| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten (Wet AA)
VERORDENING
OP DE PERIODIEKE PREVENTIEVE TOETSING
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
De
ledenvergadering van de NOvAA;
Gelet op artikel 24, eerste lid, van de Wet op
de Accountants-Administratieconsulenten;
Overwegende dat het in het belang van een goede
beroepsuitoefening door Accountants-Administratieconsulenten wenselijk
is te voorzien in een stelsel dat gericht is op beheersing van de
kwaliteit van de beroepsuitoefening door
Accountants-Administratieconsulenten die optreden als accountant in de
zin van artikel 2, tweede lid, van de Gedrags- en Beroepsregels voor
Accountants-Administratieconsulenten;
Stelt de
volgende verordening vast:
Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
– accountant: de Accountant-Administratieconsulent die werkzaam
is als openbaar accountant;
– accountantspraktijk: de accountantspraktijk, bedoeld in de
Verordening gedragscode;
– bestuur: het bestuur van de NOvAA;
– dagdeel: een tijdsperiode van drie uur;
– koepelorganisatie: een organisatie waarvan een
accountantspraktijk onderdeel uitmaakt of waarbij de
accountantspraktijk is aangesloten en die bevoegd is aan de
accountantspraktijk bindende regels voor de kwaliteitsbeheersing op
te leggen, te toetsen en de naleving daarvan af te dwingen, alsmede
een beroepsorganisatie die aan zijn leden een dwingend stelsel van
kwaliteitsbeheersing heeft opgelegd, deze toetst en de naleving
daarvan kan afdwingen;
– NOvAA: de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten;
– openbaar accountant: de openbaar accountant, bedoeld in de
Verordening gedragscode;
– Raad: de individuele personen die op grond van artikel 3,
eerste lid, van de Verordening op de Raad van Toezicht
Beroepsuitoefening AA’s zijn of zullen worden benoemd als lid van
de Raad van Toezicht Beroepsuitoefening AA’s;
– registeraccountant: de registeraccountant, bedoeld in artikel
1, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants;
– (her)toetsing: de beoordeling van de kwaliteit van de
beroepsuitoefening, niet betrekking hebbend op de verrichting van
wettelijke controles, van een accountant die optreedt in een
accountantspraktijk, door niet aan die accountantspraktijk gelieerde
Accountants-Administratieconsulenten en registeraccountants;
– toetsingsteam: het team dat door het bestuur voor een
toetsing wordt samengesteld en belast is met de uitvoering van de
toetsing van een accountantspraktijk;
– verbeterplan: een op de in artikel 11, tweede lid, bedoelde
aanbevelingen en aanwijzingen gebaseerd document, waarin op
planmatige en gestructureerde wijze wordt aangegeven welke
maatregelen worden getroffen ter correctie van de geconstateerde
tekortkomingen van het inartikel 3, eerste lid, bedoelde stelsel van
kwaliteitsbeheersing;
– voorzitter: de voorzitter van de NOvAA;
– wettelijke controle: de wettelijke controle, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onderdeel p, van de Wet toezicht
accountantsorganisaties.
Artikel 1a
1.Het bestuur verleent, voor zover dat zich verdraagt met afdeling
10.1.1. van de Algemene Wet bestuursrecht, voor de uitoefening van de
in deze verordening aan hem verstrekte bevoegdheden mandaat, volmacht
en machtiging aan de Raad.
2.Namens het bestuur kan de Raad ondermandaat verlenen voor de
bevoegdheden genoemd in artikel 14, lid 1 en 6.
3.Over de inrichting en samenstelling van de Raad worden bij
verordening nadere regels gesteld.
Hoofdstuk II. De Toetsing
Artikel 2
Een accountantspraktijk wordt, om de kwaliteit van de
beroepsuitoefening van een accountant te kunnen beoordelen, in beginsel
eenmaal in de zes jaar aan toetsing onderworpen.
Artikel 3
1. De accountant draagt er zorg voor dat de accountantspraktijk
waarbij hij werkzaam is of waaraan hij is verbonden, beschikt over een
stelsel van kwaliteitsbeheersing dat is afgestemd op de aard, omvang
en het belang van de opdrachten, niet zijnde opdrachten tot het
uitvoeren van wettelijke controles en waarmee wordt voldaan aan het
bepaalde bij en krachtens de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten.
2. De accountant verleent medewerking aan de toetsing van het
stelsel van kwaliteitsbeheersing van de accountantspraktijk waarbij
hij werkzaam is of waaraan hij is verbonden.
3. De voorzitter kan zijn bevindingen in de vorm van een klacht ter
kennis van de accountantskamer brengen indien hem bij de uitoefening
van het toezicht van feiten of omstandigheden blijkt die grond kunnen
opleveren tot het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel, althans
tot gegrondverklaring van de klacht.
4. Indien bij een accountantspraktijk meerdere accountants werkzaam
zijn of aan een accountantspraktijk meerdere accountants verbonden
zijn, bepaalt de voorzitter voor de toepassing van het derde lid,
tegen welke accountants hij een klacht aanhangig maakt.
Artikel 4
1. De toetsing houdt een onderzoek in waarbij wordt nagegaan of het
interne stelsel van kwaliteitsbeheersing, niet betrekking hebbend op
de verrichting van wettelijke controles, in opzet en werking voldoet
aan het bij en krachtens de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten bepaalde.
2. De toetsing omvat alle vormen van dienstverlening binnen de
accountantspraktijk, niet zijnde opdrachten tot het uitvoeren van
wettelijke controles, waar de accountant optreedt.
Artikel 5
1.De toetsing wordt uitgevoerd aan de hand van door het bestuur
vastgestelde toetsingsprogramma’s.
2.Het bestuur maakt de in het eerste lid van dit artikel bedoelde
toetsingsprogramma’s bekend aan de leden van de NOvAA.
Artikel 6
1. Het bestuur is belast met de selectie en opleiding van de
toetsers.
2. De toetsers zijn Accountants-Administratieconsulenten of
registeraccountants die werkzaam zijn als accountant of maximaal drie
jaar geleden werkzaam zijn geweest als accountant en voldoen aan nader
door het bestuur te stellen eisen.
Artikel 7
1.Accountantspraktijken dienen de hen jaarlijks door het bestuur
toegezonden vragenlijst binnen uiterlijk vier weken ingevuld te
retourneren.
2.Het bestuur stelt vast welke accountantspraktijken in een bepaald
jaar in aanmerking komen voor een toetsing.
3.Het bestuur stelt ten behoeve van elke toetsing een toetsingsteam
samen.
4.Het toetsingsteam is belast met de uitvoering van de toetsing van
de accountantspraktijk.
5.Bij het samenstellen van het toetsingsteam wordt rekening
gehouden met de aard en de omvang van de te toetsen
accountantspraktijk en met mogelijke feiten en omstandigheden waardoor
de objectiviteit van de toetsers zou kunnen worden aangetast.
Artikel 8
1. Het bestuur maakt de datum waarop de toetsing zal plaatsvinden,
ten minste zes weken van tevoren bekend aan een accountantspraktijk.
2. Indien een accountantspraktijk aannemelijk maakt dat een
toetsing op de datum welke op grond van het eerste lid bekend is
gemaakt, niet mogelijk is, kan het bestuur een andere datum bekend
maken waarop de toetsing zal plaatsvinden.
3. Indien het tweede lid toepassing vindt, kan het bestuur in
overleg met een accountantspraktijk afwijken van de in het eerste lid
genoemde termijn van zes weken.
4. Het bestuur doet mededeling van de samenstelling van het
toetsingsteam, alsmede van de termijn waarbinnen een verzoek als
bedoeld in het vijfde lid van dit artikel kan worden ingediend.
5. De accountantspraktijk kan binnen een door het bestuur te
stellen termijn aan het bestuur verzoeken elk van de toetsers die de
toetsing uitvoert te wraken op grond van feiten of omstandigheden
waardoor de onpartijdigheid van de toetser zou kunnen worden
aangetast.
6. Indien het bestuur van oordeel is dat er sprake is van feiten of
omstandigheden waardoor de objectiviteit van de toetser aangetast zou
kunnen worden of de schijn wordt gewekt dat de objectiviteit van de
toetsers aangetast zou kunnen worden, wijzigt hij de samenstelling van
het toetsingsteam.
Artikel 9
Indien zich over de wijze van uitvoering van de toetsing een
meningsverschil voordoet tussen de aan toetsing onderworpen
accountantspraktijk en het toetsingsteam, doet het bestuur op verzoek
van de accountantspraktijk of het toetsingsteam een bindende uitspraak.
Artikel 10
1.Het toetsingsteam bespreekt direct na afloop van de toetsing met
de accountantspraktijk hetgeen is waargenomen tijdens de toetsing.
2.Het toetsingsteam stelt binnen een door het bestuur te stellen
termijn na de eindbespreking een toetsingsverslag samen.
3.Het toetsingsverslag als bedoeld in het tweede lid omvat naast de
waarnemingen van het toetsingsteam tevens een gemotiveerd voorstel
voor een oordeel als bedoeld in artikel 11, vierde lid.
4.Het toetsingsteam kan bij het voorstel voor een oordeel zoals
bedoeld in artikel 11, vierde lid sub a aanbevelingen doen voor het
treffen van maatregelen ter verbetering. Bij het voorstel voor een
oordeel zoals omschreven in artikel 11, vierde lid sub b, kan het
toetsingsteam naast het doen van aanbevelingen voor het treffen van
maatregelen ter verbetering, tevens een voorstel doen voor
aanwijzingen voor het treffen van maatregelen ter verbetering,
rekening houdend met het bepaalde in artikel 4, eerste lid.
5.Het toetsingsteam stuurt het toetsingsverslag binnen een door het
bestuur te stellen termijn aan het bestuur. Het bestuur draagt zorg
voor verzending van het toetsingsverslag aan de accountantspraktijk.
Artikel 11
1. De accountantspraktijk kan binnen een door het bestuur te
stellen termijn schriftelijk commentaar op het toetsingsverslag als
bedoeld in artikel 10, tweede lid, aan het bestuur zenden.
2. Het bestuur beperkt zich tot een marginale toetsing van het
toetsingsverslag en stelt naar aanleiding hiervan en het eventuele
commentaar als bedoeld in het vorige lid een eindoordeel vast, al dan
niet voorzien van aanbevelingen en/of aanwijzingen voor het treffen
van maatregelen ter correctie van geconstateerde tekortkomingen, dat
hij binnen zes weken na afloop van de in het eerste lid bedoelde
termijn ter kennis brengt van de accountantspraktijk. Het bestuur kan
gemotiveerd afwijken van het voorstel van het toetsingsteam.
3. Het bestuur kan de in het tweede lid genoemde termijn van zes
weken verlengen.
4. Het eindoordeel kan als volgt luiden:
a. het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet aan de
daaraan te stellen eisen;
b. het interne stelsel van kwaliteitsbeheersing voldoet niet
aan de daaraan te stellen eisen.
5. In het geval het eindoordeel luidt zoals omschreven in het
vierde lid, onderdeel b van dit artikel:
– dient de accountantspraktijk binnen een door het bestuur te
stellen termijn een door het bestuur goed te keuren verbeterplan
in; en
– stelt het bestuur een termijn waarbinnen het stelsel van
kwaliteitsbeheersing dient te worden aangepast aan de normen als
bedoeld in artikel 3.
6. Indien uit het verbeterplan naar het oordeel van het bestuur
blijkt dat te weinig of onvoldoende toereikende maatregelen zullen
worden genomen ter correctie van de geconstateerde tekortkomingen, dan
kan het bestuur volstaan met een gedeeltelijke goedkeuring van het
verbeterplan en daarbij aangeven op welke onderdelen het verbeterplan
tekortschiet.
7. Voor het beoordelen van het in lid 5 van dit artikel bedoelde
verbeterplan wordt aan de accountantspraktijk een tarief in rekening
gebracht waarvan de hoogte in de Verordening op de tarieven periodieke
preventieve toetsing is vastgesteld.
8. De tijd welke het bestuur besteedt aan de beoordeling van een
verbeterplan, schort niet de termijn op bedoeld in het vijfde lid,
tweede onderdeel.
Artikel 12
1.In het geval het eindoordeel luidt als bedoeld in artikel 11,
vierde lid, onderdeel b, zal een hertoetsing plaatsvinden.
2.In het geval het eindoordeel luidt als bedoeld in artikel 11,
vierde lid, onderdeel b, blijven het zevende, achtste lid en negende
lid van artikel 14 buiten toepassing.
3.De hertoetsing vindt plaats na afloop van de in artikel 11,
vijfde lid bedoelde termijn waarbinnen het stelsel van
kwaliteitsbeheersing dient te worden aangepast.
Artikel 13
Indien de getoetste accountantspraktijk of de individuele accountant
die werkzaam is bij of verbonden is aan de getoetste
accountantspraktijk, de inhoud van het toetsingsverslag of het
eindoordeel van het bestuur openbaar maakt,
a. neemt hij het bepaalde in artikel A-150.2 van de Verordening
gedragscode in acht en;
b. vermeldt hij de datum waarop de meest recente (her)toetsing
heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk III. Vrijstelling en accreditatie
Artikel 14
1. Het bestuur kan naar aanleiding van een daartoe door een
accountantspraktijk schriftelijk ingediend en gedocumenteerd verzoek
besluiten tijdelijke vrijstelling van een toetsing te verlenen.
2. Een verzoek tot tijdelijke vrijstelling van de toetsing of de
verlenging daarvan wordt eerst in behandeling genomen nadat het tarief
hiervoor, waarvan de hoogte in de Verordening op de tarieven
periodieke preventie toetsing is vastgesteld, door de desbetreffende
accountantspraktijk is voldaan.
3. Een tijdelijke vrijstelling wordt slechts verleend wanneer een
accountantspraktijk tijdelijk niet in staat is te voldoen aan de
normen, bedoeld in artikel 3, eerste liddoordat:
a. de accountantspraktijk zich bevindt in een opstartfase of
een afbouwfase;
b. de accountantspraktijk als partij minder dan een jaar
geleden betrokken is geweest, dan wel binnen een jaar betrokken
zal raken bij een fusie met of een overname van een
accountantspraktijk van vergelijkbare omvang; of
c. de samenwerking tussen een aanzienlijk deel van de bij de
accountantspraktijk werkzame accountants of de aan de
accountantspraktijk verbonden accountants minder dan een jaar
geleden is verbroken.
4. Een tijdelijke vrijstelling kan slechts worden verleend voor de
duur van maximaal één jaar met de mogelijkheid tot verlenging voor
de duur van maximaal één jaar.
5. Het bestuur neemt een beslissing binnen acht weken na ontvangst
van het verzoek tot tijdelijke vrijstelling.
6. Het bestuur kan de in het vijfde lid genoemde termijn verlengen
met maximaal zes weken.
7. Accountantspraktijken die zijn onderworpen aan een
geaccrediteerd stelsel van kwaliteitsbeheersing zijn voor de duur van
deze accreditatie vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
8. Accountantspraktijken die zijn onderworpen aan een stelsel van
kwaliteitsbeheersing waarvoor een verzoek als bedoeld in artikel 15,
eerste lid, is ingediend, zijn gedurende de periode waarin het bestuur
op het verzoek nog geen beslissing heeft genomen, vrijgesteld van
toetsing door het bestuur.
9. Accountantspraktijken die een aanvraag hebben ingediend voor
toetreding tot een geaccrediteerde koepelorganisatie zijn, gedurende
de periode waarin de koepelorganisatie op verzoek nog geen beslissing
heeft genomen, vrijgesteld van toetsing door het bestuur.
10. Het negende lid vindt geen toepassing nadat het bestuur met
toepassing van artikel 8, eerste en tweede lid, een datum bekend heeft
gemaakt waarop de in artikel 12, derde lid bedoelde hertoetsing plaats
zal vinden.
Artikel 15
1. Koepelorganisaties kunnen het bestuur verzoeken hun stelsel van
kwaliteitsbeheersing te accrediteren.
2. Ten behoeve van deze accreditatie toetst het bestuur de opzet en
werking van het stelsel van kwaliteitsbeheersing.
3. De kosten van de behandeling van een verzoek tot accreditatie,
waaronder mede wordt begrepen de toetsing van de opzet en werking van
het stelsel van kwaliteitsbeheersing, komen voor rekening van de
desbetreffende koepelorganisatie.
4. De accreditatie wordt verleend voor de duur van drie jaar of
zoveel korter als het bestuur beslist.
5. Het bestuur neemt een besluit binnen zestien weken na ontvangst
van het verzoek als bedoeld in het eerste lid.
6. Het bestuur kan aan de accreditatie voorwaarden verbinden.
7. De koepelorganisatie doet onverwijld mededeling aan het bestuur
van wijzigingen in het geaccrediteerde stelsel van
kwaliteitsbeheersing.
8. Het bestuur bericht de koepelorganisatie binnen een door het
bestuur te stellen termijn welke gevolgen de wijzigingen hebben voor
de accreditatie.
Artikel 15a
1. De kosten van een accreditatie als bedoeld in artikel 15, derde
lid, worden gevormd door het aantal aangevangen dagdelen dat de
toetsers gezamenlijk bij de koepelorganisatie aan de toetsing hebben
besteed, vermenigvuldigd met het tarief.
2. Het tarief wordt jaarlijks door de ledenvergadering vastgesteld
in de Verordening op de tarieven periodieke preventieve toetsing.
Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2010]
Hoofdstuk IV. Overige bepalingen
Artikel 17
Van vertrouwelijke gegevens in het kader van de toetsing verkregen,
kan geen verder en ander gebruik worden gemaakt dan krachtens deze
verordening is bepaald, tenzij bij wet anders is bepaald.
Artikel 18
1. De kosten van een toetsing komen voor rekening van de getoetste
accountantspraktijk.
2. De kosten van een toetsing worden gevormd door het aantal
aangevangen dagdelen dat de toetsers gezamenlijk bij de
accountantspraktijk aan de toetsing hebben besteed, vermenigvuldigd
met het tarief.
3. Het tarief wordt jaarlijks door de ledenvergadering vastgesteld
in de Verordening op de tarieven periodieke preventieve toetsing.
Artikel 19
In situaties die procedureel van aard zijn en waarin deze verordening
niet voorziet, beslist het bestuur.
Artikel 19a
1. Besluiten en handelingen door de Raad verricht worden beschouwd
als besluiten en handelingen krachtens mandaat of volmacht namens het
bestuur verricht.
2. Het bepaalde in het vorige lid werkt terug tot 1 januari 2003.
Artikel 20
1. Deze verordening treedt in werking de tweede dag na publicatie in
de Staatscourant.
2. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening op de
Periodieke Preventieve Toetsing.
|
|
|