|
BESLUIT van 4 maart 2002, houdende de instelling van
een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de
groothandel en het bedrijf van tussenpersoon in aardappelen,
bloemkwekerijproducten, groeten en fruit, alsmede de opheffing
Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in Aardappelen,
Bedrijfschap Groothandel in Bloemkwekerijprodukten en Bedrijfschap
Groothandel en Tussenpersonen in Groenten en Fruit (Instellingsbesluit
Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van de Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van
1 november 2001, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/A&M/2001/73175,
gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
en Onze Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, 88a,
eerste lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de
Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 4 januari
2002, nr. W12.01.0576/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 5 februari 2002, Directie
Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2002/1761, uitgebracht mede namens Onze
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onze Minister van
Economische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk I: Instelling hoofdbedrijfschap
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het hoofdbedrijfschap: het Hoofdbedrijfschap voor de
Agrarische Groothandel;
c. commissie: orgaan als bedoeld in artikel 88a van de wet;
d. de raad: de Sociaal-Economische Raad.
Artikel 2
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. groothandel: het bedrijf van het kopen van aardappelen,
bloemkwekerij-producten, groenten of fruit, met uitzondering van
pootaardappelen en het verkopen daarvan:
1°. aan wederverkopers;
2°. aan instellingen, tenzij dit geschiedt in verband met
het verkopen aan particulieren;
3°. aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte in
een door hen gedreven bedrijf of inrichting aanwenden;
b. de groothandel in pootaardappelen: het bedrijf van het kopen
van pootaardappelen en het verkopen daarvan aan wederverkopers, of
aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte – al dan niet
tezamen met het verkopen van pootaardappelen aan particulieren –
aanwenden in een door hen gedreven onderneming;
c. het bedrijf van commissionair: het bedrijf van het op eigen
naam of op naam van anderen sluiten van overeenkomsten van koop en
verkoop van aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of
fruit, of van het – anders dan door het houden van veilingen –
bemiddelen bij de totstandkoming van zodanige overeenkomsten;
d. het bedrijf van tussenpersoon: het bedrijf van het op order
van en voor rekening van anderen – al dan niet op eigen naam –
sluiten van overeenkomsten van koop en verkoop van aardappelen,
bloemkwekerijproducten, groenten of fruit, of van het – anders
dan door het houden van veilingen – bemiddelen bij de
totstandkoming van zodanige overeenkomsten;
e. het bedrijf van handelskweker: het bedrijf van het kweken,
vermeerderen of telen van bloemkwekerijproducten, groenten of
fruit en het verkopen daarvan aan in dit lid sub b genoemde
afnemers;
f. onderneming: een onderneming waarin het bedrijf wordt
uitgeoefend waarvoor het bedrijfschap is ingesteld:
g. ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een
onderneming drijft waarvoor het bedrijfschap is ingesteld.
2. Onder bloemkwekerijproducten wordt niet verstaan het
uitgangsmateriaal voor die producten.
§ 2. Het hoofdbedrijfschap
Artikel 3
1.Er is een Hoofdbedrijfschap voor de Agrarische Groothandel.
2.Het hoofdbedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin
wordt uitgeoefend:
a. de groothandel, behoudens de doorvoer- en driehoekshandel,
of het bedrijf van tussenpersonen in aardappelen, al dan niet
tezamen met het bedrijf van het sorteren, het wassen of het stomen
van aardappelen;
b. de binnenlandse groothandel of het bedrijf van
commissionair, of van tussenpersoon in bloemkwekerijproducten, of
het bedrijf van handelskweker, of het bedrijf van het exporteren
van bloemkwekerijproducten wordt uitgeoefend;
c. de groothandel, behoudens de doorvoer- en driehoekshandel,
of het bedrijf van tussenpersoon in verse groenten en vers fruit,
al dan niet tezamen met:
1. de groothandel of het bedrijf van tussenpersoon in
binnenlands verduurzaamde groenten, binnenlands verduurzaamd
fruit, vijgen of dadels; of
2. het bedrijf van het sorteren, bewerken en verpakken van
verse groenten en vers fruit;
3. Het hoofdbedrijfschap is gevestigd te Aalsmeer.
Artikel 4
Het bestuur van het hoofdbedrijfschap bestaat uit 7 leden, waarvan 3
leden door organisaties van ondernemers en 4 leden door organisaties van
werknemers worden benoemd.
Artikel 5
1.Het hoofdbedrijfschap heeft commissies voor aangelegenheden
verband houdend met:
a. consumptie-, fabrieks- en voeraardappelen;
b. pootaardappelen;
c. bloemkwekerijproducten;
d. groenten en fruit;
2.De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan
te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers.Voor
aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad
representatieve organisaties van ondernemers en werknemers.
3.De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden
benoemen van de in artikel 6 tot en met artikel 9 genoemde commissies,
zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger
aan te wijzen.
4.De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met
die van de leden van het bestuur van het bedrijfschap.
5.De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op
voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de
commissie benoemd. De leden van elk van de commissies benoemen
desgewenst uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter.
6.De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van
advies en voeren de door het bestuur aan hen gedelegeerde taken uit.
Artikel 6
De Commissie consumptie-, fabrieks- en voeraardappelen bestaat uit 7
leden. Daarvan worden 4 leden door organisaties van ondernemers en 3
leden door organisaties van werknemers benoemd.
Artikel 7
De Commissie pootaardappelen bestaat uit 7 leden. Daarvan worden 4
leden door organisaties van ondernemers en 3 leden door organisaties van
werknemers benoemd.
Artikel 8
De Commissie bloemkwekerijproducten bestaat uit 6 leden. Daarvan
worden 4 leden door organisaties van ondernemers en 2 leden door
organisaties van werknemers benoemd.
Artikel 9
De Commissie groenten en fruit bestaat uit 6 leden. Daarvan worden 4
leden door organisaties van ondernemers en 2 leden door organisaties van
werknemers benoemd.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 10
Het hoofdbedrijfschap is bevoegd tot regeling of nadere regeling van
de in artikel 93, tweede lid van de wet, vermelde onderwerpen of
onderdelen daarvan met uitzondering van: d. de lonen en andere
arbeidsvoorwaarden.
Artikel 11
1.Een verordening als bedoeld in artikel 93, artikel 119, artikel
123 of artikel 126 van de wet die naar het oordeel van het bestuur
ligt op het werkgebied van een commissie, stelt het bestuur vast na
advies van die commissie.
2.Een besluit met betrekking tot andere aangelegenheden dat naar
het oordeel van het bestuur ligt op het werkgebied van een commissie,
stelt het bestuur vast na advies van die commissie. Indien het bestuur
het advies niet volgt, wordt de commissie in de gelegenheid gesteld om
nogmaals advies uit te brengen.
3.Besluiten over aanwending van de algemene reserves, voorzover het
betreft het aandeel in de algemene reserve dat op grond van de inbreng
bij de instelling van het hoofdbedrijfschap, of accumulatie als gevolg
van interestontvangsten of batige exploitatiesaldi aan een commissie
is toe te rekenen, stelt het bestuur vast na advies van de
desbetreffende commissie.
Artikel 12
1.Voor zover een in artikel 10 bedoelde verordening betrekking
heeft op de groothandel of het bedrijf van tussenpersoon in al dan
niet verse aardappelen en bloemkwekerijproducten, groenten of fruit,
kan daarin worden bepaald dat deze mede andere dan de in artikel 102,
eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen bindt,
voorzover deze personen handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de
ondernemingen waarvoor het hoofdbedrijfschap is ingesteld, plegen te
worden verricht.
2.Een bepaling als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor
ondernemingen waarvoor een bedrijfslichaam is ingesteld, indien dat
bedrijfslichaam ten aanzien van het onderwerp of de onderwerpen waarop
de in het eerste lid bedoelde verordening betrekking heeft, eveneens
bindende regelen heeft gesteld.
Artikel 13
1.Onverminderd het in het tweede lid bepaalde, worden de door het
hoofdbedrijfschap krachtens artikel 126, eerste lid, van de wet op te
leggen heffingen vastgesteld op grondslag van de in iedere onderneming
bereikte, naar geldswaarde of hoeveelheid berekende omzet, met dien
verstande dat het tarief voor verschillende in de heffingsverordening
aangewezen groepen van ondernemingen verschillend kan zijn. Boven of
in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat
voor alle ondernemingen of groepen daarvan gelijk is.
2.Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft,
kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het
hoofdbedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
3.De in het eerste lid van dit artikel bedoelde heffingen worden
zodanig vastgesteld dat de uitgaven ten behoeve van een commissie als
bedoeld in artikel 5, naar het oordeel van het bestuur van het
hoofdbedrijfschap kunnen worden bekostigd uit de opbrengst van hetgeen
wordt geheven van degenen die de ondernemingen drijven die naar het
oordeel van het bestuur bij die commissie zijn betrokken.
Hoofdstuk II: Opheffing bedrijfschappen
Artikel 14
1.Het Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in
Aardappelen, het Bedrijfschap voor de Groothandel in
Bloemkwekerijprodukten en het Bedrijfschap voor de Groothandel en de
Tussenpersonen in Groenten en Fruit zijn opgeheven.
2.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder bedrijfslichamen
verstaan: de in het eerste lid genoemde bedrijfschappen.
3.Onverminderd het feit dat de bedrijfslichamen vanaf de
inwerkingtreding van dit besluit zijn opgeheven, blijven de in bijlage
A vermelde, door de bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en
andere besluiten van kracht tot de datum waarop de door het
hoofdbedrijfschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten ter
zake in werking zullen treden.
4.De rechten, lasten en verplichtingen van de bedrijfslichamen ten
opzichte van hun personeel, gaan over naar het hoofdbedrijfschap.
5.De rechten en de verplichtingen van de gewezen werknemers van de
bedrijfslichamen blijven na de opheffing in stand.
6.Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op
pensioenverzekeringen en VUT-aanspraken, worden zij na de opheffing
van de bedrijfslichamen overgenomen dan wel voortgezet door het
hoofdbedrijfschap.
Artikel 15
1.Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit berust het beheer van
de vermogens van de bedrijfslichamen bij het hoofdbedrijfschap.
2.Rechtsvorderingen welke tot de vermogens van de bedrijfslichamen
behorende rechten of verplichtingen tot onderwerp hebben, worden
ingesteld door of tegen het hoofdbedrijfschap.
Artikel 16
1.Het hoofdbedrijfschap is belast met de vereffening van de
vermogens van de bedrijfslichamen. Het kan daartoe de tot de vermogens
van de bedrijfslichamen behorende roerende en onroerende zaken
vervreemden.
2.Het hoofdbedrijfschap maakt met het oog op de vereffening een
boedelbeschrijving op. Het stelt tevens de rekening van inkomsten en
uitgaven van de bedrijfslichamen vast over het tijdvak, aanvangende op
de eerste januari van het jaar volgende op het kalenderjaar waarover
laatstelijk een rekening van inkomsten en uitgaven door het bestuur
van de bedrijfslichamen is vastgesteld, en eindigend op de dag van
inwerkingtreding van dit besluit.
3.De boedelbeschrijvingen en de rekeningen van inkomsten en
uitgaven, zoals bedoeld in het tweede lid, behoeven de instemming van
de raad.
4.De instemming van de raad met de rekeningen van inkomsten en
uitgaven strekt tot decharge van de dagelijkse besturen van de
bedrijfslichamen, behoudens in geval van later gebleken valsheid in
bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
Artikel 17
1.Het hoofdbedrijfschap maakt het tijdstip van de aanvang van de
vereffening bekend in de Staatscourant en in het Mededelingenblad
Bedrijfsorganisatie, alsmede in de daartoe naar zijn oordeel in
aanmerking komende nieuwsbladen, onder vermelding van de afkondiging
van dit besluit.
2.In de bekendmaking worden degenen die een vordering op een of
meer van de bedrijfslichamen hebben, opgeroepen die vorderingen binnen
een daarbij aangegeven termijn bij het hoofdbedrijfschap in te dienen.
Deze termijn wordt niet korter gesteld dan zes maanden, te rekenen
vanaf de dag van de bekendmaking.
Artikel 18
1.De opheffing van de bedrijfslichamen tast de rechtskracht van de
door deze lichamen wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.
2.Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van de
bedrijfslichamen oefent de voorzitter van het hoofdbedrijfschap zo
nodig de in artikel 127 van de wet toegekende bevoegdheden uit.
3.Het hoofdbedrijfschap kan, voorzover dit voor de voldoening van
de schulden van een van de bedrijfslichamen noodzakelijk is, bij
verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het
bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk
opgelegde algemene heffing van het betrokken bedrijfslichaam
gehanteerde maatstaven.
4.Ten aanzien van een heffingsverordening als bedoeld in het derde
lid en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de
artikelen 126 en 127 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 19
1.De door het Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen
in Groenten en Fruit en het Bedrijfschap voor de Groothandel in
Bloemkwekerijprodukten gevormde fondsen voor het verlenen van
toeslagen op ingegane pensioenen en premievrije pensioenaanspraken
blijven in stand. Uit deze fondsen kunnen volgens door het dagelijks
bestuur van het hoofdbedrijfschap, uitgaande van het door de betrokken
dagelijkse besturen gevoerde beleid, te stellen regelen toeslagen
worden verleend op pensioenen en premievrije pensioenaanspraken van
gewezen werknemers van het bedrijfschap en het hoofdbedrijfschap of
hun nabestaanden.
2.Het hoofdbedrijfschap voldoet uit de in het eerste lid bedoelde
fondsen geen andere vorderingen dan die welke strekken tot nakoming
van de verplichtingen waarvoor deze fondsen zijn ingesteld.
3.De over de middelen van een fonds verkregen rente wordt aan het
desbetreffende fonds toegevoegd.
4.Het hoofdbedrijfschap verantwoordt het beheer van de fondsen door
middel van een bijzondere functie in zijn begroting.
Artikel 20
1.Zo spoedig mogelijk nadat het hoofdbedrijfschap het vermogen van
de bedrijfslichamen heeft vereffend, brengt het daarover aan de raad
verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door het
hoofdbedrijfschap vastgestelde rekening van inkomsten en uitgaven.
2.De vaststelling van het verslag en van de rekening van inkomsten
en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat
de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden ten kantore van
het hoofdbedrijfschap voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en
tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en
indien binnen die termijn bij het hoofdbedrijfschap geen bezwaren zijn
ingekomen. Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt
openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad
Bedrijfsorganisatie.
3.Elk ingekomen bezwaar wordt door het hoofdbedrijfschap
onderzocht. Indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, zet het
hoofdbedrijfschap de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw
verslag en een nieuwe rekening op, waarin aan het bezwaar is tegemoet
gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde
rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat het hoofdbedrijfschap nieuwe bezwaren, welke reeds tegen
het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden
ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond
bevonden, dan stelt het hoofdbedrijfschap het verslag en de rekening
alsnog vast.
4.De rekening behoeft instemming van de raad. De instemming strekt
tot decharge van het hoofdbedrijfschap. Het hoofdbedrijfschap doet van
het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbare
kennisgeving op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.
Artikel 21
Indien de fondsen, zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet
toereikend zijn, wordt hetgeen blijkens de rekening als bedoeld in
artikel 20 aan vermogen van het Bedrijfschap voor de Groothandel en de
Tussenpersonen in Groenten en Fruit en het Bedrijfschap voor de
Groothandel in Bloemkwekerijprodukten over is, door het
hoofdbedrijfschap, voorzover noodzakelijk, aangewend ter dekking van het
verwachte tekort.
Artikel 22
Hetgeen blijkens de rekening als bedoeld in artikel 20 aan vermogens
van de bedrijfslichamen over is, wordt, nadat zo nodig toepassing is
gegeven aan het gestelde in artikel 21, door het hoofdbedrijfschap
verantwoord in naar de bedrijfslichamen verbijzonderde functies in zijn
begroting en rekening van inkomsten en uitgaven.
Artikel 23
Hetgeen na afwikkeling van de verplichtingen jegens het gewezen
personeel van het Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen
in Groenten en Fruit en het Bedrijfschap voor de Groothandel in
Bloemkwekerijprodukten van de in artikel 19, eerste lid, bedoelde
fondsen over is, wordt door het hoofdbedrijfschap, de betrokken
organisaties van ondernemers en van werknemers gehoord, een bestemming
gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het
bedrijfsleven. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de raad.
Artikel 24
1.De opheffing van de bedrijfslichamen heeft geen gevolg voor de
ontvankelijkheid van bezwaren als bedoeld in de Algemene wet
bestuursrecht of beroepen ingevolge de Wet bestuursrechtspraak
bedrijfsorganisatie. In plaats van de bedrijfslichamen treedt het
hoofdbedrijfschap als partij op.
2.Gerechtelijke uitspraken, gedaan tegen een van de
bedrijfslichamen of, op grond van het eerste lid, tegen het
hoofdbedrijfschap, worden door het hoofdbedrijfschap uitgevoerd,
voorzover nodig ten laste van het vermogen van het betrokken opgeheven
bedrijfslichaam.
Artikel 25
Het hoofdbedrijfschap draagt in de zin van de Archiefwet 1995 zorg
voor de archiefbescheiden van de bedrijfslichamen.
Hoofdstuk III: Slotbepalingen
Artikel 26
De Instellingsverordeningen Bedrijfschap voor de Groothandel en de
Tussenpersonen in Aardappelen, Bedrijfschap Groothandel in
Bloemkwekerijprodukten en Bedrijfschap Groothandel en Tussenpersonen in
Groenten en Fruit worden ingetrokken.
Artikel 27
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip.
Artikel 28
Dit besluit wordt aangehaald als Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap
Agrarische Groothandel.
Lasten en
bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en
dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
's-Gravenhage, 4 maart 2002
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend
De Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij,
L.J. Brinkhorst
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink
Uitgegeven de achtentwintigste
maart 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Bijlage A
Deze bijlage behoort bij het Besluit van
4 maart 2002, houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor
ondernemingen op het gebied van de groothandel en het bedrijf van
tussenpersoon in aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of fruit,
almede de opheffing Bedrijfschap voor de Groothandel en de
Tussenpersonen in Aardappelen, Bedrijfschap Groothandel in
Bloemkwekerijprodukten en Bedrijfschap Groothandel en Tussenpersonen in
Groenten en Fruit (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische
Groothandel), als bedoeld in artikel 14, derde lid.
Verordeningen en andere besluiten van:
a. het Bedrijfschap voor de
Groothandel en de Tussenpersonen in Aardappelen:
1. Verordening registratie,
verstrekking van gegevens en inzage van boeken en bescheiden
1957
2. Machtiging dwangbevelen uit te
vaardigen
3. Verordening bestrijding
Phytophthora infestans bij aardappelen 1994
4. Algemene Verordening
salarissen personeel 1972
5. Verordening Pensioenreglement
personeel 1990
b. het Bedrijfschap voor de
Groothandel in Bloemkwekerijprodukten:
1. Registratieverordening
Bedrijfschap voor de Groothandel in Bloemkwekerijprodukten 1994
2. Algemene Verordening
salarissen personeel 1980
3. Verordening Arbeidsvoorwaarden
personeel 1987
4. Verordening pensioenen
personeel 1994
5. Verordening Vaststelling
reglement flexibel spaarpensioen
6. Verordening tot wijziging en
inwerkingtreding van de Verordening vrijwillig vervroegde
uittreding personeel 1994
7. Verordening Uitkeringen bij
ontslag 1993
8. Verordening Wachtgeld
personeel 1977
9. Verordening Regeling
deeltijdarbeid
c. het Bedrijfschap voor de
Groothandel en de Tussenpersonen in Groenten en Fruit:
1. Registratie- en
Enquêteverordening 1990
2. Verordening Salarissen
Personeel 1975
3. Verordening Arbeidsvoorwaarden
personeel 1988
4. Verordening pensioenen 1986
5. Verordening Vaststelling
Reglement Flexibel Spaarpensioen 1998
6. Verordening vrijwillig
vervroegde uittreding personeel 1994
7. Verordening Wachtgeld
personeel 1968
8. Verordening Uitkeringen bij
ontslag 1994
Bijlage B
Deze bijlage behoort bij het Besluit van
4 maart 2002, houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor
ondernemingen op het gebied van de groothandel en het bedrijf van
tussenpersoon in aardappelen, bloemkwekerijproducten, groeten of fruit,
almede de opheffing Bedrijfschap voor de Groothandel en de
Tussenpersonen in Aardappelen, Bedrijfschap Groothandel in
Bloemkwekerijprodukten en, Bedrijfschap Groothandel en Tussenpersonen in
Groenten en Fruit (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische
Groothandel)
Organisaties van ondernemers
– Nederlandse Aardappel Organisatie
– Centrale Vereniging voor de
Coöperatieve Handel
– Frugi Venta
– Vereniging van Groothandelaren in
Bloemkwekerijprodukten
Organisaties van werknemers
– FNV Bondgenoten
– Dienstenbond CNV
– De Unie
Bijlage C
Deze bijlage behoort bij het Besluit van
4 maart 2002, houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor
ondernemingen op het gebied van de groothandel en het bedrijf van
tussenpersoon in aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of fruit,
almede de opheffing Bedrijfschap voor de Groothandel en de
Tussenpersonen in Aardappelen, Bedrijfschap Groothandel in
Bloemkwekerijprodukten en Bedrijfschap Groothandel en Tussenpersonen in
Groenten en Fruit (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische
Groothandel)
aardappelsector
– Nederlandse Aardappel Organisatie
– Centrale Vereniging voor de
Coöperatieve Handel
totale omzet: ± 8 miljoen ton
leden omzet: ± 8,5 miljoen ton1
representativiteit ±100%
Groenten en fruitsector
– Frugi Venta
totale omzet: ± 16,9 miljard gulden
leden omzet: ± 12,9 miljard gulden
representativiteit ± 76%
Bloemkwekerijproduktensector
– Vereniging van Groothandelaren in
Bloemkwekerijprodukten
totale omzet: ± 8,5 miljard gulden
leden omzet: ± 6 miljard gulden
representativiteit ± 71%
Organisaties van werknemers
– FNV Bondgenoten2
– Dienstenbond CNV3
– De Unie4
totaal aantal werknemers: ± 11 200
personen5
leden werknemersorganisaties: ± 2 600
personen6
representativiteit ± 23%
Voetnoten:
|