| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
bedrijfsorganisatie (Wet BO)
INSTELLINGSBESLUIT
BEDRIJFSCHAP HORECA EN CATERING
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
BESLUIT van 8 december 2003, houdende de instelling
van een bedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van het hotel-,
het pension-, het restaurant-, het café-, het cafétaria-, het
lunchroom- en het cateringbedrijf (Instellingsbesluit Bedrijfschap
Horeca en Catering)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 augustus
2003, nr. AV/CAM/2003/58530, gedaan mede namens Onze Minister van
Economische Zaken;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, 76,
eerste lid, 93, tweede lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de
Wet op de Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 25
september 2003, nr. W12.03.0335/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 november 2003, AV/CAM/2003/58530,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het bedrijfschap: het Bedrijfschap Horeca en Catering.
§ 2. Het bedrijfschap
Artikel 2
1. Er is een Bedrijfschap Horeca en Catering.
2. Het bedrijfschap is ingesteld voor:
a. de ondernemingen, waarin het hotel-, het pension-, het restaurant-,
het café-, het cafetaria-, het lunchroom- of het partycateringbedrijf
wordt uitgeoefend;
b. de overige ondernemingen waarin de verstrekking van logies, gepaard
gaande met dienstverlening of de verstrekking van maaltijden, spijzen of
dranken voor verbruik ter plaatse, als bedrijf plaats heeft.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, is het bedrijfschap
niet ingesteld voor de ondernemingen waarin uitsluitend het
contractcateringbedrijf wordt uitgeoefend, dan wel waarin uitsluitend
contractcateringactiviteiten als bedrijf plaats hebben.
4. Het bedrijfschap is gevestigd te Zoetermeer.
Artikel 3
Het bestuur van het bedrijfschap bestaat uit twaalf leden. Hiervan
worden zes leden door organisaties van ondernemers en zes leden door
organisaties van werknemers benoemd.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 4
Het bedrijfschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de in
artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen
daarvan met uitzondering van:
d. de lonen en andere arbeidsvoorwaarden.
Artikel 5
1. Het bestuur stelt verordeningen betreffende de aanduiding van
ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld vast na advies van
een door het bestuur in te stellen adviescommissie. Een in de vorige
volzin bedoelde verordening die ter goedkeuring aan de
Sociaal-Economische Raad wordt voorgelegd, gaat vergezeld van het advies
van deze commissie.
2. De in het eerste lid bedoelde commissie bestaat uit leden afkomstig
van de toeristen- en consumentenorganisaties.
Artikel 6
1. Bij een op grond van artikel 5 vastgestelde verordening kan worden
bepaald dat deze mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de
wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen bindt, voorzover deze
handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor
het bedrijfschap is ingesteld, plegen te worden verricht.
2. Een bepaling als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor
ondernemingen waarvoor een bedrijfslichaam is ingesteld, indien dat
bedrijfslichaam ten aanzien van het onderwerp of de onderwerpen waarop
de in het eerste lid bedoelde verordening betrekking heeft, eveneens
bindende regelen heeft gesteld.
Artikel 7
1. Het bedrijfschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste
lid, van de wet op, gebaseerd op een van de volgende grondslagen:
a. het aantal personen of categorieën van personen, werkzaam in de
ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;
b. de in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld
bereikte omzet of categorieën van omzet;
c. het als loon aan te merken bedrag of categorieën van bedragen van de
personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is
ingesteld.
2. Heffingen kunnen, behoudens een met inachtneming van het eerste lid
vastgesteld deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid worden
opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het
bedrijfschap is ingesteld gelijk is.
3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft,
kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het
bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
4. Bij de heffingsverordening kan worden bepaald dat voor daarbij aan te
wijzen groepen van ondernemingen, ten aanzien waarvan zich bijzondere
omstandigheden voordoen, de heffing op andere wijze wordt berekend.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8
1. Het bij Koninklijk besluit van 22 december 1954 ingestelde
Bedrijfschap Hotel-, Restaurant-, Café- en Pension- en
Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante bedrijven wordt opgeheven.
2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door het bij
Koninklijk besluit van 22 december 1954 ingestelde Bedrijfschap Hotel-,
Restaurant-, Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante
bedrijven blijven van kracht tot de datum waarop de door het
bedrijfschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten terzake in
werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij Koninklijk
besluit van 22 december 1954 ingestelde Bedrijfschap Hotel-, Restaurant-,
Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante bedrijven, gaan
over naar het bedrijfschap.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of tegen het
bij Koninklijk besluit van 22 december 1954 ingestelde Bedrijfschap
Hotel-, Restaurant-, Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en
Aanverwante bedrijven worden geacht te zijn ingesteld door of tegen het
bedrijfschap.
Artikel 9
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode
ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1
januari 2005.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap Horeca
en Catering.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
's-Gravenhage, 8 december 2003
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de dertigste december 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|