a. orgaantransplantatie, inhoudende transplantatie van hart,
nier, pancreas, long, lever of dunne darm, dan wel delen of cellen
van deze organen;
b. implantatie van kunstorganen, voor zover betrekking hebbend op
de organen, genoemd onder a, en bedoeld als vervanging van het
oorspronkelijke orgaan of een deel daarvan;
c. autologe en allogene transplantatie van hematopoietische
stamcellen uit beenmerg, perifeer bloed of navelstrengbloed;
d. transplantatie van stamcellen om ze te differentiëren tot
cellen voor het genereren of regenereren van weefsels of organen;
e. bijzondere interventies aan het hart, inhoudende hartchirurgie
en alle vormen van therapeutische interventiecardiologie met
inbegrip van de implantatie van een defibrillator;
f. radiotherapie, inhoudende teletherapie en brachytherapie;
g. bijzondere neurochirurgie, inhoudende neurochirurgie, voor
zover dit de chirurgische behandeling betreft van aandoeningen aan
de hersenen, de hersenschedel, de schedelbasis, de hersenzenuwen,
het ruggenmerg, de zenuwwortels en de omgevende vliezen, alsmede die
aandoeningen die een functiestoornis veroorzaken van hersenen,
ruggenmerg of cauda equina, en de microchirurgische behandeling van
de plexus brachialis;
h. klinisch genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering,
inhoudende:
– geavanceerd prenataal ultrageluidsonderzoek naar
structurele foetale afwijkingen;
– afname van foetaal materiaal en prenataal biochemisch,
chromosoom-, en DNA-onderzoek, ten behoeve van de diagnostiek van
aangeboren en erfelijke afwijkingen;
– afname en onderzoek van foetaal DNA uit maternaal materiaal
voor het vaststellen van het geslacht van de foetus;
– prenataal biochemisch, chromosoom-, en DNA-onderzoek ten
behoeve van de diagnostiek van aangeboren en erfelijke
afwijkingen;
– genetisch onderzoek voorafgaande aan de implantatie van een
embryo;
– postnataal biochemisch, chromosoom-, en DNA-onderzoek ten
behoeve van de diagnostiek van aangeboren en erfelijke
afwijkingen, van dragerschap van deze aandoeningen en van
stoornissen in de geslachtelijke ontwikkeling en functie;
– erfelijkheidsadvisering van complexe aard.
i. in-vitrofertilisatie, voor zover dit betreft het buiten het
lichaam tot stand brengen van menselijke embryo’s;
j. neonatale intensive care met uitzondering van neonatale
chirurgische zorg.