BESLUIT van 10 september 2004, houdende de instelling
van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de
detailhandel (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Detailhandel)
WIJ BEATRIX,
bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Op voordracht
van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 28 maart
2003, nr. AV/CAM/2003/14885, gedaan mede namens Onze Minister van
Economische Zaken;
Gelet op artikel 67, 70, 70a, 73, tweede
lid, 76, eerste lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op
de Bedrijfsorganisatie;
De Raad van State gehoord (advies van 24 april
2003, nr. W12.03.0120/IV);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 27 augustus 2004, nr. AV/CAM/2004/49789,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken;
Hebben
goedgevonden en verstaan:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
onder:
a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;
b. het hoofdbedrijfschap: het Hoofdbedrijfschap Detailhandel;
c. detailhandel: het bedrijf van het verkopen van waren aan
particulieren;
d. de raad: de Sociaal-Economische Raad;
e. commissie: een orgaan als bedoeld in artikel 88a van de wet.
Artikel 2
1. Onder de werkingssfeer van dit besluit vallen niet de
ondernemingen waarin het apothekersbedrijf wordt uitgeoefend
2. In dit besluit wordt onder waren niet verstaan automobielen,
autobanden, benzine, scheepsbenodigdheden, bloembollen,
landbouwzaaizaden, tuinbouwzaden, pootaardappelen en levend pluimvee.
3. In dit besluit wordt onder het verkopen van waren aan
particulieren mede verstaan het daarmede gepaard gaande verkopen van
waren aan instellingen of aan personen, die deze in een door hen
gedreven onderneming aanwenden.
§ 2. Het hoofdbedrijfschap en zijn commissies
Artikel 3
1. Er is een Hoofdbedrijfschap Detailhandel.
2. Het hoofdbedrijfschap is ingesteld voor de ondernemingen
waarin de detailhandel wordt uitgeoefend.
3. Het hoofdbedrijfschap is gevestigd te Den Haag.
Artikel 4
Het bestuur van het hoofdbedrijfschap bestaat uit veertien leden, van
wie zeven leden door organisaties van ondernemers en zeven leden door
organisaties van werknemers worden benoemd.
Artikel 5
1. Het hoofdbedrijfschap heeft commissies voor aangelegenheden
op het gebied van:
a. de detailhandel in wild en gevogelte;
b. de detailhandel in bloemen en planten;
c. de detailhandel in wonen;
d. de gespecialiseerde detailhandel in aardappelen, groenten en
fruit;
e. de modedetailhandel.
2. De leden van de commissies worden benoemd door door de raad
aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor
aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad
representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers.
3. De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden
van de commissies benoemen, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen
tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.
4. De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op
voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie
benoemd.
5. De zittingsperiode van de leden van de commissies en de
voorzitter valt samen met die van de leden van het bestuur van het
hoofdbedrijfschap.
6. De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van
advies en kunnen voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen
verordeningen.
Artikel 6
De Commissie detailhandel in wild en gevogelte bestaat uit zes leden.
Daarvan worden vier leden benoemd door organisaties van ondernemers en
twee leden door organisaties van werknemers.
Artikel 7
De Commissie detailhandel in bloemen en planten bestaat uit negen
leden. Daarvan worden zes leden benoemd door organisaties van
ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers.
Artikel 8
De Commissie detailhandel in wonen bestaat uit zes leden. Daarvan
worden drie leden benoemd door organisaties van ondernemers en drie
leden door organisaties van werknemers.
Artikel 9
De Commissie gespecialiseerde detailhandel in aardappelen, groenten
en fruit bestaat uit acht leden. Daarvan worden vijf leden benoemd door
organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van
werknemers.
Artikel 10
De Commissie modedetailhandel bestaat uit zeven leden. Daarvan worden
vier leden benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door
organisaties van werknemers.
§ 3. Bevoegdheden
Artikel 11
Het hoofdbedrijfschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling
van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of
onderdelen daarvan, met uitzondering van onderdeel d: de lonen en andere
arbeidsvoorwaarden.
Artikel 12
1. Het hoofdbedrijfschap legt een heffing als bedoeld in
artikel 126, eerste lid van de wet op met als grondslag de in iedere
onderneming bereikte omzet of het aantal in de ondernemingen werkzame
personen, waarbij het tarief voor verschillende in de
heffingsverordening aangewezen categorieėn van ondernemingen
verschillend kan zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan
een bedrag worden geheven dat voor alle ondernemingen of voor alle
volgende verkoopplaatsen van die ondernemingen of categorieėn daarvan
gelijk is. De in dit lid bedoelde heffingen met uitzondering van die,
bedoeld in het tweede lid, worden zodanig vastgesteld, dat het hoogste
bedrag, dat krachtens de heffing door een ondernemer verschuldigd is,
niet meer bedraagt dan honderd maal het laagste.
2. Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming
heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van
het hoofdbedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.
§ 4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13
1. Het bij verordening van de raad van 16 april 1993 ingestelde
Hoofdbedrijfschap Detailhandel wordt opgeheven.
2. Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door
het bij verordening van de raad van 16 april 1993 ingestelde
Hoofdbedrijfschap Detailhandel blijven van kracht tot de datum waarop de
door het hoofdbedrijfschap vastgestelde verordeningen en andere
besluiten terzake in werking zullen treden.
3. Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de
vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening
van de raad van 16 april 1993 ingestelde Hoofdbedrijfschap Detailhandel,
gaan over naar het hoofdbedrijfschap.
4. Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of
tegen het bij verordening van de raad van 16 april 1993 ingestelde
Hoofdbedrijfschap Detailhandel worden geacht te zijn ingesteld door of
tegen het hoofdbedrijfschap.
Artikel 14
De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode
ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op
1 januari 2005.
Artikel 15
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 16
Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit
Hoofdbedrijfschap Detailhandel.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de
daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal
worden geplaatst.
s-Gravenhage, 10 september 2004
BEATRIX
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Economische Zaken,
L.J. Brinkhorst
Uitgegeven de negentiende oktober 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner