| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten (Wet AA)
VERORDENING
OP DE PRAKTIJKSTAGE
Tekst zoals deze geldt op
27 januari 2012
|
|
|
De
ledenvergadering van de NOvAA;
Gelet op de artikelen 24, eerste lid, en 54,
tweede lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten;
Stelt de
volgende verordening vast:
Definities
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. bestuur: het bestuur van de NOvAA;
b. competentie: een combinatie van kennis, inzicht, vaardigheden
en beroepshoudingen waarover een Accountant-Administratieconsulent
dient te beschikken;
c. commissie eindtermen accountantsopleiding: de commissie
eindtermen accountantsopleiding, bedoeld in artikel 69, eerste lid,
van de Wet op de Registeraccountants;
d. eindtermen: de eindtermen, bedoeld in artikel 56 lid 1 onder a
van de wet;
e. examen: het examen voor de praktijkstage, bedoeld in artikel
54 lid 1 van de wet;
f. externe beoordelaar: de Accountant-Administratieconsulent met
een aantekening als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de wet,
die minimaal vijf jaar werkzaam is als accountant met die
aantekening;
g. NOvAA: de Nederlandse Orde van
Accountants-Administratieconsulenten, bedoeld in artikel 2 van de
wet;
h. praktijkopleider: Accountant-Administratieconsulent of een
andere natuurlijke persoon die voldoet aan door het bestuur in
nadere regels gestelde eisen;
i. praktijkstage: de praktijkstage, bedoeld in artikel 54 lid 1
van de wet;
j. praktijkopleidingsplan: de door het bestuur op grond van
artikel 2 vastgestelde nadere regels;
k. portfolio: het elektronische dossier dat inzicht geeft in de
beroepsontwikkeling en de verworven competenties van de trainee;
l. richtlijn: de richtlijn nr. 2006/43/EG van het Europees
Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006
betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en
geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen
78/660/EEG en B3/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van
Richtlijn 84/253/EEG van de Raad (PbEU L 157);
m. trainee: een natuurlijke persoon die de praktijkstage volgt;
n. kritische beroepssituaties: situaties die kenmerkend zijn voor
de beroepsuitoefening van een Accountant-Administratieconsulent
welke zijn omschreven in het beroepsprofielen voor de praktijkstage
worden onderscheiden naar:
– situaties van assuranceopdrachten;
– situaties van aan assurance verwante opdrachten;
– situaties van administratieve en fiscale dienstverlening;
– situaties van adviesopdrachten.
o. wet: de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.
Praktijkopleidingsplan
Artikel 2
Het bestuur stelt nadere regels vast in een praktijkopleidingsplan.
De praktijkstage en de trainee
Artikel 3
1. De trainee volgt een praktijkstage die een normale duur kent van
minimaal drie en maximaal vijf jaar.
2. De trainee volgt het laatste jaar van de praktijkstage en
gedurende de praktijkstage ten minste nog een aaneengesloten periode
van een jaar onder toezicht van een praktijkopleider.
3. De praktijkstage duurt inclusief onderbrekingen ten hoogste
negen jaar.
Artikel 4
Bij nadere regels worden de in het beroepsprofiel en de eindtermen
voorgeschreven competenties uitgewerkt en de kritische beroepssituaties
beschreven die in de praktijkstage van een trainee ten minste voorkomen.
Artikel 5
1. De trainee stelt na de datum waarop de praktijkstage is
aangevangen een persoonlijk ontwikkelingsplan op. Hij omschrijft
daarin op hoofdlijnen op welke wijze hij voornemens is gedurende de
praktijkstage de in de nadere regels voorgeschreven competenties te
verwerven en sluit daarbij aan bij de door hem opgedane theoretische
kennis en werkervaring.
2. Het persoonlijk ontwikkelingsplan bevat de naam en adresgegevens
van de praktijkopleider.
3. De trainee zet de praktijkstage pas voort nadat het persoonlijk
ontwikkelplan is beoordeeld in de zin van artikel 10, tweede lid en
tevens is goedgekeurd.
4. Het bestuur kan nadere regels stellen over de inrichting, het
tijdstip van indiening en de goedkeuring van het persoonlijk
ontwikkelingsplan en over het actualiseren van gegevens.
Artikel 6
1. De trainee beschrijft in zijn portfolio zijn werkervaring, de
kritische beroepssituaties die gedurende de praktijkstage zijn
voorgekomen en waarin hij als beroepsbeoefenaar heeft gefunctioneerd
in zijn portfolio.
2. Het bestuur stelt nadere regels aan de inhoud en de vorm van bet
portfolio, de daarin op te nemen beschrijvingen en verslagen, de
tijdstippen waarop deze uiterlijk aan het portfolio worden toegevoegd,
alsmede ten aanzien van de goedkeuring of beoordeling daarvan.
Artikel 7
Bij nadere regels kunnen door het bestuur aanvullende cursussen of
opleidingen verplicht worden gesteld voor zover deze nodig zijn om de
voorgeschreven competenties te verwerven.
De praktijkopleider
Artikel 8
1. De praktijkopleider ziet toe op de praktijkstage.
2. De praktijkopleider is niet:
a. de echtgenoot van de trainee;
b. de geregistreerde partner van de trainee;
c. de persoon met wie de trainee duurzaam samenwoont;
d. familie van de trainee in de rechte lijn tot in de tweede
graad en in de zijlijn tot in de tweede graad;
e. enige andere persoon die niet onafhankelijk van of
onpartijdig ten opzichte van de trainee is.
De externe beoordelaar
Artikel 9
De NOvAA stelt externe beoordelaars aan en wijst aan iedere trainee
een extern beoordelaar toe.
Artikel 10
1. De externe beoordelaar neemt het examen af.
2. De externe beoordelaar beoordeelt het persoonlijk
ontwikkelingsplan.
3. De externe beoordelaar beoordeelt periodiek en minimaal telkens
na afloop van een opleidingsjaar op basis van het portfolio welke
competenties een aan hem toegewezen trainee heeft verworven.
4. Bij nadere regels opgesteld door het bestuur worden door de
praktijkopleider en de externe beoordelaar te gebruiken
beoordelingscriteria opgesteld voor de beoordelingen van de
competenties.
5. Het bestuur kan nadere regels stellen over de wijze en de
tijdstippen van de beoordelingen door de extern beoordelaar.
De stagebureaus
Artikel 11
1. Een stagebureau is binnen een organisatie waaraan trainees zijn
verbonden verantwoordelijk voor de interne organisatie en de
uitvoering van de praktijkstage van de aan de organisatie verbonden
trainees.
2. De NOvAA kan voor de uitvoering van de in het eerste lid
genoemde taken, bevoegdheden met betrekking tot de praktijkstage
overlaten aan een door hem aangewezen stagebureau.
3. De NOvAA wijst een stagebureau aan indien:
a. het overgelegde stagereglement is goedgekeurd door het
bestuur van de organisatie waar het stagebureau wordt gevestigd;
b. het stagebureau een stagereglement heeft overgelegd dat
voldoet aan de eisen die deze verordening aan de praktijkstage en
het examen stelt;
c. het stagebureau een contactpersoon heeft aangewezen voor de
NOvAA;
d. het stagebureau een bestuur heeft en ten minste één
bestuurslid Accountant-Administratieconsulent is met de
aantekening bedoeld in artikel 36 derde lid van de wet;
e. de opzet van de interne organisatie van het stagebureau
waarborgt dat het stagebureau erop toeziet dat de trainee voldoet
aan de verplichtingen zoals gesteld bij of krachtens deze
verordening;
f. de onafhankelijkheid van het stagebureau binnen de
organisatie waar het wordt gevestigd voldoende is gewaarborgd;
g. het stagebureau beschikt over toereikende middelen om
uitvoering te kunnen geven aan de praktijkstage.
4. Het aantal trainees bedraagt drie jaar na oprichting van het
stagebureau ten minste tien. De NOvAA kan op verzoek instemmen met een
lager aantal aan een stagebureau verbonden trainees.
5. Het bestuur kan nadere regels stellen ter uitwerking van de
voorwaarden bedoeld in het derde lid.
6. De NOvAA kan aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid
nadere voorwaarden verbinden.
Artikel 12
Het stagebureau verleent op verzoek van de NOvAA medewerking aan
onderzoek en verschaft inlichtingen over de uitvoering van zijn taken,
bedoeld in artikel 11, eerste lid.
Artikel 13
1. Indien een stagebureau niet voldoet aan de bij en krachtens de
wet gesteld eisen kan de NOvAA de aanwijzing van het stagebureau
intrekken.
2. Intrekking van de aanwijzing geschiedt niet eerder dan nadat het
stagebureau door de NOvAA in de gelegenheid is gesteld aan zijn
verplichtingen te voldoen.
3. De NOvAA kan onverwijld de aanwijzing intrekken indien de ernst
of de herhaling van de gebreken zich tegen het bieden van een
herstelmogelijkheid verzet.
Toelatingseisen
Artikel 14
1. Tot de praktijkstage wordt op zijn verzoek toegelaten een
trainee die beschikt over een getuigschrift van een opleiding welke
door de Commissie eindtermen accountantsopleiding is aangewezen in de
zin van artikel 56*, eerste lid, onderdeel b van de wet.
2. In geval een trainee naar het oordeel van de NOvAA de voltooiing
van de in het eerste lid bedoelde opleiding voldoende is genaderd, kan
de NOvAA in afwijking van het eerste lid een trainee reeds toelaten.
3. In afwijking van het eerste lid kan de NOvAA op verzoek een
trainee toelaten voor wie naar het oordeel van de NOvAA een aanvulling
op de genoten opleiding noodzakelijk is als bedoeld in artikel 55 van
de wet.
4. De NOvAA deelt aan de trainee schriftelijk mee aan welke
eindtermen de door de trainee te volgen aanvullende opleiding, bedoeld
in het derde lid dient te voldoen en of met de genoten opleiding
toegang tot de praktijkstage kan worden verkregen.
5. Het bestuur stelt nadere regels vast over de wijze van indiening
van de aanvraag en de tijdstippen waarop de praktijkstage kan
aanvangen.
Examen
Artikel 15
1. Het examen bestaat uit een portfolio en een eindgesprek.
2. In het portfolio is informatie opgenomen over de kritische
beroepssituaties die gedurende de praktijkstage zijn voorgekomen
3. Het bestuur stelt nadere regels vast over de informatie die in
het portfolio is opgenomen.
Artikel 16
De NOvAA wijst naast de externe beoordelaar een beoordelaar aan voor
het beoordelen van het portfolio en voor het afnemen van het
eindgesprek.
Artikel 17
1. De beoordelaars, bedoeld in artikel 16, beoordelen of de
informatie die is opgenomen in het portfolio voldoet aan de bij of
krachtens deze verordening gestelde eisen. De tweede daartoe op grond
van artikel 16 aangewezen beoordelaar beslist indien zijn oordeel
afwijkt van het oordeel van de externe beoordelaar.
2. Bij een positief oordeel van de beoordelaars, bedoeld in artikel
16 kan de trainee het eindgesprek afleggen mits:
a. het theoretische gedeelte van het examen is afgerond;
b. de bij verordening vastgestelde inschrijf- en examengelden
zijn voldaan.
3. Het bestuur kan nadere regels stellen over de voorwaarden
waaronder de trainee het eindgesprek kan afleggen.
Artikel 18
1. Het eindgesprek vindt plaats op basis van het portfolio.
2. De beoordelaars, bedoeld in artikel 16, nemen het eindgesprek in
het openbaar af en bepalen gezamenlijk het oordeel over de trainee en
leggen hun bevindingen vast in een schriftelijk verslag.
3. Bij een negatief oordeel van de beoordelaars vervolgt de trainee
de praktijkstage in overeenstemming met eventueel gegeven aanwijzingen
van de beoordelaars.
Artikel 19
1. De NOvAA stelt aan de hand van de informatie, bedoeld in artikel
18 vast of is voldaan aan de eindtermen voor de praktijkstage.
2. De NOvAA geeft aan de trainee die het examen met goed gevolg
heeft afgelegd een getuigschrift af, bedoeld in artikel 54 lid 1 van
de wet.
Vrijstellingen
Artikel 20
1. De NOvAA kan op verzoek van een aanvrager vrijstelling verlenen
van onderdelen van het examen. De vrijstellingen betreffen de
kritische beroepssituaties.
2. De aanvrager heeft voor iedere kritische beroepssituatie
waarvoor hij vrijstelling vraagt relevante werkervaring opgedaan.
3. De aanvrager overlegt bij een verzoek tot vrijstelling:
a. een portfolio waarin informatie is opgenomen waaruit blijkt
dat de aanvrager werkervaring heeft opgedaan en welke kritische
beroepssituaties aanwezig zijn geweest; en
b. een schriftelijke verklaring van een
Accountant-Administratieconsulent met de aantekening bij zijn
inschrijving in het accountantsregister, bedoeld in artikel 36
derde lid van de wet, die minimaal drie jaar als zodanig werkzaam
is geweest dat onder zijn verantwoordelijkheid de in het tweede
lid bedoelde werkervaring is opgedaan; of
c. een schriftelijke verklaring van een registeraccountant, die
minimaal drie jaar als zodanig werkzaam is geweest en voldoet aan
door het bestuur in nadere regels gestelde eisen, dat onder zijn
verantwoordelijkheid de in het tweede lid bedoelde werkervaring is
opgedaan.
4. Wanneer een vrijstelling bedoeld in het eerste lid door de NOvAA
wordt verleend, wordt de nominale duur van de praktijkstage van de
aanvrager verkort met
a. een half jaar indien ten minste vier jaar relevante
werkervaring is opgedaan ten aanzien van een kritische
beroepssituatie niet zijnde de situatie van assuranceopdrachten;
b. een jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring
is opgedaan ten aanzien van de kritische beroepssituaties niet
zijnde de situaties van assuranceopdrachten dan wel ten minste
vier jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van twee
kritische beroepssituaties niet zijnde de situaties van
assuranceopdrachten;
c. twee jaar indien ten minste vier jaar relevante werkervaring
is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten;
d. tweeëneenhalf jaar indien ten minste acht jaar relevante
werkervaring is opgedaan ten aanzien van situaties van
assuranceopdrachten en ten minste één andere kritische
beroepssituatie;
e. drie jaar indien ten minste acht jaar relevante werkervaring
is opgedaan ten aanzien van situaties van assuranceopdrachten en
ten minste twee andere kritische beroepssituaties dan wel twaalf
jaar relevante werkervaring is opgedaan ten aanzien van de
kritische beroepssituaties.
5. De NOvAA wijst beoordelaars aan om te beoordelen of de
informatie, bedoeld in het derde lid voldoet aan de eisen die bij of
krachtens deze verordening daaraan zijn gesteld. Bij een positief
oordeel van de beoordelaars kan de informatie, bedoeld in het derde
lid worden toegevoegd aan het portfolio voor het eindgesprek.
6. De aanvrager legt een eindgesprek af, bedoeld in artikel 15. De
artikelen 15 tot en met 19 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 21
In afwijking van artikel 20 kan de NOvAA aan de aanvrager die een
registeraccountant is vrijstelling verlenen voor het examen indien uit
schriftelijke bewijzen blijkt dat hij gedurende zeven jaren werkervaring
heeft opgedaan op een niveau dat naar het oordeel van de NOvAA
gelijkwaardig is aan dat van de Accountant-Administratieconsulent en
voldoet aan de voorgeschreven competenties.
Deeltijd
Artikel 22
De trainee kan in deeltijd aan de praktijkstage en het examen
deelnemen. De werktijd dient dan minimaal 20 uur per week zijn.
Voor zover de trainee minder dan 32 uur per week werkt, nemen de
termijnen. bedoeld in artikel 3, in tijdsduur evenredig toe.
Onderbreken en stopzetten
Artikel 23
1. De trainee kan de NOvAA schriftelijk en gemotiveerd verzoeken de
praktijkstage te onderbreken wanneer er sprake is van zwangerschap,
langdurig verblijf in het buitenland, langdurige ziekte of in geval
van onvoorziene omstandigheden.
2. Het bestuur kan bij nadere regels vaststellen wat onder
onvoorziene omstandigheden, langdurig verblijf of langdurige ziekte
wordt verstaan en op welke wijze de praktijkstage na onderbreking kan
worden voortgezet.
Artikel 24
1. Een trainee kan op elk tijdstip de praktijkstage stopzetten.
2. De NOvAA kan besluiten de praktijkstage stop te zetten indien:
a. blijkt dat de trainee door tijdsverloop niet meer in staat
is om de praktijkstage binnen de maximale tijdsduur af te ronden;
b. gegronde redenen aanwezig zijn aan te nemen dat inschrijving
in het register, bedoeld in artikel 38 van de wet niet zal kunnen
plaatsvinden.
3. Bij stopzetting van de praktijkstage komen alle reeds in verband
daarmee geleverde prestaties te vervallen.
Bezwaar- en beroepsprocedure
Artikel 25
1. Tegen een besluit van de NOvAA kan overeenkomstig de Algemene
wet bestuursrecht binnen zes weken schriftelijk bezwaar worden
ingediend bij de NOvAA.
2. Tegen een besluit op bezwaar van de NOvAA kan beroep worden
ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Slotbepalingen
Artikel 26
1. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
bestuur van de NOvAA.
2. In bijzondere gevallen kan door het bestuur van de NOvAA worden
afgeweken van deze verordening.
Artikel 27
1. Op een trainee die de praktijkstage heeft aangevangen vóór 1
januari 2007 zijn tot uiterlijk 1 januari 2012 de Verordening op de
praktijkopleiding van 17 juni 1996, Stcrt. 1996, 119, zoals
laatstelijk gewijzigd bij verordening van 12 juni 2006, Staatscourant
2006, 171, en het Examenreglement praktijkopleiding
Accountants-Administratieconsulenten van toepassing, zoals deze golden
op het tijdstip van inwerkingtreden van deze verordening,
2. De NOvAA kan op verzoek, in bijzondere gevallen, besluiten de in
het eerste lid bedoelde periode te verlengen tot uiterlijk 1 januari
2016.
Artikel 28
1. Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na
publicatie in de Staatscourant.
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de
praktijkstage.
|
|
|