BESLUIT van 6 november 2003, houdende de instelling van een
hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de
ambachtsbedrijven (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Ambachten)
WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 8 augustus 2003, nr. AV/CAM/2003/58502, gedaan mede namens Onze
Minister van Economische Zaken;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, tweede lid, 76, eerste lid, 102,
tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 25 september 2003, nr.
W12.03.0336/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 31 oktober 2003, nr. AV/CAM/2003/75438,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het hoofdbedrijfschap: het Hoofdbedrijfschap Ambachten;
c. de raad: de Sociaal-Economische Raad;
d. commissie: een orgaan als bedoeld in artikel 88a van de wet.
Artikel 2
Onder ambachtsbedrijf wordt verstaan een onderneming waarin
plaatsvindt:
a. het vervaardigen of bewerken van zaken en het verkopen
daarvan;
b. het herstellen en onderhouden van zaken of
c. het verlenen van diensten.
§ 2. Het hoofdbedrijfschap
Artikel 3
1. Er is een Hoofdbedrijfschap Ambachten.
2. Het hoofdbedrijfschap is ingesteld voor de volgende
ambachtsbedrijven:
a. voedingsambacht:
1°. het banketbakkersbedrijf;
2°. het consumptie-ijsbereidingsbedrijf;
3°. het slagersbedrijf;
b. gebouwverzorgend ambacht:
1°. het glazenwassersbedrijf;
2°. het schoorsteenvegersbedrijf;
c. bouwambacht:
1°. het bestratingsbedrijf;
2°. het dakdekkersbedrijf;
3°. het glasbewerkingsbedrijf;
4°. het glazeniersbedrijf;
5°. het parketvloerenleggersbedrijf;
6°. het voegbedrijf;
7°. het zonweringsbedrijf;
d. productieambacht:
1°. het fijnkeramischbedrijf;
2°. het maatoverhemdenbedrijf;
3°. het maatschoenmakersbedrijf;
4°. het modisterijbedrijf;
5°. het muziekinstrumentmakersbedrijf;
6°. het natuursteenbedrijf;
e. reparatieambacht consumptiegoederen:
1°. het fietsherstellersbedrijf;
2°. het goud- en zilversmidsbedrijf;
3°. het kledingreparatiebedrijf;
4°. het lederwarenambacht;
5°. het naaimachinebedrijf;
6°. het schoenherstellersbedrijf;
7°. het textielreinigingsbedrijf;
8°. het uurwerkmakersbedrijf;
9°. het zadelmakersbedrijf;
f. uiterlijke verzorgingsambacht:
1°. het kappersbedrijf;
2°. het grimeursbedrijf;
3°. het toneelkappersbedrijf;
4°. het schoonheidsverzorgingsbedrijf;
5°. het voetverzorgingsbedrijf;
g. medische hulmiddelentechniek:
1°. het optiekbedrijf;
2°. het orthopedisch schoentechnisch bedrijf;
3°. het tandtechnisch laboratoriumbedrijf;
h. dierverzorgende ambacht:
1°. het dierenpensionbedrijf;
2°. het hondentrimbedrijf.
3. In bijlage A bij dit artikel wordt een nadere omschrijving
gegeven van de in het eerste en tweede lid genoemde bedrijven.
4. Het hoofdbedrijfschap is gevestigd te Zoetermeer.
Artikel 4
Het bestuur van het hoofdbedrijfschap heeft 24 leden: twaalf leden
worden benoemd door organisaties van ondernemers en twaalf leden door
organisaties van werknemers.
Artikel 5
1. Het hoofdbedrijfschap heeft commissies voor aangelegenheden
op het gebied van:
a. het kappersbedrijf;
b. het schoenherstellersbedrijf;
c. het natuursteenbedrijf.
2. De leden van commissies worden benoemd door door de raad aan
te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor
aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad
representatieve organisaties van ondernemers en werknemers.
3. De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden
van de commissies benoemen, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen
tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.
4. De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op
voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie
benoemd.
5. De zittingsperiode van de leden van de commissies en de
voorzitter valt samen met die van de leden van het bestuur van het
hoofdbedrijfschap.
6. De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van
advies en kunnen voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen
verordeningen.
Artikel 6
De Commissie kappersbedrijf bestaat uit zes leden: drie leden worden
benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door
organisaties van werknemers.
Artikel 7
De Commissie schoenherstellersbedrijf bestaat uit elf leden: zes
leden worden benoemd door organisaties van ondernemers en vijf leden
door organisaties van werknemers.
Artikel 8
De Commissie natuursteenbedrijf bestaat uit negen leden: zes leden
worden benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door
organisaties van werknemers.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 9
1. Het bedrijfschap legt een heffing als bedoeld in artikel
126, eerste lid, van de wet op, gebaseerd op de in iedere onderneming
bereikte omzet of op het aantal in de ondernemingen werkzame personen,
met dien verstande dat de hoogte van de heffing voor verschillende in
de heffingsverordening aangewezen categorieën van ondernemingen
verschillend kan zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan
een bedrag worden geheven dat voor alle ondernemingen gelijk is.
2. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming
heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van
het hoofdbedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 10
1. Het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van
17 december 1993 ingestelde Hoofdbedrijfschap Ambachten wordt
opgeheven.
2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door
het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 17 december
1993 ingestelde Hoofdbedrijfschap Ambachten blijven van kracht tot de
datum waarop de door het hoofdbedrijfschap vastgestelde verordeningen en
andere besluiten terzake in werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening
van de Sociaal-Economische Raad van 17 december 1993 ingestelde
Hoofdbedrijfschap Ambachten, gaan over naar het hoofdbedrijfschap.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of
tegen het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van
17 december 1993 ingestelde Hoofdbedrijfschap Ambachten worden
geacht te zijn ingesteld door of tegen het hoofdbedrijfschap.
Artikel 11
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode
ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op
1 juli 2004.
Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit
Hoofdbedrijfschap Ambachten.
Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden
geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
's-Gravenhage, 6 november 2003
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de zevenentwintigste november 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
● Het banketbakkersbedrijf
Onder het banketbakkersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
ambachtelijk vervaardigen van banketbakkersproducten en het verkopen
daarvan, zoals omschreven in de instellingsverordening van het
voormalige Bedrijfschap Brood- en Banketbakkersbedrijf (Stcrt. 1998, nr.
45, pag.18). Het bedrijfschap is opgeheven bij Besluit van 26 juli
2002 (Stb. 2002, 423).
● Het consumptie-ijsbereidingsbedrijf
Onder deze bedrijfsuitoefening wordt verstaan het bedrijf van het
bereiden van consumptie-ijs, behoudens voorzover dit wordt uitgeoefend
met gebruikmaking van een continuvriezer met een capaciteit van ten
minste 125 kg mix per uur of van een portievriezer met een inhoud van
ten minste 40 liter, welke tijdens het productieproces niet kan worden
geopend, en van een hardingsbewaarruimte van ten minste 8 m3, welke
op een temperatuur van – 20 graden Celsius kan worden gehouden.
● Het slagersbedrijf
Onder het slagersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het op
ambachtelijk wijze geschikt maken voor aflevering en verkopen van vers
vlees aan particulieren.
Bouwambacht
● Het bestratingsbedrijf
Onder het bestratingsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
leggen van een wegdek of een gedeelte van een wegdek met klinkers, keien
of tegels. Ondernemingen die zich bezighouden met het leggen van
wegdekken met behulp van andere materialen, zoals bij voorbeeld asfalt,
vallen dan ook niet onder de werkingssfeer van het HBA.
● Het dakdekkersbedrijf
Onder het dakdekkersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
aanbrengen, onderhouden of herstellen van lei-, pannen-, riet-, stro-,
kunststof- en mastiek- of andere bitumineuze daken, inclusief de
verwerking van dakpanelementen en dakpanplaten, ongeacht van welke
materiaalsoort deze zijn vervaardigd. Aan de werkingssfeer is toegevoegd
het aanbrengen van dakbedekkingen van kunststof materialen. Op grond van
technische en marktontwikkelingen in de branche doet de meerderheid van
de bedrijven werkzaam in de bitumineuze dakbedekkingsbranche eveneens in
meer of mindere mate aan kunststof dakbedekking. De verwerking van
bitumineuze en kunststof dakbedekkingsmaterialen vertoont veel
overeenkomsten. De markt kent in toenemende mate dakbedekkingsmaterialen
die zijn samengesteld uit bitumen èn kunststof.
● Het glasbewerkingsbedrijf:
Onder het glasbewerkingsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
slijpen, etsen, verzilveren of zandstralen van vlakglas of gebogen glas.
● Het glazeniersbedrijf:
Onder het glazeniersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
vervaardigen of herstellen van al dan niet gebrandschilderd
glas-in-loodpanelen.
● Het parketvloerenleggersbedrijf:
Onder het parketvloerenleggersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van
het aanbrengen, herstellen of onderhouden van parketvloeren, anders dan
tezamen met het vervaardigen daarvan.
● Het voegbedrijf:
Onder het voegbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het verrichten
van voegwerk aan bouwwerken.
● Het zonweringsbedrijf
Onder het zonweringsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
vervaardigen, aanbrengen, herstellen of onderhouden van zonwering of
rolluiken aan de buitenzijde van gebouwen.
Gezien de productontwikkelingen in deze branche is wenselijk de
definitie in het instellingsbesluit te actualiseren en is er voor
gekozen om het begrip« zonwering» op te nemen en geen specifieke
producten meer te noemen. Met deze actualisering van de definitie wordt
de werkingssfeer van het HBA in beperkte mate uitgebreid. De meeste
zonweringsbedrijven voeren immers ook markiezen en/of rolluiken in hun
assortiment en vallen dus al onder de werkingssfeer van het HBA.
Ondernemingen die zonweringsproducten vervaardigen evenwel nu ook
onder de werkingssfeer worden gebracht. Het gaat hier om circa 15
bedrijven. Deze bedrijven behoren intergraal tot de zonweringsbranche.
Dergelijke bedrijven die tevens zonwering aanbrengen of onderhouden,
vallen al onder de werkingssfeer van het HBA.
Productieambacht
● Het fijnkeramischbedrijf
Onder het fijnkeramischbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
vervaardigen van huishoudelijk aardewerk, sieraardewerk,
biscuitaardewerk, tabakspijpen, terracotta, huishoudelijk-, hotel-,
laboratorium-, of technisch porselein en van soortgelijke keramische
artikelen.
De beperking dat de werkingssfeer zich uitstrekt tot ondernemingen
met maximaal 25 werknemers is vervallen; een dergelijk onderscheid is
bij dit type bedrijf thans niet meer actueel.
● Het maatoverhemdenbedrijf
Onder het maatoverhemdenbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
naar maat vervaardigen of herstellen van overhemden, blouses,
onderkleding, nachtkleding, of huisjassen.
● Het modisterijbedrijf
Onder het modisterijbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het anders
dan met behulp van een persmachine vervaardigen of veranderen van
dameshoeden.
● Het muziekinstrumentmakersbedrijf
Onder het muziekintstrumentmakersbedrijf wordt verstaan:
– het bedrijf van het vervaardigen of herstellen van blaas-,
snaar-, of kleine of mechanische muziekinstrumenten – met
uitzondering van piano's, vleugelpiano's, clavichords, spinetten en
clavescimbalen –, voorzover bij het verrichten van genoemde
werkzaamheden niet meer dan 25 werknemers betrokken zijn; of
– het bedrijf van het onderhouden, repareren of stemmen van
akoestische piano's of vleugels.
Onder de categorie blaasinstrumenten vallen ook orgels, harmoniums en
accordeons. Mechanische muziekinstrumenten zijn bijvoorbeeld
draailieren, draaiorgels en muziekdozen.
● Het natuursteenbedrijf
Onder het natuursteenbedrijf wordt verstaan het bedrijf waarin het
bewerken van natuursteen, al dan niet gepaard gaande met het plaatsen
daarvan, of de handel in onbewerkt of bewerkt natuursteen wordt
uitgeoefend.
Reparatieambacht consumptiegoederen
● Het goud- en zilversmidsbedrijf:
Onder het goud- en zilversmidsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van
het vervaardigen, bewerken of herstellen van juwelen of van voorwerpen
van edelmetaal, al dan niet tezamen met het vervaardigen of herstellen
van geplatineerde, vergulde of verzilverde voorwerpen, voorzover bij het
verrichten van genoemde werkzaamheden niet meer dan 7, of, indien zij
uitsluitend betrekking hebben op gouden werken dan wel op juwelen, niet
meer dan 5, onderscheidenlijk 3 werknemers betrokken zijn.
Onder voorwerpen van edelmetaal worden hierbij verstaan alle
voorwerpen die, ongeacht het gehalte, uit platinametalen, goud of zilver
dan wel uit alliages daarvan zijn vervaardigd, met uitzondering van
uurwerken, voorwerpen voor medische, tandheelkundige, optische of
elektrotechnische doeleinden, bedrijfsmiddelen en munten.
● Het kledingreparatiebedrijf
Onder het kledingreparatiebedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
herstellen van kleding anders dan tezamen met het vervaardigen of
verkopen daarvan.
● Het lederwarenambacht
Onder het lederwarenambacht wordt verstaan het bedrijf van het
herstellen van lederwaren, al dan niet tezamen met het vervaardigen en
aan particulieren verkopen van dergelijke waren, zoals omschreven in de
nadere toelichting op het begrip lederwaren in de Instellingsverordening
Bedrijfschap Lederwaren- en Schoenindustrie (Stcrt. 1995, nr. 167, pag.
7). Dit bedrijfschap is opgeheven bij Koninklijk besluit d.d.
24 april 2001 (Stb. 2001, 220).
● Het naaimachinebedrijf
Onder het naaimachinebedrijf wordt verstaan het bedrijf van het ten
behoeve van particulieren onderhouden, veranderen of herstellen van
huishoudnaaimachines of van toebehoren of onderdelen daarvan dan wel
vervangen van zodanige onderdelen, niet zijnde een onderneming waarin
huishoudnaaimachines in overwegende mate aan wederverkopers plegen te
worden verkocht.
● Het textielreinigingsbedrijf
Onder het textielreinigingsbedrijf wordt verstaan het op
professionele basis ten behoeve van derden toepassen van
reinigingsactiviteiten of behandelmethoden voor kleding, textiel- en
lederwaren inclusief gordijnen, meubelovertrekken, suède, bont, kleden,
lopers, dekbedden en soortgelijke goederen. De activiteiten die
doorgaans in het verlengde liggen van het reinigingsproces, te weten
oppersen, als nieuw opmaken e.d. vallen ook onder de werkingssfeer van
het hoofdbedrijfschap.
Ondernemingen die uitsluitend natwasserij zijn, vallen niet onder de
werkingssfeer.
Ondernemingen die in hoofdzaak natwasserij zijn, maar daarnaast ook
andere reinigingstechnieken toepassen (zoals bij voorbeeld reinigen in
een oplosmiddel), vallen wel onder de werkingssfeer.
Ondernemingen die zich bezighouden met het reinigen van meubels,
matrassen, dekbedden en tapijten op locatie, vallen niet onder de
werkingssfeer. Dergelijke bedrijven zijn te beschouwen als
interieurverzorgende bedrijven.
Uiterlijke verzorgingsambacht
● Het schoonheidsverzorgingsbedrijf
Onder het schoonheidsverzorgingsbedrijf wordt verstaan het bedrijf
van het verrichten van handelingen die gericht zijn op de verzorging van
het uiterlijk van mensen uit schoonheidsoogpunt, daaronder begrepen de
gelaatsverzorger en de visagist.
Onder visagist wordt verstaan degene die al dan niet in opdracht van
bedrijven, zoals fotostudio's en modellenbureaus, in onder andere het
kader van foto- en filmopnames modellen opmaakt. Zodra het uiterlijk
door het aanbrengen van make-up verandert (zogenaamde karaktermake-up),
valt de bedrijfsuitoefening onder het grimeursbedrijf.
Huidtherapie valt niet onder het begrip schoonheidsverzorgingsbedrijf.
Als de huidtherapeut echter tevens het schoonheidsverzorgingsbedrijf
uitoefent, ressorteert hij wat betreft dit laatste wel onder het HBA.
Een kapper, manicure of voetverzorger valt niet het
schoonheidsverzorgingsbedrijf.
● Het voetverzorgingsbedrijf
Podotherapie, als bedoeld in het Besluit diëtist, ergotherapeut,
logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut
(Stb 1997, 523), valt niet onder het begrip voetverzorgingsbedrijf. Als
de podotherapeut echter tevens het voetverzorgingsbedrijf uitoefent,
ressorteert hij wat betreft dit laatste onder het HBA.
Medische hulpmiddelentechniek
● Het optiekbedrijf
Onder het optiekbedrijf wordt verstaan
– het bedrijf van het aanmeten van visuele hulpmiddelen, met
inbegrip van het doen van subjectieve of objectieve metingen van de
ogen of het onderzoeken van de ogen op abnormaliteiten;
– het bedrijf van het aanmeten, aanpassen, assembleren of
afpassen van brillen of contactlensen;
– het bedrijf van het herstellen van visuele of optische
hulpmiddelen. verrekijkers, loepen en dergelijke
De opticiens en optometristen vormen samen de optiekbranche.
Oogartsen die in het kader van hun oogartsenpraktijk oogmetingen
verrichten of ogen onderzoeken op abnormaliteiten, oefenen uiteraard
niet het optiekbedrijf uit.
Dierverzorgende ambacht
● Het dierenpensionbedrijf
Onder het dierenpensionbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het
tijdelijk huisvesten en verzorgen van huisdieren van particulieren, met
uitzondering van de ondernemingen die, zoals blijkt uit de inschrijving
in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, geen of
één werkzame persoon hebben.
De aansluiting van deze branche is derhalve beperkt tot die
bedrijven, die als hoofdactiviteit het dierenpensionbedrijf uitoefenen
en waarin tenminste 2 of meer werkzame personen actief zijn.
Dierenpensions die door een stichting of een vereniging worden
geëxploiteerd of asielen die het dierenpension als nevenactiviteit
uitoefenen, vallen niet onder werkingssfeer.
● Het hondentrimbedrijf
Onder het hondentrimbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het ten
behoeve van particulieren trimmen, plukken, knippen, scheren, kammen,
borstelen of wassen van honden.