St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de bedrijfsorganisatie (Wet BO)

 

INSTELLINGSBESLUIT  BEDRIJFSCHAP  HORECA  EN  CATERING

Tekst zoals deze geldt op 23 januari 2014
Volgende actualisering: juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 8 december 2003, houdende de instelling van een bedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafétaria-, het lunchroom- en het cateringbedrijf (Instellingsbesluit Bedrijfschap Horeca en Catering)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 augustus 2003, nr. AV/CAM/2003/58530, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken;
     Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, 76, eerste lid, 93, tweede lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;
     De Raad van State gehoord (advies van 25 september 2003, nr. W12.03.0335/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 november 2003, AV/CAM/2003/58530, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

§ 1. Begripsbepalingen

 

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;

b. het bedrijfschap: het Bedrijfschap Horeca en Catering.

 

§ 2. Het bedrijfschap

 

Artikel 2

1. Er is een Bedrijfschap Horeca en Catering.

2. Het bedrijfschap is ingesteld voor:

a. de ondernemingen, waarin het hotel-, het pension-, het restaurant-, het café-, het cafetaria-, het lunchroom- of het partycateringbedrijf wordt uitgeoefend;

b. de overige ondernemingen waarin de verstrekking van logies, gepaard gaande met dienstverlening of de verstrekking van maaltijden, spijzen of dranken voor verbruik ter plaatse, als bedrijf plaats heeft.

3. In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, is het bedrijfschap niet ingesteld voor de ondernemingen waarin uitsluitend het contractcateringbedrijf wordt uitgeoefend, dan wel waarin uitsluitend contractcateringactiviteiten als bedrijf plaats hebben.

4. Het bedrijfschap is gevestigd te Zoetermeer.

 

Artikel 3

Het bestuur van het bedrijfschap bestaat uit twaalf leden. Hiervan worden zes leden door organisaties van ondernemers en zes leden door organisaties van werknemers benoemd.

 

§ 3. Bevoegdheden

 

Artikel 4

Het bedrijfschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen daarvan met uitzondering van:

d. de lonen en andere arbeidsvoorwaarden.

 

Artikel 5

1. Het bestuur stelt verordeningen betreffende de aanduiding van ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld vast na advies van een door het bestuur in te stellen adviescommissie. Een in de vorige volzin bedoelde verordening die ter goedkeuring aan de Sociaal-Economische Raad wordt voorgelegd, gaat vergezeld van het advies van deze commissie.

2. De in het eerste lid bedoelde commissie bestaat uit leden afkomstig van de toeristen- en consumentenorganisaties.

 

Artikel 6

1. Bij een op grond van artikel 5 vastgestelde verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen bindt, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

2. Een bepaling als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor ondernemingen waarvoor een bedrijfslichaam is ingesteld, indien dat bedrijfslichaam ten aanzien van het onderwerp of de onderwerpen waarop de in het eerste lid bedoelde verordening betrekking heeft, eveneens bindende regelen heeft gesteld.

 

Artikel 7

1. Het bedrijfschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste lid, van de wet op, gebaseerd op een van de volgende grondslagen:

a. het aantal personen of categorieën van personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld;

b. de in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld bereikte omzet of categorieën van omzet;

c. het als loon aan te merken bedrag of categorieën van bedragen van de personen, werkzaam in de ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld.

2. Heffingen kunnen, behoudens een met inachtneming van het eerste lid vastgesteld deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor het bedrijfschap is ingesteld gelijk is.

3. Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het bedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.

4. Bij de heffingsverordening kan worden bepaald dat voor daarbij aan te wijzen groepen van ondernemingen, ten aanzien waarvan zich bijzondere omstandigheden voordoen, de heffing op andere wijze wordt berekend.

 

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen

 

Artikel 8

1. Het bij Koninklijk besluit van 22 december 1954 ingestelde Bedrijfschap Hotel-, Restaurant-, Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante bedrijven wordt opgeheven.

2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door het bij Koninklijk besluit van 22 december 1954 ingestelde Bedrijfschap Hotel-, Restaurant-, Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante bedrijven blijven van kracht tot de datum waarop de door het bedrijfschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten terzake in werking zullen treden.

3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij Koninklijk besluit van 22 december 1954 ingestelde Bedrijfschap Hotel-, Restaurant-, Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante bedrijven, gaan over naar het bedrijfschap.

4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of tegen het bij Koninklijk besluit van 22 december 1954 ingestelde Bedrijfschap Hotel-, Restaurant-, Café- en Pension- en Kamerverhuurbedrijf en Aanverwante bedrijven worden geacht te zijn ingesteld door of tegen het bedrijfschap.

 

Artikel 9

De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1 januari 2005.

 

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

 

Artikel 11

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Bedrijfschap Horeca en Catering.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

's-Gravenhage, 8 december 2003

 

BEATRIX

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus

De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst

 

Uitgegeven de dertigste december 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet BO | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x