| |
|
|
|
|
vorige
Nadere
regelgeving
Wet op de
bedrijfsorganisatie (Wet BO)
INSTELLINGSBESLUIT
BOSSCHAP
Tekst zoals deze geldt op
25 januari 2013
Volgende actualisering: juli 2013
|
|
|
BESLUIT van 3 juni 2003, houdende de instelling van
een bedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de bosbouw, het
bosbeheer en de houtteelt (Instellingsbesluit Bosschap)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december
2002, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2002/95395, gedaan mede
namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze
Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, tweede
lid, 76, eerste lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op
de Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 17
februari 2003, nr. W12.02.0573/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 mei 2003, Directie
Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/15109, uitgebracht mede namens Onze
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van
Economische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het Bosschap: het Bedrijfschap voor de bosbouw, het bosbeheer,
het natuurbeheer en de houtteelt;
c. bosbouwambachtonderneming: een onderneming die tegen betaling
werkzaamheden verricht in bossen of andere houtopstanden, welke
werkzaamheden bedrijfsmatig plegen te worden verricht in
ondernemingen waarin de bosbouw of de houtteelt wordt uitgeoefend.
Artikel 2
1.In dit besluit wordt onder uitoefening van de bosbouw, het
bosbeheer, het natuurbeheer of de houtteelt mede verstaan het geschikt
maken of beter geschikt maken van de bodem voor de uitoefening van de
bosbouw, het bosbeheer, het natuurbeheer of de houtteelt.
2.In dit besluit wordt onder houtteelt niet de griendcultuur
verstaan.
3.In dit besluit wordt onder natuurbeheer niet verstaan:
a. het beheer op gronden waaraan in een bestemmingsplan een
agrarische bestemming is gegeven;
b. het beheer betreffende grote open wateren.
§ 2. Het bedrijfschap
Artikel 3
1.Er is een Bosschap.
2.Het Bosschap is ingesteld voor:
a. ondernemingen, waarin de bosbouw, het bosbeheer, het
natuurbeheer of de houtteelt wordt uitgeoefend;
b. bosbouwambachtondernemingen.
3.Het Bosschap is gevestigd te Driebergen.
Artikel 4
Het bestuur van het Bosschap bestaat uit tien leden, waarvan vijf
leden door organisaties van ondernemers en vijf leden door organisaties
van werknemers worden benoemd.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 5
Het Bosschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de in
artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen
daarvan, met uitzondering van:
d. de lonen en andere arbeidsvoorwaarden;
f. arbeidsmarktvoorzieningen;
g. fondsen en andere instellingen in het belang der
bedrijfsgenoten.
Artikel 6
1.Bij een op grond van artikel 93, tweede lid van de wet
vastgestelde verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan
de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en
rechtspersonen bindt, voorzover deze handelingen verrichten die
bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld,
plegen te worden verricht.
2.Een bepaling als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor
ondernemingen waarvoor een bedrijfslichaam is ingesteld, indien dat
bedrijfslichaam ten aanzien van het onderwerp of de onderwerpen waarop
de in het eerste lid bedoelde verordening betrekking heeft, eveneens
bindende regelen heeft gesteld.
Artikel 7
1.Onverminderd het in het tweede en derde lid bepaalde, worden door
het Bosschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te
leggen heffingen vastgesteld naar een van de volgende grondslagen:
a. de bij ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld in
gebruik zijnde oppervlakte bosgrond of natuurterrein;
b. de in ondernemingen waarvoor het Bosschap is ingesteld
bereikte omzet of categorie van omzet.
2.Heffingen kunnen, met uitzondering van die als bedoeld in artikel
126, vierde lid, van de wet, behoudens een krachtens het eerste lid
vastgestelde deel, voor het andere deel in afwijking van dat lid
worden opgelegd tot een bedrag dat voor alle ondernemingen waarvoor
het Bosschap is ingesteld gelijk is.
3.Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft,
kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het
Bosschap in verband met die bestemming passend acht.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 8
1.Het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 20
september 1996 ingestelde Bosschap wordt opgeheven.
2.Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door het
bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 20 september 1996
ingestelde Bosschap blijven van kracht tot de datum waarop de door het
op grond van dit besluit ingestelde Bosschap vastgestelde
verordeningen en andere besluiten terzake in werking zullen treden.
3.Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening
van de Sociaal-Economische Raad van 20 september 1996 ingestelde
Bosschap, gaan over naar het op grond van dit besluit ingestelde
Bosschap.
4.Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of tegen
het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 20 september
1996 ingestelde Bosschap worden geacht te zijn ingesteld door of tegen
het op grond van dit besluit ingestelde Bosschap.
Artikel 9
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode
ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1
juli 2004.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Bosschap.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad
zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en
ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand
zullen houden.
's-Gravenhage, 3 juni 2003
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
C.P. Veerman
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de vierentwintigste juni 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|
|