| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet milieubeheer (Wm)
REGELING
MILIEUKWALITEITSEISEN GEVAARLIJKE STOFFEN
OPPERVLAKTEWATEREN
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2010
Vervallen
m.i.v. 15 april 2010
|
|
|
REGELING van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van de Minister van Verkeer en
Waterstaat van 10 december 2004, nr. MJZ2004128920, Directie Juridische
Zaken/Afdeling Wetgeving, inzake de Regeling milieukwaliteitseisen
gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren
De
Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer en de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat;
Gelezen het arrest van het Hof van Justitie van
de Europese Gemeenschappen van 10 mei 2001 (C-152/98);
Gelet op Richtlijn nr. 76/464/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 1976 betreffende de
verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het
aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PbEG L 129)
en de artikelen 5.1, eerste lid, en 5.2, eerste lid, juncto 21.6, zesde
lid, van de Wet milieubeheer;
Besluiten:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
– Richtlijn: Richtlijn nr. 2006/11/EG van het Europees
Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende de
verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in
het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PbEU L 64);
– wet: de Wet milieubeheer.
Waar in deze regeling wordt gesproken over bijlage dan wel bijlagen,
wordt gedoeld op de bij deze regeling gevoegde bijlagen 1 tot en met 6.
Artikel 2
1. De kwaliteitsdoelstellingen voor oppervlaktewaterlichamen,
bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Richtlijn, zijn de
milieukwaliteitseisen die bij de in bijlage 1 genoemde stoffen zijn
vermeld.
2. Bestuursorganen houden bij de uitoefening van hun bevoegdheden
die gevolgen voor de waterkwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam
kunnen hebben, rekening met de in het eerste lid bedoelde
milieukwaliteitseisen en geven daarbij uitvoering aan de voor hun
ambtsgebied relevante programma’s van maatregelen, opgenomen in de
bijlagen 2 tot en met 5.
3. De milieukwaliteitseisen, bedoeld in het eerste lid, worden
aangemerkt als richtwaarden als bedoeld in artikel 5.1, derde lid, van
de wet.
4. De termijn, bedoeld in artikel 5.1, vijfde lid, van de wet,
bedraagt zeven jaar.
5. De eerste volzin van artikel 5.2, derde lid, van de wet is niet
van toepassing ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde
milieukwaliteitseisen.
Artikel 3
De Regeling milieukwaliteitseisen inzake het Scheldebekken van 3
februari 2003 wordt ingetrokken.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 5
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling milieukwaliteitseisen
gevaarlijke stoffen oppervlaktewateren.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 10 december 2004.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
K.M.H. Peijs.
Bijlagen niet opgenomen
|
|
|