|
De
ledenvergadering van de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten;
Gelet op artikel 24, vierde lid, van de Wet op
de Accountants-Administratieconsulenten;
Stelt de
volgende verordening vast:
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. accountantsorganisatie:
onderneming of instelling die bedrijfsmatig wettelijke controles
verricht, dan wel een organisatie waarin zodanige ondernemingen of
instellingen met elkaar zijn verbonden, als bedoeld in artikel 1,
eerste lid, onderdeel a, van de wet, waaraan een vergunning als
bedoeld in artikel 5 van de wet, is verleend, uitsluitend ter zake
van de werkingssfeer van de wet;
b. besluit: Besluit toezicht
accountantsorganisaties;
c. bestuur: bestuur van het
Nederlands Instituut van Registeraccountants;
d. compliance officer: persoon als
bedoeld in artikel 23, eerste lid, van het besluit;
e. controlecliënt: onderneming of
instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de
wet;
f. externe accountant: persoon als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de wet;
g. financieel belang: een financieel
belang in een controlecliënt, gehouden door een persoon die zich in
de positie bevindt van waaruit hij invloed kan uitoefenen op de
uitkomsten van de wettelijke controle bij die controlecliënt;
h. gezinslid: een financieel
afhankelijk persoon of een andere persoon met wie samen een
huishouding wordt gevoerd;
i. indirect financieel belang: een
financieel belang in een entiteit, ongeacht of deze wel of geen
controlecliënt is van de accountantsorganisatie, welke entiteit een
financieel belang in een controlecliënt heeft;
j. intern kwaliteitsonderzoek:
procedures opgezet door de accountantsorganisatie gericht op het
vaststellen dat afgeronde wettelijke controles voldoen aan de
daaraan gestelde eisen;
k. medewerker: medewerker als bedoeld
in artikel 1 van het besluit;
l. naaste verwant: een
niet-financieel afhankelijke eerste- of tweedegraadsbloedverwant of
aanverwant of stiefkind;
m. netwerk: samenwerkingsverband als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de wet;
n. onafhankelijkheidsfunctionaris:
persoon belast met de uitvoering van de onafhankelijkheidsregeling,
bedoeld in artikel 20, eerste lid;
o. organisatie van openbaar belang:
organisatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van
de wet;
p. persoon die deel uitmaakt van de
hiërarchische structuur: een persoon die binnen de
accountantsorganisatie een toezichthoudende of leidinggevende
functie heeft ten aanzien van de uitvoering van een wettelijke
controle of de persoon die de evaluatie van de prestatie van een bij
de wettelijke controle betrokken medewerker voorbereidt, beoordeelt
of hierop directe invloed uitoefent of anderszins de beloning van
deze medewerker vaststelt;
q. verbonden derde: natuurlijk of
rechtspersoon die feitelijk beleidsbepalend is in de
controlecliënt, dan wel invloed van betekenis kan uitoefenen op het
zakelijke en financiële beleid van die controlecliënt, alsmede de
entiteit waarin de controlecliënt feitelijk beleidsbepalend is, dan
wel invloed van betekenis kan uitoefenen op het zakelijke en
financiële beleid;
r. vestiging: een onderdeel van een
accountantsorganisatie of van haar netwerk dat wordt onderscheiden
op basis van vastgelegde geografische criteria of op grond van
vastgelegde criteria die betrekking hebben op de aard van de
werkzaamheden en activiteiten en waarbinnen een externe accountant
hoofdzakelijk werkzaam is;
s. wet: Wet toezicht
accountantsorganisaties;
t. wettelijke controle: controle als
bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de wet.
Hoofdstuk 2. Stelsel van
kwaliteitsbeheersing
§ 2.1. De interne organisatie van de
accountantsorganisatie
Artikel 2
De accountantsorganisatie besteedt in
haar kwaliteitsbeleid en het daarop gebaseerde stelsel van
kwaliteitsbeheersing ten minste aandacht aan:
a. de verantwoordelijkheid van de
personen die het dagelijks beleid van de accountantsorganisatie
bepalen voor het kwaliteitsbeleid en het daarop gebaseerde stelsel
van kwaliteitsbeheersing;
b. de gedragsregels;
c. het aanvaarden en voortzetten van
de relatie met een controlecliënt en van een specifieke opdracht;
d. het personeelsbeleid;
e. de uitvoering van de wettelijke
controle;
f. de naleving van het stelsel van
kwaliteitsbeheersing;
g. de continuïteit van de
beroepsuitoefening.
§ 2.2. De verantwoordelijkheid van de
personen die het dagelijks beleid van de accountantsorganisatie bepalen
Artikel 3
De personen die het dagelijks beleid van
de accountantsorganisatie bepalen zorgen ervoor dat het kwaliteitsbeleid
van de accountantsorganisatie leidt tot een bedrijfscultuur waarin
wettelijke controles worden uitgevoerd overeenkomstig vooraf
vastgestelde kwaliteitseisen.
Artikel 4
1. De personen die het dagelijks beleid
van de accountantsorganisatie bepalen kunnen personen benoemen aan wie
uitvoerende taken in het kader van het stelsel van
kwaliteitsbeheersing worden opgedragen.
2. Voor benoeming komen in aanmerking
personen die:
a. beschikken over toereikende
ervaring en deskundigheid;
b. beschikken over de noodzakelijke
bevoegdheid;
c. voldoende gezag hebben.
§ 2.3. Het personeelsbeleid
Artikel 5
1. De accountantsorganisatie zorgt
ervoor dat zij over voldoende medewerkers beschikt om de aan de
accountantsorganisatie verleende opdrachten tot het verrichten van een
wettelijke controle uit te voeren in overeenstemming met de daarvoor
geldende wet- en regelgeving.
2. De accountantsorganisatie zorgt
ervoor dat de in het eerste lid bedoelde medewerkers beschikken over
de vereiste capaciteiten en zich houden aan het bepaalde in de
Verordening gedragscode.
Artikel 6
De accountantsorganisatie zorgt ervoor
dat:
a. de naam van de voor de uitvoering
van een wettelijke controle aangewezen externe accountant wordt
bekendgemaakt aan het leidinggevende orgaan en het toezichthoudende
orgaan van de controlecliënt;
b. de aangewezen externe accountant
over de voor de uitvoering van de aan hem toegewezen wettelijke
controle vereiste vakbekwaamheid beschikt;
c. de taken en bevoegdheden van de
aangewezen externe accountant met hem worden besproken en
vastgelegd.
§ 2.4. De uitvoering van de wettelijke
controle
Artikel 7
1. De accountantsorganisatie stelt
regels vast ter zake van het behandelen en het oplossen van een bij de
uitvoering van een wettelijke controle gerezen verschil van inzicht
tussen bij de uitvoering van deze wettelijke controle betrokken
medewerkers of tussen de bij de uitvoering van deze wettelijke
controle betrokken externe accountant en de personen bij wie ter zake
van deze controle advies is ingewonnen.
2. De bereikte conclusies ter zake van
de oplossing van een verschil van inzicht worden vastgelegd en
overgenomen.
3. De accountantsorganisatie zorgt
ervoor dat de externe accountant zijn accountantsverklaring niet
eerder afgeeft dan nadat het verschil van inzicht is opgelost.
§ 2.5. De naleving van het stelsel van
kwaliteitsbeheersing
Artikel 8
1. De accountantsorganisatie die
wettelijke controles verricht bij organisaties van openbaar belang
stelt een complianceregeling vast.
2. De complianceregeling beschrijft op
welke wijze de compliance officer toeziet op de naleving van de bij of
krachtens de artikelen 13 tot en met 24 van de wet gestelde regels.
Artikel 9
De accountantsorganisatie stelt regels
vast ter zake van de uitvoering van periodiek intern kwaliteitsonderzoek
van afgeronde opdrachten tot het verrichten van een wettelijke controle.
Artikel 10
1. De accountantsorganisatie maakt ten
minste eenmaal per jaar de uitkomsten van de in artikel 22, tweede
lid, van het besluit bedoelde evaluatie bekend aan de bij haar
werkzame of aan haar verbonden externe accountants en aan de overige
medewerkers waarvoor deze informatie relevant is, teneinde deze
personen in staat te stellen de geëigende acties te ondernemen.
2. De bekendmaking omvat ten minste:
a. een beschrijving van het
uitgevoerde periodiek intern kwaliteitsonderzoek, bedoeld in
artikel 9;
b. een beschrijving van de
uitgevoerde evaluatie;
c. het eindoordeel dat naar
aanleiding van de evaluatie is gevormd;
d. een beschrijving van de uit de
evaluatie gebleken relevante systematische, zich herhalende of
andere belangrijke onvolkomenheden en de maatregelen die zijn
getroffen om deze onvolkomenheden op te lossen.
3. De accountantsorganisatie bewaart de
in het tweede lid bedoelde informatie gedurende ten minste zeven
jaren.
§ 2.6. De continuïteit van de
beroepsuitoefening
Artikel 11
1. De accountantsorganisatie zorgt
ervoor dat zij ter zake van het risico van beroepsaansprakelijkheid
van haarzelf en van de bij haar werkzame of aan haar verbonden
medewerkers en andere personen in redelijke mate is verzekerd.
2. Het bestuur is bevoegd op een
schriftelijk en gemotiveerd verzoek van de accountantsorganisatie
ontheffing te verlenen van het bepaalde in het eerste lid op grond van
het feit dat de personen die het dagelijks beleid van de
accountantsorganisatie bepalen erkende gemoedsbezwaren hebben tegen
elke vorm van verzekering. Het bestuur kan aan deze ontheffing
voorwaarden verbinden.
Artikel 12
1. De op grond van het bepaalde in
artikel 11, eerste lid, te sluiten verzekering voor de
beroepsaansprakelijkheid van een accountantsorganisatie en van de bij
haar werkzame of aan haar verbonden medewerkers en andere personen
voldoet ten minste aan de volgende eisen:
a. de verzekering wordt aangegaan
met een verzekeraar van wie het aannemelijk is dat deze voldoet
aan redelijkerwijs te stellen eisen van solvabiliteit;
b. de verzekering biedt jaarlijks
dekking voor ten minste tweemaal het verzekerd bedrag per
aanspraak;
c. het verzekerd bedrag per
aanspraak bedraagt:
- bij een jaaromzet tot €
500.000,- ten minste € 300.000,-;
- bij een jaaromzet van €
500.000,- tot € 1.000.000,- ten minste € 500.000,-;
- bij een jaaromzet van €
1.000.000,- tot € 2.500.000,- ten minste € 1.250.000,-;
- bij een jaaromzet van €
2.500.000,- of meer, ten minste € 3.000.000,-.
d. boven de in onderdeel c genoemde
minimumbedragen bepaalt de accountantsorganisatie de wijze waarop
financiële risico’s kunnen worden opgevangen en de hoogte van
de dekking van de verzekering, met dien verstande dat sprake is
van een redelijke dekking van de risico’s;
e. het eigen risico per aanspraak
is zodanig vastgesteld dat de solvabiliteit van de
accountantsorganisatie niet in gevaar komt. Daartoe bedraagt het
eigen risico bij een jaaromzet tot € 2.500.000,- maximaal €
25.000,-. Bij een jaaromzet van meer dan € 2.500.000,- bepaalt
de accountantsorganisatie zelf de hoogte van het eigen risico;
f. onder de dekking van de
verzekering vallen alle werkzaamheden die door de
accountantsorganisatie worden verricht, ongeacht door wie de claim
wordt ingediend;
g. de verzekering heeft ten minste
Europa als dekkingsgebied;
h. de accountantsorganisatie zorgt
ervoor dat haar inloop- en uitlooprisico’s gedurende ten minste
twee jaren zijn gedekt;
i. de verzekering dekt tevens de
beroepsaansprakelijkheid van de accountantsorganisatie voor de
personen die onder haar verantwoordelijkheid werkzaam zijn, voor
de personen die haar werkzaamheden of de werkzaamheden van
medewerkers van de accountantsorganisatie waarnemen en voor derden
die betrokken zijn bij de werkzaamheden die door de
accountantsorganisatie worden verricht;
j. de verzekering dekt de kosten
van benodigde juridische bijstand in het kader van het in
procedures te voeren verweer.
2. De accountantsorganisatie beoordeelt
te allen tijde of er specifieke omstandigheden zijn die het
noodzakelijk maken naar boven toe af te wijken van de minimumeisen,
bedoeld in het eerste lid.
Artikel 13
1. De accountantsorganisatie regelt op
adequate wijze de waarneming van de uitvoering van een wettelijke
controle in geval van ontstentenis, belet of langdurige
arbeidsongeschiktheid van een bij haar werkzame of aan haar verbonden
externe accountant.
2. Waarneming kan uitsluitend
geschieden door een andere externe accountant die werkzaam is bij of
verbonden is aan dezelfde accountantsorganisatie.
Artikel 14
De accountantsorganisatie treft zodanige
voorzieningen dat in geval van het overlijden van een bij haar werkzame
of aan haar verbonden externe accountant een juiste afwikkeling van de
beroepsuitoefening is gewaarborgd.
Hoofdstuk 3. Onafhankelijkheid
§ 3.1. De interne organisatie van de
accountantsorganisatie
Artikel 15
De meerderheid van de stemrechten in een
accountantsorganisatie is middellijk of onmiddellijk in het bezit van
registeraccountants of Accountants-Administratieconsulenten ten aanzien
van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als
bedoeld in artikel 36, derde lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten.
Artikel 16
1. De accountantsorganisatie zorgt
ervoor dat haar medewerkers en anderen die moeten voldoen aan de voor
hen geldende regels inzake onafhankelijkheid:
a. zich periodiek scholen en
trainen in de toepassing van de regelgeving inzake
onafhankelijkheid en de daarop betrekking hebbende interne regels
van de accountantsorganisatie;
b. tijdig aan de
accountantsorganisatie de bij of krachtens de wet of de
verordening vereiste informatie verstrekken met betrekking tot de
voorgenomen aanvaarding en continuering van een opdracht tot het
verrichten van een wettelijke controle en met betrekking tot de
voorgenomen aanvaarding van een opdracht tot het verrichten van
overige diensten aan een controlecliënt;
c. de accountantsorganisatie
onmiddellijk inlichten over omstandigheden en betrekkingen ter
zake van een bij een controlecliënt uitgevoerde wettelijke
controle die leiden tot een bedreiging voor de onafhankelijkheid
van de accountantsorganisatie.
2. De accountantsorganisatie maakt de
haar ter beschikking gestelde informatie, bedoeld in het eerste lid,
onderdelen b en c, tijdig aan haar medewerkers bekend, voor zover de
informatie voor de naleving van de bij of krachtens de wet of de
verordening gestelde regels van belang is.
Artikel 17
1. De accountantsorganisatie zorgt
ervoor dat haar medewerkers haar tijdig inlichten over overtredingen
van de regelgeving inzake onafhankelijkheid.
2. In het geval van overtredingen als
bedoeld in het eerste lid neemt de accountantsorganisatie zodanige
maatregelen dat deze overtredingen worden beëindigd, de gevolgen
daarvan zoveel als redelijkerwijs mogelijk ongedaan worden gemaakt en
herhaling wordt voorkomen.
3. Indien sprake is van een mogelijke
aantasting van de onafhankelijkheid in relatie tot een wettelijke
controle, ziet de accountantsorganisatie erop toe dat de voor die
wettelijke controle aangewezen externe accountant één of meer van de
volgende personen of organen raadpleegt:
a. de
onafhankelijkheidsfunctionaris en, indien de
accountantsorganisatie wettelijke controles verricht bij
organisaties van openbaar belang, de compliance officer;
b. een externe accountant die niet
is betrokken bij de desbetreffende controlecliënt;
c. een daartoe geëigende commissie
of afdeling binnen de accountantsorganisatie;
d. een in artikel 1 van de
Verordening kwaliteitstoetsing accountants bedoelde
koepelorganisatie; of
e. het Nederlands Instituut van
Registeraccountants.
4. De accountantsorganisatie beschrijft
in welke omstandigheden, op welk tijdstip en op welke wijze het
leidinggevende orgaan van de controlecliënt en, indien aanwezig, het
toezichthoudende orgaan van de controlecliënt worden geraadpleegd.
5. De accountantsorganisatie maakt de
haar bekend geworden overtredingen van de regelgeving inzake
onafhankelijkheid bekend aan alle personen die betrokken zijn bij de
behandeling van deze overtredingen.
6. De accountantsorganisatie zorgt
ervoor dat de personen, bedoeld in het vijfde lid, haar tijdig
inlichten over de door hen naar aanleiding van de hun gemelde
overtredingen van de regelgeving inzake onafhankelijkheid ondernomen
acties.
Artikel 18
1. De accountantsorganisatie zorgt voor
een schriftelijke rapportage per controlecliënt waarin is vastgelegd
of sprake is van omstandigheden die de onafhankelijkheid van de
externe accountant bedreigen of hebben bedreigd, op welke wijze met
potentiële bedreigingen wordt en is omgegaan en, voor zover
bedreigingen van niet te verwaarlozen betekenis zijn, welke waarborgen
zijn getroffen om die bedreigingen weg te nemen of tot een
aanvaardbaar niveau terug te brengen.
2. De accountantsorganisatie die
onderdeel uitmaakt van een netwerk legt van iedere controlecliënt die
een organisatie van openbaar belang is tevens vast:
a. de per boekjaar bij deze
controlecliënt in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten
die zijn verleend door in Nederland gevestigde onderdelen van haar
netwerk;
b. de per boekjaar bij deze
controlecliënt in rekening gebrachte vergoedingen voor diensten
die zijn verleend door buiten Nederland gevestigde onderdelen van
haar netwerk, voor zover deze diensten bij de
accountantsorganisatie bekend zijn.
3. De accountantsorganisatie ziet erop
toe dat de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, met inbegrip
van een gemotiveerde conclusie, in het controledossier worden
opgenomen.
Artikel 19
De accountantsorganisatie maakt de bij of
krachtens de wet en de Wet op de Registeraccountants vigerende regels
inzake onafhankelijkheid bekend aan haar medewerkers en aan anderen die
aan deze regels zijn onderworpen.
Artikel 20
1. De accountantsorganisatie heeft een
onafhankelijkheidsfunctionaris.
2. De accountantsorganisatie stelt een
onafhankelijkheidsregeling vast.
3. De onafhankelijkheidsregeling
beschrijft op welke wijze de onafhankelijkheidsfunctionaris toeziet op
de naleving van de in artikel 19 bedoelde regels inzake
onafhankelijkheid.
4. De functie van
onafhankelijkheidsfunctionaris kan tevens worden uitgeoefend door de
compliance officer.
§ 3.2. Een grote mate van vertrouwdheid
of vertrouwen
Artikel 21
De accountantsorganisatie stelt regels
vast die voorzien in het treffen van waarborgen die de bedreiging voor
haar onafhankelijkheid als gevolg van een grote mate van vertrouwdheid
of vertrouwen in het geval dat één en dezelfde leidinggevende
medewerker gedurende een lange periode wordt ingezet bij een wettelijke
controle wegnemen, dan wel tot een aanvaardbaar niveau terugbrengen.
§ 3.3. Financiële, zakelijke en andere
relaties
Artikel 22
1. De accountantsorganisatie stelt
regels vast ter zake van de toelaatbaarheid van het hebben van
financiële, zakelijke en andere relaties met een controlecliënt of
een met deze controlecliënt verbonden derde. Deze regels zijn erop
gericht te voorkomen dat deze financiële, zakelijke en andere
relaties een onaanvaardbare bedreiging kunnen vormen voor de
onafhankelijkheid van de accountantsorganisatie en haar medewerkers.
2. De in het eerste lid bedoelde regels
houden ten minste in dat het de accountantsorganisatie of een ander
onderdeel van haar netwerk niet is toegestaan:
a. een direct financieel belang in
een controlecliënt te hebben;
b. een indirect financieel belang
in een controlecliënt te hebben, dat voor ten minste één van de
betrokken partijen van grote betekenis is;
c. een direct of indirect
financieel belang in een met de controlecliënt verbonden derde te
hebben, dat voor ten minste één van de betrokken partijen van
grote betekenis is.
3. De in het eerste lid bedoelde regels
houden tevens in dat het de accountantsorganisatie of een ander
onderdeel van haar netwerk uitsluitend is toegestaan de in dat lid
bedoelde relaties aan te gaan met een controlecliënt, een met deze
controlecliënt verbonden derde, de leiding van de controlecliënt of
een daarmee verbonden derde, indien deze relaties en de met die
relaties overeen te komen verbintenissen:
a. passen in het kader van de
gewone bedrijfsuitoefening van de accountantsorganisatie en haar
netwerk; en
b. geen onaanvaardbare bedreiging
vormen voor de onafhankelijkheid van de accountantsorganisatie.
Artikel 23
De accountantsorganisatie stelt regels
vast die erin voorzien dat zijzelf of een ander onderdeel van haar
netwerk geen wettelijke controles uitvoert ten behoeve van:
a. een eigenaar van de
accountantsorganisatie;
b. een met een eigenaar van de
accountantsorganisatie verbonden derde, indien deze eigenaar in een
zodanige positie verkeert dat hij de besluitvorming van de
accountantsorganisatie met betrekking tot het uitvoeren van de
wettelijke controle bij die derde kan beïnvloeden;
c. een onderneming of instelling
waarbij een persoon met een bestuurlijke of toezichthoudende functie
werkzaam is of daaraan is verbonden in een zodanige positie verkeert
dat hij de besluitvorming binnen de accountantsorganisatie met
betrekking tot het uitvoeren van de wettelijke controle bij die
onderneming of instelling kan beïnvloeden.
Artikel 24
1. De accountantsorganisatie stelt
regels vast die erin voorzien dat personen werkzaam bij of verbonden
aan de accountantsorganisatie die in een positie verkeren waarin zij
de uitkomsten van een wettelijke controle kunnen beïnvloeden, geen
dienstbetrekking vervullen bij de controlecliënt of een met deze
controlecliënt verbonden derde.
2. De accountantsorganisatie stelt
regels vast die erin voorzien dat personen werkzaam bij of verbonden
aan de accountantsorganisatie:
a. geen zitting hebben in het
leidinggevende of toezichthoudende orgaan van de controlecliënt;
b. geen zitting hebben in het
leidinggevende of toezichthoudende orgaan van een onderneming of
instelling die middellijk of onmiddellijk meer dan 20 procent van
de stemrechten in de controlecliënt bezit;
c. geen zitting hebben in het
leidinggevende of toezichthoudende orgaan van een onderneming of
instelling waarin de controlecliënt middellijk of onmiddellijk
meer dan 20 procent van de stemrechten bezit.
3. Het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing op personen werkzaam bij of verbonden aan
een onderdeel van het netwerk waartoe de accountantsorganisatie
behoort.
Artikel 25
1. De accountantsorganisatie stelt
regels vast ter zake van de indiensttreding van een medewerker bij een
controlecliënt of een met deze controlecliënt verbonden derde.
2. De in het eerste lid bedoelde regels
houden ten minste in dat:
a. een medewerker die het voornemen
heeft in dienst te treden bij een controlecliënt, terwijl hij
betrokken is bij de uitvoering van een wettelijke controle bij
deze controlecliënt, daarvan de accountantsorganisatie
onmiddellijk in kennis stelt;
b. indien de medewerker, bedoeld in
onderdeel a, de externe accountant is, de accountantsorganisatie
een andere externe accountant aanwijst voor de wettelijke
controle;
c. indien de medewerker, bedoeld in
onderdeel a, een andere dan de in onderdeel b bedoelde externe
accountant is, deze medewerker met onmiddellijke ingang niet meer
betrokken is bij de wettelijke controle;
d. de werkzaamheden van de
medewerker, bedoeld in onderdeel a, die hij ten behoeve van de
lopende of meest recente wettelijke controle van de desbetreffende
controlecliënt heeft verricht, onmiddellijk worden beoordeeld
door een bij diezelfde wettelijke controle betrokken medewerker
met een hogere functie; en
e. indien de medewerker, bedoeld in
onderdeel a, de externe accountant is, de beoordeling, bedoeld in
onderdeel d, wordt uitgevoerd door een externe accountant die niet
bij die wettelijke controle betrokken is. In de situatie dat als
gevolg van de omvang van de accountantsorganisatie er geen externe
accountant is die niet bij de desbetreffende wettelijke controle
is betrokken, wordt een andere externe accountant gevraagd om de
in onderdeel d bedoelde beoordeling uit te voeren.
Artikel 26
1. De accountantsorganisatie stelt
regels vast die erin voorzien dat, indien één van haar voormalige
medewerkers bij een controlecliënt van de accountantsorganisatie in
dienst is getreden, terwijl hij betrokken was bij de uitvoering van de
wettelijke controle bij deze controlecliënt, de banden van betekenis
tussen de accountantsorganisatie en de betrokken medewerker volledig
worden verbroken.
2. Van banden van betekenis als bedoeld
in het eerste lid is sprake indien:
a. de vorderingen op en schulden
aan de voormalig medewerker en soortgelijke financiële
betrekkingen niet zijn vereffend, met uitzondering van de
financiële betrekkingen die zijn vastgelegd in een schriftelijke
overeenkomst en die niet worden beïnvloed door de relatie tussen
de voormalig medewerker en de accountantsorganisatie; of
b. de voormalig medewerker
deelneemt aan de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten van de
accountantsorganisatie.
3. Het eerste en tweede lid zijn van
overeenkomstige toepassing op een persoon die deel heeft uitgemaakt
van de hiërarchische structuur.
Artikel 27
De accountantsorganisatie stelt regels
vast die erin voorzien dat een bedreiging voor haar onafhankelijkheid
wordt beoordeeld en dat adequate waarborgen worden getroffen in geval
een bij een controlecliënt betrokken medewerker een naaste verwant
heeft die:
a. een hoge bestuursfunctie bekleedt
bij die controlecliënt, indien hij vanuit die positie directe
invloed op het object van onderzoek van de wettelijke controle kan
uitoefenen;
b. bij die controlecliënt in een
zodanige positie verkeert dat hij directe invloed kan uitoefenen op
het object van onderzoek van die wettelijke controle;
c. een financieel belang heeft in die
controlecliënt, tenzij het belang van te verwaarlozen betekenis is;
d. met die controlecliënt een
zakelijke relatie onderhoudt, tenzij deze relatie past in het kader
van de gewone bedrijfsuitoefening en slechts een te verwaarlozen
bedreiging inhoudt voor de onafhankelijkheid van deze persoon.
Artikel 28
1. De accountantsorganisatie stelt
regels vast die erin voorzien dat geen persoon bij een wettelijke
controle wordt ingeschakeld die een gezinslid heeft dat:
a. een hoge bestuursfunctie
bekleedt bij die controlecliënt;
b. bij die controlecliënt in een
zodanige positie verkeert dat hij directe invloed kan uitoefenen
op het object van onderzoek van die wettelijke controle;
c. weliswaar ten tijde van de
uitvoering van die wettelijke controle geen functie bekleedt als
genoemd in onderdeel a of b, maar een dergelijke functie wel
bekleedde in de periode waarop die wettelijke controle betrekking
heeft;
d. een financieel belang heeft in
die controlecliënt, tenzij het belang van te verwaarlozen
betekenis is;
e. met die controlecliënt een
zakelijke relatie onderhoudt, tenzij deze relatie past in het
kader van de gewone bedrijfsuitoefening en slechts een te
verwaarlozen bedreiging vormt voor de onafhankelijkheid van die
persoon.
2. De accountantsorganisatie stelt
regels vast die erin voorzien dat geen wettelijke controle wordt
uitgevoerd vanuit een vestiging waarbij of waaraan een externe
accountant werkzaam of verbonden is die niet bij de desbetreffende
wettelijke controle is betrokken of een persoon werkzaam is die deel
uitmaakt van de hiërarchische structuur, indien één van hen dan wel
beiden een gezinslid heeft dan wel hebben dat voldoet aan één of
meer van de in het eerste lid genoemde criteria.
3. De accountantsorganisatie stelt
regels vast die erin voorzien dat een persoon die deel uitmaakt van
haar hiërarchische structuur niet betrokken is bij een beslissing die
rechtstreeks met de wettelijke controle verband houdt indien een
gezinslid van die persoon voldoet aan één of meer van de in het
eerste lid genoemde criteria.
Artikel 29
1. De accountantsorganisatie stelt
regels vast die erin voorzien dat bedreigingen voor haar
onafhankelijkheid als gevolg van een dreigend geschil tussen de
accountantsorganisatie of een ander onderdeel van haar netwerk en de
controlecliënt of een met deze controlecliënt verbonden derde worden
beoordeeld en dat wordt bepaald of daartegen waarborgen moeten worden
getroffen.
2. De accountantsorganisatie staakt
haar werkzaamheden ter zake van de uitvoering van de in het eerste lid
bedoelde wettelijke controle indien:
a. het dreigende geschil van
wezenlijk belang is voor ten minste één van de betrokken
partijen;
b. het dreigende geschil betrekking
heeft op een eerder uitgevoerde wettelijke controle; of
c. er niet langer sprake is van een
dreigend geschil maar van een aangekondigd geschil.
§ 3.4. De samenloop met overige diensten
Artikel 30
1. De accountantsorganisatie stelt
regels vast ter zake van de toelaatbaarheid van de samenloop van het
uitvoeren van een wettelijke controle met het door haarzelf of haar
netwerk aan de controlecliënt leveren van overige diensten. Indien de
controlecliënt een organisatie van openbaar belang is, dan wordt in
de bedoelde regels tevens de met de controlecliënt verbonden derde
betrokken. Deze regels zijn erop gericht te voorkomen dat deze overige
diensten een onaanvaardbare bedreiging vormen voor de
onafhankelijkheid van de accountantsorganisatie en haar medewerkers.
2. De in het eerste lid bedoelde regels
bevatten ten minste het voorschrift dat de accountantsorganisatie,
haar medewerkers of een ander onderdeel van haar netwerk geen
beslissingen mogen nemen en niet mogen participeren in een
besluitvormingsproces namens een controlecliënt of een met deze
controlecliënt verbonden derde of het management van laatstgenoemden.
Hoofdstuk 4. Integere bedrijfsvoering
Artikel 31
De accountantsorganisatie maakt de bij of
krachtens de Wet op de Registeraccountants gestelde regels ter zake van
de integere bedrijfsvoering bekend aan haar medewerkers.
Artikel 32
1. De accountantsorganisatie heeft een
regeling die waarborgt dat personen van buiten de
accountantsorganisatie en bij haar werkzame of aan haar verbonden
personen zonder gevaar voor hun rechtspositie vermeende
onregelmatigheden binnen of (mede) buiten de accountantsorganisatie
aan de orde kunnen stellen. Deze regeling leidt ertoe dat klachten
worden vastgelegd, vertrouwelijk en tijdig worden behandeld en dat de
onregelmatigheden waarover wordt geklaagd, indien gegrond, tijdig
worden afgehandeld door het nemen van passende maatregelen door de
accountantsorganisatie.
2. De in het eerste lid bedoelde
regeling wordt in elk geval op de website van de
accountantsorganisatie geplaatst. In geval een accountantsorganisatie
niet over een website beschikt, verspreidt zij deze regeling op een
andere wijze binnen de accountantsorganisatie en stuurt zij deze
regeling desgevraagd toe aan personen buiten de
accountantsorganisatie.
Artikel 33
De personen die het dagelijks beleid van
de accountantsorganisatie bepalen zorgen ervoor dat vanaf het moment dat
de accountantsorganisatie ophoudt te bestaan:
a. de gegevens die de
accountantsorganisatie op grond van het bepaalde bij of krachtens de
wet, het besluit of deze verordening moet bewaren, bewaard blijven
gedurende de in die regelingen voorgeschreven periode;
b. de vertrouwelijkheid van de in
artikelen 20 en 26, eerste lid, van de wet bedoelde gegevens
gewaarborgd blijft.
Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
Artikel 34
1. Het bestuur kan nadere voorschriften
geven aangaande de onafhankelijkheid, het stelsel van
kwaliteitsbeheersing en de integere bedrijfsvoering van de
accountantsorganisatie.
2. De nadere voorschriften, bedoeld in
het eerste lid, worden door het bestuur slechts gegeven - de leden
gehoord - na overleg met het bestuur van de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten.
3. Het bestuur maakt de nadere
voorschriften via elektronische weg bekend op http://www.nivra.nl.
Artikel 35
Deze verordening treedt in werking op 1
januari 2007.
Artikel 36
Deze verordening wordt aangehaald als:
Verordening accountantsorganisaties.
|