2. Onder gegevens worden verstaan:
a. een afschrift van het milieu-effectrapport, bedoeld in hoofdstuk
7 van de wet en de gegevens die daar op betrekking hebben;
b. een afschrift van een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 8 van
de wet en de gegevens die betrekking hebben op het verlenen, wijzigen
en intrekken van een vergunning;
c. afschriften van meldingen en verklaringen bij wijziging van een
inrichting of van de werking daarvan als bedoeld in artikel 8.19,
tweede lid, van de wet;
d. afschriften van meldingen als bedoeld in artikel 8.41, eerste
lid, van de wet, met betrekking tot het oprichten of het veranderen
van een inrichting of van de werking daarvan;
e. afschriften van nadere eisen als bedoeld in artikel 8.42 van de
wet;
f. afschriften van toezichtrapporten;
g. afschriften van correspondentie met de houder van een inrichting
over de naleving van het bij of krachtens de wet gestelde;
h. afschriften van gedoogbeschikkingen en ontwerpen daarvan;
i. afschriften van handhavingsbeschikkingen en ontwerpen daarvan.
3. In afwijking van het eerste lid kan de inspecteur schriftelijk
aangeven dat hij met betrekking tot de daarbij aangegeven inrichtingen
of een categorie van inrichtingen slechts een daarbij aangegeven deel
van de gegevens, genoemd in het tweede lid, wil ontvangen.
4. Eenmaal per kwartaal zendt het bestuursorgaan een overzicht
van de bij hem binnengekomen klachten over de inrichtingen, bedoeld in
het eerste lid, aan de inspecteur.