| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet toezicht
financiële verslaggeving (Wtfv)
BESLUIT
TOEZICHT FINANCIËLE VERSLAGGEVING
Tekst zoals deze geldt op
22 januari 2012
|
|
|
BESLUIT van 31 oktober 2006, houdende regels inzake
het toezicht op de naleving van de voorschriften voor financiële
verslaggeving van effectenuitgevende instellingen, de doorberekening van
aan dat toezicht verbonden kosten, alsmede tot wijziging van enige
besluiten (Besluit toezicht financiële verslaggeving)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Financiën van 11 september 2006, FM 2006-2108;
Gelet op de artikelen 3, vierde lid, aanhef en
onder b, 5, vijfde lid, 6, eerste en tweede lid, en 18, derde
lid, van de Wet toezicht financiële verslaggeving, artikel 47, vierde
en achtste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, artikel 1a,
eerste lid, onderdeel e, van de Wet Nationale ombudsman en
artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, en tweede lid, van de
Wet openbaarheid van bestuur;
De Raad van State gehoord (advies van 12
oktober 2006, nr. W06.06.0395/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Financiën van 25 oktober 2006, FM 2006-02500 M;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. wet: Wet toezicht financiële verslaggeving;
b. exploitatiesaldo: exploitatiesaldo als bedoeld in artikel 13,
eerste lid, van de wet.
Artikel 2
1.Een effectenuitgevende instelling stelt een bericht als bedoeld
in artikel 3, tweede lid, van de wet algemeen verkrijgbaar
overeenkomstig artikel 47, eerste lid, tweede en derde volzin, van de
Wet toezicht effectenverkeer 1995.
2.De door de Autoriteit Financiële Markten te stellen redelijke
termijn voor het algemeen verkrijgbaar stellen van het bericht
bedraagt, gerekend vanaf de dag van ontvangst van de aanbeveling,
bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, ten minste 10 werkdagen.
Artikel 3
1.De Autoriteit Financiële Markten houdt de gegevens, bedoeld in
artikel 5, eerste lid, van de wet, ten minste vijf jaar in het
register ter inzage, gerekend vanaf de dag waarop de in de onderdelen
a, b en d van dat lid bedoelde informatie door de Autoriteit
Financiële Markten is ontvangen of waarop het in onderdeel c van dat
lid bedoelde feit ter openbare kennis is gebracht.
2.Indien met betrekking tot de in het register opgenomen gegevens
veranderingen plaatsvinden, past de Autoriteit Financiële Markten op
verzoek van de effectenuitgevende instelling, binnen 5 werkdagen na de
ontvangst van het verzoek, het register dienovereenkomstig aan. Indien
met betrekking tot de in het register opgenomen gegevens veranderingen
plaatsvinden, kan de Autoriteit Financiële Markten het register
eveneens aanpassen zonder dat een verzoek, als bedoeld in de vorige
volzin, is gedaan.
Artikel 4
1.Als instantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet
wordt aangewezen het Comité van Europese effectenregelgevers dat is
ingesteld bij Besluit nr. 2001/527/EG van de Commissie van de Europese
Gemeenschappen van 6 juni 2001 tot instelling van het Comité van
Europese effectenregelgevers (PbEG L 191).
2.De Autoriteit Financiële Markten draagt er zorg voor dat de
gegevens of inlichtingen die aan de in het eerste lid bedoelde
instantie worden verstrekt geanonimiseerd zijn.
3.Indien aan de in het eerste lid bedoelde instantie gegevens of
inlichtingen worden verstrekt omtrent een effectenuitgevende
instelling waaraan de Autoriteit Financiële Markten een aanbeveling
heeft gedaan als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet, stelt
de Autoriteit Financiële Markten onverwijld na de verstrekking de
betrokken effectenuitgevende instelling in kennis van de verstrekking
van gegevens of inlichtingen aan het Comité van Europese
effectenregelgevers en vermeldt daarbij in elk geval de inhoud van de
gegevens, de vorm waarin deze gegevens of inlichtingen zijn verstrekt
en het doel en het beoogde gebruik van de verstrekking.
Artikel 5
Ter bepaling van de jaarlijks in rekening te brengen kosten, bedoeld
in artikel 18, eerste lid, van de wet, worden de kosten die gebaseerd
zijn op de begroting verminderd of vermeerderd met het positieve,
onderscheidenlijk negatieve exploitatiesaldo.
Artikel 6
1. De kosten, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet, worden
toegerekend aan de volgende categorieën van effectenuitgevende
instellingen, voor zover het niet betreft een effectenuitgevende
instelling die uitsluitend obligaties of effecten zonder
aandelenkarakter als bedoeld in artikel 5:1, onderdeel e, van de Wet
op het financieel toezicht uitgeeft met een nominale waarde per
eenheid van ten minste € 100.000:
a. effectenuitgevende instellingen die een geconsolideerde
jaarrekening opstellen;
b. effectenuitgevende instellingen die geen geconsolideerde
jaarrekening opstellen,.
2. Voor de categorie van effectenuitgevende instellingen als
bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, stelt de minister jaarlijks
voor 15 juli een verdeelsleutel vast op basis van de gemiddelde
marktkapitalisatie van de effectenuitgevende instellingen in de eerste
drie maanden van het lopende kalenderjaar. In uitzondering daarop
wordt voor de effectenuitgevende instellingen, behorende tot die
categorie, waarvan uitsluitend obligaties zijn toegelaten tot de
handel op een gereglementeerde markt, als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht of een met een gereglementeerde
markt vergelijkbaar systeem uit een staat die geen lidstaat is de
verdeelsleutel vastgesteld op basis van het eigen vermogen in het
voorafgaande boekjaar. De minister kan daarbij bandbreedtes bepalen en
per bandbreedte een verdeelsleutel vaststellen.
3. Voor een effectenuitgevende instelling als bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a, bestaat de hoogte van het in rekening te brengen
bedrag uit een jaarlijks voor 15 juli door de minister vast te stellen
minimumbedrag, vermeerderd met een tarief:
a. dat is gebaseerd op de aan die categorie toe te rekenen
kosten op grond vanartikel 5, onder aftrek van het totaal van het
aan de categorie in rekening te brengen minimumbedragen, en
b. dat is berekend naar rato van de verdeelsleutel, bedoeld in
het tweede lid.
4. Voor een effectenuitgevende instelling, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel b, bestaat de hoogte van het in rekening te brengen
bedrag uit een jaarlijks voor 15 juli door de minister vast te stellen
bedrag dat is gebaseerd op de aan die categorie op grond vanartikel 5
toe te rekenen kosten.
5. Voor de verdeelsleutel, bedoeld in het tweede lid, het
minimumtarief, bedoeld in het derde lid, en het (vaste) bedrag,
bedoeld in het vierde lid, wordt door de Autoriteit Financiële
Markten jaarlijks voor 15 juni aan Onze Minister een voorstel gedaan.
Artikel 7
[Wijzigt het Besluit Marktmisbruik]
Artikel 8
[Wijzigt het Besluit bestuursorganen WNo en Wob]
Artikel 9
[Wijzigt Besluit marktmisbruik Wft]
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking op een koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toezicht financiële
verslaggeving.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
’s-Gravenhage, 31 oktober 2006
BEATRIX
De Minister van Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de drieëntwintigste november 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin
|
|
|