BESLUIT van 15 mei 1990, houdende regels met
betrekking tot aanstelling, schorsing en ontslag van de tot het bureau
van de Nationale ombudsman behorende personen
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 3 mei 1990, nr.
AB90/165/U2, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid,
directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Algemene Arbeidsvoorwaarden en
Juridische Zaken;
Gelet op artikel 11, derde lid, van de Wet
Nationale ombudsman (Stb. 1981, 35);
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De aanstelling, schorsing en het ontslag van de tot het bureau van de
Nationale ombudsman behorende personen geschiedt indien zij plaatsvindt
in vaste dienst en het salaris dan wel het aan hun functie verbonden
maximumsalaris van de schaal welke voor die ambtenaren geldt, lager is
dan het maximumsalaris van schaal 15 van bijlage B van het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (Stb. 1983,
571) of indien zij plaatsvindt in tijdelijke dienst, door de Nationale
ombudsman.
Artikel 2
Het Koninklijk besluit van 25 september 1981, nr. 19, wordt
ingetrokken.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken is
belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden
gezonden aan de Raad van State, de Nationale ombudsman en aan de
Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 15 mei 1990
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
C.I. Dales
Uitgegeven de zesentwintigste juli 1990
De Minister van Justitie a.i.,
J.E. Andriessen