St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de bedrijfsorganisatie (Wet BO)

 

INSTELLINGSBESLUIT  BEDRIJFSCHAP  GROOTHANDEL  EN  TUSSENPERSONEN  IN  AARDAPPELEN

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 15 november 1955, houdende instelling van een bedrijfschap voor de groothandel en de bedrijven van commissionnair en van tussenpersoon in aardappelen

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Ministers voor Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie, van Economische Zaken, van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening en van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 19 September 1955, no. B 3209, Dir. W.J.A.;
     Overwegende, dat het wenselijk is overeenkomstig het door de Sociaal-Economische Raad op 22 April 1955 uit eigen beweging daartoe uitgebrachte advies over te gaan tot instelling van een bedrijfschap als bedoeld in de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22) voor ondernemingen op het gebied van de groothandel en de bedrijven van commissionnair en van tussenpersoon in aardappelen;
     Gelet op genoemde wet;
     De Raad van State gehoord (advies van 18 October 1955, nr. 38);
     Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 9 November 1955, nr. B 3427, Dir. W.J.A.;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Artikel 1

1. Er is een Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in Aardappelen.

2. Het bedrijfschap heeft zijn zetel te 's-Gravenhage.

Artikel 2

1. Het bedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen, waarin de groothandel of het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon in aardappelen wordt uitgeoefend al dan niet tezamen met het bedrijf van het sorteren, het wassen of het stomen van aardappelen.

2. Dit besluit verstaat onder:

groothandel in aardappelen:

a. het bedrijf van het kopen van aardappelen met uitzondering van pootaardappelen, en het - al dan niet na stomen - verkopen daarvan aan wederverkopers of - tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen van aardappelen aan particulieren - aan instellingen of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden;

b. het bedrijf van het kopen van pootaardappelen en het verkopen daarvan aan wederverkopers of aan personen, die het gekochte in een door hen gedreven onderneming aanwenden, al dan niet tezamen met het verkopen van pootaardappelen aan particulieren;

het bedrijf van tussenpersoon in aardappelen: het bedrijf van het op naam van anderen sluiten van koop- en verkoopovereenkomsten met betrekking tot aardappelen of van het, anders dan door het houden van veilingen, bemiddelen bij het tot stand komen van zodanige koop- en verkoopovereenkomsten;

aardappelen: alle aardappelen, al dan niet gestoomd, ongeacht het doel, waarvoor zij zijn bestemd;

wet: de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22).

3. Dit besluit verstaat onder groothandel niet de aanvoer-, transito- en driehoekshandel en onder het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon niet het bedrijf van commissionnair of van tussenpersoon op het terrein van laatstbedoelde vormen van handel.

Artikel 3

In afwijking van artikel 73, vierde lid, van de wet bedraagt het aantal door organisaties van werknemers te benoemen leden van het bestuur van het bedrijfschap ten minste zeven tienden en ten hoogste acht tienden van het door organisaties van ondernemers te benoemen aantal.

Artikel 4

1. Het bedrijfschap heeft organen als bedoeld in artikel 88a van de wet.

2. Deze organen zijn:

a. een orgaan voor aangelegenheden betreffende aardappelen met uitzondering van pootaardappelen, Afdeling Consumptie-, Fabrieks- en Voeraardappelen genaamd;

b. een orgaan voor aangelegenheden betreffende pootaardappelen, Afdeling Pootaardappelen genaamd.

Artikel 5

1. De leden van de in artikel 4 genoemde organen worden benoemd door de organisaties van ondernemers en van werknemers, daartoe aangewezen door de Sociaal-Economische Raad. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de Raad representatieve organisaties van de betrokken ondernemers en van de betrokken werknemers, welke verenigingen met volledige rechtsbevoegdheid zijn.

2. De organisaties zijn bevoegd voor elk lid, dat

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is te verkrijgen op www.123recht.nl



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet BO | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x