St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet op de bedrijfsorganisatie (Wet BO)

 

INSTELLINGSBESLUIT  HOOFDBEDRIJFSCHAP  AGRARISCHE  GROOTHANDEL

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 4 maart 2002, houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de groothandel en het bedrijf van tussenpersoon in aardappelen, bloemkwekerijproducten, groeten en fruit, alsmede de opheffing Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in Aardappelen, Bedrijfschap Groothandel in Bloemkwekerijprodukten en Bedrijfschap Groothandel en Tussenpersonen in Groenten en Fruit (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op voordracht van de Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 november 2001, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/A&M/2001/73175, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van Economische Zaken;
     Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, 88a, eerste lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;
     De Raad van State gehoord (advies van 4 januari 2002, nr. W12.01.0576/IV);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 februari 2002, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2002/1761, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van Economische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk I: Instelling hoofdbedrijfschap

 

1. Begripsbepalingen

 

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;

b. het hoofdbedrijfschap: het Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel;

c. commissie: orgaan als bedoeld in artikel 88a van de wet;

d. de raad: de Sociaal-Economische Raad.

 

Artikel 2

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. groothandel: het bedrijf van het kopen van aardappelen, bloemkwekerij-producten, groenten of fruit, met uitzondering van pootaardappelen en het verkopen daarvan:

1. aan wederverkopers;

2. aan instellingen, tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren;

3. aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte in een door hen gedreven bedrijf of inrichting aanwenden;

b. de groothandel in pootaardappelen: het bedrijf van het kopen van pootaardappelen en het verkopen daarvan aan wederverkopers, of aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte al dan niet tezamen met het verkopen van pootaardappelen aan particulieren aanwenden in een door hen gedreven onderneming;

c. het bedrijf van commissionair: het bedrijf van het op eigen naam of op naam van anderen sluiten van overeenkomsten van koop en verkoop van aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of fruit, of van het anders dan door het houden van veilingen bemiddelen bij de totstandkoming van zodanige overeenkomsten;

d. het bedrijf van tussenpersoon: het bedrijf van het op order van en voor rekening van anderen al dan niet op eigen naam sluiten van overeenkomsten van koop en verkoop van aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of fruit, of van het anders dan door het houden van veilingen bemiddelen bij de totstandkoming van zodanige overeenkomsten;

e. het bedrijf van handelskweker: het bedrijf van het kweken, vermeerderen of telen van bloemkwekerijproducten, groenten of fruit en het verkopen daarvan aan in dit lid sub b genoemde afnemers;

f. onderneming: een onderneming waarin het bedrijf wordt uitgeoefend waarvoor het bedrijfschap is ingesteld:

g. ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het bedrijfschap is ingesteld.

2. Onder bloemkwekerijproducten wordt niet verstaan het uitgangsmateriaal voor die producten.

 

2. Het hoofdbedrijfschap

 

Artikel 3

1.Er is een Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel.

2.Het hoofdbedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin wordt uitgeoefend:

a. de groothandel, behoudens de doorvoer- en driehoekshandel, of het bedrijf van tussenpersonen in aardappelen, al dan niet tezamen met het bedrijf van het sorteren, het wassen of het stomen van aardappelen;

b. de binnenlandse groothandel of het bedrijf van commissionair, of van tussenpersoon in bloemkwekerijproducten, of het bedrijf van handelskweker, of het bedrijf van het exporteren van bloemkwekerijproducten wordt uitgeoefend;

c. de groothandel, behoudens de doorvoer- en driehoekshandel, of het bedrijf van tussenpersoon in verse groenten en vers fruit, al dan niet tezamen met:

1. de groothandel of het bedrijf van tussenpersoon in binnenlands verduurzaamde groenten, binnenlands verduurzaamd fruit, vijgen of dadels; of

2. het bedrijf van het sorteren, bewerken en verpakken van verse groenten en vers fruit;

3. Het hoofdbedrijfschap is gevestigd te Aalsmeer.

 

Artikel 4

Het bestuur van het hoofdbedrijfschap bestaat uit 7 leden, waarvan 3 leden door organisaties van ondernemers en 4 leden door organisaties van werknemers worden benoemd.

 

Artikel 5

1.Het hoofdbedrijfschap heeft commissies voor aangelegenheden verband houdend met:

a. consumptie-, fabrieks- en voeraardappelen;

b. pootaardappelen;

c. bloemkwekerijproducten;

d. groenten en fruit;

2.De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers.Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en werknemers.

3.De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden benoemen van de in artikel 6 tot en met artikel 9 genoemde commissies, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.

4.De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het bedrijfschap.

5.De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie benoemd. De leden van elk van de commissies benoemen desgewenst uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter.

6.De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies en voeren de door het bestuur aan hen gedelegeerde taken uit.

 

Artikel 6

De Commissie consumptie-, fabrieks- en voeraardappelen bestaat uit

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is te verkrijgen op www.123recht.nl



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | Wet BO | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x