|
REGELING van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 12 december 2006, nr. KvI2006327794,
houdende regels voor de subsidiëring van nieuwe gemeentelijke en
provinciale projecten, gericht op CO2-reductie (vervolgsubsidieregeling BANS klimaatconvenant 2007)
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting,
Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet
milieubeheer;
Besluit:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. uitvoeringskosten: kosten voor personeel, onderzoek en
communicatie;
b. Prestatiekaart gemeenten: het in bijlage 1 bij deze regeling
opgenomen overzicht van thema's en doelstellingen, onderscheiden in
een actief, voorlopend en innovatief niveau, die zijn gericht op
CO2-reductie;
c. Prestatiekaart provincies: het in bijlage 2 bij deze regeling
opgenomen overzicht van thema's en doelstellingen, onderscheiden
naar niveaus, die zijn gericht op CO2-reductie;
d. basispakket: pakket van ten minste twee, door de gemeente of
provincie aan de Prestatiekaart gemeenten onderscheidenlijk de
Prestatiekaart provincies ontleende doelstellingen of ten minste
twee door de gemeente of de provincie zelf gedefiniëerde
doelstellingen met daarbij behorende projecten, ter uitvoering van
het gemeentelijk onderscheidenlijk provinciaal klimaatbeleid;
e. pluspakket: pakket van ten minste vier, door de gemeente of
provincie aan de Prestatiekaart gemeenten onderscheidenlijk de
Prestatiekaart provincies ontleende doelstellingen of ten minste
vier door de gemeente of de provincie zelf gedefiniëerde
doelstellingen met daarbij behorende projecten, ter uitvoering van
het gemeentelijk onderscheidenlijk provinciaal klimaatbeleid;
f. grondoppervlak: oppervlakte aan land dat binnen de gemeente-
of provinciegrenzen valt, met uitzondering van buitenwater;
g. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer.
Artikel 2. Doel
Deze regeling heeft als doel de uitvoering van het gemeentelijk en
provinciaal klimaatbeleid verder te stimuleren, opdat gemeenten en
provincies die reeds subsidie hebben ontvangen op grond van de
Subsidieregeling BANS klimaatconvenant, gedurende een jaar hun bijdrage
aan de reductie van de CO2 uitstoot in Nederland intensiveren.
Artikel 3. Beoordelingscriteria
Een gemeente of een provincie komt voor subsidie in aanmerking
indien:
a. het basis- of pluspakket, waarvoor subsidie wordt gevraagd,
geen doelstellingen of projecten omvat waar de gemeente of provincie
op grond van de Subsidieregeling BANS Klimaatconvenant of uit
anderen hoofde subsidie voor heeft ontvangen;
b. de aanvraag tot subsidieverlening vergezeld gaat van een plan
van aanpak, opgesteld volgens een door de Minister beschikbaar
gesteld model.
Artikel 4. Subsidiabele kosten
1. Als subsidiabele kosten worden de volgende noodzakelijke,
rechtstreeks aan de uitvoering van het plan van aanpak toe te rekenen
en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde kosten
in aanmerking genomen:
a. loonkosten van het bij de uitvoering van het plan van aanpak
direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon
volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken
medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een
collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor
sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een
uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige
betrekking, gedeeld door 1600,
b. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen
verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en
intellectuele eigendomsrechten, alsmede terzake van de bescherming
van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen
een groep, en
c. een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de
loonkosten, bedoeld in onderdeel a.
2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel
a, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project
wordt verricht, kan de Minister daarvoor een redelijk bedrag
vaststellen dat als uitvoeringskosten in aanmerking wordt genomen.
3. In afwijking van het eerste lid, mag de berekening van het
uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene
kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezicht
houdend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele
organisatie van de aanvrager tot subsidieverlening geldende en
controleerbare methodiek.
Artikel 5. Hoogte van de subsidie
1. Per gemeente bedraagt de subsidie voor het basispakket het
laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1°. € 0,91 per inwoner, en
2°. € 1,82 per hectare grondoppervlak.
2. Per provincie bedraagt de subsidie voor het basispakket het
laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1°. € 34.033,51,
2°. € 0,03 per inwoner, en
3°. € 5,56 per vierkante kilometer grondoppervlak.
3. Per gemeente bedraagt de subsidie voor het pluspakket het
laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1°. € 1,14 per inwoner, en
2°. € 2,50 per hectare grondoppervlak.
4. Per provincie bedraagt de subsidie voor het pluspakket het
laagste bedrag van één van de volgende berekeningen:
a. 50% van de uitvoeringskosten, of
b. een bedrag dat is opgebouwd uit de volgende componenten:
1°. € 45.378,–,
2°. € 0,03 per inwoner, en
3°. € 7,94 per vierkante kilometer grondoppervlak.
5. Voor het aantal inwoners en het aantal hectare of vierkante
kilometer grondoppervlak, bedoeld in het eerste tot en met het vierde
lid, onderdelen b, wordt uitgegaan van het laatstelijk op Statline van
het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte inwonertal en
grondoppervlak van de desbetreffende gemeente of provincie.
Artikel 6. Verplichtingen van de subsidieontvanger
De subsidieontvanger is verplicht:
a. het plan van aanpak, waarvoor subsidie is verleend, uit te
voeren binnen één jaar na de datum van verlening van subsidie voor
dat plan;
b. het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de
resultaten van het plan van aanpak, bedoeld in artikel 14, tweede
lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies binnen zes maanden
na uitvoering van het plan van aanpak aan de Minister te verstrekken
aan de hand van een door de Minister voorgeschreven model.
Artikel 7. Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor 2007 bedraagt: € 6.000.000,–.
Artikel 8. Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling
1. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door het
bevoegde bestuursorgaan:
a. van een Nederlandse provincie,
b. van een Nederlandse gemeente,
c. van een stadsdeel van een Nederlandse gemeente,
waaraan op grond van de Subsidieregeling BANS klimaatconvenant
subsidie is verleend en door het bestuursorgaan van een Nederlandse
gemeente waarin als gevolg van herindeling een gemeente is opgegaan
waaraan op grond van de Subsidieregeling BANS klimaatconvenant
subsidie is verleend.
2. Een aanvraag tot subsidieverlening of tot subsidievaststelling
wordt ingediend bij SenterNovem met gebruikmaking van een aldaar
verkrijgbaar formulier.
3. Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend na 1 januari
2007 en voor 1 september 2007.
4. Bij de aanvraag tot subsidieverlening worden verstrekt:
a. een begroting van de totale kosten voor de uitvoering van
het basis- of pluspakket, waarvoor subsidie wordt gevraagd, en
b. de aanvraag tot subsidievaststelling, bedoeld in artikel 14
van het Besluit milieusubsidies, voor de op grond van de
Subsidieregeling BANS klimaatconvenant verleende subsidie, voor
zover die aanvraag nog niet is gedaan of nog niet op die aanvraag
is beslist.
5. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van
ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de
aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4:5 van de Algemene
wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te
vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van
ontvangst van de aanvraag geldt.
Artikel 9. Voorschotten
Aan een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, waaraan
subsidie is verleend, worden voorschotten ter beschikking gesteld ter
grootte van:
a. 50% van het verleende subsidiebedrag en wel binnen vier weken
na de dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening, en
b. 45% van het verleende subsidiebedrag en wel binnen twee weken,
nadat zes maanden zijn verstreken na de dagtekening van de
beschikking tot subsidieverlening.
Artikel 10. Intrekking Subsidieregeling BANS klimaatconvenant
De Subsidieregeling BANS klimaatconvenant wordt ingetrokken.
Artikel 11. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 2 januari 2007.
Artikel 12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Vervolgsubsidieregeling BANS
klimaatconvenant 2007.
Deze regeling zal met de
toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den
Haag, 12 december 2006.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer,
P.L.B.A. van Geel.
Bijlage 1. Prestatiekaart gemeenten
|
Thema |
Actief niveau |
Voorlopend niveau |
Innovatief niveau |
|
A. Gemeentelijke gebouwen en
voorzieningen |
|
|
|
|
Nieuwbouw |
– Toepassen van een met 4–8%
verscherpte Energie Prestatiecoëfficiënt (EPC). |
– Toepassen van een met 8–12%
verscherpte EPC. |
– Toepassen van een met >12%
verscherpte EPC.
– Realiseren van tenminste 1
innovatief voorbeeldproject. |
|
Bestaande gebouwen |
– Energiebeheer (met uitvoering
zorgplicht) is ingevoerd voor alle gemeentelijke gebouwen.
– Bij renovaties uitvoeren van
alle vaste en kostenneutrale energiemaatregelen uit het nationale
pakket duurzame utiliteitsbouw.
– Een actief inkoopbeleid inzake
energie (w.o. aandacht voor de herkomst). |
– Minimaal 15% van het eigen
gemeentelijk elektriciteitsverbruik is afkomstig van duurzame
energiebronnen.
Extra t.o.v. actief:
– Bij renovaties uitvoeren van
30% van de variabele (niet-kostenneutrale) energiemaatregelen uit
het nationale pakket duurzame utiliteitsbouw. |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Minimaal 40% van het eigen
gemeentelijk elektriciteitsverbruik is afkomstig van duurzame
energiebronnen. |
|
Infrastructurele voorzieningen en
installaties |
– Bij renovaties uitvoeren van
alle energiemaatregelen met een terugverdientijd van < 5 jaar. |
Extra t.o.v. actief:
– Bij renovaties uitvoeren van
alle energiemaatregelen met een terugverdientijd van < 10 jaar.
– Minimaal 15% van het
elektriciteitsgebruik is afkomstig van duurzame energiebronnen. |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Een jaarlijkse
efficiencyverbetering van 4% op het totale energiegebruik van alle
voorzieningen en installaties.
– Minimaal 40% van het
elektriciteitsgebruik is afkomstig van duurzame energiebronnen. |
| |
|
|
|
|
B. Woningbouw |
|
|
|
|
Nieuwbouw |
– Toepassen van een EPL van 6,8
tot 7,2 in woningbouwprojecten met meer dan 250 woningen.
– De inspanningsverplichting om
bij nieuwbouw een verscherping van de EPC met 5–10% te bereiken. |
– Toepassen van een EPL van 7,2
tot 8,0 in woningbouwprojecten met meer dan 250 woningen.
– De inspanningsverplichting om
bij nieuwbouw een verscherping van de EPC met 10–15% te
bereiken.
– De inspanningsverplichting dat
alle nieuwe woningen worden uitgerust met een lage temperatuur
verwarmings-systeem. |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Toepassen van een EPL van 8,0
tot 10 in woningbouwprojecten met meer dan 250 woningen.
– De inspanningsverplichting om
bij nieuwbouw een verscherping van de EPC met 15–20% te
bereiken.
– Realiseren van tenminste 1
innovatief voorbeeldproject. |
|
Bestaande bouw |
– Toepassen van een EPL van
minimaal 6,0 bij renovatie- en herstructureringsprojecten met meer
dan 250 woningen.
– Plan van Aanpak opgesteld voor
uitvoering van EPA voor particuliere en huur-woningen.
– Minimaal 30% van de bestaande
woningen is voorzien van een EPA. |
Extra t.o.v. actief:
– Toepassen van een EPL van
minimaal 6,5 bij renovatie- en herstructureringsprojecten met meer
dan 250 woningen.
– Minimaal 40% van de bestaande
woningen is voorzien van een EPA en 50% daarvan heeft subsidie
aangevraagd voor maatregelen. |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Toepassen van een EPL van
minimaal 7,0 bij renovatie- en herstructureringsprojecten met meer
dan 250 woningen.
– Minimaal 50% van de bestaande
woningen is voorzien van een EPA en 50% daarvan heeft subsidie
aangevraagd voor maatregelen. |
| |
– Minimaal 30% van de
woningeigenaren en -gebruikers is actief geïnformeerd m.b.t. het
toepassen van energiebesparende maatregelen en het vertonen van
energiebesparend gedrag.
– Realisering van minimaal 2
randvoorwaarden voor verbeteren toepassing duurzame
energiebronnen. |
– Minimaal 40% van de
woningeigenaren en -gebruikers is actief geïnformeerd m.b.t. het
toepassen van energiebesparende maatregelen en het vertonen van
energiebesparend gedrag.
– In minimaal 5% van de woningen
(huur en/of eigendom) worden energiebesparende maatregelen
toegepast en/of wordt energiebesparend gedrag vertoond. |
– Minimaal 50% van de
woningeigenaren en -gebruikers is actief geïnformeerd m.b.t. het
toepassen van energiebesparende maatregelen en het vertonen van
energiebesparend gedrag.
– In minimaal 10% van de woningen
(huur en/of eigendom) worden energiebesparende maatregelen
toegepast en/of energiebesparend gedrag vertoond. |
| |
|
– Realisering van minimaal 1
extra randvoorwaarde voor verbeteren toepassing duurzame
energiebronnen. |
|
| |
|
|
|
|
C. Bedrijven |
|
|
|
| |
– Bestaand instrumentarium
gemeente getoetst op mogelijkheden voor stimulering van duurzame
bedrijventerreinen (met energievoorziening als belangrijk |
Extra t.o.v. actief:
– Minimaal 10% van de bedrijven
heeft een EE- en DE-scan uitgevoerd en 50% daarvan heeft
maatregelen getroffen. |
Extra t.o.v. voorlopend:
– De gemeente legt als doel vast
en bevordert dat het energiegebruik van bedrijven op nieuw te
realiseren |
| |
item) en plan van aanpak in
uitvoering genomen.
– Actief overleg en
informatie-uitwisseling met lokaal bedrijfsleven over
energiebesparing en duurzame energie.
– Voorlichtingstraject voor EE-
en DE-scan uitgevoerd.
– Actieve rol bij uitvoering van
de MJA-2. |
– Ruimte gereserveerd voor
energiebesparing en DE bij planontwikkeling bedrijven-terreinen op
basis van een Energievisie.
– De gemeente legt als doel vast
en bevordert dat het energiegebruik van bedrijven op nieuw te
realiseren of te revitaliseren bedrijventerreinen voor minimaal 5%
is gebaseerd op duurzame energiebronnen. |
of te revitaliseren
bedrijventerreinen voor minimaal 10% is gebaseerd op duurzame
energiebronnen.
– Tenminste 1 innovatief project
is uitgevoerd |
| |
|
|
|
|
D. Agrarische sector |
|
|
|
| |
– Actief overleg met
standsorganisaties en uitvoering voorlichtingstraject over
mogelijkheden energiebesparing en duurzame energie (EE- en DE-scan).
– Actieve rol bij uitvoering van
het Glami-convenant (Glastuinbouw en milieu). |
Extra t.o.v. actief:
– Minimaal 10% van de bedrijven
heeft een EE- en DE-scan uitgevoerd en 50% daarvan heeft
maatregelen getroffen.
– Uitvoeren van een plan van
aanpak met als doel dat 5% van het agrarische energiegebruik is
gebaseerd op duurzame energiebronnen. |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Uitvoeren van een plan van
aanpak met als doel dat van het agrarische energiegebruik 10% is
gebaseerd op duurzame energiebronnen.
– Tenminste 1 innovatief project
uitgevoerd.
– In bestemmingsplannen is (waar
relevant) ruimte gereserveerd voor bosaanplant. |
| |
|
|
|
|
E. Verkeer en Vervoer |
|
|
|
|
Vervoer eigen organisatie |
– Opstellen vervoersplan(nen).
– Energiebesparing is een
criterium bij toetsen varianten voor vervanging eigen wagenpark.
– Aanschaffen nieuwe personenauto’s
uitsluitend uit de klassen A en B van de Energie-etikettering. |
Extra t.o.v. actief:
– Uitvoeren vervoersplan(nen)
gericht op 25–50% verschuiving potentiële modal shift en/of
verlaging potentiële autoratio.
– Op basis van een
Milieu-efficiency scan (MES) van het eigen wagenpark wordt een |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Uitvoeren vervoersplan(en)
gericht op 50-100% verschuiving potentiële modal shift en/of
verlaging potentiële autoratio.
– Het actieplan gebaseerd op een
Milieu-efficiency scan (MES) van het eigen wagenpark, wordt |
| |
|
actieplan opgesteld voor
energiebesparing. |
uitgevoerd.
– De CO2-uitstoot van
dienstreizen wordt gecompenseerd door binnenlandse bosaanplant. |
|
Automobiliteit, Langzaam verkeer (LV),
Collectief vervoer (CV) en Openbaar vervoer (OV) |
– Energiebesparing is
aandachtspunt bij aanbesteding CV en OV.
– Vergroten inzicht in LV, CV
(o.a. gedeeld autogebruik) en OV mogelijkheden.
– In beeld brengen automobiliteit |
Extra t.o.v. actief:
– Inzet van Instrument
Milieueisen bij openbaar vervoer (IMOVA) en vertaling daarvan in
concrete milieu-eisen in de concessieverlening. |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Project ketenmobiliteit
uitgevoerd.
– Bijdragen aan ontwikkeling
en/of toepassing innovatieve vervoerssystemen. |
| |
en samenhangende milieuknelpunten. |
– Vastleggen van
prestatieafspraken ter verbetering van voorzieningen LV/OV/CV.
– Gezamenlijk vervoersmanagement
voor bedrijventerreinen ingevoerd. |
|
|
Ruimtelijke Ordening |
– Uitvoeren VPL-studie bij
(her)inrichting woonwijk of woningbouwprojecten met meer dan 500
woningen.
– Toepassen van minimaal 1
verkeer en vervoermaatregel uit het nationaal pakket duurzame
stedenbouw. |
Extra t.o.v. actief:
– Implementatie van de
energiezuinige variant uit de VPL-studie.
– Uitvoeren
haalbaarheidsonderzoek naar gecombineerde toepassing van duurzame
energie bij infrastructuur (bijv. zon-pv op geluidschermen). |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Implementatie meest
energiezuinige variant uit de VPL-studie. |
| |
|
|
|
|
F. Duurzame energie |
|
|
|
| |
– DE-scan is uitgevoerd.
– Bij uitbreidingsplannen is
sprake van minimaal 70% zongerichte verkaveling.
– In bestemmingsplannen worden
(indien relevant) locaties voor windenergie bestemd die
voortvloeien uit het provinciaal beleid dan wel het BLOW. |
Extra t.o.v. actief:
– Plan van aanpak wordt
uitgevoerd met als doel dat van het totale energiegebruik in de
gemeente 5% is gebaseerd op duurzame energiebronnen. |
Extra t.o.v. voorlopend:
– Plan van aanpak wordt
uitgevoerd met als doel dat van het totale energiegebruik in de
gemeente 10% is gebaseerd op duurzame energiebronnen. |
| |
– De gemeente voert actief beleid
voor inzameling en ter beschikking stellen van
biomassa-reststromen voor energieopwekking. |
|
|
Bijlage 2. Prestatiekaart provincies
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
|
|
| |
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
Energie in provinciale gebouwen |
|
|
|
|
Nieuwbouw |
– Het toepassen van een met 4–8%
verscherpte Energie Prestatiecoëfficient (EPC) en energiebeheer
(met uitvoering zorgplicht) invoeren. |
– Het toepassen van een met 8–12%
verscherpte Energie Prestatiecoëfficient (EPC). |
– Het realiseren van een
landelijke voorbeeldfunctie of innovatief voorbeeldproject
(minimum niveau >12% verscherpte Energie Prestatiecoëfficient
(EPC) of bijvoorbeeld een ‘nul-energiegebouw’). |
|
Bestaande bouw |
– Bij renovaties uitvoeren van
alle vaste en kostenneutrale energiemaatregelen uit het Nationaal
Pakket Duurzame Utiliteitsbouw en energiebeheer (met uitvoering
zorgplicht) invoeren in alle provinciale gebouwen. |
– Bij renovaties uitvoeren van
30% van de variabele (niet kostenneutrale) energiemaatregelen uit
het Nationaal Pakket Duurzame Utiliteitsbouw.
– Minimaal 50% van het
energiegebruik van alle provinciale |
– Het totale energiegebruik
(100%) van alle provinciale gebouwen is afkomstig van duurzame
energiebronnen.
– Ten minste 20% van het
energiegebruik van het provinciegebouw zelf opwekken met |
| |
– Duurzame energiehuishouding als
hard criterium meenemen bij het inkoopbeleid, waarbij minimaal 10%
van het energiegebruik van alle provinciale gebouwen afkomstig is
van duurzame energiebronnen. |
gebouwen is afkomstig van duurzame
energiebronnen |
duurzame energiebronnen. |
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
|
|
| |
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
Energie en duurzaam ondernemen |
|
|
|
|
Bedrijven |
– Opstellen en uitvoeren van een
actieplan voor het implementeren van de verbredingsthema’s
duurzame energie en energiezuinige productontwikkeling1. bij
minimaal 20% van de energie- |
– Stimuleren en implementeren van
duurzaam ondernemen bij de inrichtingen als bedoeld in artikel 8.1
van de Wet milieubeheer, waarvoor de provincie bevoegd gezag is
via een actieplan. |
– De provincie is vooruitstrevend
op het gebied van duurzaam ondernemen, bijvoorbeeld door
provinciale pilotprojecten met een vernieuwend karakter,
gebiedsgerichte uitwerking van |
| |
extensieve inrichtingen als bedoeld
in artikel 8.1 van de Wet milieubeheer2, waarvoor de provincie
bevoegd gezag is.
– Organiseren en faciliteren van
een actieplan van gemeenten en bedrijven voor energiedoorlichting-
en, adviezen en invoering van maatregelen bij bedrijven, waarvoor
de gemeente bevoegd gezag is. |
– Organiseren en faciliteren van
een implementatieplan van duurzaam ondernemen bij grote bedrijven
en Midden- en kleinbedrijf - ondernemingen waar gemeente bevoegd
gezag is. |
grootschalige energie-uitwisseling
of verdergaande afspraken met het bedrijfsleven. |
|
Bedrijventerreinen |
– Organiseren en faciliteren van
een actieplan of projecten van gemeenten en bedrijfsleven om
duurzame energiehuishouding op locatieniveau te implementeren op
bedrijventerreinen (nieuw, bestaand en renovatie).
– Organiseren dat bij planvor- |
– Bijdrage leveren aan het
realiseren van bedrijventerreinen met een duurzame
energiehuishouding door faciliteren of organiseren van de
procesbegeleiding of implementatie, bijv. door de inzet van
deskundige menskracht of via afspraken. |
– Organiseren en faciliteren van
het realiseren van de opzet en inrichting van een nul-energie
bedrijventerrein door gemeenten en bedrijfsleven. |
| |
ming en beoordeling van plannen
voor de ontwikkeling of revitalisering van (duurzame)
bedrijventerreinen duurzame energiehuishouding expliciet als
ontwerp- en inrichtingscriterium worden meegenomen. |
– Bij het toetsen van ontwerp- en
inrichtingsplannen en bestemmingsplannen die gericht zijn op de
ontwikkeling of revitalisering van duurzame bedrijventerreinen
duurzame energiehuishouding als criterium meenemen. |
|
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
|
|
| |
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
Energie in verkeer en vervoer |
|
|
|
|
Organisatie, infrastructuur en
voorzieningen |
– Opstellen en uitvoeren van een
vervoersactieplan voor provinciale medewerkers en het wagenpark
(huur en eigendom) gericht op 10–25% verschuiving potentiële
modal shift en een efficiencyverbetering van 5% |
– Uitvoeren van een
vervoersactieplan gericht op 25–50% verschuiving potentiële
modal shift, verlaging potentiële autoratio en een
efficiencyverbetering van 10%. |
– Uitvoeren van vervoersactieplan
gericht op 50–100% verschuiving potentiële modal shift,
verlaging potentiële autoratio en een efficiencyverbetering van
15%. |
| |
– Opstellen en implementeren van
een uitvoeringsplan energiebesparing en duurzame energie voor
provinciale infrastructuur en voorzieningen (nieuw, bestaand en
renovatie), waarbij ten minste alle energiemaatregelen met een
terugverdientijd van < 5 jaar moeten worden uitgevoerd. |
– Uitvoeren van het actieplan
energiebesparing en duurzame
energie voor provinciale infrastructuur en voorzieningen waarbij
ten minste alle energiemaatregelen met een terugverdientijd van
< 10 jaar moeten worden uitgevoerd minimaal 15% van het
elektriciteitsverbruik van provinciale infrastructuur en
voorzieningen afkomstig is van duurzame energiebronnen. |
– Opstellen en implementeren van
een actieplan gericht op
ketenbenadering bij renovaties van
infrastructuur en voorzieningen.
– Een jaarlijkse
efficiencyverbetering van 4% op het totale energieverbruik van
provinciale infrastructuur en voorzieningen of 40% van het
elektriciteitsverbruik van provinciale infrastructuur en
voorzieningen is afkomstig van duurzame energiebronnen. |
|
Mobiliteit en ruimtelijke aspecten |
– Duurzame energiehuishouding als
criterium meenemen bij concessieverlening openbaar (bus)vervoer.
– Stimuleren en faciliteren van
de implementatie van energiezuinig rijden, energiezuinig
goederenvervoer of vervoersmanagement bij bedrijven. |
– Duurzame energiehuishouding als
hard criterium meenemen bij concessieverlening openbaar
(bus)vervoer.
– Organiseren en faciliteren van
een actieplan voor energiezuinig goederenvervoer
(transportpreventie, energie-efficiënte stedelijke distributie,
hogere beladings- |
– Vernieuwer op het gebied van
duurzaam vervoer en systeeminnovaties, bijvoorbeeld door een
masterplan openbaar vervoer, ketenmobiliteit, experimenten met
ondergrondse of innovatieve transportsystemen, stedelijke
distributie of implementeren van de meest energiezuinige variant
uit |
| |
– Stimuleren en faciliteren van
gemeenten bij ontwerp en planvorming duurzame mobiliteit of de
revitalisering en inrichting van (duurzame) woonwijken en
werkgebieden. |
graad via groupage, bundeling,
overslagplaatsen).
– Organiseren en faciliteren van
de uitvoering van regionale of lokale operationele plannen voor
duurzame mobiliteit en ontwerp en aanleg van (duurzame) woonwijken
en werkgebieden. |
de VPR studie. |
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
|
|
| |
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
Energie in het landelijk gebied |
|
|
|
|
Vernieuwing landelijk gebied |
– Organiseren en implementeren
van energiebesparing en duurzame energie bij planvorming en
-uitwerking en uitvoeringsprojecten bij de gebiedsgerichte aanpak,
plattelandsvernieuwing of bij de revitalisering van het landelijk
gebied. |
– Organiseren en faciliteren van
het uitvoeren van maatregelen of voorzieningen energiebesparing en
duurzame energie via uitvoeringsplannen (zoals teelt van
bio-energiegewassen, windenergie, duurzame mestbe- en
verwerkingsinstallaties e.d.). |
– De provincie is vooruitstrevend
bij grootschalige introductie van biomassa en andere duurzame
energie-opties in de gebiedsgerichte aanpak of
plattelandsvernieuwing.
– De CO2-uitstoot van
dienstreizen compenseren door binnenlandse bosaanplant. |
|
Agrarische bedrijven |
– Stimuleren en faciliteren van
de samenwerking en een projectmatige aanpak:
– Voor de planvorming en
projectontwikkeling van nieuwe glastuinbouwvestigingen met een
duurzame energiehuishouding. |
– Organiseren en faciliteren van
het uitvoeren van maatregelen gericht op het verminderen van de
energiebehoefte, toepassen duurzame energie en efficiënte
energielevering in de glastuinbouw.
– Organiseren en faciliteren van |
– Implementeren van een
innovatief voorbeeldproject en -locatie: bijvoorbeeld
nul-CO2-emmissie glastuinbouw of nul-broeikasgasemissies
agrarische bedrijven. |
| |
– Voor de mogelijkheden van
collectieve energievoorzieningen (warmtenet, CO2- distributie)
voor herstructureringsgebieden of -projecten.
– Stimuleren en implementeren van
energiebesparing en duurzame energie bij agrarische bedrijven via
een implementatieplan. |
het uitvoeren van maatregelen
gericht op het verminderen van de energiebehoefte, toepassen
duurzame energie en efficiënte energielevering bij agrarische
bedrijven. |
|
|
Recreatie |
– Samen met de recreatiebedrijven
(al dan niet via de koepels) en de gemeenten een actieplan
energiebesparing en duurzame energie in de recreatiesector
opstellen en implementeren |
– Organiseren en faciliteren van
een gezamenlijk actieplan van de recreatiebedrijven gericht op
invoeren van energiebesparing en duurzame energie in de
recreatiesector. |
– Organiseren en faciliteren van
de inrichting van een camping , hotel of andere
recreatievoorziening met landelijke voorbeeldfunctie of innovatief
voorbeeldproject in Nederland (bijvoorbeeld nul-energie camping of
hotel). |
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
|
|
| |
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
Energie in de bouw |
|
|
|
|
Nieuwbouw
(prioritair thema) |
– Implementeren en uitvoeren van
een actieplan voor het op regionaal niveau organiseren en
faciliteren van de uitvoering van nieuwbouwactiviteiten op het
actieve niveau prestatiekaart door (met name kleinere) gemeenten. |
– Implementeren en faciliteren
van een actieplan voor de uitvoering van projecten (van gemeenten,
projectontwikkelaars, woningcorporaties) met een voorlopend niveau
prestatiekaart gemeenten.
– Bij het toetsen van alle |
– Implementeren en faciliteren
van een actieplan voor de uitvoering van projecten (van gemeenten,
projectontwikkelaars, woningcorporaties) met een innovatief niveau
prestatiekaart gemeenten. |
| |
– In het vooroverleg Wet
ruimtelijke ordening principes energiebesparing en duurzame
energie inbrengen. |
bestemmingsplannen duurzame
energiehuishouding als criterium meenemen. |
|
|
Bestaande bouw
(prioritair thema) |
– Implementeren en uitvoeren van
een actieplan voor het op regionaal niveau organiseren en
faciliteren van de uitvoering van bestaande bouw activiteiten op
het actieve niveau prestatiekaart |
– Implementeren en faciliteren
van een actieplan voor de uitvoering van projecten (van gemeenten,
projectontwikkelaars, woningcorporaties) met een voorlopend niveau
prestatiekaart gemeenten.
– Bij het toetsen van alle |
– Implementeren en faciliteren
van een actieplan voor de uitvoering van projecten (van gemeenten,
projectontwikkelaars, woningcorporaties) met een innovatief niveau
prestatiekaart gemeenten. |
| |
door (met name kleinere) gemeenten.
– In het vooroverleg Wet
ruimtelijke ordening principes energiebesparing en duurzame
energie inbrengen. |
bestemmingsplannen duurzame
energiehuishouding als criterium meenemen. |
|
|
Beleidsthema |
Ambitieniveau |
|
|
| |
Actief |
Voorlopend |
Innovatief |
|
Duurzame energie |
|
|
|
|
(prioritair thema) |
– De ruimtelijke randvoorwaarden
en mogelijkheden voor duurzame energie en energiebesparing
verankeren in de strategische en operationele provinciale plannen
(Streekplan, omgevingsplan,… )
– Uitvoeren taakstelling en
afspraken BLOW. |
– Opstellen en implementeren van
een plan van aanpak samen met gemeenten met als doel het
realiseren van een aandeel duurzame energie van 5% in 2010 van het
totale energiegebruik in de provincie. |
– Opstellen en implementeren van
een plan van aanpak met als doel het realiseren van een aandeel
duurzame energie van 10% in 2010 van het totale energiegebruik in
de provincie. |
| |
|
|
|
| |
Van de volgende drie activiteiten
minimaal één: |
Van de volgende twee activiteiten
minimaal één: |
|
| |
– Stimuleren en faciliteren van
gemeenten en marktpartijen bij de uitvoering van duurzame
energieprojecten
– Opstellen en implementeren
stimulerings- en uitvoeringsprogramma duurzame energie
gericht op realisatie van
marktconforme initiatieven. |
– Organiseren en faciliteren van
het uitvoeren van een stimulerings- en uitvoeringsprogramma
duurzame energie gericht op realisatie van marktconforme en niet
marktconforme projecten.
– Organiseren en faciliteren |
|
| |
– Opstellen en implementeren
actieplan biomassa met de koers (beleid en uitvoering) voor de
komende periode. |
van het uitvoeren van een actieplan
biomassa. |
|
Voetnoten:
|