|
REGELING van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 11 augustus 2010, nr. AV/AR/2010/13478, tot
vaststelling van beleidsregels in het kader van de bestuursrechtelijke
handhaving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid;
Gelet op artikel 18f, derde lid, en
artikel 18n, derde lid, van de Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag (hierna: de wet);
Besluit:
Artikel 1
1. Indien een werkgever de op hem
rustende verplichting, bedoeld in artikel 7 van de wet, niet of
onvoldoende nakomt wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de
overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de
hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel.
Boetebedragen
Duur onderbetaling
|
≤1 maand |
>1- ≤ 6
maanden |
>6 maanden |
|
% onderbetaling per
dag, week, maand |
|
|
|
|
< 25% |
750 |
1500 |
3000 |
|
25-50% |
1500 |
3000 |
4500 |
|
> 50% |
3000 |
4500 |
6000 |
2. Indien een werkgever de op hem
rustende verplichting, bedoeld in artikel 15 van de wet, niet of
onvoldoende nakomt wordt hem per werknemer ten aanzien van wie de
overtreding is begaan een bestuurlijke boete opgelegd waarvan de
hoogte wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel. Een
bestuurlijke boete wordt uitsluitend opgelegd als de betaalde
vakantiebijslag minder bedraagt dan 8% van het minimumloon, bedoeld
in artikel 7 van de wet.
Boetebedragen
% onderbetaling vakantiebijslag
|
boetehoogte |
|
< 25% |
233 |
|
25%50% |
466 |
|
> 50% |
700 |
3. Indien een werkgever niet of in
onvoldoende mate schriftelijke bescheiden kan overleggen waaruit de
aard van de arbeidsrelatie, het door hem betaalde loon, de door hem
betaalde vakantiebijslag of het aantal gewerkte uren blijkt van een
in zijn onderneming, bedrijf of inrichting aangetroffen werkzame
persoon wordt hem voor iedere persoon die het betreft een
bestuurlijke boete opgelegd van 6.700,.
4. De totale bij een boetebeschikking
op te leggen bestuurlijke boete bestaat, ingeval er sprake is van
meer werknemers ten aanzien van wie overtredingen zijn begaan, uit
de som van het per werknemer vastgestelde boetebedrag.
Artikel 2
1. In afwijking van artikel 1 wordt
geen bestuurlijke boete opgelegd, als het niet of onvoldoende nakomen
van de verplichtingen, bedoeld in artikel 1, onder 1 of 2, berust op
een kennelijke vergissing of verschrijving, of als de mate waarin deze
verplichtingen niet worden nagekomen per werknemer minder bedraagt dan
5%. In dat geval wordt volstaan met het geven van een schriftelijke
waarschuwing waarbij de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld
alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen en binnen vier weken na het
constateren van de overtreding schriftelijke bewijsstukken te
overleggen waaruit dat blijkt. Indien de werkgever in gebreke blijft
wordt alsnog een bestuurlijke boete opgelegd.
2. Het eerste lid is niet van
toepassing indien de overtreding is geconstateerd binnen een periode
van 24 maanden te rekenen vanaf de dag waarop eerder eenzelfde
overtreding is geconstateerd waarvoor een schriftelijke waarschuwing
is gegeven of een bestuurlijke boete is opgelegd.
Artikel 3
1. Indien de werkgever een bestuurlijke
boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de verplichting, bedoeld
in artikel 1, onder 1, wordt hem tevens een last onder dwangsom
opgelegd. De hoogte van de dwangsom wordt bepaald aan de hand van de
onderstaande tabel.
Dwangsom per dag
Duur onderbetaling
|
≤ 1 maand |
>1- ≤ 6
maanden |
>6 maanden |
|
% onderbetaling per
dag, week, maand |
|
|
|
|
< 25% |
25 |
50 |
75 |
|
25-50% |
50 |
100 |
150 |
|
> 50% |
100 |
200 |
300 |
2. Indien de werkgever een
bestuurlijke boete is opgelegd wegens het niet nakomen van de
verplichting, bedoeld in artikel 1, onder 2, wordt hem tevens een
last onder dwangsom opgelegd, ter hoogte van 25 per dag.
3. De last onder dwangsom, bedoeld
onder 1 en 2, wordt niet opgelegd als de werkgever uit eigen
beweging aan zijn verplichtingen heeft voldaan en daarvan binnen
vier weken na het constateren van de overtreding schriftelijk bewijs
heeft geleverd.
4. Het maximale bedrag dat een
werkgever per werknemer aan dwangsom kan verbeuren bedraagt
25.000,.
Artikel 4
De Beleidsregels bestuurlijke handhaving
Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag van 27 april 2007 (Stcrt.
2007, nr. 84) worden ingetrokken.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang
van de tweede dag na de datum van dagtekening van de Staatscourant
waarin het is geplaatst.
Artikel 6
Dit besluit wordt aangehaald als:
Beleidsregels bestuurlijke handhaving Wet minimumloon en
minimumvakantiebijslag 2010.
Deze regeling
zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 11 augustus 2010.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.P.H. Donner.
|