|
REGELING van de Minister van Volkshuishuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 juli 2007, nr. DGM/SAS
2007066536, Directoraat-Generaal Milieubeheer, Directie Stoffen,
Afvalstoffen en Straling, houdende nadere regels ter uitvoering van de
verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de
overbrenging van afvalstoffen (PbEU L 190) (Regeling EG-verordening
overbrenging van afvalstoffen)
De Minister
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op Verordening (EG) nr. 1013/2006
van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PbEU
L 190) en artikel 10.56, eerste en tweede lid, van de Wet milieubeheer;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de Minister: de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer;
financiële zekerheid: financiële zekerheid als bedoeld in artikel
2.
Artikel 2
Financiële zekerheid kan worden gesteld in de vorm van:
a. een waarborgsom, of
b. een borgtocht in de zin van titel 14 van Boek 7 van het
Burgerlijk Wetboek.
Artikel 3
1. De door of namens de kennisgever te
stellen financiële zekerheid bedraagt € 450 per ton over te
brengen afvalstoffen.
2. In afwijking van het eerste lid, bedraagt de door of namens de
kennisgever te stellen financiële zekerheid voor loodaccu’s en
loodassen € 45 per ton over te brengen afvalstoffen en voor
zinkassen € 80 per ton over te brengen afvalstoffen.
3. Indien de werkelijke kosten van verwijdering of nuttige
toepassing van de over te brengen afvalstoffen en van het vervoer naar
de plaats waar de verwijdering of nuttige toepassing kan plaatsvinden in
belangrijke mate afwijken van het op basis van het eerste lid berekende
bedrag, kan de Minister een hogere financiële zekerheid verlangen, dan
wel genoegen nemen met een lagere financiële zekerheid.
4. Financiële zekerheid wordt gesteld ten behoeve van de Staat
der Nederlanden.
5. In afwijking van het eerste lid wordt geen financiële
zekerheid verlangd, wanneer het de in- of doorvoer van afvalstoffen
betreft, afkomstig van een andere staat waar de EG-verordening
overbrenging van afvalstoffen van toepassing is.
Artikel 4
1. De kennisgever voegt bij elke
kennisgeving als bedoeld in artikel 4 van de EG-verordening overbrenging
van afvalstoffen, een afschrift van het contract met de ontvanger als
bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de EG-verordening overbrenging van
afvalstoffen.
2. Indien het de overbrenging van afvalstoffen betreft tussen
twee tot dezelfde natuurlijke of rechtspersoon behorende inrichtingen en
op grond van artikel 5, vijfde lid van de EG-verordening overbrenging
van afvalstoffen kan worden volstaan met een verklaring van deze
natuurlijke of rechtspersoon, waarbij deze zich ertoe verbindt de
afvalstoffen nuttig toe te passen, dan wel te verwijderen, voegt deze
natuurlijke of rechtspersoon, in afwijking van het eerste lid, een
afschrift van deze verklaring bij de kennisgeving.
Artikel 5
Een afschrift van aan of door de bevoegde autoriteiten verzonden
documenten inzake de overbrenging van afvalstoffen wordt door de
kennisgever, de ontvanger en de inrichting die de afvalstoffen ontvangt,
ten minste vijf jaar bewaard.
Artikel 6
[Wijzigt het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
Inspectoraat-Generaal VROM 2007]
Artikel 7
[Wijzigt het Besluit mandaat, volmacht en machtiging SenterNovem afvalstoffen]
Artikel 8
[Wijzigt de Inzamelingsregeling CFK en halonen]
Artikel 9
1. Deze regeling treedt in werking met
ingang van 12 juli 2007.
2. Indien het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet milieubeheer,
de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de Wet verontreiniging
zeewater en de Wet op de economische delicten ter uitvoering van Verordening
(EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de
Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van
afvalstoffen (PbEU L 190) (30 987), na tot wet te zijn
verheven, later in werking treedt dan 12 juli 2007, treedt deze
regeling op hetzelfde tijdstip in werking als dat wetsvoorstel.
3. Indien de dagtekening van de Staatscourant waarin deze
regeling wordt geplaatst minder dan twee dagen is vóór, gelijk is aan
dan wel later is dan de in het eerste lid genoemde datum,
onderscheidenlijk het in het tweede lid bedoelde tijdstip, treedt deze
regeling in werking met ingang van de tweede dag na die dagtekening.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling EG-verordening
overbrenging van afvalstoffen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Den Haag, 4 juli 2007.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.M. Cramer.
|