BESLUIT van 21 december 2006, houdende de instelling
van een bedrijfschap voor ondernemingen waarin het stukadoors-, afbouw-
en terrazzo- en vloerenbedrijf wordt uitgeoefend (Instellingsbesluit
Bedrijfschap Afbouw)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op de
voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9
november 2006, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2006/90668,
gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, tweede
lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de
bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 7
december 2006, nr. W12.06.0483/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 december 2006, Directie
Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2006/101314, uitgebracht mede namens
Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het bedrijfschap: het Bedrijfschap Afbouw, bedoeld in artikel
3;
c. het bestuur: het bestuur van het bedrijfschap.
Artikel 2
1. In dit besluit wordt verstaan onder het stukadoors-, afbouw-,
terrazzo- en vloerenbedrijf: het bedrijfsmatig krachtens aanneming van
werk verrichten of doen verrichten van activiteiten gericht op het
gebied van de niet-constructieve afbouw, waaronder het ter plaatse van
de bestemming aanbrengen van plafond- en wandsystemen.
2. In dit besluit wordt onder stukadoors- en afbouwbedrijf mede
verstaan het plafond- en wandbedrijf.
3. In dit besluit wordt onder het vloerenbedrijf mede verstaan:
a. het bewerken van vloeren, al dan niet in samenhang met het
aanbrengen van een ter plaatse van de bestemming vervaardigde deklaag,
met de fysische eigenschappen die vereist zijn voor het beoogde
gebruik;
b. het storten van betonvloeren in samenhang met het
niet-constructief afbouwen van deze vloeren en tevens niet in
samenhang met de verantwoordelijkheid voor constructieve werkzaamheden
zoals bij het plaatsen van de bekisting en het aanbrengen van de
bewapening.
4. In dit besluit wordt onder uitoefening van het stukadoors-,
afbouw-, terrazzo- en vloerenbedrijf niet verstaan:
a. het verrichten van handelingen van constructieve bouwkundige
aard, waaronder die in het kader van het aannemingsbedrijf op het
gebied van bouw en utiliteit, en in het kader van betonreparatie van
constructieve aard;
b. het vervaardigen van dragende vloeren of wanden;
c. het fabrieksmatig vervaardigen van sierbetonproducten, tenzij
door de vervaardiger daarvan bestemd om ter plaatse van de bestemming
te worden aangebracht;
d. het fabrieksmatig vervaardigen van systeemwanden, het
fabrieksmatig vervaardigen van systeemplafondonderdelen, tenzij door
de vervaardiger daarvan bestemd om ter plaatse van de bestemming te
worden aangebracht;
e. het aanbrengen van niet zelf vervaardigde keramische, glazen of
natuurstenen tegels, tenzij aangebracht in samenhang met een of meer
handelingen behorende tot de uitoefening van het stukadoors-, afbouw-,
terrazzo- en vloerenbedrijf.
§ 2. Het bedrijfschap
Artikel 3
1. Er is een Bedrijfschap Afbouw.
2. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin het
stukadoors-, afbouw-, terrazzo- en vloerenbedrijf wordt uitgeoefend.
3. Het bedrijfschap is gevestigd te Rijswijk.
Artikel 4
Het bestuur bestaat uit twaalf leden, waarvan zes leden door
organisaties van ondernemers en zes leden door organisaties van
werknemers worden benoemd.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 5
Het bedrijfschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de
in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen
daarvan met uitzondering van de voortbrenging, de afzet, de verdeling en
de aanwending van goederen, waaronder mede begrepen de opslag en de be-
en verwerking van goederen, en het verlenen van diensten.
Artikel 6
1. Bij een op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet
vastgestelde verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan
de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en
rechtspersonen bindt, voor zover deze handelingen verrichten die
bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is
ingesteld, plegen te worden verricht.
2. Een bepaling als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor
ondernemingen waarvoor een bedrijfslichaam is ingesteld, indien dat
bedrijfslichaam ten aanzien van het onderwerp of de onderwerpen waarop
de in het eerste lid bedoelde verordening betrekking heeft, eveneens
bindende regelen heeft gesteld.
Artikel 7
1. Onverminderd het tweede en derde lid, worden de door het
bedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te
leggen heffingen vastgesteld naar één van de volgende grondslagen:
a. het aantal personen of categorieën van personen, werkzaam in de
ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
b. de in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld
bereikte omzet of onderdelen daarvan;
c. de loonsom van de werknemers in de ondernemingen waarvoor het
bedrijfschap is ingesteld.
2. Heffingen, met uitzondering van die waarvan de opbrengst een
bijzondere bestemming heeft, kunnen, behoudens een krachtens het eerste
lid vastgesteld deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid
worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het
bedrijfschap is ingesteld, gelijk is.
3. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming
heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur in
verband met die bestemming passend acht.
4. Bij heffingsverordening kan worden bepaald dat voor daarbij
aan te wijzen groepen van ondernemingen, ten aanzien waarvan zich
bijzondere omstandigheden voordoen, de heffing op andere wijze wordt
berekend.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8
Het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud wordt
ingetrokken.
Artikel 9
1. Het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud wordt opgeheven.
2. De verordeningen van het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud
en de krachtens deze verordeningen genomen heffingsbesluiten blijven na
intrekking van het Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Afbouw en
Onderhoud van kracht tot de datum waarop de door het bedrijfschap
vastgestelde verordeningen terzake in werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het Hoofdbedrijfschap
Afbouw en Onderhoud gaan over naar het bedrijfschap.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of
tegen het Hoofdbedrijfschap Afbouw en Onderhoud, worden geacht te zijn
ingesteld door of tegen het bedrijfschap.
5. Besluiten, genomen door het Hoofdbedrijfschap Afbouw en
Onderhoud, worden toegerekend aan het bedrijfschap.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap
Afbouw.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende toelichting in het Staatsblad zal worden
geplaatst.
’s-Gravenhage, 21 december 2006
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Economische Zaken,
J.G. Wijn
Uitgegeven de achtentwintigste december 2006
De Minister van Justitie,
E.M.H. Hirsch Ballin