als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van die wet.
Artikel 5
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende
twee-componentencoating ter beschikking worden gesteld:
a. aan een niet in Nederland gevestigde persoon;
b. aan degene die schriftelijk heeft verklaard dat hij de coating
zal toepassen in het geval, bedoeld in artikel 4, onderdeel a of
onderdeel b, of
c. aan degene die de coating zal vervoeren naar degene, bedoeld
in onderdeel a of onderdeel b.
Artikel 6
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende
twee-componentencoating voorhanden zijn:
a. bij degene die de coating heeft vervaardigd, of
b. bij degene aan wie de coating ter beschikking is gesteld
volgens artikel 5, onderdeel b of onderdeel c.
§ 4. Uitzonderingen voor andere PAK-houdende coatings
Artikel 7
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende coating die geen
twee-componentencoating is ter beschikking worden gesteld:
a. aan een niet in Nederland gevestigde persoon;
b. aan degene die schriftelijk heeft verklaard dat hij de coating
ter beschikking zal stellen aan een niet in Nederland gevestigde
persoon, of
c. aan degene die de coating zal vervoeren naar degene, bedoeld
in onderdeel a of onderdeel b.
Artikel 8
In afwijking van artikel 3 mag een PAK-houdende coating die geen
twee-componentencoating is voorhanden zijn:
a. bij degene die de coating heeft vervaardigd, of
b. bij degene aan wie de coating ter beschikking is gesteld
ingevolge artikel 7, onderdeel b of onderdeel c.
§ 5. Gecreosoteerd hout
Artikel 9
1. Het is verboden hout, al dan niet verwerkt in een product,
in Nederland in te voeren, in handelsvoorraden voor de Nederlandse
markt voorhanden te hebben of aan een ander voor de Nederlandse markt
ter beschikking te stellen, indien dit hout is behandeld met een
steenkoolteerdestillaat:
a. dat benzo(a)pyreen bevat in een concentratie van 0,005 of meer
gewichtsprocent, of
b. dat met water extraheerbare fenolen bevat in een concentratie
van 3 of meer gewichtsprocent.
2. Het is tevens verboden om gecreosoteerd hout, ongeacht de
samenstelling van het steenkoolteerdestillaat, bedoeld in het eerste
lid, in Nederland in te voeren, toe te passen, aan een ander voor de
Nederlandse markt ter beschikking te stellen of voor handelsdoeleinden
voor de Nederlandse markt voorhanden te hebben voor toepassingen:
a. in contact met oppervlakte- of grondwater;
b. binnen gebouwen, ongeacht de bestemming van die gebouwen;
c. in speelgoed;
d. op speelplaatsen;
e. in parken, tuinen en andere voorzieningen voor recreatie en
vrijetijdsbesteding buitenshuis;
f. in tuinmeubilair, waaronder begrepen picknicktafels;
g. in kweekbakken;
h. in verpakkingen die in aanraking kunnen komen met voor
menselijke of dierlijke voeding bestemde onbewerkte producten,
tussenproducten of eindproducten, en
i. in ander materiaal dat de onder h genoemde producten met
creosoot kan verontreinigen.
3. Gecreosoteerd hout waarop het verbod van het eerste of tweede
lid niet van toepassing is, mag uitsluitend worden gebruikt in het kader
van de uitoefening van beroep of bedrijf en in industriële
toepassingen.
4. De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, gelden niet
voor gecreosoteerd hout dat is toegepast, zolang die toepassing ter
plaatse wordt gehandhaafd.
5. De verboden gelden voorts niet voor de invoer van
gecreosoteerd hout dat valt onder een douaneregeling en bestemd is voor
douanevervoer, plaatsing in douane-entrepot of tijdelijke invoer als
bedoeld in artikel 4, onderdeel 16, van de verordening (EEG) nr. 2913/92
van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober
1992, tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L302).
Artikel 10
1. Het is degene die gecreosoteerd hout, dat niet onder één
van de verboden, bedoeld in artikel 9, eerste en tweede lid, valt, in
Nederland invoert, aan een ander voor de Nederlandse markt ter
beschikking stelt of voor handelsdoeleinden voor de Nederlandse markt
voorhanden heeft, verboden zodanige handelingen met dat hout te
verrichten zonder dat van die handelingen aantekening wordt gemaakt in
een door hem gehouden administratie, zodat desgevraagd op basis van
die administratie kan worden aangetoond dat het gecreosoteerde hout
niet onder één van die verboden valt.
2. De administratie omvat ten minste:
a. naam en adres van de producent of leverancier van wie het
gecreosoteerde hout is betrokken;
b. de datum waarop het gecreosoteerde hout door de producent of
leverancier is geleverd;
c. de samenstelling van het steenkoolteerdestillaat waarmee het
hout is behandeld;
d. het toepassingsgebied van het gecreosoteerde hout;
e. naam en adres van degene aan wie het gecreosoteerde hout ter
beschikking is gesteld dan wel geleverd;
f. de datum van levering van het gecreosoteerde hout;
g. de hoeveelheid van het ontvangen of geleverde gecreosoteerde
hout.
§ 5a [Treedt in werking per 00-00-0000]
Artikel 10a [Treedt in werking per 00-00-0000]
Artikel 10b [Treedt in werking per 00-00-0000]
Artikel 10c [Treedt in werking per 00-00-0000]
§ 6. Overige bepalingen en slotbepalingen
Artikel 11
1. Bij regeling van Onze MInister worden
regels gesteld omtrent de wijze waarop het gehalte van stoffen, bedoeld
in artikel 1, onderdeel a, in coatings wordt vastgesteld.
2. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld
omtrent de methode volgens welke het gehalte van benzo(a)pyreen en van
met water extraheerbare fenolen in met een steenkoolteerdestillaat
behandeld hout wordt vastgesteld.
Artikel 11a
Dit besluit berust op de artikelen 9.2.2.1 en 9.2.3.2 van de Wet
milieubeheer.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 1996.
Artikel 13
Onze Minister zendt voor 1 januari 2005 aan de Staten-Generaal een
verslag over de noodzaak van artikel 2, onder b, in verband met de
ontwikkeling van een alternatief voor PAK-houdende coatings die zijn
bestemd voor toepassing op start-, landings- of rolbanen van
luchtvaartterreinen.
Artikel 14
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit PAK-houdende coatings en
producten milieubeheer.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
's-Gravenhage, 4 juni 1996
BEATRIX
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer,
Margaretha de Boer
Uitgegeven de vijfentwintigste juni 1996
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager
|
|
|