| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet milieubeheer (Wm)
REGELING
GENETISCH GEMODIFICEERDE ORGANISMEN
Tekst zoals deze geldt op
26 januari 2012
|
|
|
De Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijk Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 24, derde lid van de Wet
milieugevaarlijke stoffen en de artikelen 1, onderdeel h, 2,
tweede lid, 3, tweede lid, 5, tweede lid, 6, eerste lid, 7, derde lid,
8, tweede lid, juncto 7, vijfde lid, van het Besluit genetisch
gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Definities en werkingssfeer
Artikel 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen:
vervaardiging van of handelingen met genetisch gemodificeerde
organismen;
Besluit:
Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer;
biologische inperking:
eigenschappen van een organisme die de overleving en de verbreiding
van dat organisme in het milieu beperken, of eigenschappen van een
gastheer/vectorsysteem die de overdracht van de vector beperken;
defect virus:
replicatie-deficiënte vorm van een voor planten of dieren
pathogeen virus dat zich uitsluitend met een helper(functie) kan
vermenigvuldigen;
Dienst Regelingen:
Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en
Voedselkwaliteit, Postbus 360, 9400 AJ Assen;
donororganisme:
organisme waaruit de in een gastheer te brengen of gebrachte
erfelijke informatie, daaronder mede begrepen synthetisch nagemaakt
erfelijk materiaal, oorspronkelijk afkomstig is;
ecotroop muizenretrovirus:
retrovirus dat uitsluitend cellen van muizen en ratten kan
infecteren;
fysische inperking:
voorzieningen aangebracht aan werkruimten, installaties en
apparatuur, waardoor verspreiding van organismen daaronder begrepen
genetisch gemodificeerde organismen wordt tegengegaan;
fysisch inperkend systeem:
inperkende apparatuur voor kweek of fermentatie en downstream
processing in procesinstallaties dan wel het samenste van een
ingeperkte werkruimte met de zich daarin bevindende apparatuur voor
kweek en fermentatie en downstream processing in procesinstallaties;
gastheerorganisme:
organisme waaruit een genetisch gemodificeerd organisme wordt of is
vervaardigd;
handelingen met genetisch gemodificeerde organismen:
activiteiten bestaande uit het vermeerderen, opslaan, aan een ander
ter beschikking stellen, toepassen, voorhanden hebben, vervoeren, zich
ontdoen of vernietigen van genetisch gemodificeerde organismen;
inschaling:
het toekennen op grond van een risico-analyse van een specifiek
inperkingsniveau als bedoeld in bijlage 4;
insertie:
genetisch materiaal dat door middel van genetische modificatie aan
het genetisch materiaal van de gastheer wordt of is toegevoegd;
introductie in het milieu:
activiteiten met een genetisch gemodificeerd organisme anders dan
ingeperkt gebruik;
micro-organisme van klasse 1:
micro-organisme dat in ieder geval voldoet aan één van de
volgende voorwaarden:
a. het micro-organisme behoort niet tot een soort waarvan
vertegenwoordigers bekend zijn die ziekteverwekkend zijn voor
mens, dier of plant;
b. het micro-organisme heeft een lange historie van veilig
gebruik onder omstandigheden waarbij geen bijzondere inperkende
maatregelen worden getroffen;
c. het micro-organisme behoort tot een soort die
vertegenwoordigers bevat van klasse 2, 3 of 4, maar de stam in
kwestie bevat geen genetisch materiaal dat verantwoordelijk is
voor de virulentie;
d. van het micro-organisme is het niet-virulente karakter
middels adequate tests aangetoond;
micro-organisme van klasse 2:
micro-organisme dat bij mensen een ziekte kan veroorzaken, waarvan
het onwaarschijnlijk is dat het zich onder de bevolking verspreidt,
terwijl er een effectieve profylaxe, behandeling of bestrijding
bestaat, alsmede een micro-organisme dat bij planten of dieren een
ziekte kan veroorzaken;
micro-organisme van klasse 3:
micro-organisme dat bij mensen een ernstige ziekte kan veroorzaken,
waarvan het waarschijnlijk is dat die zich onder de bevolking
verspreidt, terwijl er een effectieve profylaxe, behandeling of
bestrijding bestaat;
micro-organisme van klasse 4:
micro-organisme dat bij mensen een zeer ernstige ziekte kan
veroorzaken, waarvan het waarschijnlijk is dat het zich onder de
bevolking verspreidt, terwijl er geen effectieve profylaxe,
behandeling of bestrijding bestaat;
Minister:
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer;
niet-permissief gastheer/vectorsysteem:
gastheer/vectorsysteem dat gebruik maakt van een virale vector, en
dat niet leidt tot de vorming van infectieuze virale partikels;
shotgun experiment:
vervaardiging van een genetisch gemodificeerd organisme waarbij
sequenties worden gebruikt die geheel of gedeeltelijk bestaan uit
niet-gekarakteriseerde genetische informatie;
toxine van klasse T-1:
toxine met een LD50 voor vertebraten van 1 tot en met 100 microgram
per kilogram lichaamsgewicht;
toxine van klasse T-2:
toxine met een LD50 voor vertebraten van 100 nanogram tot en met 1
microgram per kilogram lichaamsgewicht;
toxine van klasse T-3:
toxine met een LD50 voor vertebraten van 100 nanogram of minder per
kilogram lichaamsgewicht;
vector:
DNA- of RNA-molecuul dat gebruikt wordt om genetisch materiaal aan
een gastheer toe te voegen;
vergunninghouder:
de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie krachtens het
Besluit een vergunning is verleend;
vervaardiging van genetisch gemodificeerde organismen:
activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat één of
meerdere genetisch gemodificeerde organismen ontstaan;
virale vector:
vector die nucleïnezuursequenties bevat afkomstig van een voor
plantaardige of dierlijke cellen infectieus virus, en die dat
genetisch materiaal aan eukaryote cellen kan toevoegen, met dien
verstande dat de betrokken virale sequenties kunnen leiden tot
replicatie van de vector of delen hiervan, of tot integratie van
genetische informatie van de vector of delen hiervan in het genetisch
materiaal van de cel;
zelfklonering:
verwijdering van genetisch materiaal uit een organisme, gevolgd
door het terugbrengen van dit genetisch materiaal of van een deel
daarvan, al dan niet in vitro, enzymatisch, chemisch of mechanisch
bewerkt, in cellen van hetzelfde organisme of van een nauw verwante
soort die door natuurlijke fysiologische processen chromosomaal DNA
kan uitwisselen met het eerstgenoemde organisme.
Artikel 1a. Werkingssfeer
De fysische barrières of een combinatie van fysische met chemische
of biologische barrières bedoeld in artikel 1, onder g, van het
Besluit, zijn de barrières, bedoeld in bijlage 4.
Hoofdstuk 2. Ingeperkt gebruik
§ 2.1. Indelingen van activiteiten in categorieën en van organismen
in groepen
Artikel 2. Activiteiten die gelden als kleinschalig
Activiteiten die op andere dan de gronden, bedoeld in de bijlage I,
onder C, onder 21.1, onder a, onder 2°, van het Besluit omgevingsrecht,
gelden als kleinschalig, zijn:
a. onderzoeks- en ontwikkelingstoepassingen in procesinstallaties
die een volume van 5000 liter niet overschrijden; of
b. activiteiten waarvan de Minister heeft vastgesteld dat deze
kleinschalig zijn.
Artikel 3. Gastheren, vectoren en inserties
Gastheren, vectoren, gastheer/vectorsystemen en overige inserties die
geschikt zijn voor de vervaardiging van organismen die behoren tot groep
I als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit zijn:
a. de gastheren die zijn opgenomen in bijlage 1 of de gastheren
waarvan de Minister overeenkomstig artikel 2, vierde lid, van het
Besluit heeft vastgesteld dat die daarvoor geschikt zijn,
b. de vectoren die zijn opgenomen in bijlage 2.1 of de vectoren
waarvan de Minister overeenkomstig artikel 2, vierde lid, van het
Besluit heeft vastgesteld dat die daarvoor geschikt zijn,
c. de gastheer/vectorsystemen die zijn opgenomen in bijlage 3, en
d. de insertie of inserties, voor zover zij niet behoren tot een
vector of gastheer/vectorsysteem, als bedoeld in onderdeel b
respectievelijk c, en die geen sequenties bevatten als vermeld in
bijlage 2, onder 2.2.
Artikel 3a. Indeling van genetisch gemodificeerde organismen
1. Een genetisch gemodificeerd organisme behoort tot groep I
indien:
a. de gastheer, vector of vectoren en de insertie of inserties
waaruit het is samengesteld, gastheer, vectoren en inserties zijn
als bedoeld in artikel 3, onder respectievelijk a, b en d, dan wel
b. het genetisch gemodificeerde organisme is samengesteld uit
een gastheer/vectorsysteem en een of meer inserties, als bedoeld
in artikel 3, onder c respectievelijk d.
2. Een genetisch gemodificeerd organisme dat behoort tot groep I en
dat als gastheer wordt gebruikt, wordt voor de toepassing van artikel
3 en het eerste lid gelijkgesteld met een gastheer als bedoeld in
artikel 3, onder a.
§ 2.2. Interne organisatie, procedures en administratie
Artikel 4. Interne organisatie
1.De vergunninghouder voorziet in de aanstelling van één of meer
door de Minister toegelaten biologische-veiligheidsfunctionarissen.
2.De vergunninghouder belast de biologische-veiligheidsfunctionaris
met:
a. het doen opstellen en wijzigen van nadere interne procedures
en voorschriften ter uitwerking van de wettelijke bepalingen voor
het veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen;
b. het uitoefenen van interne controle op de naleving van de
wettelijke bepalingen, alsmede de procedures en voorschriften,
bedoeld onder a;
c. het optreden bij incidenten, ongevallen en schendingen van
de geldende regels;
d. de evaluatie en rapportage over onderdeel c, aan de
vergunninghouder en de verantwoordelijk medewerker, bedoeld in
artikel 4a, eerste lid;
e. het geven van interne voorlichting over biologische
veiligheid; en
f. het onverwijld melden aan de vergunninghouder van situaties,
waarbij een risico voor mens of milieu aanwezig kan zijn.
3.De vergunninghouder draagt zorg voor de uitvoering van de taken,
genoemd in het tweede lid, geeft de
biologische-veiligheidsfunctionaris daartoe instructies en verschaft
hem tenminste de volgende bevoegdheden die nodig zijn voor het
uitoefenen van de taken, genoemd in dit hoofdstuk:
a. de bevoegdheid om te allen tijde alle ruimten en plaatsen
die tot de inrichting behoren te betreden, alsmede inzage te
hebben in alle daar aanwezige schriftelijke bescheiden;
b. de bevoegdheid om zelfstandig en direct op te treden in
noodsituaties, waarvan direct melding aan de vergunninghouder en
de verantwoordelijk medewerker, bedoeld in artikel 4a, eerste lid,
wordt gedaan.
4.De vergunninghouder verschaft elke
biologische-veiligheidsfunctionaris een zodanig onafhankelijke positie
dat:
a. deze voor de uitoefening van zijn functie rechtstreeks kan
rapporteren aan de vergunninghouder;
b. onafhankelijk is ten opzichte van degene wiens activiteiten
hij controleert; en
c. deze niet tevens optreedt als verantwoordelijk medewerker
als bedoeld in artikel 4a, eerste lid.
5.Een biologische-veiligheidsfunctionaris moet zijn dagelijkse
werkzaamheden uitvoeren binnen de instelling waar hij als
biologische-veiligheidsfunctionaris optreedt.
Artikel 4a
1.De vergunninghouder voorziet in de aanwijzing van een
verantwoordelijk medewerker per groep van activiteiten waarvan
kennisgeving is gedaan of waarvoor een vergunning is verleend, en per
samenhangende groep van activiteiten van categorie A.
2.De vergunninghouder belast de verantwoordelijk medewerker,
bedoeld in het eerste lid met de dagelijkse leiding van de
activiteiten, bedoeld in het eerste lid en het opstellen van
werkprotocollen, en draagt zorg voor de uitvoering daarvan.
3.De vergunninghouder voorziet, voor zover deze regeling daarin
niet voorziet, in een verdeling van taken en verantwoordelijkheden
tussen de biologische-veiligheidsfunctionaris en de verantwoordelijk
medewerker, bedoeld in het eerste lid en, indien van toepassing,
tussen de biologische-veiligheidsfunctionarissen onderling.
4.De vergunninghouder zorgt dat medewerkers activiteiten met
genetisch gemodificeerde organismen uitvoeren overeenkomstig de
wettelijke bepalingen en daarop gebaseerde interne procedures en
voorschriften en geeft de verantwoordelijk medewerker, bedoeld in het
eerste lid de hiervoor benodigde instructies.
Artikel 5. Interne procedures en voorschriften ten behoeve van het
veilig werken met genetisch gemodificeerde organismen
1.De vergunninghouder voorziet in het opstellen van procedures
voor:
a. de onverwijlde interne melding aan de
biologische-veiligheidsfunctionaris van afwijkingen van de
wettelijke voorschriften en de daarop gebaseerde interne
procedures; en
b. het onverwijld melden aan de Minister van situaties waarbij
mogelijk ernstig risico voor mens en milieu is ontstaan.
2.De vergunninghouder voorziet in het opstellen van procedures
voor:
a. het uitoefenen van de interne controle op de naleving van de
relevante wettelijke voorschriften en de daarop gebaseerde interne
procedures;
b. de wijze van optreden bij incidenten, ongevallen en
afwijkingen van de geldende regels, alsmede de evaluatie en
rapportage hierover aan de vergunninghouder en de verantwoordelijk
medewerker, bedoeld in artikel 4a, eerste lid;
c. het indienen respectievelijk wijzigen van een kennisgeving;
d. het beoordelen van de vakbekwaamheid van medewerkers met
betrekking tot het veilig werken met genetisch gemodificeerde
organismen, waarbij, voor zover nodig, nadere instructie of
scholing van de medewerkers wordt voorgeschreven; en
e. de beoordeling en goedkeuring door de
biologische-veiligheidsfunctionaris van interne procedures en
veiligheidsvoorschriften als bedoeld in artikel 4, en wijzigingen
daarvan, die door de verantwoordelijk medewerker, bedoeld in
artikel 4a, eerste lid, zijn opgesteld.
3.De vergunninghouder voorziet in het opstellen van
veiligheidsvoorschriften voor:
a. de wijze van inactivering van genetisch gemodificeerde
organismen en de wijze van ontsmetting van materiaal dat met
genetisch gemodificeerde organismen in aanraking is geweest;
b. het opslaan en het ter onmiddellijke verbranding aan een
verbrandingsinstallatie aanbieden van afval dat genetisch
gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten als bedoeld in
bijlage 8;
c. het schoonhouden en ontsmetten van de werkruimte en
apparatuur;
d. de wijze waarop de reinheid dan wel de juiste identiteit van
gebruikte micro-organismen en de bij de constructie van genetisch
gemodificeerde organismen gebruikte nucleïnezuurpreparaten worden
gegarandeerd;
e. de bij incidenten en ongevallen te nemen maatregelen;
f. het testen van de goede werking en het onderhoud van de
gebruikte inperkingsapparatuur; en
g. de regeling van de toegang tot de werkruimten.
Artikel 6. Administratie
1.De vergunninghouder voorziet in een op één plaats binnen de
inrichting gehouden toegankelijke administratie, waarin tenminste zijn
opgenomen:
a. de op schrift gestelde aanstellingen, aanwijzingen,
bevoegdheden, instructies, procedures en voorschriften als bedoeld
in de artikelen 4, 4a en 5;
b. een actuele plattegrond van de inrichting waarbij is
aangegeven:
1º de werkruimten waar met genetisch gemodificeerde
organismen mag worden gewerkt onder vermelding van het
inperkingsniveau van die ruimten; en
2º de plaatsen waar genetisch gemodificeerde organismen
buiten die werkruimten worden opgeslagen onder vermelding van
de wijze van opslag;
c. de resultaten van een periodieke inventarisatie, uitgevoerd
over de gehele inrichting, van de organisatie-onderdelen die
activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen uitvoeren;
d. de resultaten van de controle op de uitvoering van de
procedures voor indienen of wijzigen van kennisgevingen, bedoeld
in artikel 5, tweede lid, onder c;
e. gegevens, onder vermelding van de datum, betreffende:
1º de uitvoering van de interne controle, bedoeld in
artikel 5, tweede lid, onder a; en
2º incidenten, ongevallen en schendingen van de geldende
regels, bedoeld in artikel 5, eerste lid en tweede lid, onder
b, alsmede de evaluatie en rapportage daarvan aan de
vergunninghouder en de verantwoordelijk medewerker, bedoeld in
artikel 4a, eerste lid; en
f. een overzicht van de in de inrichting bijgehouden
administratieve gegevens als bedoeld in het tweede lid onder
vermelding van de ruimte waar deze gegevens zich bevinden.
2.De vergunninghouder voorziet in het bijhouden van actuele en
inzichtelijke administratieve gegevens, betreffende:
a. de voorhanden zijnde genetisch gemodificeerde organismen,
per genetisch gemodificeerd organisme of groep van genetisch
gemodificeerde organismen inhoudende tenminste de volgende
gegevens:
1º de gastheren die zijn gebruikt, met de namen waaronder
de van de gastheren afgeleide genetisch gemodificeerde
organismen bekend zijn;
2º het genetisch materiaal dat is gebruikt bij de
vervaardiging van het genetisch gemodificeerde organisme en
een omschrijving van de samenstellende delen onder vermelding
van de donoren;
3º indien het een genetisch gemodificeerd organisme van
groep I betreft, waarvan uitsluitend een verslag wordt
bijgehouden: onder vermelding van ’groep I’, de functie of
functies van de geïnserteerde genen; en
4º indien het een genetisch gemodificeerd organisme
betreft waarvan kennisgeving is gedaan: het nummer dat de
Minister aan de betreffende kennisgeving heeft gegeven;
b. relevante gegevens van de medewerkers die activiteiten met
genetisch gemodificeerde organismen verrichten, waarbij per
medewerker tenminste de volgende informatie wordt vastgelegd:
1º naam;
2º relevante opleiding, training en ervaring;
3º de inperkingsniveaus van de projecten waarbij de
medewerker betrokken is; en
4º een door de biologische-veiligheidsfunctionaris
getekende verklaring voor welke functie(s) en activiteiten met
genetisch gemodificeerde organismen de medewerker vakbekwaam
wordt geacht;
c. een lijst met de namen van andere personen dan bedoeld onder
b, die activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
verrichten, onder vermelding van de verantwoordelijk medewerker,
bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onder wiens dagelijkse leiding
zij de activiteiten verrichten en de periode gedurende welke zij
in de inrichting werkzaam zijn;
d. de vastlegging van de data en resultaten van de uitvoering
van de voorschriften, bedoeld in artikel 5, derde lid, onder e en
g;
e. de werkprotocollen die door de verantwoordelijk medewerker,
bedoeld in artikel 4a, eerste lid, zijn opgesteld;
f. een overzicht per werkruimte van de nummers van de
vergunningen die betrekking hebben op de activiteiten die in de
ruimte worden uitgevoerd;
g. een overzicht, gegroepeerd per opslagfaciliteit, van
opgeslagen genetisch gemodificeerde organismen; en
h. de gegevens omtrent de opslag van afval dat genetisch
gemodificeerde organismen bevat of kan bevatten als bedoeld in
bijlage 8, onder 8.1.d, 8.2.d, 8.3.d en 8.4.d.
§ 2.3. Inschalingen
Artikel 7. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen
1. Activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen worden
uitgevoerd in overeenstemming met de voorschriften, vermeld in bijlage
4, voor de categorie van fysische inperking bepaald overeenkomstig de
inschalingsregels, vermeld in bijlage 5, voor zover in de vergunning
krachtens § 2 van het Besluit voor de betrokken activiteiten niet
anders is bepaald.
2. Aan een vergunning krachtens § 2 van het Besluit kunnen
voorschriften worden verbonden die afwijken van de voorschriften,
vermeld in bijlage 4, of van de uitkomst van de toepassing van de
regels, bedoeld in bijlage 5, voor zover de betrokken activiteiten
niet of minder goed met toepassing van die voorschriften of regels
kunnen worden uitgevoerd of ingeschaald. Indien voorschriften als
bedoeld in bijlage 4 of de regels, bedoeld in bijlage 5, ingevolge de
eerste volzin niet van toepassing zijn op de in de vergunning
krachtens § 2 van het Besluit bedoelde handelingen of activiteiten
met betrekking tot een genetisch gemodificeerd organisme, worden die
handelingen of activiteiten uitgevoerd in overeenstemming met de
voorschriften die daaromtrent aan de vergunning zijn verbonden, en de
overige in de vergunning opgenomen voorschriften.
3. Bij een beschikking krachtens artikel 2, vierde lid, van het
Besluit, kan een aanduiding worden aangegeven met het oog op de
toepassing van bijlage 4 of bijlage 5.
4. In beschikkingen krachtens artikel 2, vierde lid, van het
Besluit, afgegeven voor de inwerkingtreding van de regeling van de
Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
van 30 juli 2010, nr. BJZ2010019151, tot wijziging van de Regeling
genetisch gemodificeerde organismen (herziening lijst van
micro-organismen in bijlage 1 en actualisering indeling handelingen in
procesinstallaties), wordt de aanduiding waarmee activiteiten van
categorie ‘A’ of ‘A en B’ mogen worden uitgevoerd, gelezen als
respectievelijk:
– ‘waarmee onder de voorwaarden, genoemd in bijlage 5,
inschalingsartikel 5.7.2, handelingen op MI-II niveau of hoger
mogen worden verricht’, en
– ‘waarmee onder de voorwaarden, genoemd in bijlage 5,
inschalingsartikel 5.7.1, handelingen op MI-I niveau of hoger
mogen worden verricht’.
5. Voor de toepassing van bijlage 4 geldt, in plaats van een voor
het tijdstip waarop dit besluit in werking is getreden, in een
krachtens het Besluit verleend vergunning aangegeven categorie van
fysische inperking, de daarbij in bijlage 4a aangegeven categorie,
tenzij door de Minister – met ingang van of na dat tijdstip – in
de vergunning een andere categorie is aangegeven.
Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2008]
§ 2.4. Overige bepalingen over ingeperkt gebruik
Artikel 8a
1. Degene die een inrichting drijft als bedoeld in bijlage I, onder
C, onder 21.1, van het Besluit omgevingsrecht voldoet aan de
voorschriften die zijn opgenomen in bijlage 4 bij deze regeling. Voor
de toepassing van die bijlage geldt, in plaats van een voor het
tijdstip waarop dit besluit in werking is getreden, in de vergunning
aangegeven categorie van fysische inperking, de daarbij in bijlage 4a
aangegeven categorie, tenzij door het bevoegd gezag in het kader van
de Wet milieubeheer – met ingang van of na dat tijdstip – in de
vergunning een andere categorie is aangegeven.
2. De Minister kan nadere eisen stellen met betrekking tot de in
bijlage 4 geregelde onderwerpen.
3. De nadere eisen gelden voor een ieder die de inrichting drijft.
Deze draagt er zorg voor dat de nadere eisen worden nageleefd.
4. De Minister kan de nadere eisen wijzigen of aanvullen in het
belang van de bescherming van het milieu, of wijzigen of intrekken,
indien het belang van de bescherming van het milieu zich daartegen
niet verzet.
Artikel 9. Het opslaan van genetisch gemodificeerde organismen
1. Het opslaan van genetisch gemodificeerde organismen in delen van
een inrichting die op grond van een omgevingsvergunning zijn bestemd
voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen en die niet
zijn bestemd als specifieke werkruimten als bedoeld in bijlage 4,
vindt plaats overeenkomstig de voorschriften, vermeld in bijlage 7.
2. Het opslaan van afval dat genetisch gemodificeerde organismen
bevat of kan bevatten, vindt plaats overeenkomstig de voorschriften,
vermeld in bijlage 8.
Artikel 10. Wijziging van bestaande vergunningen
In afwijking van het bepaalde in een vergunning verleend krachtens §
2.5 van het Besluit zijn op handelingen als bedoeld in bijlage 10 de
voor die handelingen genoemde voorschriften met ingang van de datum van
inwerkingtreding van deze regeling van toepassing.
Hoofdstuk 3. Introductie in het milieu
Artikel 11. Interne organisatie: milieuveiligheidsfunctionaris
1.De vergunninghouder voorziet in de aanstelling van één of meer
door de Minister toegelaten milieuveiligheidsfunctionarissen.
2.De vergunninghouder voorziet, indien van toepassing, in een
verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de
milieuveiligheidsfunctionarissen onderling.
3.De vergunninghouder belast de milieuveiligheidsfunctionaris met:
a. het doen opstellen en wijzigen van de instructies die dienen
als invulling van de algemene en bijzondere bepalingen in de
vergunning voor werkzaamheden met genetisch gemodificeerde
organismen in het milieu;
b. het uitoefenen van interne controle op de naleving van de
bepalingen in de vergunning en de instructies, bedoeld in
onderdeel a;
c. het optreden bij afwijkingen, wijzigingen en onvoorziene
omstandigheden;
d. het geven van interne voorlichting over milieuveiligheid van
genetisch gemodificeerde organismen;
e. het onverwijld melden aan de vergunninghouder van iedere
wijziging van gegevens, onvoorziene omstandigheden en situaties,
waarbij een risico voor mens of milieu aanwezig kan zijn;
f. het beoordelen van de vakbekwaamheid van medewerkers met
betrekking tot het veilig werken met genetisch gemodificeerde
organismen in het milieu, waarbij, voor zover nodig, nadere
instructie of scholing van de medewerkers wordt voorgeschreven; en
g. het zich verzekeren van de volledige zeggenschap over de
werkzaamheden met genetisch gemodificeerde organismen.
4.De milieuveiligheidsfunctionaris houdt bij klinische toepassingen
een actuele plattegrond van de inrichting ter beschikking, waarop zijn
aangegeven:
1°. de werkruimten waarin met de genetisch gemodificeerde
organismen wordt gewerkt, en
2°. de plaatsen waar genetisch gemodificeerde organismen
worden opgeslagen.
5.De vergunninghouder draagt zorg voor de uitvoering van de taken,
genoemd in het derde en vierde lid, geeft de
milieuveiligheidsfunctionaris daartoe instructies en verschaft hem
tenminste de volgende bevoegdheden die nodig zijn voor het uitoefenen
van de taken, genoemd in dit artikel:
a. de bevoegdheid om te allen tijde alle ruimten en locaties
die voor een introductie in het milieu van genetisch
gemodificeerde organismen gebruikt worden of locaties waar
handelingen plaatsvinden onder zeggenschap van de
vergunninghouder, te betreden, alsmede inzage te hebben in alle
daar aanwezige schriftelijke bescheiden;
b. de bevoegdheid om zelfstandig en direct op te treden in
noodsituaties, waarvan direct melding aan de vergunninghouder en
de persoon die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de
handelingen met de genetisch gemodificeerde organismen, wordt
gedaan.
6.De vergunninghouder verschaft elke milieuveiligheidsfunctionaris
een zodanig onafhankelijke positie dat:
a. deze voor de uitoefening van zijn functie rechtstreeks kan
rapporteren aan de vergunninghouder;
b. onafhankelijk is ten opzichte van degene wiens activiteiten
hij controleert;
c. deze niet tevens optreedt als de persoon die
verantwoordelijk is voor de uitvoering van de handelingen met de
genetisch gemodificeerde organismen.
7.Een milieuveiligheidsfunctionaris moet zijn aangesteld bij de
instelling waarvoor hij taken uitvoert.
Artikel 12. Registers
1.De Minister legt een openbaar register aan waarin de locatie van
overeenkomstig paragraaf 3.2 van het Besluit geïntroduceerde
genetisch gemodificeerde organismen wordt opgenomen.
2.De Minister legt een register aan waarin de locatie van
overeenkomstig paragraaf 3.3 van het Besluit gecultiveerde genetisch
gemodificeerde organismen wordt opgenomen. Dit register wordt
bekendgemaakt aan het publiek door:
a. terinzagelegging;
b. kennisgeving in de Staatscourant en in een of meer dag-,
nieuws- of huis-aan-huisbladen.
3.De persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingsverband van
personen of rechtspersonen dat genetisch gemodificeerde organismen
waarvoor een vergunning als bedoeld in paragraaf 3.3 van het Besluit
is verleend, gaat telen, doet daarvan melding aan de Minister, door
inzending van een formulier als bedoeld in artikel 5d, tweede lid, van
de Regeling administratieve verplichtingen Meststoffenwet, op te
vragen bij de Dienst Regelingen, dat overeenkomstig de daarbij
aangegeven wijze volledig en juist wordt ingevuld en ingediend bij de
Dienst Regelingen.
4.De melding, bedoeld in het derde lid, wordt uiterlijk dertig
dagen na aanvang van de teelt gedaan.
5.Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op
een wijziging van de gemelde gegevens.
Artikel 13. Beschikkingen
1.Als beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie
van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 23c, eerste lid,
van het Besluit, wordt aangewezen beschikking nr. 2003/701/EG van de
Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 september 2003 (PbEU L
254).
2.Als beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie
van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 24, eerste lid,
onderdeel b, en in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, van het
Besluit, wordt aangewezen beschikking nr. 2002/623/EG van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2002 (PbEG L 200).
3.Als beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie
van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 25, van het
Besluit, wordt aangewezen beschikking nr. 94/730/EG van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen van 4 november 1994 (PbEG L 292).
4.Als beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie
van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 28, eerste lid,
onderdeel e, en in artikel 32, eerste lid, onderdeel f, van het
Besluit, wordt aangewezen beschikking nr. 2002/811/EG van de Raad van
de Europese Unie van 3 oktober 2002 (PbEG L 280).
5.Als beschikking van de Raad van de Europese Unie of de Commissie
van de Europese Gemeenschappen als bedoeld in artikel 28, eerste lid,
onderdeel g, van het Besluit, wordt aangewezen beschikking nr.
2002/812/EG van de Raad van de Europese Unie van 3 oktober 2002 (PbEG
L 280).
Hoofdstuk 4. Overige bepalingen
Artikel 14
1. Vervoer van genetisch gemodificeerde organismen binnen een
inrichting als bedoeld in het Inrichtingen- en vergunningenbesluit
milieubeheer geschiedt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in
bijlage 9, onder 1, bij deze regeling.
2. Het vervoer van genetisch gemodificeerde organismen, niet zijnde
micro-organismen, buiten een inrichting als bedoeld in het Besluit
omgevingsrecht, geschiedt overeenkomstig de bepalingen, vermeld in
bijlage 9, onderdeel 2, bij deze regeling.
Artikel 15. Slotbepaling
1.De regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 22 september 1993, Nr. SVS/21993003
Directie Stoffen, Veiligheid en Straling (Regeling ingeperkt gebruik
genetisch gemodificeerde organismen) (Stcrt. 1993, 207), wordt
ingetrokken.
2.Een besluit dat is genomen onder de werking van de regeling,
bedoeld in het eerste lid, wordt beheerst door de overeenkomstige
bepalingen van deze regeling.
3.Een persoon die is toegelaten als
biologische-veiligheidsfunctionaris onder de werking van de regeling,
bedoeld in het eerste lid, mag gedurende een periode van een jaar na
de datum waarop deze regeling in werking treedt zonder een toelating
als bedoeld in artikel 4, eerste lid, in die hoedanigheid blijven
optreden.
Artikel 15a
Deze regeling berust op de artikelen 8.40, 8.41, 8.42, 8.42a,
9.2.2.1, derde lid, juncto 21.6, zesde lid, van de Wet milieubeheer en
op de artikelen 1, onderdeel h, 2, tweede lid, 3, tweede lid, 5, tweede
lid, 6, eerste lid, 7, derde lid, 8, tweede lid, juncto 7, vijfde lid,
van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer.
Artikel 16. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 17. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling genetisch gemodificeerde
organismen.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering
van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd in de bibliotheek van het
ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Bezoekadres: Rijnstraat 8, Den Haag.
’s-Gravenhage, 28 mei 1998.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Margaretha de Boer.
Bijlagen niet opgenomen
|
|
|